Deltaplan digitale veiligheid

zayed

In de nacht van 1 februari 1953 beukt een harde noordwesterstorm op de Nederlandse kust. De dijken breken door en groot deel van Zeeland, West Brabant en de Zuid Hollandse eilanden overstroomt. De storm kost 1.800 mensen het leven en duizenden mensen verliezen huis en bezittingen. De dijken in het deltagebied zijn te laag en te zwak om een watersnoodramp te voorkomen. De ramp is het startsein voor de Deltawerken, een ambitieus plan om de kustlijn met 700 kilometer te verkorten. Meer dan 4,5 miljard euro wordt geïnvesteerd om een bijna volmaakte graad van fysieke veiligheid voor Nederland te bereiken.

Het is 9 november 2032. Verschillende rampen voltrekken zich over de hele wereld. Het computersysteem van de luchtverkeersleiding van het John F. Kennedy vliegveld in New York valt uit. Het luchtverkeer is direct een chaos en er zijn verschillende ongelukken met honderden slachtoffers. In Rusland kan het controlecentrum van staatsbedrijf Gazprom de afsluiters niet meer bedienen. Miljoenen kubieke meters gas ontsnapt en er ontstaan ontploffingen met duizenden slachtoffers. Op het internet worden miljoenen biometrische gegevens verspreid van Europese burgers. Medische- en bankgegevens zijn nu vrij toegankelijk voor iedereen. Overheden staan met de handen in het haar en vermoeden aanslagen van cybercriminelen. Dat doemscenario is minder onwaarschijnlijk dan het misschien lijkt. In 2001 lukte het hackers al om het controlecentrum van Gazprom binnen te dringen en naar believen pompen en afsluiters te bedienen. Via internet drongen hackers binnen bij afstandsbedieningen van stuwdammen en sluizen.

Een beveiligingsbedrijf raamt de jaarlijkse economische schade ten gevolge van cybercriminaliteit voor Nederland op 8,8 miljard euro. Die schade neemt ieder jaar verder toe. De investeringen in beveiliging groeien veel minder snel. Databestanden zijn kwetsbaar voor diefstal en vernietiging van data. Onze vitale netwerken, zoals de infrastructuur voor energie, transport en water staan bloot aan techno-aanvallen. Die kwetsbaarheid wordt vergroot door de toenemende afhankelijkheid van de netwerken onderling en ontsluiting via het internet.

Bedrijven en overheden zullen komende jaren fors moeten investeren om hun digitale kwetsbaarheid te beperken. De nadruk moet daarbij liggen op preventieve maatregelen. De handhaving is namelijk niet eenvoudig, omdat de aanvallen anoniem zijn en vanuit landen komen die wij moeilijk kunnen aanpakken. Het is zaak tijdig te investeren in digitale veiligheid en het niet te laten aankomen op rampen zoals in 1953. Zandzakken gaan ons niet helpen bij het beschermen van onze vitale infrastructuur en het voorkomen van diefstal van data. Het wordt tijd voor een grensoverschrijdend deltaplan voor het waarborgen van onze digitale veiligheid.

Digitaal geheugenverlies

1st_Christ_Scientist_RI_IL

Vroeger bewaarden we al onze informatie in papieren archieven en kostte het ons daarna veel moeite de historie weer te achterhalen. Nu slaan we alles digitaal op en kunnen via het internet in een mum van tijd massa’s digitale bronnen doorzoeken. Maar helaas: we zijn onze geschiedenis kwijtgeraakt. Historische gegevens zijn gewist, overschreven of opgeslagen op onleesbare verouderde gegevensdragers.

Mijn arbeidsverleden
Welke informatie is er bijvoorbeeld nog van de bedrijven waarvoor ik heb gewerkt? Ik begon mijn loopbaan bij het Franse CGI Informatique. Dit bedrijf, dat in 1969 is opgericht, is de grondlegger van de methode CORIG. Op die methode is het ontwikkelplatform PACBASE gebaseerd, een generator van COBOL programmatuur. In 1999 werd CGI geabsorbeerd door IBM. Die overname heb ik niet meegemaakt, want in 1988 stapte ik over naar het Brits/Nederlandse IT-bedrijf CMG. Dat bedrijf, met een sterke bedrijfscultuur, is in 1964 opgericht door Collins, Mills en Gorman. CMG was gespecialiseerd in salarisdiensten, consultancy en telecomproducten. Eind 2002 ontstond het bedrijf LogicaCMG na de fusie met IT-dienstverlener Logica. In 2008 werd de bedrijfsnaam gewijzigd in Logica. Vier jaar later werd Logica overgenomen door de Canadese CGI-Group. De naamswijziging in CGI heb ik net niet meer meegemaakt, want in 2012 koos ik voor voortzetting van mijn carrière bij een softwareleverancier.

Verleden vertaald in LinkedIn
Mijn arbeidsverleden heb ik beschreven in mijn LinkedIn profiel. Het is handig dan ook een beschrijving te hebben van de bedrijven. LinkedIn voorziet in die behoefte door achter de bedrijfsnaam het logo met een link naar het bedrijfsprofiel toe te voegen. Achter het Franse CGI Informatique plaatst LinkedIn het logo en de beschrijving van de Canadese CGI-Group. Hetzelfde is gebeurd achter mijn arbeidsverleden bij LogicaCMG en Logica, omdat Logica nu onderdeel is van CGI-Group. Daardoor staat mijn hele CV nu vol met logo’s van CGI-Group, een bedrijf waarvoor ik nooit heb gewerkt.

Verlies van digitale informatie
Via internet probeer ik informatie te achterhalen van de voormalige bedrijven CGI Informatique, CMG en Logica. De bedrijfswebsites zijn van internet verwijderd. Via Internet Archive vind ik de websites wel, maar in een uitgeklede verschijning. De Euro Handleiding die wij schreven voor het ministerie van Financiën werd tussen 1998 en 2002 veelvuldig gedownload. Nu is die handleiding onvindbaar. Mijn Engelstalige weblogs, die ik voor Logica schreef, zijn verdwenen. Filmpjes over innovatieve oplossingen zijn ook zoek. De gearchiveerde pagina’s tonen de structuur van de websites, maar bevatten vrijwel geen inhoud meer. Gelukkig zijn er nog wel Wikipedia pagina’s van de voormalige bedrijven. Die informatie kan ik dan nog aan mijn LinkedIn profiel koppelen.

Stop digitaal geheugenverlies
In de afgelopen twintig jaar hebben we veel waardevolle informatie op het internet gepubliceerd. Met hetzelfde gemak hebben wij die informatie weer vernietigd. Het is daarom goed dat non-profit initiatieven, zoals Internet Archive en Wikipedia, zich inzetten om de geschiedenis te behouden. Structurele archivering van waardevolle digitale bronnen is noodzakelijk om ons digitaal geheugenverlies te stoppen.

Met de billen bloot

 

Belastingdienst-ZZP1

Ministers informeren de Tweede Kamer onvoldoende of het overheidsbeleid de beoogde resultaten oplevert en de besteding van belastinggeld is onduidelijk. Dat is het oordeel van de Algemene Rekenkamer. De Kamer kan niet beoordelen of ons publieke geld effectief wordt besteed. En belastingbetalers weten al helemaal niet meer waarvoor zij betalen, of beter gezegd, waar zij voor geven.

Economische doelstellingen gaan boven sociale waarden
Met alle belastingen, premies en heffingen draag ik meer dan 60 procent van mijn inkomen af aan de Staat. Dat betekent dat ik maandag tot en met woensdag voor onze overheid werk. Het inkomen van donderdag en vrijdag rest dan voor mijn gezin. Als mijn belastinggeld eenmaal is afgedragen dan is het: ‘Rien ne va plus.’ Lijdzaam moet ik toezien hoe mijn belastinggeld wordt besteed voor het redden van banken, mislukte projecten of frauderende Bulgaren. En op al deze bestedingen kan ik geen invloed uitoefenen. We zien tegelijkertijd dat staten elkaar beconcurreren om met een fiscaal vriendelijk klimaat grote ondernemingen te lokken. De belastingen voor grote ondernemingen nemen af, terwijl burgers en kleine ondernemers de kosten dragen. De economische doelstellingen lijken te prevaleren bij het aanwenden van belastinggeld. De solidariteit staat daardoor onder druk en het verzet in de samenleving groeit. Ik pleit daarom voor meer invloed van burgers op het innen en aanwenden van belastinggeld langs de volgende oplopende stappen: alle belastingen openbaar, aanwending inzichtelijk en democratische controle.

Maak alle salarissen en belastingaangiften openbaar
In Zweden en Noorwegen is dat de gewoonste zaak van de wereld. Eerlijkheid en transparantie gaan daar voor privacy. De belastingdiensten zijn verplicht alle aangiftes openbaar te maken. En in het huidige internetperk kan iedereen die gegevens makkelijk opvragen. Transparantie betekent dat het een prestigezaak is om belasting te betalen, want iedereen kan dit van elkaar zien. Maar in de samenleving kunnen we daardoor ook elkaar controleren, bijvoorbeeld of de sportauto van de buren wel strookt met het inkomen. De Belastingdienst krijgt er 14 miljoen controleurs bij.

Maak belastingbetaler duidelijk waaraan zijn belastinggeld is besteed
Nu in crisistijd de lasten worden verzwaard willen belastingbetalers weten waar hun geld aan wordt besteed. In de Verenigde Staten in Engeland hebben ze dat goed begrepen. Op de site van Obama recovery.gov kun je precies zien waar het geld naartoe gaat om de crisis te bestrijden. Tot op het niveau van Staat en postcode wordt getoond waar het geld terecht is gekomen en hoeveel banen er bij zijn gekomen. De Britse belastingbetalers krijgen in 2014 een brief waarin wordt uitgelegd waaraan hun belastinggeld is besteed. Iemand die bijvoorbeeld 50.000 pond verdiende in een jaar, krijgt een brief dat 4.727 pond van zijn belastinggeld is besteed aan sociale uitkeringen. ‘Als mensen zien hoeveel ze moeten bijdragen aan welzijn, dan zien ze scherp het effect van het begrenzen van de uitkeringen’ redeneert een overheidsfunctionaris in de Britse krant The Telegraph.

Geef belastingbetalers invloed op bestedingen van belastinggeld
Op basis van het verstrekte inzicht in de bestedingen kunnen belastingbetalers invloed uitoefenen. In enkele Zwitserse kantons kan de bevolking zich via rechtstreekse referenda uitspreken over belastingmaatregelen. In die kantons ligt de belastingdruk lager dan in andere kantons, maar de kwaliteit van de voorzieningen verschilt nauwelijks. De invloed van de belastingbetaler neemt toe zodra er een relatie bestaat tussen de afdracht en de bestemming van de belastingopbrengst. Bij de aanschaf van elektrische apparaten weten we dat de verwijderingsbijdrage wordt besteed voor het recyclen. Rechtstreeks verband tussen premiebetalingen en tegenprestatie in de sociale zekerheid kan de arbeidsparticipatie bevorderen. Bij de inkomstenbelasting is die bestemmingsrelatie volledig verdwenen. Bij hervorming van belastingen is het belangrijk die relatie te herstellen. Dan kan daarover een voortdurend debat plaatsvinden in het parlement en in de samenleving.

Open en bloot
Het huidige Nederlandse belastingsysteem is niet transparant en fraudegevoelig. Door het openbaar maken van de belastingen en bestedingen kunnen we het draagvlak en controle van ons belastingsysteem verbeteren. Burgers moeten bereid zijn privacy in te leveren en de overheid moet transparant worden. Laten we een voorbeeld nemen aan landen die serieus werk hebben gemaakt van een open en transparante overheid. Als we willen dat ons belastinggeld goed wordt besteed, dan moeten we echt met de billen bloot.

Gelukzoeker

beau

“Wat wil een hond? Een gemakkelijke vraag. Honden zijn een open boek. Wat honden willen, is maar drie letters lang. Een hond wil mee. Altijd. En waar wil de hond mee? Dáár mee. Daar waar de baas gaat” schrijft Midas Dekkers in zijn boek Poot. Iedere hondenbezitter zal dit hondenverlangen herkennen. Als ik na mijn ontwaken de kamer betreed dan word ik enthousiast en kwispelstaartend begroet. Onze hond springt tegen mij op en rent daarna naar de plaats waar de riem ligt. Het geluk kan niet op als ik de riem oppak. Een paar straten word ik voortgetrokken op weg naar het park. Daar mag ze los. En dan is het rennen, spelen met andere honden en spannende plekjes verkennen. Af en toe raakt hondje uit het zicht. Maar dan komt ze weer met staart omhoog aangehold. Het ultieme geluk. Elke dag weer.

Op een dag reden wij met ons gezin op goed geluk naar Noord Brabant. We hadden een paar adressen van hondenkennels opgeschreven. Die gingen we bezoeken. Niet om een hond te kopen. We gingen alleen kijken hoe dat zou zijn zo’n klein puppyhondje. De kinderen hadden lang aan ons hoofd gezeurd: “ik wil écht een hondje.” In de buurt van Uden bezochten we een kennel. Een strobak met bomers. De kinderen vonden ze zó schatting. Het leken mij meer lopende wolbolletjes. “Het zijn net cavia’s” voegde de kennelman er nog aan toe. Cavia’s waren de eerste huisdieren voor onze kinderen. Maar na een week keken ze al niet meer naar de passieve beestjes om. Bij een volgende hondenfokker werden wij vriendelijk ontvangen: Wat voor hond wilt u? Een mannetje of een vrouwtje? Hoeveel tijd wilt u aan de hond besteden? Wij wisten het niet. Hadden er ook nog niet over nagedacht. Maar de kinderen wisten het wel. Alle drie hadden ze al een eigen hondje uitgezocht: “Deze wil ik.” Nog steeds wisten we niet of we wel een hond wilden. En zo ja, welke van de drie dan. “We nemen een andere hond, deze nemen we” besloot ik. De keuze viel op een teefjespuppy, kruising van een Beagle met een Cockerspaniël. We noemden haar Beau en namen haar mee naar huis.

Met het hele gezin hebben we de zorg over haar. Wij laten haar om toerbeurten uit. ‘s Avonds loop ik met haar. En in het weekend lange wandelingen in het bos. Onze hond is gelukkig als zij mee kan. Zijn wij mensen pas gelukkig als wij meer krijgen? Dichter Georges van Acker schreef daarover: “Mensen die gelukkig zijn, verlangen naar nog meer geluk. Het is hun ongeluk.” Onze hond leert ons weer genieten van eenvoudige dingen zoals wandelen, samen zijn en dromen.

Vrijwilliger wordt Florence Nightingale

world_12_temp-1330330616-4f4b3bf8-620x348

Florence Nightingale hoorde als tiener de stem van God. Zij besloot vervolgens het lege bestaan van de Engelse aristocratie achter zich te laten en haar leven te wijden aan het verbeteren van lot van de armen, zieken en gewonden. In Europa deed zij ervaring op met het verzorgen van zieken. Na haar terugkomst in Engeland legde zij zich toe op de reorganisatie van een ziekenhuis in Londen. En als hoofd van een groep van 38 verpleegsters vertrok zij naar Turkije om soldaten in de Krimoorlog onder hygiënisch gebrekkige omstandigheden te verzorgen. Nightingale geldt als grondlegger van de moderne verpleegkunde.

Nightingale is een unieke vrouw, een legende en een rolmodel. Waarom kunnen wij haar voorbeeld niet volgen in ons eigen gedrag? Dat komt omdat de mens van nature een kudde- en gewoontedier is. Onderzoek van het Nederlands Instituut voor Nationale veiligheid toont aan dat mensen in een groep van nature geneigd zijn niets te doen. In een groep volgt de mens meestal het gedrag van anderen. En dan is er nog het vaste rolpatroon waarin de meesten gevangen zitten. Als je om acht uur de trein moet halen en je hebt nog twee minuten om naar het spoor te lopen dan is het halen van de trein leidend. Niemand bekommert zich dan over een zwerver die bloedend in het gangpad ligt. En als de ernst van het lijden van de zwerver wel wordt opgemerkt dan zijn velen geneigd te denken dat een ander zich er wel over zal ontfermen.

Een gedragsverandering is noodzakelijk voor een meer sociale samenleving en bevordering van de (zelf)redzaamheid van burgers. Daarvoor moeten mensen niet als groep worden aangesproken, maar als individu. De bereidheid te helpen stijgt naarmate iemand persoonlijk een opdracht of een verzoek krijgt om te helpen. Maar nog beter is het iemand ook nog vooraf te vragen en te trainen voor hulpverlening bij calamiteiten. Dit proces kunnen we aansturen via mobiele telecommunicatie. Een burger die bereid is hulp te verlenen installeert een applicatie op zijn smartphone en vermeldt daarin de bereidheid voor bepaalde hulp (bijv. reanimeren, brand blussen) en kwalificaties (EHBO, medicijnen student, arts). Bij een incident wordt de alarmcentrale gebeld. De centrale kan zien welke vrijwilligers zich in een straal rond het ongeval bevinden en hen waarschuwen. De vrijwilligers krijgen vervolgens een bericht met instructie en een kaart met de route naar het ongeval. Op de kaart worden ook de dicht bijzijnde defibrillators getoond in geval van vermoedelijk hartfalen.

Jaarlijks worden duizenden mensen getroffen door plotselinge hartstilstand. Snel ingrijpen met behulp van Automatische Externe Defibrillator (AED) redt levens. Sinds 2003 mogen de AED’s ook door leken worden bediend. Dat was een stap in de goede richting. Inmiddels hangen AED’s in openbaren gebouwen, bedrijfspanden en op NS stations. Maar als iemand buiten kantooruren een hartstilstand krijgt dan zijn deze apparaten onbereikbaar. Ook in de woonwijken zouden, zoals in Frankrijk, zouden AED’s publiek toegankelijk moeten hangen.

Mensen zijn in principe bereid te helpen. Maar zij worden daarin niet gestimuleerd als de overheid alle taken voor de openbare orde handhaving en hulpverlening voor zich opeist. Dit gaat snel veranderen. Overheden moeten afslanken en zullen er op moeten vertrouwen dat burgers meer taken zelf gaan uitvoeren. Met de juiste op de individu gerichte prikkels kan de overheid de klassieke gedragsverhouding doorbreken en (zelf)redzaamheid bevorderen. En alle inwoners samen moeten meer kunnen bereiken, dan de overheid alleen. Door snel ingrijpen bij bijv. een hartstilstand kunnen mensenlevens worden gered. En dan kan iedere vrijwilliger zich een beetje Florence Nightingale voelen.

Gooi @ Vechtstreek

18_org

Gemeenten krijgen steeds meer taken, die ook steeds complexer worden. Maar de middelen voor een professionele uitvoering ontbreken. De meeste gemeenten zijn veel te klein om alle nieuwe taken te absorberen. Daarom wordt veelvuldig samengewerkt met omliggende gemeenten. Aanvankelijk ging het om uitvoerende taken zoals de afvalverwerking en de sociale werkvoorziening. Maar de laatste jaren worden steeds meer onderdelen van de beleidsuitvoering en bedrijfsvoering gedeeld. Daarbij wordt samengewerkt in wisselende coalities. Een gemiddelde gemeente participeert in 27 samenwerkingsverbanden. Voor elk onderwerp heeft een gemeente andere partners en dus een ander samenwerkingsverband. Het is een onoverzichtelijke kluwen van ambtelijke samenwerkingsverbanden die zich grotendeels onttrekt aan de democratische controle.

Samenwerken om autonomie te behouden
Samen en toch apart is het uitgangspunt van de samenwerking tussen gemeenten. Het SETA-concept laat de autonomie in tact, maar op ambtelijk niveau wordt de samenwerking gezocht. Dit kan op verschillende manieren worden ingevuld. Een kleine gemeente kan taken uitbesteden aan een grotere buurgemeente. Dit wordt het gastheergemeentemodel genoemd. Door taken te bundelen binnen een grote organisatie wordt de kwaliteit van de uitvoerende taken geborgd. Uitruil van taken op gelijkwaardige basis tussen gemeenten komt ook voor. Bijvoorbeeld: gemeente A beheert de ICT ook voor gemeente B en C. Gemeente B voert de sociale werkvoorziening ook uit voor gemeenten A en C. En gemeente C verzorgt de inkoop voor de drie gemeenten. Dan hebben we ook nog de samenwerkingsverbanden op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regeling. Deze regelt de samenwerking tussen gemeenten, provincies en waterschappen. De WGR wordt toegepast voor de uitvoering van de sociale werkvoorziening en stadsregio’s. Voor elk onderwerp is er een andere regio: een muziekschoolregio, een veiligheidsregio, een zorgregio. Hier geldt het verdeel- en heersprincipe ter bescherming van de eigen autonomie.

Dienstverlenend, efficiënt en democratisch
Het creëren van samenwerkingsverbanden om uitvoeringsproblemen het hoofd te bieden is symptoombestrijding. Het is natuurlijk beter de oorzaak aan te pakken, nl. de omvang van een gemeente. De gemiddelde omvang van een gemeente is nu 38.000 inwoners. Door een minimum grens te stellen voor een gemeente van 75.000 inwoners kan iedere gemeente een kwalitatief goed bestuur inrichten, de belangrijkste taken zelf uitvoeren en de kwaliteit van de dienstverlening borgen. De backoffice van een gemeente is generiek voor alle gemeenten en niet onderscheidend. Alle gemeenten kunnen dus efficiënt één gemeenschappelijke backoffice delen. De dienstverlenende processen moeten opnieuw worden ingericht. In die nieuwe opzet staat niet langer de gemeente, maar de burger centraal. Wij willen in iedere gemeente kunnen stemmen en ons paspoort kunnen ophalen. En als we de zorgverlening voor hulpbehoevende ouders, die in andere gemeente wonen, moeten regelen dan willen we daarin niet worden belemmerd door gemeentegrenzen. De gemeente overstijgende taken tenslotte kunnen naar de provincie worden overgeheveld. Daardoor wordt ook de verstoorde democratische controle weer hersteld.

Vrijwillige of gedwongen samenwerking?
Er moet iets gebeuren, want het pad naar vrijwillige samenwerking tussen gemeenten loopt niet over rozen. In de Gooi- en Vechtstreek bijvoorbeeld liggen de gemeenten al decennia met elkaar overhoop. Bussum, Weesp, Muiden en Naarden zouden aanvankelijk fuseren. De voorgenomen fusie strandde in de politieke besluitvorming. Weesp is teleurgesteld in de samenwerking met de omliggende gemeenten, maar zet toch in op versterking van de regionale samenwerking. Weesp heeft ook ambitieuze uitbreidingsplannen die zich gedeeltelijk afspelen op het grondgebied van Muiden. Deze gemeente kan hier niet in meegaan en hoopt op een snelle fusie met omliggende gemeenten. Bussum wil niet worden opgezadeld met de problemen van Muiden, maar wil wel graag fuseren met het vestingstadje Naarden. Een vrijwillige samenwerking lijkt uitgesloten, zoals een gemeentesecretaris verzuchtte: “het heet hier niet voor niets Gooi- en Vechtstreek!”

OV kraak kaart loont niet

ovkaart

God vertelde tegen Adam en Eva dat zij in het Paradijs het fruit van alle bomen mochten eten, behalve het fruit van de boom van de kennis van het goed en het kwaad. De slang verleidde Eva toch een hap van de verboden vrucht te nemen. En ook Adam at van de appel. Als straf voor deze ongehoorzaamheid werden Adam en Eva verbannen uit het paradijs. De mensheid moet na deze zondeval in haar eigen levensonderhoud voorzien, maar wordt nog dagelijks aan nieuwe verleidingen blootgesteld. Zo schijnt het kraken van de ov-chipkaart kinderspel te zijn. Met een simpele kaartlezer en van internet te downloaden software kan de kaart worden opgewaardeerd en ingecheckt. De verkoop van kaartlezers loopt storm en de software wordt veelvuldig gedownload. Na illegaal downloaden van muziek kunnen we nu ook gratis reizen. Maar het is wel fraude. “Het mag niet” zegt de directeur van het bedrijf achter de ov-chipkaart.

De fraude met de ov-chipkaart komt niet als een verrassing. De beveiliging van de kaart werd reeds in 2008 gekraakt. Maar ook de invoering van de kaart verloopt problematisch. Het uitchecken gaat nogal eens mis, waardoor de reiziger met extra kosten wordt opgezadeld. Soms worden ook dubbele tarieven afgeschreven. Je zou verwachten dat de omschakeling van papieren kaartjes naar één elektronische pas het reizen makkelijker maakt. Het tegendeel is het geval. De reiziger wordt geconfronteerd met een wirwar van tarieven en wordt de dupe als de techniek faalt. Het is een ingewikkeld systeem van oplaadpunten, incheck en uitcheck poortjes. En de voorlichting en communicatie naar de reizigers is versnipperd en gebrekkig.

In Hongkong werd de Octopus-card in 1997 ingevoerd. In Londen reizen sinds 2003 meer dan 10 miljoen mensen met de Oyster-card. Waarom werkt het daar wel en verloopt de invoering in ons land zo moeizaam? Dat komt door het hoge ambitieniveau en de complexiteit. In tegenstelling tot andere landen heeft Nederland er voor gekozen de kaart voor alle vormen van openbaar vervoer in te voeren. Daar zijn verschillende vervoerbedrijven bij betrokken. Overheden op gemeentelijk, regionaal en landelijk niveau bemoeien zich er mee. Tijdens de paspoortaffaire gingen ambtenaren van de departementen elkaar te lijf voor een fraudebestendig paspoort. En nog steeds is de regie van overheidszijde een zwak punt vanwege de belangenconflicten tussen autonome overheden. Dit staat een harmonisatie van regelingen, tarieven en kortingen in de weg die de invoering van de vervoerkaart had kunnen vereenvoudigen. Maar ook de ontwikkeling en aanbesteding van de infrastructuur is versnipperd aangepakt. De pas, de poortjes en de randapparatuur zijn apart aangeschaft. En zo krijg je een systeem waarin de vervoerder centraal staat en niet de reiziger.

Worden de gekwelde reizigers nu aangemoedigd met een gekraakte kaart gratis te reizen? Als je de vermaning van de directeur van TLS aanhoort dan zou je dat haast gaan geloven. “Het mag niet” maakt mensen juist nieuwsgierig. Net als Eva in het paradijs moet je de reiziger niet in de verleiding brengen. De ophef over de gekraakte kaart is opmerkelijk, de reactie van overheidswege des te meer. De ov-chipkaart is beter beveiligd dan onze betaalpas. Elke kaart kan en zal worden gekraakt. De mate van beveiliging is een ingecalculeerd risico. Maar de schade als gevolg van fraude wordt uiteindelijk doorberekend in de tarieven en dus verhaald op de reiziger. Zelfs als de overheid dit tegen wil gaan, dan nog wordt de schade afgewenteld op de burger als belastingbetaler omdat de overheid aandeelhouder is van de vervoerbedrijven.

Eerlijke reizigers mogen niet de dupe worden van het systeem. Fraudeurs moeten en kunnen eenvoudig worden opgespoord en beboet aan de hand van een vergelijking van de gegevens op de kaart met de transacties in de backoffice. Dit kan via poortjes die een gekraakte kaart inslikken of via een handcomputer door de conducteur. Mijn advies zou zijn de hackers te betrekken en te belonen bij het testen van een beter beveiligde kaart. En de boodschap aan de reizigers over het reizen met een gekraakte kaart luidt: “het loont niet”.

De overheid in je broekzak

Screen-Shot-2013-09-11-at-10.03.47-PM

Technologie leidt tot een ingrijpende verandering in de relatie tussen bedrijven en hun klanten, èn in de relatie tussen overheid en burgers. Deze transformatie is het gevolg van drie unieke gebieden die bij elkaar komen: cloud computing, social media en smartphones. Zowel bedrijven als de overheid krijgen hierdoor een andere rol. Voor de overheid betekent dit onder meer dat burgers actief betrokken kunnen worden bij beleid en uitvoering.

Participatie
De burger wil betrokken worden. Dat zorgt voor een ingrijpende paradigmaverschuiving. De huidige ontwikkelingen zijn een belangrijke breuk met het verleden. Dat heeft voor een deel te maken met en andere generatie die op een andere manier wil communiceren. We hebben weliswaar het programma e-Overheid. Maar dat stelt in praktijk niet de burger centraal. Het is vooral een push van bestaande diensten waarin de overheid zelf centraal staat.

Websites verdwijnen
Belangrijker nog is dat het in de e-Overheid vooral draait om websites. Maar dat is echter al lang niet meer waar de innovaties plaatsvinden. Echte innovatie is te vinden bij de mobiele toepassingen, zoals apps voor smartphones die verbonden zijn met de cloud. Een cruciaal verschil met de oude situatie is dat voor het ontwikkelen van die apps geen grote bedrijven nodig zijn. Zij kunnen door iedereen gemaakt worden.

Van p-Overheid en e-Overheid naar m-Overheid
Het is de volgende stap in een ontwikkeling die al langer aan de gang is: eerst gingen we van papier naar digitaal. Toen kwam internet op. En nu verschuift internet naar mobiel. Er worden nu al meer smartphones verkocht dan pc’s. En binnen afzienbare tijd zal de toegang tot internet vaker plaatsvinden via een smartphone dan via een pc. Een smartphone of een tablet is echter niet hetzelfde als een computer. De rekenkracht die nodig is zal daarom naar de cloud gaan, ook voor de overheid.

Beroep op de samenleving
Mobiele communicatie gaat via verschillende platforms. Als overheid kun je dat niet allemaal zelf ontwikkelen. De overheid zal daarvoor dus een beroep moeten doen op de samenleving. Dan gaat het niet alleen om cloud computing, maar ook om open data. De samenleving kan alleen zijn nieuwe taak vervullen als mensen beschikken over data.

Interactie en dialoog
De overheid zal ook rekening moeten houden met de sociale media, die mensen nu standaard gebruiken. Burgers willen op die manier over en met de overheid communiceren. Dat kan zowel positief zijn als negatief. Daar moet de overheid op een professionele manier mee omgaan. Je kunt meten wat burgers over je zeggen, en met welk sentiment. Vervolgens moet de overheid een beslissing nemen of zij daaraan meedoet, en zo ja op welke manier. De overgang naar mobiel zet veel zaken in beweging. De overheid moet daarop anticiperen. Burgers willen op ieder moment en vanaf ieder plaats met de overheid kunnen communiceren. En via hun smartphone hebben zij de overheid in hun broekzak en altijd binnen handbereik.

Het doel van de staat is de vrijheid

2011-05-11-spinoza

Twee gewapende mannen worden door de politie opgepakt. Zij worden verdacht van het plegen van en ernstig misdrijf, maar daarvoor ontbreekt ieder bewijs. Zij worden apart in een cel gezet en afzonderlijk ondervraagd. De aanklager stelt beide mannen voor een keuze. Als zij beide zwijgen krijgen zij een milde straf van 1 jaar. Als één van de verdachten bekent dan gaat hij vrijuit en krijgt de andere verdachte een gevangenisstraf van 10 jaar. Maar als beide bekennen, dan krijgen zij ieder vijf jaar celstraf. Voor beide mannen is het beter te zwijgen. Maar elke verdachte kiest alleen voor zijn eigen voordeel. Beide mannen bekennen om de straf van 10 jaar te ontlopen en worden dus veroordeeld tot 5 jaar cel.

Dit klassieke ‘prisoners dilemma’ komt veelvuldig voor. Het is voor partijen beter samen te werken. Maar omdat partijen voor het eigenbelang kiezen worden zij allebei benadeeld. Zo houden de Vlamingen en de Walen elkaar al jaren gevangen in een prisoners dilemma door taalstrijd en communautaire twisten. De Franstaligen voelen zich door opeenvolgende nederlagen vernederd en trappen op de rem. Hun strategie van ‘nee, tenzij’ lijkt op het eerste gezicht succesvol. Maar de Vlaamstaligen worden meegezogen in de escalatie. Daardoor komt de onafhankelijkheid van Vlaanderen dichterbij. En een splitsing is niet wat beide partijen willen.

In ons dagelijks leven worden we veelvuldig geconfronteerd met een keuze voor onszelf en het belang van het collectief. Voor het individu is het beter voor zichzelf te kiezen, terwijl dit nadelig kan uitpakken voor het collectief. Toen de DSB-bank negatief in het nieuws kozen veel spaarders voor het eigenbelang. Zij namen hun spaargeld op. Daardoor ging de bank uiteindelijk failliet en werd uiteindelijk iedereen gedupeerd. Voor het collectief was het natuurlijk veel beter als iedereen het spaargeld bij de bank had gelaten. Maar een individuele spaarder kan er niet op vertrouwen dat andere spaarders dat ook zullen doen.

Het voorbeeld van de DSB-bank laat zien dat de keuze niet volledig uit ‘jezelf’ genomen kan worden. De mens is een sociaal wezen die zich laat leiden door wat anderen doen. Kiezen uit eigenbelang is dus kiezen voor de samenwerking met anderen. Je bent wat je betekent voor die anderen. Maar van nature heeft de mens de neiging zijn directe eigenbelang te volgen ten koste van de belangen van het collectief.

Volgens Baruch Spinoza is de ‘hoogste overheid’ de voorwaarde voor het voortbestaan van het collectief. Dat collectief is op haar beurt weer de bestaansvoorwaarde is voor het individu. De ‘hoogste overheid’, oftewel de staat, bepaalt waar eenieder recht op heeft. Het bestaansrecht van de overheid is gelegen in het feit dat centraal geregeld wordt wat het individu alleen niet tot stand kan brengen. En daaronder valt ook het bevorderen van de samenwerking tussen burgers en het beschermen van de collectieve belangen. Ingrijpen door de overheid is ook gerechtvaardigd om gedrag te bestrijden dat anderen schade toebrengt. Maar de bemoeienis van de overheid mag niet doorslaan in betutteling. Uiteindelijk is het doel niets anders dan onze vrijheid.

Verkeersdrempels op de snelweg

the-doors-300x300-adobe

De software- muziek-, en filmindustrie voeren nog steeds een verbeten strijd om auteursrechten te beschermen. Hun lobbyisten vinden steeds weer een gewillig oor bij politici. Inkomsten en banen moeten immers worden beschermd. De software- muziek-, en filmindustrie hebben hun pijlen eerst gericht op de gebruikers en verspreiders van illegale content. Zij willen ook de internetbedrijven kunnen dwingen de intellectuele eigendommen van de industrie te waarborgen.

Internetbedrijven kunnen weinig begrip voor opbrengen voor de houding van de industrie. Want worden de belangen van de auteurs hiermee behartigd? Internetbedrijven beweren dat de industrie er alleen op uit is hun monopolie te behouden. Dat monopolie zou gebaseerd zijn op het stelen en gebruiken van creaties van anderen om daar veel geld mee verdienen.

Voor mij als consument is het niet te begrijpen waarom de industrie met steun van politici zo krampachtig hun rechten trachten te beschermen. De muziekindustrie laat mij voor dezelfde content steeds weer opnieuw betalen. In de zeventiger jaren kocht ik de L.A. Woman elpee van the Doors. In de tachtiger jaren kocht is dezelfde muziek op CD. Twee jaar geleden haalde ik de muziek op via iTunes. Maar meestal luister ik nu de nummers van de Doors via de streaming betaaldienst van Spotify. En nu frustreert de muziekindustrie de streamingdiensten door muzieklabels terug te trekken. Waarom speelt de industrie niet in op de mogelijkheden die internet biedt door het kopen van content aantrekkelijk te maken? Dat lijkt mij een effectievere bescherming tegen illegaal kopiëren dan de weg naar de rechter.

Illegale praktijken moeten uiteraard worden bestreden. Maar dan moeten wel de echte boosdoeners worden aangepakt. De middelen moeten ook in verhouding staan tot het vergrijp. Het aanpakken van internetbedrijven en het uit de lucht halen van hele websites is buiten proportioneel. Op de snelweg leg je ook geen verkeersdrempels aan om hardrijders aan te pakken.