Vijftien jaar geleden begon ik te bloggen over technologie en haar invloed op samenleving, overheid, sport en persoonlijk leven. Ik geloofde in de belofte van sociale media: een participerende burger, een mondige consument en een verrijkte sportbeleving. Mijn netwerk groeide tot boven de tienduizend volgers op Twitter. Inmiddels heb ik afscheid genomen van sociale media. Het vertrouwen in technologische vooruitgang heeft geleidelijk plaatsgemaakt voor wantrouwen. Hoe is dat zo gelopen? In vier blogs schets ik die weg, aan de hand van wat ik afgelopen vijftien jaar schreef. Dit eerste deel gaat over de jaren van optimisme.
Debuut op Mindz.com
Mijn debuut als blogger maakte ik op het platform Mindz.com met een verhaal over Nederland als Calimero in Europa. Het werd uitgeroepen tot beste blog van het weekend. De prijs bestond uit twee boeken, een usb-stick en een set golfballen. Veel belangrijker was de waardering en de aanmoediging om te blijven schrijven. Er ging een wereld voor mij open: voortaan kon iedereen publiceren zonder tussenkomst van een professionele redactie. Kennis delen met gelijkgestemden, discussiëren met vakgenoten, een netwerk opbouwen dat verder reikte dan de eigen werkkring. Delen was het nieuwe vermenigvuldigen.
Gadgetfreak
Die fascinatie voor nieuwe media zat er bij mij al vroeg in. In ons ouderlijk huis was geen plaats voor een televisie. Mijn vader vond de televisie geestdodend en een aanslag op het familieleven. In de woonkamer werd klassieke muziek gedraaid, gelezen en gescrabbeld. Zo groeide ik op zonder Pipo de Clown en Swiebertje. Die achterstand heb ik ruimschoots ingelopen. Uit nijd om wat mij in mijn jeugd was onthouden, kocht ik als een van de eersten een PC, een smartphone en een tablet. Ik wilde er meteen bij zijn als er iets nieuws werd gelanceerd.
Netwerksamenleving
Het ging mij daarbij niet om de gadgets zelf, maar om de paradigmaverschuiving die zij aankondigden. Het initiatief verschoof naar burgers en consumenten. Wij leefden niet langer in een hiërarchisch geordende samenleving maar in een netwerksamenleving, waarin mondige burgers hun weg wisten te vinden. Sociale media speelden een hoofdrol in de nieuwsvoorziening over de protesten in de Arabische wereld. Consumenten konden zich via vergelijkingssites en recensies eindelijk weren tegen aanbieders. Binnen de familie versterkten Hyves en Facebook het onderlinge contact. Sociale media, mobiele technologie, big data en de cloud waren in mijn ogen de aanjagers van een opkomende deeleconomie die de verhoudingen tussen overheid, samenleving en bedrijven blijvend zou veranderen.
Politici moeten luisteren
Van de overheid en de politiek verwachtte ik dat zij zouden meebewegen. Toen de Raad voor het Openbaar Bestuur in 2012 adviseerde over sociale media in de democratie, was mijn kritiek niet dat de Raad daarin te ver ging, maar dat de focus verkeerd was. De aanbevelingen waren open deuren: sociale media opnemen in de communicatiestrategie, portalen en communities opzetten. Alsof de samenleving zat te wachten op nog een MijnOverheid.nl. Mijn boodschap was een andere: politici moeten minder zenden en meer luisteren. De technologie maakte het eindelijk mogelijk om signalen uit de samenleving direct op te vangen.
Waar zat het wantrouwen?
Terugkijkend valt mij op waar mijn kritiek zich destijds op richtte. Niet op de technologie, maar op de instituties. De platforms waren in mijn ogen neutrale kanalen, de bemoeienis van de bedrijven erachter was beperkt en de toon van de berichten overwegend positief. Het probleem waren de trage overheden en de dove politici die de kansen lieten liggen. Dat de kanalen zelf een agenda konden krijgen, dat de neutraliteit een verdienmodel zou blijken, die gedachte kwam toen nog niet in mij op. Wie waarschuwde voor de zwarte kant van sociale media, zette ik weg als onheilsprofeet. Was dat naïef, of was er toen werkelijk nog iets te kiezen?