Achttien dagen zonder AI: drie lessen voor het Rijk

Twee van de grootste IT-dienstverleners binnen de Rijksoverheid, DICTU en SSC-ICT, gaan intensief samenwerken aan de opbouw van een gecentraliseerd, soeverein en schaalbaar AI-ecosysteem. Met een officiële intentieverklaring committeren beide organisaties zich aan een taakverdeling. SSC-ICT levert de generieke infrastructuur en AI-diensten, zoals een met de AIVD ontwikkelde omgeving voor Veilige Lokale AI Modellen. DICTU bouwt domein specifieke toepassingen, zoals een chatvoorziening. Het doel is ambitieus: volgens de aankondiging worden op termijn 80.000 rijksambtenaren, ongeveer de helft van de rijksdienst van ruim 160.000 fte, voorzien van veilige, autonome AI-oplossingen en wordt voorkomen dat elk ministerie afzonderlijk het AI-wiel uitvindt.

Wie een dergelijke ambitie wil laten slagen doet er goed aan wekelijks een uur te reserveren voor Turing Station. Deze nieuwe Nederlandstalige podcast van Bart Mol, Bert Slagter en Peter Slagter zoekt elke week het signaal in de ruis rond AI: wat verandert er, waarom doet het ertoe en wat betekent het voor werk, technologie en samenleving? Juist omdat de makers ontwikkelingen duiden in plaats van hypen, is de podcast waardevol voor bestuurders en beleidsmakers die geen techneuten zijn, maar wel besluiten moeten nemen over technologie. Drie lessen uit de eerste afleveringen raken de kern van wat DICTU en SSC-ICT willen bouwen.

Les één: soevereiniteit is geen beleidsjargon maar bittere noodzaak. In juni 2026 legde de Amerikaanse overheid van de ene op de andere dag exportrestricties op aan de nieuwste AI-modellen van Anthropic. Gebruikers wereldwijd verloren achttien dagen lang de toegang, zonder gedetailleerde onderbouwing. De les is ongemakkelijk maar helder: toegang tot Amerikaanse frontier-modellen is een politieke variabele, geen contractuele zekerheid. Een eigen, soeverein ecosysteem is precies het juiste antwoord, mits jurisdictierisico’s ook in elke leverancierskeuze en elk contract expliciet worden gewogen.

Les twee: schaalbaar betekent uitwisselbaar. Uit de podcast blijkt dat open-weights modellen nog maar drie tot vier maanden achterlopen op de beste gesloten modellen. Dat verandert alles voor een overheid die niet afhankelijk wil zijn van één commerciële partij. Een toekomstbestendig ecosysteem klinkt zich daarom niet vast aan één model, maar kiest een multi-model-architectuur waarin modellen uitwisselbaar zijn en de terugvaloptie periodiek wordt getest. Wie op één model bouwt, bouwt op drijfzand. De achttien dagen modeluitval van juni hebben dit aangetoond.

Les drie: zonder tokengovernance wordt het ecosysteem onbetaalbaar. De podcast beschrijft hoe op gebruik gebaseerde facturering van AI onvoorspelbaar schaalt: individuele ontwikkelaars geven inmiddels meer dan een miljoen dollar per maand uit aan tokens en organisaties zagen hun AI-budgetten binnen enkele maanden uit de hand lopen. Voor een voorziening die 80.000 ambtenaren moet bedienen is dit geen detail maar een financieel vraagstuk. Richt daarom vanaf dag één verbruikssturing in: limieten per dienst, realtime monitoring van tokenverbruik en doorbelasting naar afnemende organisaties.

De intentieverklaring van DICTU en SSC-ICT is een startschot. De praktijk bij veel organisaties leert dat medewerkers niet wachten op een centraal ecosysteem. Onderzoek toont dat negen op de tien medewerkers zonder goedgekeurde tooling allang persoonlijke AI-tools gebruikt op het werk, buiten het zicht van de IT-organisatie. Het soevereine alternatief moet er dus niet alleen komen, het moet er ook snel goed genoeg zijn om die stille praktijk te vervangen. Of het gecentraliseerde, soevereine en schaalbare AI-ecosysteem werkelijkheid wordt, hangt niet alleen af van de technologie, maar vooral van de governance eromheen: geopolitieke risico’s serieus nemen, modelonafhankelijkheid afdwingen en kosten beheersbaar houden.

De dag dat Den Haag zijn e-mail kwijtraakte

De recente sancties van de regering Trump hebben Europa een harde les geleerd over digitale afhankelijkheid. Toen de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag plotseling geen toegang meer had tot zijn e-mail en zijn bankrekeningen werden bevroren, werd de kwetsbaarheid van onze digitale infrastructuur pijnlijk duidelijk. Dit incident was een wake-up call die ver buiten juridische kringen weerklank vond.

Nederlandse experts van de Dutch Cloud Community reageerden geschokt, maar niet verbaasd. Al jaren waarschuwen zij voor de risico’s van overmatige afhankelijkheid van Amerikaanse Big Tech bedrijven. Veel organisaties gebruiken software die via Amerikaanse bedrijven als cloudoplossing wordt aangeboden en slaan hun gevoelige data op in diezelfde cloud. Wanneer geopolitieke spanningen oplopen, kunnen deze organisaties plotseling de toegang tot hun eigen systemen verliezen.

Nederland zet de koers uit

De Nederlandse overheid heeft snel gereageerd op deze nieuwe realiteit. Het Shared Service Center-ICT heeft haar ‘cloud first’-uitgangspunt omgezet naar ‘sovereign first’ voor het ontwerp van de nieuwe Rijkswerkplek, waar straks 58.000 ambtenaren in 9 ministeries gebruik van zullen maken. Deze koerswijziging symboliseert een fundamentele verschuiving in het denken over digitale infrastructuur.

Later dit jaar komt het kabinet met de nieuwe Nationale Digitaliseringsstrategie, waarin soevereiniteit en continuïteit centrale thema’s zijn. Het streven naar digitale onafhankelijkheid is van een technische kwestie uitgegroeid tot een zaak van nationale veiligheid.

Inspirerende voorbeelden ontstaan

Verschillende Nederlandse en Europese initiatieven tonen aan dat digitale soevereiniteit geen utopie is. Amsterdam heeft unaniem ingestemd met het plan ‘Amsterdam Digitaal Onafhankelijk’ om de afhankelijkheid van Microsoft, Salesforce en SAP te verminderen. De gemeente wil controle over haar eigen data en technologie behouden.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken ontwikkelt ‘Mijn Bureau‘, een open source suite voor samenwerking die e-mailen, chatten, videobellen en kantoortools mogelijk maakt zonder afhankelijkheid van buitenlandse partijen. Dit project volgt het voorbeeld van Frankrijk en Duitsland, die soortgelijke initiatieven hebben gelanceerd.

Op Europees niveau ontstaan ambitieuze projecten zoals 8ra en Gaia-X, die een gefedereerde, veilige data-infrastructuur willen creëren waar Europese organisaties gegevens kunnen uitwisselen met behoud van digitale soevereiniteit.

De urgentie van nu

Het ontbreken van digitale soevereiniteit maakt organisaties kwetsbaar voor ongewenste toegang, surveillance en economische lock-in. Wanneer burgers en bedrijven het vertrouwen verliezen in de bescherming van hun gevoelige data, stagneert de digitale vooruitgang van heel Nederland.

De huidige geopolitieke situatie vraagt daarom om een fundamentele koerswijziging: Open Source first en het streven naar cloud-agnostische infrastructuur. Alleen zo kunnen Nederlandse organisaties hun digitale weerbaarheid waarborgen en blijven functioneren, ongeacht de internationale spanningen van morgen.

Microsoft’s Europese belofte

Stel je bent een Amerikaans techbedrijf dat miljarden verdient in Europa. Je groeit snel en investeert fors. Maar je merkt tegelijk dat de wereld verandert. In Washington klinkt de roep om nationale belangen boven alles. En in Europa groeit het wantrouwen tegenover Amerikaanse invloed op technologie en data. Wat doe je dan?

Voor Microsoft is dit geen hypothetisch scenario. Het bedrijf bevindt zich in een geopolitieke spagaat: tussen de wens van Europa om digitale onafhankelijkheid te vergroten, en de mogelijke eisen van de Amerikaanse overheid om controle te behouden. De reactie van Microsoft op deze spanning? Een reeks stevige beloften aan Europa.

Een krachtig gebaar: miljardeninvesteringen

Microsoft heeft aangekondigd dat het de komende jaren tientallen miljarden euro’s investeert in Europese datacenters. Over twee jaar moet de capaciteit in zestien landen met maar liefst 40 procent zijn toegenomen. Geen tijdelijke maatregelen, maar stevige, fysieke ankerpunten die duidelijk maken: wij blijven hier.

Maar de ambities reiken verder dan bakstenen en servers. Microsoft heeft beloofd dat het juridische stappen zal ondernemen als een overheid – inclusief de Amerikaanse – hen ooit dwingt om hun Europese operaties te staken. Een krachtig signaal, maar hoe hard is die garantie?

Europese zeggenschap, Amerikaanse wortels

Om het Europese vertrouwen verder te winnen, introduceert Microsoft een aparte, volledig Europese bestuursraad voor zijn datacenteractiviteiten. Alleen Europeanen, werkend volgens Europese wetten. Daarnaast worden essentiële software-back-ups opgeslagen in Zwitserland, zodat Europese klanten toegang houden tot hun systemen, ook als het misgaat aan de andere kant van de oceaan.

Deze constructie lijkt op een noodplan in tijden van politieke storm. Het blijft het wringen. Want hoe autonoom is een Europese tak als het moederbedrijf Amerikaans is, met Amerikaanse aandeelhouders en onderworpen aan Amerikaanse wetten zoals de Cloud Act? Kan Microsoft echt weigeren als Washington iets eist?

Data in Europa, versleuteld door de klant

Ook op het vlak van databescherming heeft Microsoft flinke stappen gezet. Met het afgeronde EU Data Boundary-project blijven Europese klantgegevens voortaan in Europa opgeslagen én verwerkt. Zelfs de encryptiesleutels blijven bij de klant: Microsoft zelf heeft er geen toegang toe.

Het is een serieuze stap om aan het Europese verlangen naar digitale soevereiniteit tegemoet te komen. In een tijdperk waarin data gelijk staat aan macht, is dat een indrukwekkende tegemoetkoming.

Tussen vertrouwen en waakzaamheid

Microsoft balanceert tussen twee werelden. Europa wil controle, Amerika wil loyaliteit. Microsoft probeert beide tevreden te stellen: Europese besturing, Amerikaanse identiteit. De hamvraag is: Wat gebeurt er als de VS en de EU echt met elkaar in conflict komen over technologie en data? Als Washington Microsoft dwingt om gegevens te overhandigen of operaties in Europa stop te zetten? Dan zal blijken of de mooie beloften ook bestand zijn tegen politieke druk.

Microsoft investeert oprecht in een blijvende en betrouwbare relatie met Europa. Maar helaas kunnen we daar niet blind op vertrouwen. Vooralsnog zijn Europese overheden en bedrijven genoodzaakt het zekere voor het onzekere te nemen en scenario’s voor te bereiden voor als het misgaat. In een wereld waarin technologie en geopolitiek steeds meer verstrengeld raken, is voorzorg het enige echte vangnet.

Digitale Soevereiniteit op het Spel

Het recente Amerikaanse memorandum “Defending American Companies and Innovators From Overseas Extortion and Unfair Fines and Penalties” vormt een directe aanval op de Europese digitale regelgeving. Met ongekend harde taal dreigt Washington met vergeldingsmaatregelen tegen EU-wetgeving zoals de DMA, DSA en AVG/GDPR.

Deze escalatie is meer dan een handelsconflict. Het is een frontale aanval op Europa’s digitale autonomie. Waar de VS voorheen diplomatieke kanalen gebruikte, kiest het nu voor openlijke confrontatie met dreigementen van tarieven en sancties tegen wat zij zien als “oneerlijke straffen” en “chantage”.

Voor Nederland en Europa staat er veel op het spel:

  • Onze digitale soevereiniteit en het recht om eigen regels te bepalen
  • De bescherming van burgerrechten en privacy
  • De concurrentiepositie van Europese technologiebedrijven

Nederland en Europa staan op een kruispunt: buigen voor Amerikaanse druk of vechten voor digitale zelfbeschikking? Het is tijd voor een krachtig antwoord:

  1. Versterk de gezamenlijke Europese positie tegenover deze dreigementen
  2. Ontwikkel een strategisch plan voor verminderde afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven
  3. Investeer versneld in Europese digitale infrastructuur en cloudoplossingen

De tijd van afwachten is voorbij. Europa moet nu handelen om zijn digitale toekomst veilig te stellen. Laten we kiezen voor een zelfstandige koers die onze waarden, burgers en bedrijven beschermt.​​​​​​​​​​​​​​​​