Doneer de Zon

zon620x250-620x244

Nederland is gekelderd op de klimaatranglijst. Van alle EU-landen staat Nederland  nu op de een-na-laatste plaats in de Climate Change Performance ranglijst. Ons klimaatbeleid scoort niet hoog, maar gezamenlijk kunnen we wel bijdragen aan gebruik van duurzame energie. Door zonne-energie op te vangen met zonnepanelen draag je bij aan een schonere leefomgeving. Bovendien ben je dan minder afhankelijk van energieleveranciers. Aanschaf van zonnepanelen is ook een uiterst rendabele investering. Het rendement is vergelijkbaar met 6 procent op een spaarrekening.

Duurzame energie
Het zonlicht in Nederland is prima geschikt om elektriciteit op te wekken met zonepanelen. Zelfs op een bewolkte dag leveren zonnecellen nog elektriciteit. Gemiddeld wordt 15 procent van het zonlicht omgezet in bruikbaar stroom. Dat rendement zal door toekomstige doorontwikkeling verder stijgen. Het zonlicht wekt elektrische spanning op tussen twee laagjes silicium op het paneel. Deze spanning wordt vervolgens door een omvormer omgezet naar bruikbare wisselspanning. Via een omvormer kan overtollige energie worden gekoppeld aan het elektriciteitsnet of opgeslagen in een accu. Stroom uit zonlicht is duurzaam omdat bij de productie geen broeikasgassen en schadelijke stoffen vrijkomen.

Advies op maat
Ondanks het relatief beperkte aantal zonuren in Nederland kan de energierekening aanzienlijk worden verlaagd door gebruik van zonnepanelen. Een gemiddeld huishouden verdient de investering binnen zeven jaar terug. Via de website van Milieu Centraal kun je nagaan of je dak geschikt is voor zonnepanelen. Je kunt ook de investering en de jaarlijkse besparing op de elektriciteitsnota berekenen en zien hoeveel CO2-uitstoot je bespaart wanneer je een deel van de elektriciteit met zonne-energie opwekt.

Verduurzamen via crowdfunding
Voor scholen en verenigingen loont het ook om over te stappen op schone zonnestroom. Maar zij hikken vaak aan tegen de investering van enkele duizenden euro’s om dit mogelijk te maken. Ouders en verenigingsleden kunnen daarvoor de handen ineen slaan. Doneer de Zon is hèt crowdfunding platform om, samen met de achterban, over te stappen op zonnestroom. Daardoor kunnen organisaties met een maatschappelijke taak en een bescheiden budget sneller verduurzamen. Op scholen en verenigingen gaat van duurzaam voorbeeldgedrag een educatieve waarde uit. Bovendien kan het geld dat wordt bespaard op de energierekening weer worden besteed aan beter onderwijs en sport. Inmiddels is via crowdfunding veertig duizend euro opgehaald. De verduurzaming die daarmee kan worden gerealiseerd is vergelijkbaar met een miljoen gereduceerde autokilometers of 250 duizend kilogram minder CO2 uitstoot. Via ‘Doneer de Zon’ kunnen wij samen meer zonnepanelen op de daken laten schitteren: samen zijn we sneller duurzaam!

Met geld koop je geen geluk

Money-Happy

Politici en economen praten voortdurend over een economische crisis die ons land en Europa teistert. Zij krijgen daarvoor uitgebreide zendtijd in de media. Uit het woord crisis zou je kunnen afleiden dat wij op de rand van de afgrond leven. Maar niets is minder waar. Wij zijn rijker, gezonder en beter opgeleid dan vijftig jaar geleden. Voortdurend groeide ons inkomen en koopkracht. Die groei is gestagneerd. De zeepbel van ongebreideld speculeren met geleend ofwel geld met geld maken is uiteengespat. We moeten weer terug naar gezonde verhoudingen. En daardoor groeit de economie niet meer, maar krimpt. De juiste benaming voor de staat van onze economie is een recessie. Een crisis praten we elkaar zelf aan.

Stabiliteit en zekerheid
Politici en economen willen ons doen geloven dat menselijk geluk gelijke tred houdt met onze koopkracht. Maar niets is minder waar. Mensen waarvan het inkomen met 10% stijgt, terwijl anderen in de omgeving er met 20% op vooruitgaan zijn ongelukkig. Groot is ook het verdriet van een inwoner van het winnende postcodegebied van de Postcodeloterij, die net even geen lot heeft gekocht. Maar mensen worden niet ongelukkig van een verhoging van slechts 1% in omgeving waarin iedereen er maar 1% op vooruit gaat. Mensen zoeken vertrouwen en willen vrijheid om invulling te geven aan het eigen leven. Wij willen stabiliteit en zekerheid, zowel privé als op ons werk. Een scheiding of overlijden in de familie maken ons ongelukkiger. Dat geldt ook voor werknemers die worden geconfronteerd met reorganisaties, demotie of ontslag. Wij willen zinvolle invulling geven aan ons leven en daarvoor gewaardeerd worden.

Herstel economie
Politici en economen houden ons voor dat bezuinigingen en lastenverzwaring noodzakelijk zijn voor herstel van onze economie. Overheidssubsidies en collectieve voorzieningen zijn onbetaalbaar geworden. Door explosief gestegen gebruik en onverwacht groot succes van de voorzieningen zijn de kosten de pan uit gerezen. Daarom wordt nu gesneden op innovatiesubsidies en kinderopvang. Maar helaas wordt daarbij nog te veel voorbij gegaan aan het oorspronkelijke doel, zoals het stimuleren van de economie en het bevorderen van de arbeidsparticipatie. En wat zijn de economische en maatschappelijke gevolgen? De bezuiniging op de kinderopvang leidt er toe dat werken nauwelijks nog loont. Bijna de helft van alle ouders overweegt daarom korter te gaan werken en één op de zes overweegt zelfs te stoppen met werken. De maatregelen pakken, door daling van de arbeidsparticipatie, averechts uit voor onze economie. In andere landen wordt kinderopvang veel meer gezien als een investering die zichzelf terugverdient door toename van de arbeidsproductiviteit.

Geluk boven geld
Politici en economen zouden geluk boven geld moeten stellen. Mensen worden onzeker van een wispelturige overheid. Wij worden ongelukkig als maatregelen, zoals de levensloopregeling en kinderopvang, eerst met veel tamtam worden gelanceerd en daarna weer worden beperkt of afgeschaft. Wij zien liever een slecht functionerende overheid die voorspelbaar is dan een goede overheid die onvoorspelbaar is. Andere factoren die ons geluksgevoel beïnvloeden zijn: gezondheid, vrede, veiligheid en sociale zekerheid. Uit een studierapport van de Economist Intelligence Unit blijkt dat kinderen die nu in ons land worden geboren een grote kans hebben op een gezond en gelukkig leven. Deze voorspelling is gebaseerd op verwachtingen van de gezondheidszorg, levensstandaard, criminaliteit en politieke stabiliteit over een periode van dertig jaar. De overheid kan het geluk van mensen vergroten en doet dat allang, maar nog veel te impliciet volgens het SCP in haar rapport ‘sturen op geluk’: het individu maakt eigen geluk, de overheid schept de randvoorwaarden.

Je bent wat je tweet

Like

Bijna zeventig procent van alle consumenten in Nederland maakt inmiddels gebruik van een smartphone. Door de mobiele telefoon zijn wij altijd online en verslaafd aan sociale media. En die nieuwe media maken ons steeds improductiever, dommer en asocialer. Dit betogen de auteurs van de ‘Zwarte kant van sociale media’. Zij waarschuwen alle homines digitalis mobilis voor de gevaren van sociale media: “Wie verslaafd is geraakt aan digitale snacks moet op dieet.”

Onheilsprofeten

De Zwarte kant van sociale media lijkt op een goed getimede publiciteitsstunt. De nrc portretteerde jongeren die hun verslaving hebben overwonnen. Zij hadden afscheid genomen van hun Facebook account. “Het is niet Facebook maar Fakebook. Als ik 24 uur per dag het mooiste kind had, een heleboel geld en de allerleukste man, dan zou Facebook geweldig zijn.” meldt een ex-gebruiker met haar duim naar beneden. Dat maakte mij nieuwsgierig of de profeten van de onheilstijding zelf ook al zijn afgekickt. ‘Tijd voor een biertje’ (met foto van flesje pils en bakje olijven) en ‘Ga nu aan de gegratineerde oesters…’ (met foto van oesters in een ovenschaal) zijn tweets van één van de auteurs. De profeten kunnen de verleiding van digitale snacks dus zelf niet weerstaan en zondigen tegen hun eigen boodschap.

Gadget Freak

Het doemdenken over nieuwe media is van alle tijden. In ons ouderlijk huis was geen plaats voor een televisie. Mijn vader vond een TV in huis geestdodend en een aanslag op ons familieleven. In de woonkamer werd alleen klassieke muziek gedraaid, boeken en kranten gelezen en scrabble gespeeld. En zo ben ik opgegroeid zonder Pipo de Clown, Ja Zuster Nee Zuster, Thunderbirds en Swiebertje. Maar die achterstand heb ik snel ingelopen. Uit nijd om wat mij tijdens mijn jeugd is onthouden, kocht ik als één van de eersten een PC, een smartphone en een tablet. Ik wil er meteen bij zijn als er nieuwe gadgets of media worden gelanceerd. Maar daarin word ik de laatste jaren overtroffen door mijn zoon die productaankondigingen op de voet volgt via livestreams.

Interactie en Co-creatie

Mijn honger naar nieuwe technologie is niet alleen ingegeven uit materialisme. Ik ben gefascineerd door de paradigmaverschuiving die sociale media veroorzaken. Het initiatief verschuift naar consumenten en burgers. In tegenstelling tot de traditionele media komt de interactie tot stand zonder redactionele regie. Met vakgenoten deel en bediscussieer ik weblogs over overheid en technologie. Met teamgenoten over de hele wereld wisselen wij onze sporttrainingen en trainingstips uit. Voor advies stel ik een vraag of beantwoord #dtv via mijn twitteraccount. Of ik draag mijn kennis bij aan Wikipedia. Het draait allemaal om het combineren van kennis en het uitwisselen ervan. Delen is het nieuwe vermenigvuldigen.

Schuivende mediaverhoudingen

De nieuwe media hebben de traditionele media niet verdrongen. Maar we zijn wel minder TV gaan kijken en kijken nu ook naar streaming diensten zoals Netflix en uitgesteld via uitzending gemist. Of we delen zelfgemaakte content met tekst, beeld en geluid. Maar ook binnen de sociale media verschuiven de verhoudingen. Sommige berichten deel je publiek. Maar we zullen steeds meer in een besloten kring gaan delen. Meldingen over biertjes en oesters kun je natuurlijk beter via een gesloten Whatsapp vriendengroep delen. Maar iedereen moet zelf de eigen grenzen bepalen. Het sociale netwerk werkt daarbij corrigerend. Sociale media bieden unieke mogelijkheden voor persoonlijke onderscheiding of personal branding: je bent wat je tweet.

 

 

Een parlement met 16.915.744 zetels

Oranje supporters

Ons land telt bijna 17 miljoen bondscoaches. Zij beoefenen in actieve of passieve vorm de voetbalsport en adviseren de echte coach tijdens de wedstrijden van Oranje. Ons parlement moet het doen met 150 leden in de Tweede en 75 leden in de Eerste Kamer.

Deze parlementsleden moeten met een minimale ondersteuning het functioneren van de regering controleren. Zij hebben daarvoor het mandaat gekregen van de kiezers. Die kiezers hebben gekozen op basis van een verkiezingsprogramma, waarvan zij weten dat dat nooit zal worden uitgevoerd. Vier jaar lang moeten zij passief toezien hoe hun volksvertegenwoordigers het er van af brengen. Het wordt dus hoog tijd de samenleving meer te betrekken in het democratische proces. De wijsheid van velen kan beter worden aangewend voor het versterken van onze parlementaire democratie.

Prille geschiedenis van onze democratie

Vlak voor haar vertrek als kamervoorzitter gaf Gerdi Verbeet haar visie op de toekomst van onze democratie. Zij plaatste onze democratie in historisch perspectief en nam ons mee naar het jaar 1858. Een nieuw kabinet trad toen aan onder leiding van Jan Jacob Rochusesen. En wie had hem gekozen? Een electoraat bestaande uit alle mannelijke Nederlanders ouder dan 23 die meer dan 100 gulden belasting betaalden. Dat was niet meer dan 10% van de volwassen mannen en dus een heel laag percentage van de totale bevolking. Er zou nog 64 jaar overheen gaan voordat in 1922 het volledige algemene kiesrecht werd ingevoerd voor mannen en vrouwen. Gerdi Verbeet benadrukt dat onze democratie dus nog niet zo lang bestaat. We moeten haar onderhouden en goed voor haar zorgen.

Wisdom of the Crowds

Het onderhoud van onze democratie impliceert ook het betrekken van de samenleving in de uitdagingen waar wij nu voor staan. Onze gezondheidszorg, ons leefmilieu, onze veiligheid en sociale zekerheid willen wij beschermen. Maar de crisis heeft geleerd dat de oude structuren niet meer werken. Voor het aanpakken van de maatschappelijke vraagstukken zullen burgers, overheid, bedrijfsleven en wetenschap samen moeten werken en verantwoordelijkheid moeten nemen. De beschikbare kennis, creativiteit en denkkracht binnen de samenleving wordt nu nog onvoldoende benut. Maar door de komst van nieuwe technologieën, zoals de sociale media, het mobiel, de cloud en sensoren, zijn er meer mogelijkheden voor burgers om zichzelf te organiseren, samen te werken en te beslissen. Burgers kunnen daardoor zelf invloed uitoefenen om onze samenleving slimmer, socialer, veiliger en duurzamer te maken.

Burgerinitiatief centraal 

Bedrijven en overheden zullen moeten inleveren op hun huidige controle en macht. Zij zullen een gewijzigde positie ten opzichte van de samenleving gaan innemen. Dat begint op lokaal niveau. Burgers worden uitgenodigd tot zelforganisatie. Een mooie aanzet daartoe doet het Planbureau voor Leefomgeving in haar rapport ‘Vormgeven aan de Spontane Stad’. Daarin bepleit het PBL voor organische gebiedsontwikkeling waarin ruimte is voor initiatieven voor burgers en bedrijven. Het Rijk moet dan soepeler omspringen met de regelgeving en gemeenten moeten hun regierol loslaten. De overheid zal dan in mindere mate haar eigen burgers gaan controleren en meer zelforganisatie stimuleren. Politieke partijen zullen minder eigen standpunten uitventen en de mogelijkheden van sociale media beter gaan benutten. Zij zullen inzien dat alleen zenden van eigen standpunten op sociale media asociaal is. De media zullen zij dus veel meer gaan gebruiken om te luisteren naar en opvolging te geven aan signalen in de samenleving. Daardoor krijgen burgers meer invloed op hun leefomgeving en te nemen beslissingen. We evolueren dan geleidelijk van een representatieve democratie naar een meer directe democratie.

Beste klantcontact is geen klantcontact

Klantcontact

Midden op de dag gaat de telefoon op ons huisadres. Mijn vrouw heeft een middag vrij een neemt de telefoon op. “Met uw energiebedrijf, ik kan u een mooie korting aanbieden op uw energienota.” Zo’n aanbod kun je natuurlijk niet afslaan. De man aan de andere kant van de lijn belooft de korting direct in te laten gaan. Ter verificatie vraagt hij nog naar het bankrekeningnummer. De machtiging kan dan gelijk worden aangepast aan de verlaagde maandelijkse bijdragen. Een week later ontvingen wij een brief met een ‘bevestiging van aanmelding’ bij de Nederlandse Energie Maatschappij. Mijn vrouw was er van uitgegaan dat zij een tariefsverlaging van ons energiebedrijf Nuon had aanvaard. Onbewust hadden wij de overstap naar een nieuw energiebedrijf gemaakt en telefonisch een bankmachtiging verleend.

Een vergelijkbare ervaring had ik met een overheidsdienst. Iemand van de SVB belde mij tijdens mijn werk over mijn pensioen. “U hebt in het buitenland gewoond. Waarom woonde u in het buitenland?” Ik legde uit dat ik tot mijn achttiende bij mijn ouders in Brussel woonde. Na mijn eindexamen ben ik naar Delft verhuisd om daar te studeren. Na afloop van het telefoontje heb ik de website van de SVB geraadpleegd. Daardoor ben ik er achter gekomen dat mijn AOW vanaf mijn vijftiende jaarlijks met 2% wordt gekort voor ieder jaar dat ik in het buitenland heb gewoond. Ik bemerkte ook dat de SVB uitgaat van de datum waarop mijn ouders naar Nederland zijn verhuisd voor de vaststelling van mijn buitenlands verblijf. Ik wijzig die datum in de datum waarop ik zelf in Delft op kamers ben gaan wonen. Over de bejegening door de medewerker van de SVB dien ik een klacht in.

In beide gevallen word je tijdens het telefoongesprek overvallen. Je kent de context en de consequenties niet. Achteraf word je geconfronteerd met ongewenste gevolgen. De klantbeleving is vergelijkbaar, maar verder zijn er grote verschillen tussen beide voorvallen. De NEM is een commerciële dienstverlener die door middel van een misleidende colportagepraktijk klanten probeert te winnen. Gelukkig heb ik als klant keuzevrijheid. Colportage kent een wettelijke bedenktermijn van acht dagen. Binnen deze termijn is het mogelijk de koopovereenkomst ongedaan te maken. Ik stuurde de NEM een aangetekende opzegbrief en naar Nuon een brief dat ik niet wens over te stappen. Ook diende ik een klacht in bij de NEM over hun agressieve verkoop. De ongewenste koopovereenkomst heb ik ongedaan kunnen maken, maar op mijn klacht heb ik nooit een antwoord ontvangen.

De SVB daarentegen neemt mijn klacht serieus. Ik ontvang een brief van de SVB waarin verontschuldigingen worden aangeboden. De SVB schrijft er naar te streven al haar klanten zo correct mogelijk te woord te staan en alle vragen en eventuele klachten naar tevredenheid af te handelen. De SVB betreurt het dan ook ten zeerste dat dit gedurende het telefoongesprek met één van haar medewerkers niet naar wens is verlopen. Daags daarop ontvang ik nog een brief waarin de SVB mij verzoekt stukken te sturen waaruit blijkt dat ik eerder in Nederland woonde. Per abuis stuurt de SVB ook een interne notitie over mijn ‘gevalsbehandeling’  bij de brief. De interne notitie vermeldt dat de behandelaar zich niet meer goed kan herinneren of ik aan de telefoon heb gezegd met mijn ouders naar Nederland te zijn teruggekeerd: “Ik kan dit ook in ons systeem niet nazien. Of de ouders zijn overleden of wonen toch nog in België en zijn nooit verz geweest voor de AOW. Het gaat mij in deze te ver om dit nader te onderzoeken.”

Ik bel de medewerker die mijn geval in behandeling heeft en leg haar uit dat ik na mijn eindexamen op kamers ben gaan wonen in Delft. Ik stel dat het mij niet redelijk lijkt om 37 jaar na dato nog naar een huurcontract te vragen. De medewerker toont hiervoor begrip en geeft aan dit in haar beoordeling te betrekken. Ik probeer haar nog duidelijk te maken waarom ik mijn klacht heb ingediend en welk gevoel het telefoongesprek met de SVB bij mij opriep. Daarop werden opnieuw excuses aangeboden. Kort daarop ontving ik een pensioenoverzicht voor mijn AOW. Niet de datum waarop ik zelf naar Nederland ben teruggekeerd, maar een latere datum waarop mijn ouders naar Nederland zijn verhuisd wordt aangehouden voor mijn buitenlands verblijf. De registraties en systemen blijken leidend te zijn bij die beslissing. Klantcontact is dan overbodig.

Symptomen bestrijden of oorzaken aanpakken?

line work

“Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.” zei Albert Einstein. De meeste organisaties hebben die wijze les ter harte genomen. Alleen de politiek blijft nog stug vasthouden aan oude denkpatronen. Als de ict binnen de overheid niet goed functioneert, dan adviseert een parlementaire commissie om een autoriteit op te richten die de ict-projecten moet toetsen. Dat is uiteindelijk niet meer dan symptoombestrijding. De politiek probeert de bureaucratie met bureaucratie te bestrijden. Het is uiteraard veel beter om de oorzaken van de problemen aan te pakken.

Informatiebeleid opstellen
Zo ontbreekt het binnen de overheid aan een informatiebeleid. In onze informatiesamenleving stroomt de informatie tussen de bestuurslagen van de overheid en tussen overheid, burgers en bedrijven. Dat vraagt om een samenhangende visie op besturing, processen, eigenaarschap en beveiliging. De totstandkoming van een samenhangend beleid wordt belemmerd doordat de verantwoordelijkheden zijn versnipperd over verschillende bestuurslagen en ministeries. Dit verklaart ook de onsamenhangende lappendeken van informatiesystemen binnen de overheid. Door het delen van kennis en informatie, standaardisatie en hergebruik van functionaliteit is nog veel winst te boeken.

Digitaliseren voor wendbare overheid
Om snel en efficiënt te kunnen inspelen op economische ontwikkelingen en veranderingen in de samenleving moet de overheid wendbaarder worden. Digitalisering vormt de sleutel voor een wendbare overheid. Veel commerciële dienstverleners hebben die slag al gemaakt. Zij zetten de klant centraal in de dienstverlening en hebben hun processen door een “wasstraat” gehaald. Bij de overheid staat nog steeds de verkokerde organisatie en de eigen processen centraal in de dienstverlening. De historisch gegroeide manuele processen zijn geautomatiseerd. Door te digitaliseren kan de overheid de vraag van mensen centraal stellen, waarbij elke vraag zijn eigen proces heeft. Dit vergt een andere werkwijze en het doorbreken van de organisatiesilo’s binnen de overheid.

ICT in beleidscyclus inbedden
Tachtig procent van alle wet- en regelgeving slaat neer in ict-systemen. En toch is ict nog steeds onvoldoende ingebed in de beleidscyclus. De politiek drukt nieuw beleid door zonder de consequenties te overzien. De uitvoeringsorganisatie wordt vervolgens geconfronteerd met een onmogelijke opdracht en onrealistische deadlines. Burgers kijken lijdzaam toe. De naheffing die miljoenen mensen tegemoet kunnen zien is hiervan een mooi voorbeeld. Politieke partijen sloten in alle haast het herfstakkoord. De belastingdienst kon die wijzigingen niet tijdig verwerken in de systemen en burgers worden een jaar later verrast met een naheffing. De overheid zou structuur moeten aanbrengen in haar administratieve processen tussen de juridische wereld, de uitvoering en de werkelijke wereld.

Deltaplan ict opstellen
Twee jaar geleden vroeg Kamerlid Van der Burg de toenmalige minister van BZK een concreet Deltaplan ict op te stellen om de ict-problemen binnen de overheid aan te pakken. Zij werd afgescheept met een aantal oude plannen waar een nietje doorheen was geslagen. De huidige minister kan die blamage goedmaken door een beeld te schetsen van de inrichting van informatieprocessen en -stromen bij de overheid, inclusief de (maatschappelijke) kosten en baten. Dat maakte deel uit van het onderzoek van de commissie Elias, maar werd niet opgeleverd in de rapportage. Als de minister de oorzaken van de ict-problemen gaat aanpakken, en daarvoor alsnog een Deltaplan ict oplevert, blijft ons een parlementaire enquête over pakweg zeven jaar bespaard.

Gezonde prikkel is achterhaald

skatebaan

De overheid wil gewenst gedrag stimuleren. Als je dat gewenste gedrag vertoont dan word je beloond. Meestal gebeurt dat in de vorm van geld. Je krijgt meer of betaalt minder. We noemen dat een gezonde prikkel. Deze wordt altijd top down wordt toegediend. Maar op een gegeven moment werkt het niet meer en lokt de prikkel ongewenst gedrag uit. Dan spreken we van een perverse prikkel.

Gezonde prikkel wordt perverse prikkel
Sommige prikkels hebben totaal geen effect. Niemand gaat minder drinken of autorijden door de omvang van de accijnzen op alcohol en benzine. En als het ons te gortig wordt dan bedenken we maatregelen die de pijn wegnemen. De leaseregelingen bijvoorbeeld stimuleren juist het rijden van zoveel mogelijk kilometers. Maar vaak hebben de prikkels een ongewenste uitwerking. De hypotheekrente aftrek was ooit bedoeld om het eigen woningbezit te stimuleren. Het heeft de bevolking met torenhoge schulden opgezadeld. De aftrek zit inmiddels volledig verdisconteerd in de huizenprijzen die veel hoger zijn dan in onze buurlanden die de aftrek niet hebben. Het stimuleringsbeleid van de overheid heeft een averechts effect gehad. Mensen met grote villa’s profiteren van de aftrek. Starters komen niet aan de bak. Eigenlijk zou niet de schuld, maar de aflossing aftrekbaar moeten zijn. Andere prikkels met ongewenste effecten zijn de publicatiedruk in de wetenschap en bonussen in het bedrijfsleven. Publicatieprikkels resulteren in irrelevante publicaties en soms zelfs vervalsing van onderzoeksgegevens. De bonussen in het bedrijfsleven lokken risicovol gedrag uit.

Technocratisch denken
De prikkels helpen ons niet langer verder vooruit, maar lijken een doel op zich te zijn geworden. Onze westerse wereld wordt met het stijgen van de welvaart steeds meer gedomineerd door het technocratisch denken. Alleen de feiten tellen en meten is weten. Morele overwegingen worden daardoor op de achtergrond gedrongen. Die waardevrije technocratische benadering is volledig doorgeslagen. Een mooi voorbeeld daarvan is de aanpak van Annemarie Jorritsma in de richting van de jongeren in haar gemeente. Zij beloofde te zullen meebetalen aan een skatebaan als het vandalisme rond de jaarwisseling binnen de perken zou blijven. Dat bleek het geval en de ruim 70.000 euro schade in Almere tijdens oudejaarsnacht beloonde zij vervolgens met een skatebaan.

Overheid moet leren loslaten
In de moderne netwerksamenleving werkt het stimuleringsbeleid van de overheid niet meer. Top down sturing om gedrag te beïnvloeden wordt steeds minder geaccepteerd en werkt meestal averechts. De effecten van het sturen met geld zijn ook bijna geheel verdwenen. De overheid moet leren loslaten. Zij zal zich moeten beperken tot het scheppen van (wettelijke) kaders. De samenleving zal in toenemende mate zichzelf gaan organiseren. Mensen hoeven niet meer van buitenaf te worden geprikkeld. Zij halen voldoening uit wat zij zelf tot stand brengen in hun omgeving.

Het gelijk van Elias

Elias2

De tijdelijke commissie ICT-projecten bij de overheid constateert dat de rijksoverheid de besturing en beheersing van ICT-projecten niet op orde heeft. Die conclusie zal niemand verbazen, maar de wijze waarop de commissie haar werk heeft gedaan dwingt respect af. En voor wie nog twijfelde aan de bevindingen: de actualiteit van de laatste weken vormt het levend bewijs.

De commissie hekelde de gang van zaken rond het ICT-systeem achter Werk.nl dat al jarenlang wordt geplaagd door technische problemen. De aansturing van de betrokken leveranciers zou tekort schieten. Recentelijk werd de Werk.nl vanwege beschadigde bestanden wederom geplaagd door een langdurige storing. Onduidelijk is hoe de bestanden zijn beschadigd. UWV gaat een claim indienen bij de ict-leveranciers als daar aanleiding voor is.

ICT dashboard
De commissie stelde vast dat het Rijks ICT-dashboard een volstrekt ongeloofwaardig instrument is: ‘de aangeleverde informatie vanuit de projectorganisaties is beperkt, onvolledig en onvoldoende tijdig.’ Vlak voor de aanbieding van het rapport door de commissie, trok de Sociale Verzekeringsbank na acht jaar en 44 miljoen de stekker uit het SVB10-project. Het ICT-dashboard stond op het moment dat het project werd stopgezet nog op groen: status normaal. “Lachwekkend als het niet zo triest zou zijn” oordeelt Elias.

ICT leveranciers
De commissie krijgt suggesties dat externen machtsmisbruik zouden plegen rondom ICT-projecten bij de rijksoverheid. Ondanks herhaaldelijke verzoeken om – desnoods anoniem – man en paard te noemen, krijgt de commissie geen harde bewijzen op tafel van gepleegde fraude. De Zembla uitzending begin deze maand bevestigen de vermoedens van fraude. Nog steeds is er niets bewezen, maar het Openbaar Ministerie is een onderzoek begonnen naar eventuele fraude en prijsafspraken in de automatiseringsbranche. Het OM krijgt daarbij mogelijk hulp van de Autoriteit Consument en Markt.

ICT kennis
‘Kamerleden zijn zich er vaak niet van bewust dat vele dossiers een ICT-component hebben’ constateert de commissie. Het ICT-bewustzijn onder Kamerleden is niet hoog. De Kamervoorzitter gaat daarin voorop. Bij de aanbieding van het rapport moest zij erkennen dat zij daags daarvoor even had gegoogeld waar ICT voor staat: ‘Information and Communication Technology’. Een beter bewijs voor het gebrek aan ICT-kennis in de Kamer had de commissie zich niet voor kunnen stellen. De commissie doet de aanbeveling ICT op te nemen in het introductieprogramma voor nieuwe Kamerleden.

Informatiepositie Kamer
Misschien wel de belangrijkste conclusie van de commissie betreft de documentaire informatievoorziening van de ministeries. ‘Die hebben hun (digitale) archieven niet op orde, lijken zich in sommige gevallen niks aan te trekken van de wettelijk vereiste bewaartermijnen, en het is op z’n zachtst gezegd opvallend dat in sommige gevoelige kwesties er zelfs helemaal geen documentatie voorhanden is.’

De commissie heeft grote moeite moeten doen om de informatie boven water te krijgen. Daarbij stuitte Elias ook op een weinig coöperatieve houding van de ministeries. ‘Dit vormt een belemmering voor het parlementaire onderzoeksrecht’ oordeelt Elias. De Kamer kan haar controlerende taak niet goed uitoefenen als de informatie incompleet, ontijdig en incorrect wordt aangeleverd. Met zijn vasthoudendheid op dit punt en door de informatiepositie te benadrukken draagt Elias bij aan versterking van het onderzoeksrecht van de Tweede Kamer.

ICT-bedrijven: neem maatschappelijke verantwoordelijkheid

duurzaam-people-planet-en-profit

“Mijn belangrijkste uitdagingen zijn: ongelijkheid tussen man en vrouw, armoede en analfabetisme.” Dit is niet de uitspraak van een ontwikkelingswerker. Noch van iemand van de overheid of een politicus. Het was de openingszin van de presentatie van de topman van een Indiaas IT-bedrijf. Indiase bedrijven helpen de samenleving niet door aan de overheid te leveren. Zij zijn maatschappelijk betrokken en leveren hun diensten rechtstreeks aan de samenleving.

Maatschappelijke betrokkenheid
In ons land leveren ICT-bedrijven nog traditioneel expertise aan bedrijven en overheid om IT-systemen te implementeren. Het gaat hierbij dan veelal om standaard pakketten of maatwerksystemen met eigen data. IT-bedrijven kunnen beter een rol spelen in de waardeketen van bedrijven en overheid. De toegevoegde waarde is meetbaar door verlaging van de transactiekosten, bijvoorbeeld door het kanaal te faciliteren van producent naar consument. Bedrijven als Airbnb en Uber danken daaraan hun succes en groeien sneller dan welk bedrijf in de geschiedenis. Opdrachtgevers van ICT-bedrijven vragen tegenwoordig om maatschappelijke betrokkenheid: “ICT-bedrijven zitten in het hart van de oplossingen! Maar jullie moeten goed luisteren wat er nodig is. Jullie moeten gesprekspartner willen zijn; partner in oplossingen. Ik word nooit gelukkig van het kijken naar een apparaat, maar als iemand met een bloedziekte zichzelf kan controleren, of een oudere kan langer op zichzelf wonen, of de brandweer hoeft een deur niet in te trappen, maar kan die op afstand openen; dan krijg ik een oplossing. Dan ben ik zelf meester van mijn eigen oplossingen. ICT als sleutel in dergelijke oplossingen; dat is de kracht van jullie werkveld.”

Nutsbedrijven van de toekomst
ICT-bedrijven zullen zich moeten omvormen naar nutsbedrijven met een maatschappelijke verantwoordelijkheid. De klassieke verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer verdwijnt daarmee. Complexe en risicovolle openbare aanbestedingen voor IT-projecten, zoals binnen de overheid, zijn dan eveneens verleden tijd. Daar komen dan diensten voor in de plaats die rechtstreeks aan de samenleving worden geleverd. Maar in de ICT-markt gaat ook een nieuwe dynamiek ontstaan. Startups zullen de markt betreden. MKB bedrijven krijgen meer kansen. Zij zorgen voor innovatie en waarde diensten zoals mobiele toepassingen. Een groeiend aantal zzp’ers zal ICT-expertise via marktplaatsen aanbieden. De ICT-markt groeit op termijn naar een volwassen bedrijfstak die zorgt voor innovatie en kwalitatieve diensten in onze samenleving.

Innovatie en waardediensten
ICT speelt een belangrijke rol om de innovatie aan te jagen en oplossingen aan te dragen voor maatschappelijke vraagstukken. Het succes van ICT-bedrijven zal in toenemende mate worden bepaald door de mate waarin zij in staat zijn Maatschappelijk Verantwoord te ondernemen. ICT kan bijdragen aan het bevorderen van bijvoorbeeld arbeidsparticipatie, armoedebestrijding, biodiversiteit, gezondheid, klimaatverandering, energie en milieu, ketenverantwoordelijkheid, veiligheid en duurzaam inkopen.

Dienstverlening draait om mensen

school (1)

Gemeenten staan komend jaar voor een forse uitdaging. Hoe kunnen zij gelijktijdig hun dienstverlening uitbreiden, kwaliteit verhogen en bezuinigen? Die doelstellingen lijken niet met elkaar te verenigen. Toch is dit mogelijk. De oplossing ligt in een vergaande standaardisering en samenwerking tussen gemeenten. Basisdiensten kunnen volledig digitaal worden geleverd. Voor minder dan 10% van de zaken moet de gemeente maatwerk leveren.

De meeste mensen zijn redelijk tevreden over de basisdiensten van een gemeente, zoals het verstrekken van een paspoort of het aanvragen van een vergunning. Maar als het gaat om persoonlijke problemen, die afwijken van de standaard gemeentelijke producten, dan gaat het vaak mis. De burger voelt zich dan niet begrepen en wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Ik heb dat zelf ervaren toen ik mijn gemeente verzocht een einde te maken aan een gevaarlijke situatie bij de afvalinzameling. Elke maandag om 8.30 uur rijdt een vuilniswagen achteruit een doodlopend pad in om een container op te halen. De wagen rijdt op dat tijdstip door een haag van lopende en fietsende kinderen op weg naar de basisschool, die is gelegen aan het einde van het pad. Nadat ik de gemeente nog een keer aan mijn verzoek had herinnerd ontving ik een brief van de directeur Ruimtelijke Ordening: “Inderdaad heeft u geen reactie gehad binnen de gestelde termijn. Dit is niet correct en mijn excuses hiervoor. Het reinigingsbedrijf zal binnenkort met u contact opnemen. Ik ga er van uit dat dit nu in orde komt en er geen inzameling meer plaatsvindt op het moment dat de school begint. De contractmanager van de gemeente zal contact met u opnemen om na te gaan of de situatie is opgelost.” Van het reinigingsbedrijf en de contractmanager heb ik niets meer vernomen. En een jaar later rijdt de vuilniswagen nog steeds op de maandagochtend door de schoolgaande jeugd.

Dit voorbeeld illustreert het verschil in de beleving tussen de gemeenteambtenaar en de burger. De ambtenaar loopt zijn proces af. In dit geval het proces burgerbrieven. Dat proces eindigt bij het schrijven van een brief aan de klager. De ambtenaar biedt standaard excuses aan en meldt dat het allemaal goed zal komen. Met het versturen van de brief zit zijn werk er op. Het proces van de gemeente wordt afgesloten. Maar niet voor mij. Ik zit niet te wachten op excuses en een ambtelijke brief. Ik wil dat mijn kinderen veilig naar school kunnen lopen.

Gemeenten kunnen hun processen digitaliseren over gemeentegrenzen heen, omdat de processen van de gemeenten grotendeels identiek zijn. Slimme IT oplossingen kunnen dubbele processen wegnemen, handmatige administratieve processen terugdringen; de kwaliteit van de informatievoorziening en de transparantie verhogen. Dit komt ook ten goede aan de burger die via het internet toegang krijgt tot zijn zaken en in de voortgang daarvan. Maar aan het loket moet een ander type ambtenaar komen die de belangen van de burger integraal behartigt. Die ambtenaar schrijft geen excuusbrieven en verwijst niet door naar een ander loket, maar helpt echt. De vraag van mensen staat daarbij centraal. En elke vraag heeft zijn eigen proces.