Digitale vooruitgang : Meten is weten

Vijftien jaar geleden begon ik te bloggen over technologie en haar invloed op samenleving, overheid, sport en persoonlijk leven. Het vertrouwen van toen heeft geleidelijk plaatsgemaakt voor wantrouwen en inmiddels heb ik afscheid genomen van sociale media. In deze serie schets ik die weg. Dit tweede deel gaat over technologie in sport en persoonlijk leven, waar de eerste barstjes zichtbaar werden.

Sport verrijkt

Nergens was mijn enthousiasme groter dan in de sport. Uit onderzoek bleek dat sporters bovengemiddelde sociale media gebruikers waren en dat berichten op sociale media jongeren aanzetten om meer te bewegen. Terwijl sporters permanent online waren, communiceerden veel clubs nog via clubblaadjes per post. Vijfendertig jaar lang viel het blad Roeien bij mij op de mat, tot na 74 jaar het doek viel. De Roeibond zette in op sociale media en lanceerde met de hoofdsponsor een roeigame waarmee sportschoolbezoekers virtueel over de Theems of de Bosbaan konden roeien. Zo kon indoor-roeien een opstap worden naar de vereniging. Dit was precies wat ik voor ogen had: technologie die de sport verrijkt en verbindt.

King of Mountain Verse Eieren

Ook mijn eigen trainingen werden data. Onze vaste roeitrajecten op de Vliet maakte ik aan als segmenten in Strava. Tussen de molens en bruggetjes roeiden wij onze intervallen, en voortaan stonden de tijden in een klassement, compleet met concurrentie van studenten en andere verenigingen. Op het traject naar de boerderij die allang geen eieren meer verkocht, mocht ik mij King of Mountain Verse Eieren noemen. Het mat, het motiveerde en het was vermakelijk.

Digitale epo

Maar juist in dat gemeten leven diende de twijfel zich aan. Cijfers liegen niet, dacht ik, tot ik fietsers met veertig kilometer per uur een col zag bedwingen. Digitale epo bleek te koop: je uploadt een trackbestand en verhoogt de snelheid met ieder gewenst percentage. Ik probeerde het zelf en was voor even koploper op een klim waar ik in werkelijkheid was gelost. Als data zo eenvoudig te manipuleren zijn, wat zijn klassementen dan waard? En belangrijker: maakte al dat meten ons eigenlijk gelukkiger? Het sociale gevoel van samen presteren, de ochtendnevel boven het water, dat laat zich niet in getallen vatten.

Intieme technologie

De volgende stap riep grotere vragen op. Sensoren kropen dichter op de huid: smart shirts die hartslag en bloeddruk registreren, gps-schoenen, slimme pleisters. In een Zweeds kantoorgebouw liepen proeven met chips onder de huid, in ruil voor gebruiksgemak. Ik schreef destijds een geruststellende zin die ik nu anders lees: zonder onderhuidse chip kunnen we nog zelf beslissen of we gevolgd willen worden, straks hebben we die keuze wellicht niet meer.

Tegelijk zag ik wat er te winnen viel. Ik schetste het scenario van een fietser die op een duintop onwel wordt, waarna zijn smartphone alarm slaat en vrijwilligers met een AED binnen enkele minuten ter plaatse zijn. Continue monitoring kan levens redden, dat stond en staat voor mij vast. Maar daar begon het ook te schuiven. Mijn sporthorloge meet 24 uur per dag mijn hartslag. Handig voor de training, maar wat als mijn zorgverzekeraar die gegevens wil gebruiken voor premie en risicotoeslag? De technologie die mijn sportbeleving verrijkte, bleek dezelfde die mijn lichaam omzette in handelswaar. De vraag wie er meekeek liet zich niet meer wegdrukken. Het antwoord zou de jaren daarna harder aankomen dan ik vermoedde.

Continue gezondheidsmonitor

Er kleven ethische dilemma’s aan nieuwe innovatieve technologische ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Inmiddels kunnen we 7 x 24 uur vitale functies van de mens meten. Mooi in theorie, maar kunnen patiënten en verpleegkundigen in de praktijk vertrouwen op sensoren die continu de toestand van een mens kunnen meten en rapporteren?

Verplaats je in het volgende toekomstscenario van patiënt Jan. Hij is een ICT’er  van middelbare leeftijd, gewend aan het werken onder grote prestatiedruk. Hij is topfit en kerngezond, maar heeft structureel een verhoogde bloeddruk. Omdat dit een risicofactor is voor hart- en vaatziekten heeft de huisarts Jan uit voorzorg continue gezondheidsmonitoring voorgeschreven. Dit belemmert hem niet om fanatiek te sporten. Als Jan op zijn racefiets door de duinen raast voelt hij zich vrij en gelukkig. Zo ook op die zonnige ochtend in mei, maar het fietsen gaat nu minder soepel dan gewoonlijk. Bovenop de duin valt hij bijna stil. Hij schakelt een tandje terug en grijpt naar zijn achterzak voor een hap van een krachtreep. Het is een kwestie van door de vermoeidheid heen trappen, denkt hij nog, totdat zijn smartphone het alarmsignaal geeft. Hij stapt af, valt en verliest zijn bewustzijn. Kort daarop ontvangt Ruud een reanimatie oproep op zijn mobiel. Hij is als vrijwilliger aangesloten bij hartveilig wonen en oefent jaarlijks de reanimatieprocedure. Ruud stapt van zijn fiets en ziet in het sms-bericht dat hij niet ver van het incident vandaan is. Hij bevestigt zijn vertrek naar het slachtoffer. Google maps navigeert hem daar binnen één minuut naar toe. Ruud ziet Jan liggen, legt hem in een veilige positie, controleert de ademhaling en start reanimatie. Even later arriveert een andere opgeroepen vrijwilliger met een AED. Zij volgen samen de instructies van de alarmcentrale via hun mobiel en bedienen de AED. Binnen vijf minuten arriveert een ambulance. Verplegers nemen de zorg voor Jan over. Voordat hij bij het ziekenhuis arriveert is hij weer bij kennis. Door snelle en automatische melding van de gezondheidstoestand en mobilisatie van hulpverleners is Jan’s leven gered.

Tot zover de happy flow. Dit toekomstscenario is nu al grotendeels technisch te realiseren. De inzet van vrijwilligers die via hun mobiel oproepbaar zijn voor reanimatie werkt al in veel plaatsen in het land. Het is alleen nog een kwestie van opschaling, training van vrijwilligers en plaatsen van meer AED’s. Slimme horloges en smartphones meten al continu lichaamsfuncties. De wearables zijn ook in de gezondheidszorg in opkomst en kunnen binnenkort veel bewaking, die nu standaard in een ziekenhuis gebeurt, overnemen.  Slimme pleisters kunnen al enkele dagen continu vitale waarden meten. Een onderhuidse sensor kan tot 90 dagen achtereen glucosewaarden meten. Het wachten is nu op een sensor die continu en langdurig alle vitale lichaamsfuncties kan monitoren.

Techbedrijven, zoals Philips en KPN, zetten vol in op het medische domein. Het is voor hen een belangrijke groeimarkt. Platformbedrijven zoals Google, Amazon en Apple beschikken straks over veel medische informatie. Data zijn onderdeel van hun verdienmodel. Het gevaar dreigt dat de gezondheidszorg wordt overspoeld door technologische ontwikkelingen.

Er blijven nog veel vragen onbeantwoord over de meetbare mens. Hoe betrouwbaar zijn de data? Wie heeft de controle? Waarvoor wordt de data gebruikt? Komen de gegevens enkel de patiënt ten goede of kunnen ze ook worden gebruikt voor profiling (bijv. door verzekeraars)? Moeten we privacy inruilen voor proactieve zorg op basis van 7 x 24 uurs monitoring? Als wij door inzet van technologie levens willen redden, dan moeten we antwoord hebben op deze vragen en obstakels wegnemen.

Vrijwilliger wordt Florence Nightingale

world_12_temp-1330330616-4f4b3bf8-620x348

Florence Nightingale hoorde als tiener de stem van God. Zij besloot vervolgens het lege bestaan van de Engelse aristocratie achter zich te laten en haar leven te wijden aan het verbeteren van lot van de armen, zieken en gewonden. In Europa deed zij ervaring op met het verzorgen van zieken. Na haar terugkomst in Engeland legde zij zich toe op de reorganisatie van een ziekenhuis in Londen. En als hoofd van een groep van 38 verpleegsters vertrok zij naar Turkije om soldaten in de Krimoorlog onder hygiënisch gebrekkige omstandigheden te verzorgen. Nightingale geldt als grondlegger van de moderne verpleegkunde.

Nightingale is een unieke vrouw, een legende en een rolmodel. Waarom kunnen wij haar voorbeeld niet volgen in ons eigen gedrag? Dat komt omdat de mens van nature een kudde- en gewoontedier is. Onderzoek van het Nederlands Instituut voor Nationale veiligheid toont aan dat mensen in een groep van nature geneigd zijn niets te doen. In een groep volgt de mens meestal het gedrag van anderen. En dan is er nog het vaste rolpatroon waarin de meesten gevangen zitten. Als je om acht uur de trein moet halen en je hebt nog twee minuten om naar het spoor te lopen dan is het halen van de trein leidend. Niemand bekommert zich dan over een zwerver die bloedend in het gangpad ligt. En als de ernst van het lijden van de zwerver wel wordt opgemerkt dan zijn velen geneigd te denken dat een ander zich er wel over zal ontfermen.

Een gedragsverandering is noodzakelijk voor een meer sociale samenleving en bevordering van de (zelf)redzaamheid van burgers. Daarvoor moeten mensen niet als groep worden aangesproken, maar als individu. De bereidheid te helpen stijgt naarmate iemand persoonlijk een opdracht of een verzoek krijgt om te helpen. Maar nog beter is het iemand ook nog vooraf te vragen en te trainen voor hulpverlening bij calamiteiten. Dit proces kunnen we aansturen via mobiele telecommunicatie. Een burger die bereid is hulp te verlenen installeert een applicatie op zijn smartphone en vermeldt daarin de bereidheid voor bepaalde hulp (bijv. reanimeren, brand blussen) en kwalificaties (EHBO, medicijnen student, arts). Bij een incident wordt de alarmcentrale gebeld. De centrale kan zien welke vrijwilligers zich in een straal rond het ongeval bevinden en hen waarschuwen. De vrijwilligers krijgen vervolgens een bericht met instructie en een kaart met de route naar het ongeval. Op de kaart worden ook de dicht bijzijnde defibrillators getoond in geval van vermoedelijk hartfalen.

Jaarlijks worden duizenden mensen getroffen door plotselinge hartstilstand. Snel ingrijpen met behulp van Automatische Externe Defibrillator (AED) redt levens. Sinds 2003 mogen de AED’s ook door leken worden bediend. Dat was een stap in de goede richting. Inmiddels hangen AED’s in openbaren gebouwen, bedrijfspanden en op NS stations. Maar als iemand buiten kantooruren een hartstilstand krijgt dan zijn deze apparaten onbereikbaar. Ook in de woonwijken zouden, zoals in Frankrijk, zouden AED’s publiek toegankelijk moeten hangen.

Mensen zijn in principe bereid te helpen. Maar zij worden daarin niet gestimuleerd als de overheid alle taken voor de openbare orde handhaving en hulpverlening voor zich opeist. Dit gaat snel veranderen. Overheden moeten afslanken en zullen er op moeten vertrouwen dat burgers meer taken zelf gaan uitvoeren. Met de juiste op de individu gerichte prikkels kan de overheid de klassieke gedragsverhouding doorbreken en (zelf)redzaamheid bevorderen. En alle inwoners samen moeten meer kunnen bereiken, dan de overheid alleen. Door snel ingrijpen bij bijv. een hartstilstand kunnen mensenlevens worden gered. En dan kan iedere vrijwilliger zich een beetje Florence Nightingale voelen.