Het geheel is meer dan de som der delen

wiggs_charles_210169

Mijn leven draait om mijn gezin, het werk en de sport. Het is de kunst daarin de juiste balans te vinden. Tijdens mijn eerste sollicitatie kreeg ik naar aanleiding van de lijst van hobby’s op mijn cv – marathon lopen, wielrennen en roeien – al snel de vraag voorgelegd of ik dan nog wel tijd had om te werken. Voor mijn eerste baan zat ik veel in het buitenland en overnachtte meestal in hotels. En prompt liep mijn relatie op de klippen. Ik kwam er daarna achter dat je zaken ook kunt combineren. Je kunt bijvoorbeeld sporten met je gezin. Deze zomer fietste ik met mijn zoon naar de top van de Mont Ventoux. Maar je kunt ook sporten voor je werk. Dat is gezond voor jezelf, maar ook voor het bedrijf waarvoor je werkt.

Zo roeide ik twintig jaar lang samen met collega’s in een bedrijfsacht. Roeien in een achtpersoonsboot is een teamsport, waarbij iedereen in de boot een aandeel heeft. Daarbij is de perfecte balans nodig tussen techniek, ritme en kracht. De roeiers leren in de boot met elkaar samen te werken. Deze samenwerking zorgt dat het onderlinge contact tussen verschillende medewerkers uit alle lagen van een bedrijf wordt versterkt. Maar roeien is ook een uitdagende teamsport waarbij de roeiers samen een prestatie willen neerzetten. Daarvoor moet je gericht trainen en in de wedstrijd tot het uiterste gaan.

In de eerste jaren van de bedrijfsacht roeiden we verdienstelijk mee in de top van de competitie. Door de snelle groei van ons bedrijf konden we ook makkelijk selecteren uit een arsenaal van oud-wedstrijdroeiers. Na het zesde jaar van onze bedrijfsacht kwam er een radicale omslag. De leiding over de ploeg werd overgenomen door een gedreven toproeier. Hij stelde een ambitieus businessplan op. De bedrijfsacht moest hét paradepaardje worden. Daardoor zou het bedrijf nog aantrekkelijker worden als werkgever voor afgestudeerde ambitieuze professionals binnen de universitaire wereld. Het plan voorzag in sponsering van de studentenroeisport, aanschaf van een bedrijfsboot, strenge selectie van de samenstelling van de ploeg, intensieve trainingsopbouw en deelname aan buitenlandse wedstrijden. De investeringen zouden volgens het plan makkelijk worden terugverdiend. Succesvolle werving van personeel vertaalde zich – tot tien jaar terug nog – direct in een toename van de bedrijfsomzet.

Tot mijn verbazing werd het businessplan goedgekeurd door de top van ons bedrijf. Er werd een gloednieuwe achtpersoonsboot aangeschaft, die in de bedrijfskleur werd gespoten. Daarna lag er bij de roeiers de druk om te presteren. De roeiers voor de acht werden vervolgens geselecteerd op basis van een ergometertest. De trainingen werden opgevoerd onder leiding van een ervaren coach. Het succes bleef vervolgens niet uit: we wonnen onze eerste wedstrijden. Maar belangrijker nog: een toenemend aantal toproeiers kwam na hun studie bij ons in dienst. Succes trekt succes aan. Iedereen wil graag bij de winnende club horen. Met een wereldkampioene op slag wonnen we onze eerste Nationale Kampioenschap. We werden beste buitenlandse ploeg bij de Londen Business Head op de Theems en roeiden in Boston de Head of the Charles. In Nederland wonnen wij tien jaar op rij de meeste wedstrijden en nationale titels.

Door de roeisport heb ik geleerd wat teamgeest betekent. De roeiers in de boot moeten hun ego en trots ondergeschikt maken aan het gezamenlijke doel, het winnen van de wedstrijd. Stephen R. Covey spreekt in zijn boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ van synergie, ofwel de meerwaarde van het geheel ten opzichte van de delen:“De relatie tussen de delen is ook de kracht waarmee binnen een organisatie een synergetische cultuur gecreëerd kan worden. Hoe oprechter en duurzamer de betrokkenheid bij het oplossen van problemen, hoe groter de inzet en de ontlading van creativiteit.” Afgelopen jaren was ik verantwoordelijk voor oplevering van projecten en aanbestedingen. De successen werden behaald door als team te opereren met wederzijds respect en tot wederzijds voordeel. Covey zegt hierover: “Synergie werkt; het is een goed principe. Het is effectiviteit in een relatie van wederzijdse afhankelijkheid. Het is dé manier om een team te vormen en als team te opereren. En het is dé manier om samen met anderen eenheid en creativiteit mogelijk te maken.” 

Uitslag London Business Head 1998

Het leven wordt achterwaarts begrepen

Francois_Dubois_001

Wij lopen voortdurend achter de feiten aan. Onze wijsheid komt met de jaren en dan ook nog altijd achteraf. Als kind dachten we dat de wereld voor ons open lag. De lessen en waarschuwingen van onze ouders konden niet altijd op ons begrip rekenen. Maar pas als je zelf kinderen krijgt, begrijp je beter waarom je ouders zo handelden en je beschermden. Waarom wist ik dat destijds niet? De vragen over het verleden komen op het moment dat je ouders en grootouders zijn overleden.

Zoeken naar verborgen verleden
Als je meer wilt weten over je afkomst dan kun je op zoek gaan naar de geschiedenis van je familie. Aan de hand van de stamboom kun je de verborgen familiegeschiedenis achterhalen. Vaak levert die zoektocht spannende verhalen op. Maar in wezen is iedereen op zoek naar antwoord op de volgende vragen: wie ben ik, waar kom ik vandaan en wat brengt de toekomst. Met behulp van hedendaagse DNA-technologie kunnen antwoorden worden gegeven over etnische en medische achtergrond. Die gaan verder dan onderzoek naar namen en data in archieven. Maar met de komst van het internet worden juist die data steeds beter ontsloten en vindbaar.

Genealogische Community 
In Nederland zijn duizenden genealogen actief via internet. Deze maand bereikte de website van Genealogie Online een hoogtepunt van 20 miljoen gepubliceerde voorouders. Genealogie Online is een service waarmee stamboomonderzoekers gemakkelijk hun genealogische gegevens en afbeeldingen kunnen publiceren. Het is ook een community waarin informatie wordt gedeeld, vragen worden gesteld en snel en betrouwbaar worden beantwoord. Mijn familiestamboom heb ik ook op internet gepubliceerd. Het Amsterdams Stadsarchief beheert het archief van onze familie. Beide worden veelvuldig geraadpleegd voor educatieve doeleinden en voor het schrijven van scripties en proefschriften over het leven in de negentiende eeuw.

Vlucht uit Frankrijk
Mijn voorouders waren hugenoten. Zij waren van oorsprong Franse calvinisten die in de 17de eeuw hun land ontvluchtten toen de katholieke koningen het protestantisme poogden uit te roeien. Onze familie woonde oorspronkelijk in Zuidwest-Frankrijk. Het oudst bekende familielid was anno 1445 notaris in Périgueux. Een nazaat, Lucas Bouyssavy, vluchtte in 1687 naar Nederland. Op 4 december 1687 maakte Lucas te Bergerac zijn testament op. Na drie jaar van gevaarlijke omzwervingen door het land slaagde hij er, met behulp van protestantse vrienden, in zich heimelijk in te schepen op een zeilschip vol fusten wijn naar Amsterdam. Voordat het schip vertrekt moest hij zich dagen en nachten tussen de tonnen zonder eten verborgen houden. Enkele weken later kwam hij in beklagenswaardige toestand en zonder geld in Amsterdam aan. Daar vestigde hij zich omstreeks 1691 onder de naam Boissevain.

Geen spijt van het verleden
In de eerste bezettingsjaren was het huis van Jan en Mies Boissevain, Corellistraat 6, een centrum van verzet. De zoons Jan Karel ‘Janka’ en Gideon ‘Gi’ fabriceerden in het souterrain brandbommen en wapens. Jan Boissevain werd in 1942 opgepakt wegens handelscontacten met een jood. Hij stierf in 1945 in Buchenwald. Maar de verzetsgeest van de familie bleef ongebroken. De groep rond Jan Karel en Gideon kreeg de naam CS6, naar het huisadres. Bij een overval in 1943 werden Mies Boissevain en haar drie zonen met anderen gearresteerd. Jan Karel, Gideon en hun neef Louis Boissevain en de andere CS6-leden werden op 1 oktober 1943 gefusilleerd. Op de muur van hun gevangeniscel werd na de oorlog de wapenspreuk van de Boissevains aangetroffen: Ni regret du passé, ni peur de l’avenir.

Het leven wordt voorwaarts geleefd
Door inzicht in familiegeschiedenis kunnen wij makkelijker een beeld vormen van ons verleden. De stukjes van de legpuzzel komen door nieuwe technologie, internet en crowdsourcing beschikbaar. Onze geschiedenis levert ook een beter tijdsbesef en leert ons het heden beter begrijpen. Studie van je familiegeschiedenis sterkt je in de overtuiging dat je zonder kennis van het eigen verleden ook geen zicht hebt op je eigen toekomst. Het is zoals de Deense negentiende-eeuwse filosoof Sören Kierkegaard zei: ‘Het leven wordt voorwaarts geleefd, maar achterwaarts begrepen.’

Geluk en ongeluk op de Mont Ventoux

ventoux13wp

In de Volkskrant las ik het overlijdensbericht van Henk Bobbink. “Il est monté mais n’est pas descendu” vermeldt het bericht. “Henk is vorige week vrijdag tijdens zijn fietsvakantie in Zuid-Frankrijk bij een ongeval overleden. Op de Mont Ventoux kwam hij frontaal in botsing met een motorrijder, die eveneens om het leven kwam.” “Vertrokken vanuit een voor hem paradijselijke omgeving is hij door een ongeval met zijn racefiets, op zijn favoriete berg in Frankrijk, om het leven gekomen” vervolgt het bericht. Na het lezen van dit mooie eerbetoon aan Henk Bobbink was ik even stil.

In de vroege ochtend fietste ik nog samen met mijn zoon vanaf Bedoin naar de top van de Ventoux. Met de fietsen in de auto reden wij weer naar beneden. Eind van de dag hoorden wij de ambulancesirenes op de berg. Ik begrijp nu welk noodlottig ongeluk zich op de flanken van de Ventoux heeft voltrokken. En dan besef je ineens weer dat het leven in een split second kan veranderen en zelfs eindigen.

Als ik zelf mijn plaats van overlijden zou mogen uitkiezen dan is dat op de Ventoux. Elk jaar weer lokt de berg om er overheen te fietsen. Meer dan vijftig keer heb ik de berg gefietst. De beklimming telt alleen als je tussentijds geen voet aan de grond hebt gezet. Het fietsen van de Mont Ventoux is de ultieme uitdaging en voor mij het hoogtepunt van de fietsvakantie. Het is loodzwaar, maar je bent gelukkig als je het weer hebt gehaald. Een succesvolle beklimming is als het sonnet van dichter Jan Kal:

Mont Ventoux
Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
Onder zo tragische omstandigheden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.

Op deze col zijn velen losgereden,
eerste categorie, sindsdien tabu.
Het ruikt naar dennegeur, Sunsilk Shampoo,
die je wel nodig hebt, eenmaal beneden.

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend,
de Mont Ventoux opfietsen wel heel erg,
waarvoor ook geldt: bezint eer gij begint.

Toch haal ik, ook al is de hitte schroeiend,
de top van deze kaalgeslagen berg:
ijdelheid en het najagen van wind.

Meer dan eens ben ik van de weg gewaaid, uitgeput afgestapt of vastgelopen in de sneeuw. Ook ben ik een keer van achteren aangereden door een motor. De weg werd door de politie afgezet en de motorrijder zwaargewond afgevoerd naar het ziekenhuis. Steeds weer ben ik door het oog van de naald gekropen.

Tijdens het fietsseizoen valt er gemiddeld elke week een slachtoffer op de flanken van de Ventoux. En toch zoeken wij elk jaar de Ventoux weer op. Voor mij (en veel fietsers met mij) is de Ventoux het paradijs op aarde. Niemand kan ons onze passie ontnemen. Het is heel tragisch dat het noodlot heeft toegeslagen. Bij iedere beklimming van de Ventoux zullen wij aan hem denken.

De mens is als een kanovaarder

Surf_Kayaker_at_Morro_Rock,_Morro_Bay,_CA

De klassieke verzorgingsstaat verandert langzaam in een participatiesamenleving. Nooit eerder lokte een woord in de Troonrede zoveel verontwaardigde reacties uit. De deur van het partijbureau van de PvdA werd beklad met de tekst: “Hier is je participatie”. Mensen begrijpen de oproep om meer verantwoordelijkheid te nemen voor eigen leven en omgeving niet. Het lijkt een slecht getimede boodschap van een kabinet met onvoldoende inlevingsvermogen.

Van verzorgingsstaat naar verzorgingsstad
De participatiemaatschappij uit de Troonrede gaat over zorg en welzijn. Het beleid wordt overgeheveld naar lokale overheden. Gemeenten krijgen daardoor zeggenschap over vrijwel het gehele sociale domein. Daardoor kunnen gemeenten dwarsverbanden te leggen tussen de WMO, de jeugdzorg en het domein van werk en inkomen. Door de concentratie van uitvoeringstaken kunnen gemeenten het aanbod van voorzieningen gerichter laten aansluiten bij de vraag. Dicht bij de mensen kunnen zij maatwerk bieden, inzetten op preventie en efficiënt aanbieden. De decentralisaties zijn noodzakelijk met het oog op de vergrijzing en om de stijgende zorgkosten op te vangen. De plannen zijn vanaf 2004 ontwikkeld. Maar mensen hebben toch het gevoel dat zij door de maatregelen de prijs voor de crisis moeten en betalen.

Psychologie van het keuzegedrag
Politici moeten zich realiseren dat mensen niet economisch kiezen vanuit het perspectief van een overheidsbegroting. Politici doen er goed aan zich te verdiepen in de psychologie van het menselijk keuzegedrag. Will Tiemeijer introduceert in het WRR-rapport ‘Hoe mensen keuzes maken: de psychologie van het beslissen’ de metafoor van de kanovaarder:

‘Vanouds zien we de mens graag als de autonome auteur van zijn eigen leven. Bij elke keuze waarvoor hij zich gesteld ziet bepaalt hij kalm en weloverwogen welke richting hij zal inslaan. Dat is een mooi en geruststellend beeld. Helaas klopt het maar ten dele. Vaak blijken we juist heteronoom, dat wil zeggen, is ons gedrag de resultante van factoren in onze omgeving. De mens is als een kanovaarder. Hij wordt meegevoerd op een continue stroom van stimuli in zijn fysieke en sociale omgeving, die vaak onbewust zijn gedrag beïnvloeden. Natuurlijk is het wel mogelijk om de koers enigermate bij te sturen, zeker voor de geoefender kanovaarder, maar de mogelijkheden daartoe zijn begrensd. Hoe groter de vermoeidheid, hoe meer de loop van het water bepaalt waar hij uitkomt.’

Participatie is vrijwillig
Mensen zijn niet ontvankelijk voor adviezen om huizen en auto’s te kopen als hun baan op de tocht staat of als zij gekort worden op het pensioen. Net als de kanovaarder peddelt hij nooit tegen de stroom in. De kanovaarder wil na een goede instructie ongestoord kunnen varen. Hij wil vooral ook niet continu uit de kano moeten stappen vanwege omgevallen bomen. De politiek kan in haar plannen daarom beter de nadruk leggen op goede opleiding en voorlichting, belemmeringen wegnemen en sturen op randvoorwaarden. Participatie laat zich niet van bovenaf afdwingen, maar komt vrijwillig op gang.

Het probleem van Baron von Münchhausen

Munchhausen

ICT-bedrijven hebben te lang gestuurd op groei en kwantiteit. Daar plukken ze nu de wrange vruchten van. De omzetten lopen terug en de marges staan onder druk. Afgelopen jaren hebben ICT-bedrijven daarom ingrijpend moeten reorganiseren. Achteraf moet je constateren dat de groei veel te snel is gegaan. De ICT-branche moet zichzelf opnieuw uitvinden om sterker uit de crisis te komen.

Smulparadijs voor consument
De ontwikkeling van de jonge ICT-sector zou je kunnen spiegelen aan de automobielindustrie. In 1885 werd de eerste auto gebouwd: een paardenkar met verbrandingsmotor. De auto’s werden op maat ontwikkeld door een team van monteurs. Bij iedere auto moesten de vier wielen als het ware telkens opnieuw worden uitgevonden. In het begin van de twintigste eeuw kwam daar verandering in. Henry Ford ontwierp zijn T-Ford: de eerste auto die niet op bestelling werd gemaakt, maar aan de lopende band. De auto werd daardoor ook betaalbaar voor het grote publiek. De automobielindustrie groeide uit tot een smulparadijs voor consumenten. Die hebben een grote keuzevrijheid en krijgen een betrouwbaar, veilig product voor een goede prijs/kwaliteitsverhouding.

Body shopping in ICT
De ICT-sector moet nu de slag maken van gemotoriseerde paardenkar naar hoogwaardige vervoerstechniek. De sector drijft nog te veel op inzet van monteurs. System integrators zijn groot geworden door het detacheren van ICT’ers. Groei van het personeelsbestand werd tot voor kort direct vertaald in toenemende omzet en winst. Opdrachtgevers hebben daar overigens ook aan meegewerkt. Zij kopen geen oplossingen, maar mensuren om software op maat te ontwikkelen. Bij de overheid manifesteert zich dit in de raamcontracten, waarbinnen ogenschijnlijk ongelimiteerd ICT’ers opgeroepen kunnen worden. Daardoor wordt niet gestuurd op kwaliteit, maar veelal op kwantiteit tegen zo laag mogelijke uurtarieven. De grote ICT-bedrijven hebben hun capaciteit, vanwege de druk op de tarieven en om competitief te blijven, verplaatst naar lage lonen landen. Logisch gevolg van de focus op kwantiteit is een verschraling van kennis.

Vakkennis omhoog
De vakkennis in de ICT-branche moet omhoog en weer worden gekoesterd. Het gaat hierbij om de vakinhoudelijke kennis: de architecten, analisten en projectleiders. De opbouw van kennis begint al bij de opleiding van informatici. Op dit moment is het aanbod op de arbeidsmarkt weliswaar groot, maar het is heel moeilijk goede vakmensen aan te trekken. Slechts op één terrein is de professionaliteit sterk gestegen in de loop der jaren, nl. op juridisch vlak. Zowel bij ICT-bedrijven als bij opdrachtgevers is de sturing sterk gejuridificeerd met een sterke focus op het managen van het contract. Zij kunnen het zich blijkbaar niet meer permitteren om fouten te maken. Angst sluipt in de relatie tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Dit belemmert het lerend en innovatief vermogen.

Toegevoegde waarde en keuzevrijheid
De ICT-sector moet de slag maken van kwantiteit naar kwaliteit. Het gaat om het leveren van toegevoegde waarde. De sector en opdrachtgevers willen dit maar al te graag, maar het verandervermogen ontbreekt. Dit doet denken aan het avontuur van de Baron von Münchhausen in de oorlog tegen de Turken:
Ik sprong niet ver van de andere oever tot aan mijn nek in het moeras. Hier zou ik ongetwijfeld het leven hebben gelaten als niet de kracht van mijn eigen arm mijzelf aan de pruik mitsgaders mijn paard, dat ik stevig tussen de knieën klemde, er weer uit had getrokken. 
ICT-bedrijven moeten zichzelf aan de haren uit het moeras trekken. ICT-gebruikers kunnen daarbij een handje helpen. Want net als bij de aanschaf van een auto willen ook zij bewezen technologie, een grote keuzevrijheid en een goede prijs/kwaliteitsverhouding. De ICT-branche zal waarschijnlijk nog verder krimpen, maar wordt kwalitatief van een hoger niveau.

Investeren in een digitale overheid

weekendje-den-haag (1)

Vraag aan Google: “Wat kost onze overheid?” en de antwoorden zijn: ‘Falende ict kost overheid miljarden’ en ‘Mislukte projecten van de overheid kost ons miljarden per jaar’. Mijn wedervraag is dan: “Wat zou onze overheid kosten zonder ict?”. Ik vermoed het vijfvoudige van de huidige overheidskosten.

ict kosten zijn onbekend
De openbare verhoren naar de mislukte en veel te dure ict-systemen bij de overheid zijn begonnen. En het ging meteen over miljarden. Per jaar zou de overheid 4 tot 5 miljard kwijtraken door het mislukken van ict-projecten, vertelde één van de onderzoekers. Ik vroeg Nextcheckt die bewering te checken. Nextcheckt constateerde terecht dat die uitspraak niet is te checken. De cijfers en de aannames, waarop de bewering is gebaseerd, zijn boterzacht. ‘Falende ict-projecten worden niet bijgehouden en daarom kun je ook niet precies weten hoeveel er aan wordt uitgegeven’ constateerde nrc next. Je kunt die uitspraak nog iets breder trekken: de overheid houdt niet bij hoeveel het aan ict uitgeeft. De totale ict-kosten van de overheid zijn dus ook niet bekend.

ict baten zijn wel zichtbaar
Computers en de overheid: het mag dan geen gelukkige combinatie zijn, onze overheid kan niet zonder ict. De automatisering is onmisbaar om de 17 miljoen inwoners op gelijke wijze te behandelen. Zonder ict kan de overheid geen belastingen innen, geen toeslagen, subsidies en uitkeringen verstrekken en geen verkeersboetes opleggen. Zonder ict kan de overheid regels onvoldoende handhaven, onze veiligheid niet waarborgen en niet goed communiceren. De overheid is een informatie verwerkend systeem dat volledig afhankelijk is van ict. Daarbij komt dat de samenleving en de regels in de loop der jaren zo complex zijn geworden dat de rechtmatigheid alleen nog door de inzet van computers gewaarborgd kan worden. De ervaring heeft geleerd dat 80 procent van nieuwe wet- en regelgeving neerslaat in ict-systemen.

ict bespaart
Door de inzet van ict is onze overheid, ondanks de toegenomen complexiteit, in omvang nauwelijks toegenomen. De omvang van onze overheid is wel te kwantificeren. De belangrijkste kosten van het overheidsapparaat zijn de personeelskosten voor ambtenaren. In totaal zijn er in Nederland bijna 1 miljoen ambtenaren. Deze kosten onze overheid jaarlijks 50 miljard, uitgaande van een ambtenarensalaris van gemiddeld 50.000 euro per arbeidsjaar. Door meer inzet van ict kan de overheid verkokering doorbreken, processen automatiseren en zelfbediening aanbieden aan burgers en bedrijven. Tegelijkertijd kan dan fors worden bespaard op het ambtenarenapparaat. Banken en verzekeraars hebben laten zien dat dit kan. Sinds de crisis hebben zij bijna een kwart minder personeel in dienst. De verwachting is dat deze trend doorzet: financiële instellingen verwachten een efficiencyverbetering van meer van 40 procent door inzet van ict.

ict voor betere dienstverlening
Door betere samenwerking binnen en met de overheid en inzet van ict moet een efficiencywinst van 30 procent haalbaar zijn. Als de overheid structureel 5 miljard meer moet uitgeven aan ict om jaarlijks 15 miljard te kunnen besparen, dan is de keuze snel gemaakt. Minstens zo belangrijk is dat burgers en bedrijven door digitalisering makkelijker online zaken kunnen doen met de overheid en de gegevens van burgers goed worden beschermd. Een digitale overheid vermindert regeldruk en verhoogt efficiency.

Een vaderlijke les

rowing2

Mijn vader had in Leiden gestudeerd. Hij was lid van Minerva en hij had geroeid. Hij wilde maar al te graag dat ik zijn voorbeeld zou volgen. Maar ik wilde niet zijn zoals mijn vader was: de grote afwezige. Altijd in het buitenland voor zijn werk. Ik koos mijn eigen weg. Ik ging niet naar Leiden, maar in Delft studeren (mijn vader waarschuwde mij nog dat studenten daar worden opgeleid tot fietsenmaker). Ik werd geen lid van het corps en ging ook niet roeien.

Het knutselen aan mijn fiets en wielrennen werden mijn grote passie. Ik verbouwde mijn fiets tot racefiets en fietste elke vroege ochtend een ronde voor aanvang van de colleges. In mijn derde studiejaar kreeg ik het aanbod om vier weken gratis te roeien bij een studentenroeivereniging. Dat leek me wel wat. Dan kon ik meteen verifiëren wat er waar was van de stoere verhalen van mijn vader. Het roeien leek mij een makkelijke sport: insteken, doorhalen en weer opnieuw beginnen. Maar dat viel tegen. Na vier weken had ik de roeibeweging bij lange na nog niet onder de knie. Ik wilde er mee stoppen, maar een boomlange kerel vertelde mij dat ik moest gaan wedstrijdroeien. Die uitdaging ben ik aangegaan.

Vijf jaar heb ik op nationaal en internationaal niveau wedstrijden geroeid. Mijn vader kwam regelmatig kijken. Vol trots zag hij zijn zoon winnen. Nu bleek dat hij zelf voornamelijk wedstrijden had gestuurd en nooit een blik had weten te trekken. Met roeien had ik mijn vader overtroffen. Na mijn studie stopte ik met roeien en ging mij weer op het fietsen en ook het hardlopen toeleggen. Jaren later werd ik gevraagd om samen met collega’s in een bedrijfsacht te stappen. Het roeien had ik nog niet verleerd. De winnende strategie van ons bedrijf wisten we ook op het water te brengen door in rechtstreekse confrontatie de concurrentie te verslaan. Jaren achtereen wonnen we het nationale kampioenschap voor bedrijfsachten. Acht jaar geleden werd ik weer lid van een roeivereniging. Ik roei nu wedstrijden in mijn leeftijdsklasse met en tegen roeiers uit mijn studietijd. Roeien als sport is niet voorbehouden aan studenten, maar kun je een leven lang blijven beoefenen.

Mijn kinderen probeer ik nu over te halen om ook te gaan roeien. Mijn pogingen zijn vooralsnog niet succesvol. Tot hun twaalfde jaar kun je kinderen nog naar het hockey- of voetbalveld dirigeren. Daarna laten zij zich niet meer sturen. Bij pubers werken ouderlijke instructies vaak averechts. Zij leren eerder van elkaar dan dat ze de wijze lessen van hun ouders aannemen. Van mijn kinderen kan ik natuurlijk niet verwachten dat zij in navolging van mij in Delft gaan studeren en gaan roeien bij Proteus-Eretes. Mijn dochter koos er voor Rechten te gaan studeren in Leiden. Zij werd ook lid van Minerva. Mijn vader was trots op haar geweest. Het doet mij denken aan de uitspraak van Carolyn Coates in Things Your Dad Always Told You But You Didn’t Want to Hear: “Een vader is iemand die verwacht dat zijn kinderen zo goed worden als hij had willen zijn.”

Terug naar Neverland

firstlookneverland

Op een avond vliegt Peter Pan mijn slaapkamer binnen. Hij voert mij mee naar Neverland, een prachtig afgelegen eiland vol avontuur. Neverland staat symbool voor eeuwige jeugd en kinderlijke fantasie. Het gaat van absurde gebeurtenissen en fantastische elementen over gevoelens van jaloezie tot schrijnende taferelen. Zo droom ik weg uit de werkelijke wereld en beleef de gruwelen van een bloederige strijd tegen de piraten.

Door het trillen van mijn mobiel schrik ik wakker. Waar ben ik? Mensen rond de tafel kijken mij aan. Ik zit midden in een vergadering en lees het Whatsapp-bericht: “Faillissement wordt morgen aangevraagd”. Ik loop de vergadering uit en bel een collega. Is dit een boze droom? Helaas. Het bedrijf kan niet langer aan de verplichtingen voldoen. Salarissen kunnen niet meer worden betaald. En investeerders zijn niet bereid het benodigde overbruggingskrediet te verstrekken. Het faillissement is onvermijdelijk. Ik ben plots klaarwakker, maar kan de consequenties nog niet overzien.

Een paar dagen later worden 150 personeelsleden in de kantine toegesproken door de curator: “Het is de bedoeling voor mij als curator om op enig moment (en hoe sneller hoe beter) de aanwezige activa te verkopen en de opbrengsten ervan te verdelen onder de schuldeisers op de wijze dat de wet dit voorschrijft. Dat kan gebeuren door middel van een veiling, maar dat kan ook gebeuren door middel van een doorstart. Dat laatste, daar gaan we voor. Om verschillende redenen: de klanten kunnen worden bediend, de kans dat jullie als werknemers je baan kunnen blijven behouden is het grootst en ook de opbrengst is normaal gesproken hoger. Vrijdag zal ik jullie allen mondeling ontslag aanzeggen. De opzegperiode duurt maximaal zes weken. In die periode moeten jullie de werkzaamheden voortzetten. Schrijf je nog niet in als werkzoekende bij het UWV en ga ook nog niet op zoek naar een andere baan. Het gaat niet alleen om jouw belang, maar om een groter belang: namelijk dat van de onderneming. De kans op een doorstart moet zo groot mogelijk zijn. Normaal gesproken wordt een doorstart binnen twee weken afgerond. Duurt het langer, dan wordt de kans op een doorstart steeds kleiner.”

De curator benadrukt dat hij enkel en alleen het belang van de boedel behartigt en dus niet het belang van een individuele werknemer. In belang van een doorstart geeft hij aan de ontslagen werknemers aan het relatie- en concurrentiebeding te zullen houden. In groepen van 50 worden alle medewerkers mondeling ontslag aangezegd door de curator. Daarna worden ze toegesproken door een buitenmedewerker van het UWV tijdens een invulinstructie van het loongarantieformulier: “Ik ga vraag 1 tot en met 10 met u doornemen. Uiteraard zeg ik altijd: propjes uit de oren en mondjes dicht. Heb u wat te vragen, doe het alsjeblieft. Als ik harde antwoorden geef, dan is het omdat dit vanuit de wet zo is. Als je bij de UWV wat verkeerd doet word je daarvoor gestraft. Als je op de weg door een rood verkeerslicht rijdt, dan kun je nog met de agent praten. En dan zegt hij misschien doe het de volgende keer niet. Bij het UWV is dit niet zo. Dus wees gewaarschuwd.”

Daarna breekt voor de medewerkers een lange periode van onzekerheid aan. Zij proberen de werkzaamheden zo goed als zo kwaad als het kan voort te zetten. De onderhandelingen met de investeerder, die de werkzaamheden wil overnemen, lopen uit. Medewerkers moeten gissen naar de status van de doorstart. Zij verenigen zich in een LinkedIn groep waar zij elkaar informeren. Af en toe verschijnt er in de pers een bericht waarin het lonkend perspectief van een doorstart wordt gemeld. Na vijf weken van onderhandelen trekt de investeerder zich terug. Even later meldt de curator dat er toch nog een doorstart is bereikt. Op het allerlaatste moment hebben zich andere investeerders gemeld. “Dit betekent dat vanaf vandaag de exploitatie voor rekening en risico van de doorstarter plaats vindt. Dat betekent ook dat werknemers die niet mee doorgaan in de doorstart wat ons betreft niet meer nodig zijn.” meldt de curator aan de medewerkers.

De media berichten dat veertig tot tachtig oud-medewerkers bij implementatiepartners aan de slag kunnen. “Op die manier lijkt het merendeel van het personeel (relatief) goed te zijn terecht gekomen.” schrijft de curator in zijn verslag. Uit een enquête onder de 120 oud-medewerkers, die niet meegaan in de doorstart, blijkt een ander beeld. Slechts 6 procent van de medewerkers heeft een nieuwe baan gevonden bij een implementatiepartner. 43 procent heeft binnen een maand op eigen kracht ander werk gevonden. En 51 procent is nog beschikbaar voor ander werk. Die laatste groep moet onder het regime van UWV op zoek naar werk. Uit de gegevens over hun arbeidsverleden op MijnUWV blijkt – tot hun verrassing – dat zij hebben gewerkt voor Neverland. Het is een afscheidscadeau van de curator. Want hij heeft de oude failliete B.V. met werkloze medewerkers omgetoverd in Neverland: het prachtige afgelegen eiland van Peter Pan vol avontuur, dat symbool staat voor eeuwige jeugd en kinderlijke fantasie.

Het leven is als fietsen

1wtx3b-AQ9T

Voor alles heb je tegenwoordig een opleiding, zoals voor de beroepen van dokter, advocaat, kok of stratenmaker. En vervolgens kun je overal voor doorleren: Nederlands voor allochtonen, trainen van voetballers en zelfs twitteren voor ambtenaren. Maar voor het allerbelangrijkste in het leven bestaat geen opleiding of training. De opvoeding van onze kinderen mogen we onszelf aanleren. De eerste dag worden we nog op weg geholpen met het verschonen van een luier. Maar daarna mogen we zelf doormodderen, al dan niet ondersteund door goedbedoelde adviezen zoals uit “Oei, ik groei!”.

De opvoeding beoogt kinderen zelfstandigheid bij te brengen. Je leert het kind dingen zelf te doen. Als opvoeder baseer je dit leerproces op de normen en waarden van jezelf en de samenleving. Je kunt dit op een instruerende wijze doen, door het kind als het ware te programmeren. Maar je kunt kinderen ook vrij laten en veel zelf uit laten vinden. Door schade en schande worden zij dan wijzer. De kunst is de goede balans te vinden tussen een te strenge en een te vrije opvoeding. Maar hoe je dat moet doen, mag je als opvoeders zelf uitvinden. Zo leerde ik onze kinderen al op vroege leeftijd fietsen. Ik haalde de zijwieltjes van de kinderfiets. In het park oefenden we het balanceren. Ik liep mee en zorgde voor het evenwicht. Na een paar keer oefenen liet ik los. Dat eindigde dan eerst in een zachte landing in het gras. Maar na een tijdje oefenen konden ze zelf los fietsen zonder te vallen. Daarna mochten ze op de stoep heen en weer fietsen. Op een dag werd onze dochter huilend en beschramd door onze buurvrouw thuisbezorgd. Zij was over de kop geslagen en op haar hoofd beland. Mijn vrouw smeerde een klodder arnifloor op de grote bult op haar voorhoofd. Daarna kochten wij helmen voor de kinderen, die zij natuurlijk niet wilden dragen.

Mijn zoon toonde dit jaar belangstelling voor de racefiets. Wij kochten een mooie Bianchi-fiets via Marktplaats en oefenden het wielrennen tijdens tochten door de duinen. Al snel had hij de slag te pakken. Hij viel een paar keer omdat hij zijn schoen niet tijdig uit de klip kon krijgen, maar stuurde behendig en kon goed mijn wiel houden. Tijdens fietstochten in Frankrijk liet hij zien makkelijk bergop te kunnen rijden. Nu wilde mijn dochter ook wel een keer fietsen. Zij kocht een wieleroutfit en reserveerde een fiets bij de verhuur. Maar eerst nog even oefenen op de fiets van haar broer. Ik legde haar de basisprincipes van de racefiets uit en wij vertrokken met een lichte afdaling. Ik zei nog dat zij moest afremmen en uitwijken voor een auto die ons tegemoet kwam. Daarna zag ik haar slingeren. Zij raakte de controle over de fiets kwijt, viel en gleed door in de kiezels in de berm. Daarna probeerde mijn vrouw de diepe schaafwonden met water en Sterilon te ontsmetten. Mijn dochter schreeuwde het uit van de pijn. Wij besloten vervolgens naar de Urgence van het plaatselijke ziekenhuis te rijden, waar zij snel en vakkundig werd verpleegd. In de wachtkamer van de Urgence keek ik terug op het ongeval. Had ik niet moeten voorkomen dat zij onvoorbereid de helling af zou rijden? En waarom zaten wij zo te knoeien met het verplegen van de wonden. Hadden wij niet een EHBO-cursus moeten volgen? Zouden alle ouders deze niet verplicht moeten volgen? Aan de andere kant kun je de kinderen niet tegen alle gevaren beschermen. En zij moeten ook nieuwe dingen leren, risico’s ervaren en grenzen verleggen.

Samen met mijn zoon fietste ik in één ruk naar de top van de Mont Ventoux. Met die prestatie verbaasde hij zichzelf en zijn trotse ouders. Want opgeven is geen optie. Het leven is als fietsen: om je evenwicht te kunnen houden, moet je in beweging durven blijven.