Best Value Website

Noord-Holland

De provincie Noord-Holland wil haar website vernieuwen. De huidige website dateert al van 2009 en is verouderd. Met een nieuwe site hoopt de provincie de bekendheid van het provinciebestuur te vergroten en het vertrouwen erin te versterken. Op dit moment doet de provincie het onderhoud en beheer van haar website nog zelf, maar het acht dit niet langer onderdeel van haar kerntaak. Daarom zoekt de provincie een structurele oplossing om het beheer van haar website buiten de deur te organiseren. De provincie schrijft daarom een Europese aanbesteding uit voor de levering en het beheer van nieuwe website en intranet.

In een traditionele aanbesteding wordt bij de gunningsleidraad een programma van eisen en wensen gevoegd. Gegadigden moeten bij inschrijving aangeven wat zij daarvan kunnen leveren. Dit wordt dan zwaar meewogen in de beoordeling van de aanbiedingen. In de praktijk wordt daarop nooit het verschil gemaakt. De meeste leveranciers geven namelijk aan alles te kunnen realiseren. De aanbesteder moet dan gunnen aan de inschrijver die de laagste prijs heeft geboden. Die blijkt dan vervolgens vaak niet volledig naar wens te kunnen leveren en bewust of onbewust een te lage prijs te hebben geboden. Het resultaat is dan uiteindelijk een lagere kwaliteit en een hogere prijs.

De provincie Noord-Holland kiest niet voor een traditionele aanbesteding, maar voor een prestatie-inkoop die is gebaseerd op de inkoopmethodiek van Dean Kashiwagi. Deze methodiek wordt Best Value Procurement genoemd en beoogt de meeste waarde te verkrijgen tegen de laagste prijs. Het programma van eisen en wensen wordt daarbij losgelaten. Daardoor krijgen inschrijvers de mogelijkheid om op kwaliteit het verschil te maken. De aanbesteder zoekt een expert die hem begeleidt naar zijn doel. Best Value betekent in de uitvoering van de opdracht een verschuiving van ‘controleren en beheersen’ naar ‘loslaten en vertrouwen’. Tijdens de aanbesteding moeten gegadigden in geanonimiseerde beweringen en tijdens interviews aantonen de geschikte expert te zijn die het voortouw neemt bij de uitvoering van de opdracht.

Aanbestedingsspecialisten leggen de Best Value aanpak vaak uit aan de hand van een expeditie naar de Himalaya-reus K2. En wat willen wij weten van een gids die ons naar de top begeleidt: Welke route gaat hij nemen en wat zijn daarbij de risico’s? Hoe vaak heeft hij een expeditie op de K2 geleid? Hoeveel mensen hebben onder zijn leiding de top gehaald en is iedereen veilig thuis gekeerd? Verder vertrouwen wij er op dat hij de juiste uitrusting selecteert. Wij gaan voor de K2-expeditie niet uitgebreid vragen stellen over stijgijzers of touwen, laat staan dat wij daar eisen aan gaan stellen. Dat is natuurlijk mooi in theorie. In de praktijk vraagt de overheid ook in Best Value aanbestedingen nog steeds naar technische hulpmiddelen, vergelijkbaar met stijgijzers en touwen. Het is dan aan de inschrijvers om uit te vinden wat men met die touwen van plan is: touwtrekken of bergbeklimmen. Zij kunnen daar natuurlijk schriftelijke vragen over stellen, maar zullen dan waarschijnlijk te horen krijgen dat de touwen overal geschikt voor moeten zijn.

De provincie Noord-Holland vraagt nu ook technische hulpmiddelen uit. Een nieuwe provinciale website moet maximale flexibiliteit en optimale toegankelijkheid, gebruiksgemak en klanttevredenheid bieden. Welke communicatiedoelstellingen de provincie daarmee wil bereiken vermeldt de gunningsleidraad niet. De huidige website was al verouderd toen die vijf jaar geleden live ging. In het tijdperk van mobiele technologie, cloud, sociale media, big data en wearables zijn er allang innovatievere middelen die in samenhang ingezet kunnen worden voor een eigentijdse communicatie. Inschrijvers kunnen zich daar nu niet mee onderscheiden en de provincie blijft vooralsnog ouderwets communiceren. De aanbesteding wordt gepubliceerd onder de naam: ‘Website en intranet Best Value aanpak’. Niet de website maar een experiment met de prestatie-inkoop lijkt het doel te zijn.

Een beetje integer bestaat wel

baazethics-608

Klanten uitnodigen voor een golftoernooi om te kunnen netwerken, een politicus die overstapt naar het bedrijfsleven om bij zijn voormalige collega’s te lobbyen of iemand wegkopen bij een concurrent om daar commercieel voordeel mee te behalen. Tot voor kort keken we daar niet van op. Nu vinden we het niet integer en over een aantal jaren is het wellicht strafbaar.

Zo vinden wij de onregelmatigheden bij de aanbesteding van het openbaar vervoer van de provincie Limburg volstrekt onacceptabel. Een voormalig directeur van vervoersbedrijf Veolia speelde een dubbelspel door vertrouwelijk informatie te delen met bestuurders van concurrent Qbuzz/Abellio. Hij werd door NS-dochter Qbuzz via een adviesbureau ingehuurd om zich richten op het winnen van de aanbesteding. Zowel de Veolia-directeur als de Qbuzz-bestuurders waren zich bewust van de integriteitsschending, want de inhuur via het adviesbureau was bedoeld om het concurrentiebeding te omzeilen en de Veolia-directeur kreeg een telefoon en emailaccount onder een andere naam.

Integriteit gaat veel verder dan het handelen conform de wet, regels en gedragscode. Het heeft vooral te maken met ethisch verantwoord handelen. Het gaat vooral om respect voor anderen, moraal en fatsoen. Een kant en klaar recept hoe te handelen in een bepaalde situatie is er niet. Afhankelijk van de rol, omstandigheden en persoonlijke inschatting maken mensen verschillende keuzes. Dat bleek uit de resultaten van een enquête over een aantal ethische kwesties die door iBestuur werd gehouden onder mensen van de overheid, ict-bedrijven en zelfstandigen.

Als een ICT-leverancier aan een inkoper bij de overheid specificaties toestuurt op een iPad zou je die iPad dan houden of niet? Ja zegt 19 procent van de respondenten. Dat is opmerkelijk want binnen de overheid en bij vrijwel alle bedrijven is het aannemen van geschenken van een dergelijke waarde niet toegestaan. De overige 81 procent zou de iPad niet gebruiken. De praktijk is vervolgens dat vrijwel niemand het geschenk terugstuurt, wat eigenlijk wel zou moeten.

Mag je als zzp’er een opdracht aannemen om een leverancier te begeleiden bij een aanbesteding die je daarvoor hebt helpen opzetten voor de overheid? Dat is niet toegestaan zegt 10 procent. 42 procent vindt het niet integer. 48 procent vindt dat dit wel moet kunnen. Deze case heeft veel weg van de aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg. Een zzp’er die voor beide partijen aan dezelfde zaak werkt kan dan wel beloven geen vertrouwelijke gegevens te zullen prijsgeven, hij heeft de schijn tegen. Een dubbelrol is niet toegestaan als hij voor de overheid een geheimhoudingsverklaring heeft getekend die belangenverstrengeling verbiedt.

In het schemergebied voelt eenieder aan wanneer een grens wordt overschreden. Bepalend is of je bereid bent tot volledige transparantie van je handelen. Bij het lekken van bedrijfsgeheimen van Veolia was dat duidelijk niet het geval. Ironisch genoeg heeft het bezit van vertrouwelijke informatie geen rol gespeeld bij het winnen van de opdracht. Zonder de informatie had Qbuzz de opdracht ook gewonnen, want Veolia had zichzelf uit de aanbesteding gespeeld door een ongeldige aanbieding te doen. De NS-dochter zal haar roekeloze gedrag nu moeten bekopen met het kwijtraken van de concessie voor het openbaar vervoer in Limburg.

Bel ons niet anoniem

bel me niet

Als je tijdens etenstijd of zaterdagmiddag wordt gebeld door anoniem dan kun je er gif op innemen dat je een telemarketeer aan de lijn krijgt. Die claimt even van je tijd om je een verlenging van een abonnement, deelname aan een marktonderzoek, verhoging van een goede doelen donatie of hersteladvies woekerpolis aan te praten. Iedereen vindt telemarketing storend, ook als het een bedrijf betreft waarbij zij reeds klant zijn. Consumenten kunnen zich wapenen tegen ongewenste telefoontjes, maar volledig daarvan vrijwaren is vrijwel onmogelijk.

Een eenvoudige manier om ongewenste telefoontjes tegen te gaan is wegdrukken van oproepen zonder nummerherkenning. Dit is alleen geen duurzame oplossing, want de meeste callcenters blijven bellen en werken met automatische systemen die nummers bellen. Het gesprek wordt pas naar een agent doorgeleid als er wordt opgenomen. Het gesprek begint daarom meestal standaard met de volgende vraag die ons wordt gesteld: “Spreek ik met de heer of mevrouw Bozeveen?” Zelden hebben wij daarna de tegenwoordigheid van geest daarop te antwoorden dat de agent verkeerd moet zijn verbonden en op te hangen. Wij laten het gesprek op ons afkomen en ergeren ons vervolgens groen en geel vanwege de tijd die wordt geclaimd en de aanbieding waarover wij geacht worden per direct te beslissen.

Ergerlijk is het ook wanneer je achteraf constateert te zijn misleid. Zo werd mijn vrouw op een vrije middag overvallen door een telefoontje met de wervende mededeling: “Met uw energiebedrijf, ik kan u een mooie korting aanbieden op uw energienota.” Zo’n aanbod kun je natuurlijk niet afslaan. De man aan de andere kant van de lijn belooft de korting direct in te laten gaan. Ter verificatie vraagt hij nog naar het bankrekeningnummer. De machtiging kan dan gelijk worden aangepast aan de verlaagde maandelijkse bijdragen. Een week later ontvingen wij een brief met een “bevestiging van aanmelding” bij de Nederlandse Energie Maatschappij. Mijn vrouw was er van uitgegaan dat zij een tariefsverlaging van ons energiebedrijf Nuon had aanvaard. Maar onbewust hadden wij de overstap naar een nieuw energiebedrijf gemaakt en telefonisch een bankmachtiging verleend.

Je wordt tijdens het telefoongesprek overvallen. Je kent de context en de consequenties niet. Achteraf blijk je daarvan het slachtoffer te zijn geworden en word je geconfronteerd met ongewenste gevolgen. De koopovereenkomst hebben wij met veel moeite ongedaan kunnen maken en sindsdien proberen wij ons tegen ongewenste telefoontjes te wapenen. Wij hebben ons aangemeld bij het Bel-Me-Niet Register. Waar nodig maken wij gebruik van ons ‘recht van verzet’ door aan te geven dat wij niet meer telefonisch benaderd willen worden. Bedrijven zijn wettelijk verplicht dit te verwerken. Wat ons nu nog rest is de optie op ludieke wijze wraak te nemen of te wachten op een optie om alle anonieme nummers automatisch te blokkeren.

Geen geluk zonder pijn

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hard en lang maar rustig, zo moest de eerste slag worden gemaakt. Daarna twee halen op driekwart van de lengte, om op tempo te raken. Dan weer een hele, gevolgd door twintig extra harde halen en tegen die tijd hoorde je in de race te zitten, je eigen race, je liet de opbouw niet door anderen bepalen. ‘Ogen in de boot. Niet voortdurend naar de tegenstander kijken. Beheersing. Discipline. Aan de eigen planning denken.’

Dat zijn de wedstrijdinstructies van de roeicoach in het boek ‘Over het water’ van Jan Maarten van den Brink. De eerste starthalen kun je eindeloos oefenen en op commando uitvoeren, daarna moeten de roeiers het zelf doen. De roeiers moeten in hun race de juiste balans vinden tussen twee extremen: lafheid en overmoed. Als de roeiers te voorzichtig aan de race beginnen dan kunnen ze de aansluiting verliezen. Door een overmoedige start gaan de spieren eerder verzuren, waardoor de roeiers de hardheid van de halen minder lang kunnen volhouden. Uiteindelijk streven wedstrijdroeiers één doel na: het hoogste goed ofwel de overwinning. Volgens Aristoteles kan dat geluk worden bereikt onder de voorwaarden dat het door anderen wordt erkend en het zoveel mogelijk plezier en zo min mogelijk pijn brengt.

Winnen is het hoogste doel in de roeisport, maar wat gebeurt er in de race als de overwinning nabij lijkt en de tegenstand roeit voorbij? Roeiers die hun tegenstanders inhalen krijgen vleugels, terwijl de roeiers die worden ingelopen lijken te verlammen. Psycholoog Ruud den Hartigh promoveerde op de psychologie achter sportprestaties en de rol van momentum in de sport. Hoe komen sporters in een positieve of negatieve spiraal? Hij liet roeiteams op de roeiergometer deelnemen aan een gesimuleerde wedstrijd, waarbij de roeiers hun onderlinge posities konden zien op het scherm. Den Hartigh constateerde dat roeiers die het gevoel hebben dat de winst dichterbij komt, of juist verder weg raakt, verschillend reageren. ‘Vooral een negatief momentum, waarbij een voorsprong uit handen wordt gegeven, heeft veel effect’ beweert Den Hartigh ‘Sporters proberen in eerste instantie een tandje bij te zetten als ze worden ingehaald, maar we zagen in onze metingen dat hun kracht vrij snel afnam, hun coördinatie en vooral ook hun geloof in de winst.’

Het onderzoek van Den Hartigh bewijst het gelijk van de roeicoach: je vaart je eigen race, die je niet door anderen laat bepalen. Je gaat uit van eigen kracht om het potentieel dat in je zit volledig te benutten. Dat vergt oefening en training om grenzen te verleggen en de pijn bij zware inspanning te leren verdragen. Daarbij moeten de roeiers hecht samenwerken met hun teamgenoten. Het gaat om de juiste balans, de perfecte cadans waarbij de roeiers hun eigen ego ondergeschikt moeten maken aan het gezamenlijk doel: het winnen van de wedstrijd.

Geen beweging zonder moeite. Geen geluk zonder pijn erbij, die je kunt voelen, aan kunt wijzen, bij zijn spartelende staart kunt grijpen terwijl het gemakkelijker zou zijn geen moeite te doen en hem weg te laten glippen. (Uit : ‘Over het water’ van Jan Maarten van den Brink)

Waarheidsvinding Fyra-debacle vraagt om politieke zelfreflectie

FyranaarBrussel

Het Fyra-debacle heeft de samenleving 10,8 miljard gekost. Dat berekende de parlementaire enquêtecommissie, die nu gaat onderzoeken hoe het zover heeft kunnen komen. Tot voor kort verviel de politiek bij de waarheidsvinding in haar gebruikelijke reflex. Als er iets ontspoort in de samenleving wordt direct gewezen naar de schuldigen. Dat zijn de fraudeurs, de banken of de (overheids)bedrijven die de problemen veroorzaakt zouden hebben. Helaas wordt zelden kritisch gekeken naar de echte oorzaken die de problemen hebben veroorzaakt. De politiek lijdt aan een kortetermijngeheugen. Vaak heeft zij zelf schuld aan de situatie die de ontsporing heeft veroorzaakt.

Een schoolvoorbeeld van politieke bemoeienis is de aansturing van de Nederlandse Spoorwegen. Het bedrijf werd door verkeersminister Netelenbos – geheel tegen haar zin en onder politieke druk, zoals uit de verhoren van de enquêtecommissie blijkt – gedwongen tot een veel te hoge hsl-concessievergoeding. Tegelijkertijd mochten de spoorwegen voor een hsl-reis niet meer dan 125 procent van een normaal treinkaartje vragen. Adviezen aan de minister van ambtenaren, McKinsey en de Landsadvocaat, die wezen op de financiële wurggreep, werden in de wind geslagen. De NS moest een onhaalbare business case haalbaar maken. Die eis werd vervolgens vertaald in een openbare aanbesteding. Gerenommeerde leveranciers van hogesnelheidstreinen haakten af. Een noodlijdende Italiaanse fabrikant van metrostellen met een dubieuze reputatie schreef wel in. De NS had procedureel geen andere keuze dan de order te gunnen aan de Italianen die het laagste bod hadden gedaan. Na drie jaar van proefritten werd de Fyra vrijgegeven op het hogesnelheidsspoor. De treinen werden het sneeuwlandschap ingestuurd en bleken mankementen te vertonen. Het project ontspoorde en de schuld van het debacle werd volledig afgeschoven op de Italiaanse treinenbouwer.

Het probleem bij de waarheidsvinding is de vertrouwenscrisis waarin onze samenleving verkeert. Burgers klagen over de politiek. De politiek wijst traditioneel naar andere organisaties, zoals banken, bedrijven en toezichthouders. Wij vertrouwen elkaar niet meer en schuiven de problemen af op de ander. De sleutel voor een oplossing ligt bij onszelf. Wij moeten onszelf in de spiegel kijken en nagaan wat wij zelf kunnen veranderen. De politiek kan daarin het goede voorbeeld geven. Vertrouwen is wat onze samenleving bindt. Herstel van vertrouwen vraagt om zelfreflectie.

Laat ons zwaarden omsmeden tot ploegscharen

The-UN-Statue-Garden

In de tuin van het gebouw de Verenigde Naties in New York staat het beeld van een man die een zwaard omsmeedt tot een ploegschaar. Het beeld is in 1958 geschonken door de toenmalige Sovjet Unie aan de VN. Het beeld staat symbool voor het einde van geweld en het begin van de wereldvrede. Daarvoor is de Verenigde Naties in het leven geroepen. Acht eeuwen voor Christus is deze droom tot stand gekomen. Profeet Jesaja ziet dat de mensen hun God kwijt zijn geraakt. Zij gebruiken geweld, plunderen andere volken en vereren afgoden. In zijn profetie kondigt Jesaja de komst aan van Jezus, de Messias en Gods rechtvaardige heerser.

Daarmee wordt wereldwijde gerechtigheid en einde van het geweld voorspeld:

En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. (Jesaja 2.4)

Een wereldwijde gerechtigheid en een einde van het geweld is nu verder weg dan ooit. Het overgrote deel van de wereldbevolking gaat gebukt onder religieuze discriminatie en sektarisch geweld. Zo gaat het niet goed met de tolerantie tegenover Joden in Europa. Het aantal gewelddaden tegenover Joden en Joodse instellingen is vorig jaar met 40 procent gestegen. Het aantal uitingen van antisemitisme is vooral in België en Frankrijk toegenomen, met als dieptepunt de terroristische aanslagen. Bij de terreuraanslag vorig jaar bij een Joods Museum in Brussel vielen vier doden. Dit jaar gijzelde gijzelde Amedy Coulibaly, twee dagen na de aanslag op het satirische weekblad Charlie Hebdo, het supermarktpersoneel en bezoekers van de Joodse supermarkt Hyper Cacher in Parijs en bracht daarbij vier mensen om het leven.

De aanslagen hebben geleid tot een toename van de moslimdiscriminatie. In Nederland heeft afgelopen jaren meer dan 40 procent van de moskeeën last gehad van uitingen van geweld. Het geweld tegen moslims is even verwerpelijk als het jihadistische terrorisme. Geen enkele vorm van geweld tegen anderen is gerechtvaardigd. Alleen overheden hebben het geweldsmonopolie, maar dat geweld geldt enkel voor het handhaven van het recht. Op grond van de bijbel is gebruik van geweld ook niet toegestaan.

Wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen. (Matteüs 26:52)

Internet verenigt nazaten stamvader

familie JHG Boissevain

Lucas Bouyssavy is stamvader van de familie Boissevain. Hij vlucht in 1687 vanwege geloofsovertuiging op 25-jarige leeftijd uit zijn vaderland Frankrijk. Zijn familie en bezittingen heeft hij achtergelaten. Na drie jaar gevaarlijke omzwervingen vestigt hij zich in 1691 in Amsterdam. Meer dan drie eeuwen later telt het aantal nazaten van de Lucas meer dan 1.000 familieleden met de naam Boissevain over de hele wereld.

Vlucht naar Nederland
Lucas verkoopt op jonge leeftijd zijn voorvaderlijk erfgoed en maakt voor zijn vertrek uit Frankrijk zijn testament op. Als vluchteling is hij volledig berooid, maar met veel medeleven en steun van zijn kerk en de tolerante Nederlandse bevolking bouwt hij een nieuw bestaan op. Behalve de tekst van zijn testament is weinig bekend over Lucas en zijn Franse voorouders. Onderzoeken naar zijn herkomst en voorouders in archieven bij kerk en burgerlijke stand hebben tot nu toe weinig resultaat opgeleverd. Van de twee kinderen van Lucas en zijn vrouw Marthe is evenmin weinig bekend.

Sociale stijging en emigratie
In de navolgende generaties ontworstelt de familie zich uit de armoede. Zij houden zich vooral bezig met handel en scheepvaart. Daarnaast vervullen verschillende leden van de familie belangrijke posities op uiteenlopend gebied, bijvoorbeeld functies in de Waalse gemeente, in de Gemeenteraad, in de Tweede Kamer en in de Rechtbank van Koophandel. De sociale stijging van de familie zet door in de negentiende eeuw. Getuige de dagboeken, brieven en reisverslagen hebben de Boissevains een rijk sociaal leven in en rond Amsterdam. In de loop van de generaties spreidt de familie zich verder uit over de rest van Nederland en Europa. Daarna verspreidt de familie zich over het Noord-Amerikaanse continent. Ook in het voormalig Nederlands-Indië is de familie in prominente posities aanwezig.

Herinneringen levend houden
Om de familieband te versterken en de historie van de familie te behouden wordt in 1934 een familieverband opgericht. Deze gaat in 1967 op in een familie Stichting. De familiestamboom wordt in kaart gebracht en een centraal familiearchief opgebouwd. Jaarlijks wordt een bulletin uitgegeven met familienieuws en eens in de vijf jaar wordt een familiereünie georganiseerd. In 2005 heeft het Amsterdams gemeente archief de inventaris van de familie geïnventariseerd. Het familiearchief beslaat circa 25 meter planklengte correspondentie, documenten en foto’s. De inventaris van het archief en later ook de gedigitaliseerde documenten worden door het Gemeentearchief op internet gepubliceerd en intensief geraadpleegd. Het online archief wordt gebruikt voor educatieve doeleinden (bijv. om het leven in de negentiende eeuw te illustreren) en wordt ook veelvuldig geraadpleegd voor het schrijven van scripties en onderzoek.

Familiegeschiedenis op internet
Vanaf het begin van deze eeuw is de familie actief op internet met een eigen website. In 2008 wordt de stamboom middels Genealogie Online op internet gepubliceerd. Het aantal bezoeken en informatieverzoeken neemt daarna snel toe. Mensen op zoek naar het verleden van de familie en aanverwante families raadplegen de stamboom. Door internetcontacten komt de familie meer te weten over de herkomst uit Frankrijk en voorouders uit de zestiende eeuw. Internet betekent veel voor de familie bij haar speurtocht naar het gezamenlijke verleden. Dit is ook wat de familie samenbrengt tijdens de familiereünies. Enthousiast gemaakt door informatie en aankondigingen op internet ontmoeten familieleden uit alle windstreken elkaar in Amsterdam. Generaties met een gezamenlijke stamvader genieten van een rondvaart door de grachten en bekijken de grachtenpanden waar een rijke familiegeschiedenis schuil gaat.

Familiecontacten via sociale media
Vanaf 2008 wordt actief gebruik gemaakt van sociale media om de familiebanden te onderhouden. Familiegroepen zijn gevormd en nieuwe familiecontacten gelegd. Lucas Bouyssavy moest bij zijn vlucht uit Frankrijk familie, huis en vaderland achter zich laten. De huidige generatie behoudt onafhankelijk van woonplaats en tijd contact en breidt haar netwerk uit. Stamvader Lucas zou er van hebben opgekeken.

Nooit vergeten tijd

Opnamedatum: 2009-11-23

Als daarom de Grieken over de toekomst spreken, zeggen zij: ‘Wat hebben wij allemaal nog achter ons?’ en in die zin was Anton Steenwijk ook een Griek. Ook hij stond met de rug naar de toekomst en met zijn gezicht naar het verleden. Als hij nadacht over de tijd, zoals hij soms deed, zag hij de gebeurtenissen niet uit de toekomst komen en via het heden naar het verleden gaan, maar uit het verleden ontwikkelden zij zich in het heden, op weg naar een ongewisse toekomst.

Dit citaat uit het boek ‘De Aanslag’ van Harry Mulisch karakteriseert zijn visie op de tijd. Wanneer de gebeurtenissen eenmaal verleden zijn geworden, zijn zij niet toevallig maar voor eeuwig onverwoestbaar. Het verleden moet goed worden verzorgd. De Nationale Herdenking op 4 mei draagt bij aan de verzorging van het verleden. Op 5 mei wordt de Bevrijding gevierd.

Wij zijn voor een korte vakantie in Duitsland en bezoeken de stad Münster. Deze stad is vooral bekend vanwege de vredesverdragen die daar zijn afgesloten. De Vrede van Münster maakte in 1648 een einde aan twee grote Europese oorlogen: de Dertigjarige Oorlog tussen een groot aantal Europese landen en de Tachtigjarige Oorlog tussen de opstandelingen in de Nederlanden en Spanje. Het einde van de Tachtigjarige Oorlog betekende tegelijkertijd dat de Noordelijke Nederlanden officieel als onafhankelijk land werd erkend.

Wij lopen door een levendige stad Münster. De sfeer wordt bepaald door grote aantallen fietsers en studenten. De stad heeft mooie religieuze gebouwen uit de veertiende en de vijftiende eeuw. In het centrum ligt de Prinzipalmarkt met mooie arcaden en chique winkels. Veel gevels doen denken aan de patriciërs huizen van de Nederlanden uit onze Gouden Eeuw. Het Raadhuis heeft een fraaie gotische gevel. In dit huis bevindt zich de Friedenzaal met gespaard gebleven meubilair uit het midden van de veertiende eeuw. Het is moeilijk voor te stellen dat deze stad tijdens de Tweede Wereldoorlog door bombardementen van de geallieerden grotendeels is verwoest. Zelfs de Dom en het Raadhuis zijn nadien volledig gereconstrueerd. In het Stadtmuseum zien wij de geschiedenis van de stad uitgebeeld: de opkomst van het nazisme, de deportatie van de Joden, de verwoesting van de stad en de wederopbouw. In de zestiger jaren is de wederopbouw zo goed als voltooid en worden de Rolling Stones enthousiast door de jeugd verwelkomd in de stad.

Op ons gezin maakte de tentoonstelling over de geschiedenis van Münster diepe indruk. De Tweede Wereldoorlog vormt een groot contrast met ons huidige bestaan. Door de oorlog te herdenken koesteren en vieren we gelijktijdig onze vrijheid en welvaart. Toekomstige generaties zullen de traditie van vrijheidsviering over moeten nemen. Bevrijdingsdag 5 mei moet daarvoor een verplichte vrije dag worden. De misdaden uit de oorlog mogen nooit in de vergetelheid raken. Dit mag nooit vergeten tijd worden, zoals Harry Mulisch schreef in zijn boek ‘Het stenen bruidsbed’: We zullen pas ophouden om de Tweede Wereldoorlog te herdenken als de Derde Wereldoorlog uitbreekt.