Internetveiligheid: onbewust onbekwaam

cyber_crime_hacker-960x380

Internet behoort voor de meeste kinderen tot het dagelijkse leven. Maar is het ook veilig? Cybercriminelen en zedendelinquenten lijken er ongestoord hun slag te kunnen slaan. Vandaag werd bekend dat een man uit Cuijck acht jaar lang ongestoord via internet kinderen kon verleiden met het doel seks met hen te krijgen. Honderden kinderen werden het slachtoffer van deze Grooming zaak. Jaarlijks worden nog eens 200 duizend – veelal hoogopgeleide – mensen in ons land slachtoffer van identiteitsfraude. Het wordt tijd voor een gerichte aanpak van internetcriminaliteit.

Onvoorbereid de digitale snelweg op
Bij het treffen van maatregelen kan het helpen een vergelijking te trekken met de fysieke wereld. Voordat je met de auto de weg op gaat moet de auto worden gekeurd en moet je een rijbewijs halen. Je moet de verkeersregels respecteren en vooral een veiligheidsgordel dragen. De auto ondergaat periodiek onderhoud en als er iets mis is met de motor of verlichting dan gaan de waarschuwingslampjes branden. En bij pech bel je de ANWB of de garage. Om de digitale snelweg op te gaan heb je geen rijbewijs nodig. Er zijn geen controlelampjes en er is geen wegenwacht. Daarom kunnen cybercriminelen ongestoord hun gang gaan en slachtoffers maken onder onkundige internetters.

Regelgeving werkt averechts
De overheid ziet het als haar taak om Nederland weerbaarder te maken op het internet. Daarvoor werd het Nationaal Cyber Security Centrum opgericht. Politie en justitie krijgen ruimere bevoegdheden om cybercrime aan te pakken. Volgende maand verschijnt een kabinetsbrede visie op identiteitsfraude. Het zijn goede initiatieven, maar het is onmogelijk om met nationale maatregelen een internationaal probleem aan te pakken. De pakkans voor cybercriminelen is dan ook gering. Geheel contraproductief wordt het als de overheid zich met de techniek van het internet gaat bemoeien, zoals bij het Nederlands cookieverbod. De overheid probeert wettelijk te regelen wat een gebruiker zelf kan regelen via de cookiesinstellingen op zijn PC. Van die regelgeving gaat nog een groter gevaar uit: namelijk de suggestie dat de overheid borg kan staan voor onze veiligheid en privacy op het internet. Dat is een illusie, want de regelgeving kan de vooruitgang van de techniek nooit bijhouden.

De techniek krijgt de schuld
Trekken we de vergelijking met het wegverkeer dan moeten we constateren dat miljoenen mensen zonder rijbewijs de digitale snelweg opgaan. Als mensen dan massaal tegen een boom rijden, dan geven we de auto de schuld. Die is namelijk niet veilig genoeg. Alle autofabrikanten worden verplicht de auto’s terug te roepen voor het inbouwen van een boombegrenzer. Bij het naderen van een boom slaat de motor af. Automobilisten moeten de auto daarna herstarten en met een lage snelheid langs de boom rijden. Die maatregel werkt natuurlijk maar heel even, want kort daarop heeft iedereen al een legale boomafleider geïnstalleerd in de auto. In het autoverkeer ligt de nadruk gelukkig op de rijvaardigheid van de automobilist. Bij het internet draait het allemaal nog om de techniek.

Vanaf de jeugd internetveilig
De sleutel voor de veiligheid op de digitale snelweg ligt bij de internetgebruiker. Die moet zich bewust zijn van de gevaren, zich afdoende beschermen en risico’s beperken. Overheid en bedrijven moeten goed voorlichten over de gevaren en te nemen maatregelen. Vanaf de basisschool moeten kinderen worden onderwezen over de veiligheid op het internet. Naast het verkeersexamen zou het internetveiligheidsexamen verplicht gesteld moeten worden. Bij beide examens ligt een belangrijke opvoedende taak van de ouders. Net zoals bij veiligheid in het verkeer moeten ouders zich dan wel bewust zijn van de gevaren op het internet. Want helaas zijn de meeste mensen nog onbewust onbekwaam.

Sociale media versterken sportbeleving

slide4

Sociale media kenmerken zich door een hoge mate van interactie. Zij stellen ons in staat op ieder moment te communiceren met gelijkgestemden. Door het gebruik van de smartphone kunnen wij makkelijk actuele informatie, locatiegegevens, foto’s en filmpjes uitwisselen. Voor sporters biedt dit veel gemak. Zij kunnen eenvoudig met elkaar afspreken en trainingsresultaten uitwisselen. Maar ook de sportverenigingen kunnen de kracht van sociale media benutten voor het versterken van de clubbinding, vergroten van hun bereik en het promoten van de sport. Deze kansen laten de verenigingen nu nog veelal onbenut.

Het Mulier Instituut publiceerde dit jaar een onderzoeksrapport over het gebruik van sociale media door sporters. De conclusies van het rapport zijn onder meer dat sporters bovengemiddeld sociale mediagebruikers zijn en dat sociale media stimulerend werken om te gaan sporten. Meer dan de helft van alle jongeren gebruikt Facebook mede in relatie tot sport. Zij gebruiken sociale media onder andere om af te spreken om te gaan sporten. Een kwart van alle jongeren zegt door berichten op sociale media meer te zijn gaan sporten. Veertig procent gebruikt sociale media om met de sportclub te communiceren. Jongeren vinden wel dat de sportclub meer gebruik zou kunnen maken van sociale media.

De meeste sporters zijn permanent online. Zij communiceren interactief over actuele sportprestaties. Sportbonden en -clubs blijven daar ver bij achter. Veel sportclubs communiceren nog steeds via clubblaadjes die per post worden verstuurd. Zo viel vijfendertig jaar lang elke maand het blad Roeien in mijn brievenbus. Het blad is populair onder oudere wedstrijdroeiers. De doelgroep van maandblad Roeien is te beperkt om te kunnen overleven. Na 74 jaar valt het doek voor het fraaie bondsblad. De Roeibond zet nu in op sociale media om nieuwe doelgroepen aan te spreken. Dat is noodzakelijk om jongeren te bereiken en het roeien als breedtesport te promoten.

De Roeibond en hoofdsponsor Aegon hebben het initiatief genomen om mensen via een Roeigame en een App enthousiast te maken voor de roeisport. Sportschoolbezoekers krijgen daardoor aanvullend een nagebootste wedstrijdbeleving bij het roeien op de roeiapparaten. Via een groot scherm krijgen zij real time virtuele beelden van zichzelf te zien op de Theems, de Bosbaan of de Keizersgracht. Het is mogelijk om in de sportschool wedstrijden tegen elkaar te roeien en vervolgens tijden via de App te vergelijken met indoor-roeiers in andere sportscholen. Ook bezitters van een roeiapparaat thuis kunnen ook meedoen met deze ‘Aegon Rowing Challenge’. Via het indoor-roeien in een sportschool kan daarna de overstap worden gemaakt naar het roeien bij een roeivereniging. Zo komt Roel Braas, de beste Nederlandse roeier in de eenmansboot, uit het indoor-roeien.

Sociale media zijn inmiddels volledig doorgedrongen in de samenleving. Voor sportverenigingen biedt dit kansen de sport te promoten en leden te werven. Vrijwel alle jongeren zijn actief op sociale media. Door de cultuur van het ‘liken’ en het delen wordt een oproep voor een gezonde leefstijl door te gaan sporten snel verspreid. De Roeibond heeft daarvoor een eerste stap in de goede richting gezet.

De vos zorgt voor de kippen

vos-kip-blog

De hoorzittingen van de tijdelijke commissie ICT zitten er op. Veel nieuwe inzichten hebben de verhoren niet opgeleverd. Of het moeten de gepeperde uitspraken zijn dat ‘de overheid jaarlijks 5 miljard kwijtraakt door het mislukken van ict-projecten’ of dat ‘ambtenaren gebaat zijn bij het mislukken van ict-projecten’. Als we de verhoren ontdoen van de flauwekul uitspraken, dan blijft er weinig nieuwswaarde over. Het blijft bij opinies en verdachtmakingen waaruit je makkelijk de conclusie zou kunnen trekken dat de overheid incompetent is en ict-bedrijven zakkenvullers zijn.

Informatiseringstrategie van het Rijk
Ten opzichte van 2007 zijn we dan weer terug bij af. Toen reageerde de Tweede Kamer geschrokken door berichten in Trouw dat de overheid miljarden zou verspillen aan slecht uitgevoerde automatiseringsprojecten. Uiteindelijke legde de Kamer zich neer bij de aanbevelingen in het rapport ‘Lessen uit ict-projecten’ van de Algemene Rekenkamer. Daarna kwam er een rijksbreed CIO-stelsel, strakkere sturing op ict-projecten, rijksbrede ict-voorzieningen en consolidatie van infrastructuur en een samenwerkingsprogramma tussen overheid en markt. Er kwam precompetetief overleg met de markt om de haalbaarheid van projecten te toetsen, gateway reviews om de projecten te bewaken, een pool met projectleiders om het opdrachtgeverschap te versterken en een ict-dashboard om meer inzicht te bieden in ict-projecten.

Samenwerking tussen overheid en bedrijven
Het kameronderzoek moet daarom vooral als een aanmoediging worden gezien voor een overheid die de juiste weg heeft ingeslagen, zij het dat wellicht meer voortvarendheid is geboden. Dat geldt voor de overheid zelf, maar in het bijzonder ook voor de samenwerking tussen de overheid en de ict-markt. Het blijken nu nog voornamelijk twee verschillende werelden, die zich maar moeilijk in de ander kunnen verplaatsen. Dat werd in ieder geval pijnlijk duidelijk tijdens de verhoren, waarin voor het eerst ook vertegenwoordigers van ict-bedrijven werden gehoord. Het bedrijfsleven begrijpt vaak niet dat de overheid altijd een balans moet vinden tussen regelgeving, ict en uitvoering en hiërarchisch geen besluiten kan afdwingen. Daar tegenover staan ambtenaren die denken dat bedrijven profiteren van slechtlopende ict-projecten. Het onderlinge wantrouwen is niet bevorderlijk voor een goede samenwerking.

Openheid en transparantie
Tijdens trainingen van de Rijksacademie leg ik uit hoe ict-bedrijven werken. Waar worden zij op afgerekend en wat zijn de persoonlijke drijfveren? Die elementen zijn bepalend voor het gedrag van ict-bedrijven. Ik laat het dashboard van ict-projecten van de Rijksoverheid zien: alle projecten staan op groen. Daarna toon ik het dashboard van dezelfde projecten van een ict-bedrijf … en bijna alle projecten staan op rood. Waar sturen ict-bedrijven op, welke onderdelen staan op rood en waarom? De cursisten zijn ambtenaren die al jaren opdrachten geven aan ict-bedrijven, maar zij hebben geen idee. Ik pleit daarom voor meer openheid en transparantie tussen overheid en ict-bedrijven. Door een beter wederzijds begrip kunnen cultuurverschillen makkelijker worden overbrugd. Tijdens één van de hoorzittingen werd opgemerkt dat je de vos niet op de kippen moet laten passen. Waarom niet een zorgplicht verlangen van de vos?

Omzien in wrok of met vertrouwen vooruitkijken

government-ict

Volgens professor Hans Mulder gaat jaarlijks 4 tot 5 miljard euro verloren aan mislukte ict-projecten binnen de overheid. Hij deed deze uitspraak tijdens de openbare hoorzitting van de Tijdelijke Commissie ICT. Mulder baseert zijn bewering op statistieken over de faalfactoren van ict-projecten van Amerikaanse en Europese overheden, aangevuld met literatuuronderzoek. Dan komt hij uit op dezelfde schatting die de Algemene Rekenkamer in haar onderzoek heeft vermeld: 4 tot 5 miljard aan jaarlijkse overheidsverspilling.

Deskundigen praten elkaar na
In 2007 deed de Algemene Rekenkamer gedegen onderzoek naar ict-projecten van de overheid. De Rekenkamer constateert dat ict-projecten bij de overheid veel duurder blijken te worden dan gedacht, meer tijd vragen dan gepland of niet het gewenste resultaat opleveren. De Rekenkamer refereert in haar rapport ‘Lessen uit ICT-projecten bij de overheid’ aan berichten in de pers: ‘Volgens recente berichten in de media (Vincent Dekker in Trouw, 2007a en 2007b) zou de Nederlandse overheid volgens ict-deskundigen jaarlijks € 4 tot € 5 miljard uitgeven aan geheel of gedeeltelijk mislukte ict-projecten.’ In het bewuste Trouw-artikel in juni 2007 worden hoogleraren Jan Friso Groote en Chris Verhoef geciteerd: ‘Een betrouwbare studie naar de verspilling bij overheid en bedrijfsleven is er niet. Uit onderzoek in het buitenland blijkt dat dertig tot vijftig procent van de automatiseringsprojecten mislukt, te laat wordt opgeleverd of niet goed werkt. Als je die getallen naar de Nederlandse situatie vertaalt kom je op vier tot zes miljard euro per jaar.’

Baseren op beeldvorming of op feiten
Het staat wel vast dat de bedragen maar een slag in de lucht zijn. Een echte onderbouwing ontbreekt. De deskundigen praten elkaar na. Zij hebben zich ook onvoldoende verdiept in het werkelijk verloop van de ict-projecten bij de overheid. Zij baseren zich vaak op overdreven berichtgeving in de media. En niemand die verifieert of die berichten ook daadwerkelijk kloppen. Het eerder aangehaalde artikel in Trouw citeert hoogleraar Chris Verhoef: “P-direkt, het personeelsadministratiesysteem voor de hele overheid, het Centraal Informatiesysteem voor de politie, allemaal projecten die honderden miljoenen kostten en nooit hebben gewerkt.” De feiten zijn echter anders. Voor P-direkt had het Rijk indertijd 20,8 miljoen betaald. Daarvoor heeft de rijksoverheid de softwarelicenties ter waarde 14,3 miljoen, het ontwerp en alle opgeleverde tussenproducten verworven. Na de doorstart van het project zijn de licenties volledig ingezet en is het ontwerp hergebruikt. Van verspilling is dus geen sprake.

Faalkosten moeilijk te bepalen
Om de faalkosten van de ict-projecten van de overheid in te schatten moeten we weten wat de overheid besteedt aan ict. Dat inzicht is niet beschikbaar. In de administraties is het niet te achterhalen. Als er al bedragen worden genoemd, dan worden vaak alleen de externe out of pocket uitgaven vermeld. De interne kosten, van eigen ict-personeel, huisvesting etc., worden dan niet meegerekend. Zelf schat ik de jaarlijkse ict-kosten van de overheid in op 10 miljard. 75% daarvan zijn beheerkosten (van infrastructuur, hardware en software) voor instandhouding van de ict. Van nieuwe ontwikkeling bestaat 2/3 uit aanschaf van hardware en software. Hooguit 1 miljard wordt besteed aan nieuwe projecten. Als 30% van de projecten volledig zou falen, dan bedragen de faalkosten 300 miljoen. Afgelopen jaren zijn overigens weinig nieuwe grote projecten gestart. Dit blijkt ook uit het ict-dashboard van het Rijk met een meerjarenraming van 1,2 miljard aan grote ict-projecten. Dan is het nog maar de vraag wat een faalproject is. Een project dat deadline of budget overschrijdt? Projecten binnen de overheid hebben meestal een niet realistische deadline ingegeven door een politieke doelstelling. Ook de budgetten zijn niet onderbouwd op basis van reële schattingen, maar meestal ingegeven door een budgettair kader.

Leren van succesvolle projecten
De beste wijze om het succes van ict-projecten van de overheid te meten is het beoordelen van de toegevoegde (maatschappelijke) waarde. Een ict-project is nog niet geslaagd als de aanbesteding tot gunning heeft geleid (en geen rechtszaken zijn aangespannen). En een ict-project is ook nog niet geslaagd als het systeem is opgeleverd en geaccepteerd. De toegevoegde waarde wordt aangetoond door succesvol gebruik. Als we het succes van ict-projecten van de overheid willen vergroten, laten we ons dan bij voorkeur niet blind staren op mislukte projecten. Beter is het een voorbeeld te nemen aan succesvolle overheidsprojecten, die hun toegevoegde waarde hebben bewezen. Burgernet is daarvan een mooi voorbeeld. Via Burgernet helpen 1,5 miljoen mensen de gemeente en de politie om de veiligheid in hun buurt te verbeteren. Een ander voorbeeld van een succesvol project is de vorming van het eerder genoemde P-Direkt. De kwaliteit van de HR-dienstverlening binnen het Rijk is verhoogd en de investeringen die zijn gedaan bij de totstandkoming van P-Direkt verdienen zichzelf terug. Zo is de doelgroep van HR-functionarissen, door bundeling van HR-taken en zelfbediening, teruggebracht van 1.500 naar 740 fte. Dit betekent een besparing van minstens 40 miljoen op jaarbasis. Diverse Europese overheden hebben belangstelling getoond voor deze ontwikkeling binnen de Nederlandse Rijksoverheid en een referentiebezoek afgelegd. Op de mooie en succesvolle ict-ontwikkelingen binnen de overheid mogen we best wel een beetje trots zijn. Laten we dus vooral niet omzien in wrok, maar met vertrouwen vooruitkijken.

Copernicaanse revolutie

art1163a

Het oudste planetarium van ons land is te bezichtigen in het Leidse museum Boerhaave. De Leidse Sphaera is volledig gerestaureerd. Het model is gebouwd in 1670 en is één van de eerste modellen met de zon als middelpunt van ons zonnestelsel. Copernicus is de grondlegger van de heliocentrische theorie die stelt dat de planeten om de zon draaien. Dit in tegenstelling van de geocentrische theorie van de oude Grieken die uitgingen van onze aarde als centrum van het heelal. Deze theorie hield anderhalf millennium stand. Maar zestig jaar na de dood van Copernicus in 1473 was een omwenteling van ons wereldbeeld definitief geaccepteerd.

Patiënt eigenaar medisch dossier
In onze informatiesamenleving dient zich een vergelijkbare omwenteling aan. Een Nederlander komt in gemiddeld 2.500 databestanden voor. De controle over deze gegevens ligt bij een bedrijf, bank, verzekeraar, werkgever, zorginstelling of overheid. De registraties dienen vooral het belang van deze instanties en niet van de geregistreerde personen. Medische gegevens bijvoorbeeld worden beheerd door zorginstellingen, maar je kunt je afvragen wie de eigenaar is van die gegevens. Zorginstellingen zouden het eigendom van gegevens kunnen teruggeven aan de patiënt. Als je dan in het buitenland iets hebt, kun je de sleutel tot die data afgeven aan de relevante hulpverleners.

Één persoonsdossier voor iedereen
Gegevens over personen zijn vaak op te vragen via portalen. De werkgever heeft een HRM-portaal waarin de werknemer zijn salarisstroken kan inzien. De bank heeft een portaal voor de afschriften. Maar als je van baan of van bank verandert dan kun je niet meer bij je eigen gegevens. Er zou dus één persoonsdossier moeten komen waarin alle instanties de gegevens kunnen plaatsen. Een persoon heeft dan in één omgeving de beschikking over alle gegevens die over en voor hem/haar worden geregistreerd. Door de bundeling in één persoonsdossier kan ook de redundantie van gegevens en datavervuiling worden bewaakt.

Mensen centraal
Op dit moment is de burger of patiënt nog niet de eigenaar van zijn persoonsgegevens. De wetgeving loopt achter bij de technische ontwikkelingen. Dit overstijgt de landsgrenzen en moet op internationaal niveau worden aangepakt. Zowel het eigendomsrecht als de opvraagbaarheid van gegevens zouden in Europees verband geregeld moeten worden. Technisch is al veel mogelijk. Qiy biedt bijvoorbeeld een digitale omgeving voor personen. Het is een onafhankelijke, veilige en intelligent digitaal domein waarin je controle krijgt over je eigen domein. Maar belangrijker dan wetgeving en techniek is de cultuuromslag binnen de samenleving. Niet de verzamelaars van persoonsdata, maar de mensen zelf moeten centraal worden gesteld. En dat vereist een Copernicaanse revolutie van onze informatiesamenleving.

ICT-projecten bestaan niet

Chevet_cathédrale_Reims

ICT-debacles worden altijd ergens ondergeschoven. Bij het bedrijfsleven verdwijnen ze onder het tapijt. Maar bij de overheid worden ze onder het vergrootglas gelegd. Het gaat immers om besteding van gemeenschapsgeld. En dus duikt de pers er bovenop. Regelmatig lezen we weer een nieuwe episode over verkwisting van onze belastingcenten. Niet gehinderd door enige kennis van zaken worden de ICT-missers breed uitgemeten.

Middeleeuwse scheppingskracht
Wij leven nu in een tijdperk van onbegrensde mogelijkheden. Maar toch slagen we er niet in projecten succesvol uit te voeren. De Amsterdamse Noord-zuidlijn en de HSL zijn daarvan voorbeelden. De overschrijdingen op de ICT-projecten vallen daarbij in het niet. “Ga kathedralen bouwen!” houdt 
Daan Quakernaat ons voor in zijn gelijknamige boek. Want in de middeleeuwen hadden we niks maar konden we alles. In die tijd werden prachtige kathedralen gebouwd voor de eeuwigheid. De kathedraal van Reims had oorspronkelijk zeven torens moeten krijgen. Maar na driehonderd jaar bouwen werd de bouw afgesloten zonder één enkele toren. Toch wordt het bouwwerk zevenhonderd jaar bewonderd voor haar sublieme scheppingskracht. De kathedraal staat voor levenslust, creativiteit en vakmanschap. Deze eigenschappen zijn tegenwoordig naar de achtergrond verdrongen. Niet het resultaat, maar het proces domineert. Een project is nu pas geslaagd wanneer deze conform het oorspronkelijke ontwerp en binnen budget en planning is uitgevoerd.

Fouten maken is essentieel
In de Middeleeuwen verliep de bouw van een kathedraal met vallen en opstaan. Leren van gemaakte fouten was verbonden met het werkproces. Dat leerproces leidde ook tot de meest geniale creaties. Maar in ons huidig tijdsgewricht is het maken van fouten juist een teken van zwakte. Kosten noch moeite worden gespaard om fouten te voorkomen. We maken daarom vooraf risicoanalyses en leggen alles minutieus vast in specificaties en contracten. En als het dan toch niet helemaal gaat zoals we vooraf hadden voorgenomen dan heeft het project gefaald en gaan we op zoek naar de schuldigen.

Leren van onze fouten
Geheel in lijn met het Zwarte Pietenspel voert de Tweede Kamer onderzoek uit naar de ICT-problemen bij de overheid. Ik zou niet weten wat een dergelijk onderzoek zou moeten toevoegen aan het rapport van de Rekenkamer en alle andere rapporten. Alle onderzoeken wijzen eensluidend op de fouten die keer op keer worden gemaakt: slechte besturing, gebrek aan doorzettingsmacht, overspannen ambities en een sterk gejuridiseerd proces. Laten we dus vooral leren van onze fouten en voorkomen dat we steeds in dezelfde valkuil trappen.

ICT als enabler
De grootste valkuil is een eenzijdige focus op techniek. ICT is nooit een doel op zich, maar een middel om veranderingen mogelijk te maken. Om nieuwe wet- en regelgeving uitvoerbaar en handhaafbaar te maken, bijvoorbeeld. In de keten tussen organisaties en met de afnemer moeten processen worden geoptimaliseerd. ICT maakt dit mogelijk. Maar het gaat uiteindelijk om de verandering die een organisatie efficiënter en slagvaardiger moet maken. De omvang en de complexiteit van projecten worden niet langer bepaald door het aantal te ontwikkelen functiepunten. De zwaarte van een project is tegenwoordig recht evenredig met het aantal betrokken mensen. Het zijn immers integrale verandertrajecten en die raken iedereen. Zonder organisatorische veranderingen worden de doelstellingen niet gehaald. Zuivere ICT-projecten bestaan niet meer.

Het einde van papierwerk

enterprise-mobility

Professionals hebben naast uitvoerende taken veel administratieve handelingen te verrichten. Dankzij ‘enterprise mobility’ komt daar nu een einde aan. Dataverwerking en papieren contracten maken plaats voor smartphones en tablets. Dat biedt gemak, maar ook resultaat. Organisaties zien al in de proeffase van de productiviteit al stijgen met meer dan 20%.

Werken waar het werk is
Hoeveel tijd is een professional écht bezig met het werk waar hij voor opgeleid is? Hoeveel blauw is er op straat, versus op het bureau? Hoeveel handen aan het bed, in plaats van aan telefoon en toetsenbord? Bij het uitvoeren van taken komt vaak veel administratie kijken, waardoor productiviteit onder druk staat. Was de administratieve component vroeger gescheiden van inhoudelijke taken; de laatste 10 jaar kwamen de rapportagelasten meer en meer op de schouders van de professionals. Bekend is de ontwikkeling in de zorg. Daar is de zorgverlener intussen zo’n 40% van zijn tijd kwijt aan het vergaren en creëren van informatie over patiënt en behandelkeuzes.

Klant wordt administrateur
Hier valt heel veel te winnen. Denk aan de banken die het volledige bancaire proces automatiseerden, om vervolgens hun klanten zelf tot online administrateur van hun transacties en rekeningoverzichten te bevorderen. Het resultaat: grote efficiencywinst én enorme klanttevredenheid, want klanten bleken zeer gebaat bij de verworven toegang tot hun rekeningen. In het afgelopen jaar is dat proces, door de komst van smartphones, grotendeels aan verschoven naar mobiel bankieren. Makkelijker, sneller én met de snelheid van een sms’je te regelen. Ook daarmee is een trend gezet. Een goed voorbeeld is de horeca: daar werd de bestelling vroeger op een bon genoteerd die vervolgens door de keuken werd verwerkt. De bon is vervangen door invoer op een draadloos device, wat de serveerster een wandeling naar de keuken bespaart. Maar wat op een speciaal device kan, kan intussen ook op alle nieuwere smartphones. En waarom zou je daarvoor horecapersoneel belasten? Klanten raadplegen de menukaart op hun eigen smartphone, klikken hun bestelling aan en kunnen met mobiel betalen zelfs direct afrekenen.

Productiviteit gaat omhoog
De opkomst van zakelijke apps zal voor een revolutie in productiviteit zorgen. Denk aan onderhoudsmonteurs die meldingen en omvang van storingsgebied op hun tablet pc ontvangen, de actuele status kunnen opvragen en geattendeerd worden op recente wijzigingen in het gebied waar zij zich met hun device bevinden. Het verhelpen van de storing wordt direct gemeld en zelfs kaartdata kan ingevoerd of aangepast worden. Onlangs verving een verzekeraar de volledige inhoud van het koffertje van zijn tussenpersonen door een iPad. Al het papieren brochuremateriaal, het klantendossier, maar ook de laptop waarop berekeningen en contracten gemaakt werden, in totaal 7 kilo bagage, werd vervangen door één device waarop dashboards, klantgegevens, productportfolio en berekeningsmodules geïntegreerd onder de knop zitten. Het effect: een enorme efficiencywinst, gemak voor de tussenpersoon én een duidelijk meetbare stijging in de verkoopcijfers.

Op weg naar Intelligent Enterprise
Applicaties en data worden mobiel. Bij de smartphone en tablet komen drie unieke gebieden samen: computerkracht, interconnectiviteit en de cloud. Het beschikbaar komen van services in de cloud zal het vliegwiel van de ‘enterprise mobility’ verder versnellen. Maar met deze ingrediënten staat ons niets meer in de weg om de professional eindelijk te bieden wat nodig is: gemak, snelheid en het einde van inefficiënte papieren processen.

De kunst van het loslaten

flower-wallpapers-blowing-dandelion-wallpaper-30963

Overheid en ICT-bedrijfsleven hebben minimaal één ding met elkaar gemeen. Beide houden zij nog angstvallig vast aan hun vertrouwde zekerheden. De overheid wil bij voorkeur controleren en bepalen wat goed is voor haar burgers. Het ICT-bedrijfsleven beschermt de eigen markt en wil het liefst risicoloos licenties of uurtje factuurtje leveren. Maar de vertrouwde zekerheden worden in rap tempo afgebouwd. Overheid en ICT-bedrijfsleven moeten leren loslaten.

Hiërarchie maakt plaats voor samenwerking
De overheid is niet langer de hiërarchische machthebber en doet noodgedwongen een stap terug. Dat betekent dat er in eerste instantie vooral op lokaal niveau ruimte komt voor andere partijen om een actievere rol te krijgen en taken over te nemen. In de fysieke wereld heeft de overheid traditioneel nog een sterke, ordenende rol. Infrastructurele voorzieningen zoals waterwegen, haven, spoor en wegen zijn traditioneel een taak van de overheid. Maar de zorg voor de ICT-infrastructuur is een samenspel geworden van publieke en private organisaties. De macht van de overheid en de private sector zijn in de virtuele wereld flink aan het veranderen.

ICT-bedrijven vullen het gat op in de virtuele wereld
Het ICT-bedrijfsleven moet durven opschuiven in de richting van de maatschappelijke vraagstukken. In de moderne samenleving kunnen private partijen een belangrijke rol spelen als ze zich mengen in de discussies over de inrichting van een generieke infrastructuur die werkt als smeerolie voor de communicatieknooppunten van de samenleving. ICT-bedrijven moeten de dialoog aangaan en elkaar opzoeken om de potentie te vergroten om oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken aan te reiken. Bijvoorbeeld om meer grip op de zorgkosten. Denk aan oplossingen waardoor ouderen langer zelfstandig kunnen wonen met hulp van ICT en aan ziekenhuizen die op afstand kunnen opereren en kennis kunnen uitwisselen, onafhankelijk van het tijdstip.

Loslaten en beschermen 
Samenwerken betekent altijd een deel van de macht uit handen geven en dossiers teruggeven aan de samenleving. Soms moet de overheid helemaal loslaten en in andere gevallen heldere grenzen en kaders stellen. Maar voor de groepen in de samenleving die buiten de boot vallen moet er een vangnet zijn. En net zoals in de fysieke wereld kent ook de virtuele wereld bedreigingen, zoals het schenden van privacy en diefstal van persoonlijke gegevens. ICT-bedrijven kunnen een rol spelen bij het beschermen van burgers op de elektronische snelweg. ICT-bedrijven moeten hun kennispotentieel aanwenden en hun maatschappelijke rol pakken om de effecten van deze bedreigingen te minimaliseren. Want een burger in de virtuele wereld heeft net als in de fysieke wereld bescherming nodig. Met de juiste bescherming van de burger en tegelijkertijd durven loslaten, kan de overheid samen met ICT-bedrijven de samenleving beter bedienen dan ooit.

Uitzonderingen aan de lopende band

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vroeger konden we niets zelf, maar werd het allemaal voor ons geregeld. Nu kunnen we alles zelf, maar krijgen we het niet geregeld. Wij worden in toenemende mate onderworpen aan een complex stelsel van regels die onze samenleving in goede banen moeten leiden. Maar meer nog dan de complexiteit van de regelgeving, is het gebrek aan overzicht en inzicht in de relevante regels, informatie en diensten van de overheid een probleem voor burgers, bedrijven en ambtenaren.

In beton gegoten bureaucratie
De overheid moet de regels uitvoeren en handhaven voor miljoenen burgers. Om dit mogelijk te maken zijn de regels ingebakken in maatwerk ICT-systemen. En die maatwerk ICT is als beton. In het begin is het vloeibaar en kun je het naar behoefte vormen. Maar eenmaal uitgehard kun je het niet meer wijzigen. Je kunt het alleen nog slopen. Het valt in stukken uiteen en is dan waardeloos. De overheid heeft met ICT haar bureaucratie in beton gegoten. De kaartenbakken, de postbakjes, de formulieren zijn één op één geautomatiseerd. Verhoging van de efficiency staat centraal bij de ICT van de overheid. De belangen van de burger komen dan op het tweede plan.

Systemen gaan voor mensen
Dat de systemen leidend zijn heb ik zelf mogen ervaren bij het aantekenen van bezwaar tegen mijn registratie bij de SVB. Als minderjarige woonde ik bij mijn ouders in Brussel. Na mijn middelbare schooltijd verhuisde ik naar Delft voor mijn studie. Een jaar later verhuisden ook mijn ouders naar Nederland. De SVB gaat nu uit van de verhuisdatum van mijn ouders, waardoor ik ten onrechte kan worden gekort op mijn AOW. Maar de registratie van mijn buitenlands verblijf wordt niet aangepast op basis van systeemcontrole. Dat wordt duidelijk gemaakt in een interne notitie over mijn gevalsbehandeling die de SVB mij per abuis stuurde. De interne notitie vermeldt dat de behandelaar “zich niet meer goed kan herinneren of betr aan de telefoon heeft gezegd dat hij met zijn ouders naar Ned is teruggekeerd. Ik kan dit ook in ons systeem niet nazien. Of de ouders zijn overleden of wonen toch nog in België en zijn nooit verz geweest voor de AOW. Het gaat mij in deze te ver om dit nader te onderzoeken.”

Burgers digitaal afhankelijk
Het Rathenau Instituut publiceerde een hand-out waarin de zorg wordt geuit dat het huidig gebruik van ICT-systemen leidt tot aantasting van de autonomie van de burger.“Deze zorg hangt samen met een onvoldoende besef van de risico’s van dit gebruik in combinatie met tekortschietende mogelijkheden van de burger zich te verweren tegen de negatieve consequenties daarvan. Deze situatie leidt tot een disbalans tussen de vermogens van de overheid en die van de burger.” Het Instituut waarschuwt voor een groeiende afhankelijkheid van burgers voor gedigitaliseerde overheidsbureaucratie. Door foutieve invoer, verouderde data of een verkeerde match van gegevens kunnen mensen ten onrechte worden aangemerkt als ‘probleemkind’, ‘wanbetaler’ of drugscrimineel’ en overeenkomstig worden behandeld.

Individueel maatwerk
Het centraal stellen van de burger vraagt om een andere informatiehuishouding van de overheid. Burgers willen toegang en zeggenschap krijgen over de hen betreffende informatie. Maar zij willen ook inzicht krijgen in de regels voor hun individuele situatie. Mensen vragen om individueel maatwerk. De overheid kan daar op inspelen en de administratieve processen beter afstemmen op individuele omstandigheden van mensen. Gestolde bureaucratie zal plaats maken voor massa individualisering, ofwel uitzonderingen aan de lopende band.

Het probleem van Baron von Münchhausen

Munchhausen

ICT-bedrijven hebben te lang gestuurd op groei en kwantiteit. Daar plukken ze nu de wrange vruchten van. De omzetten lopen terug en de marges staan onder druk. Afgelopen jaren hebben ICT-bedrijven daarom ingrijpend moeten reorganiseren. Achteraf moet je constateren dat de groei veel te snel is gegaan. De ICT-branche moet zichzelf opnieuw uitvinden om sterker uit de crisis te komen.

Smulparadijs voor consument
De ontwikkeling van de jonge ICT-sector zou je kunnen spiegelen aan de automobielindustrie. In 1885 werd de eerste auto gebouwd: een paardenkar met verbrandingsmotor. De auto’s werden op maat ontwikkeld door een team van monteurs. Bij iedere auto moesten de vier wielen als het ware telkens opnieuw worden uitgevonden. In het begin van de twintigste eeuw kwam daar verandering in. Henry Ford ontwierp zijn T-Ford: de eerste auto die niet op bestelling werd gemaakt, maar aan de lopende band. De auto werd daardoor ook betaalbaar voor het grote publiek. De automobielindustrie groeide uit tot een smulparadijs voor consumenten. Die hebben een grote keuzevrijheid en krijgen een betrouwbaar, veilig product voor een goede prijs/kwaliteitsverhouding.

Body shopping in ICT
De ICT-sector moet nu de slag maken van gemotoriseerde paardenkar naar hoogwaardige vervoerstechniek. De sector drijft nog te veel op inzet van monteurs. System integrators zijn groot geworden door het detacheren van ICT’ers. Groei van het personeelsbestand werd tot voor kort direct vertaald in toenemende omzet en winst. Opdrachtgevers hebben daar overigens ook aan meegewerkt. Zij kopen geen oplossingen, maar mensuren om software op maat te ontwikkelen. Bij de overheid manifesteert zich dit in de raamcontracten, waarbinnen ogenschijnlijk ongelimiteerd ICT’ers opgeroepen kunnen worden. Daardoor wordt niet gestuurd op kwaliteit, maar veelal op kwantiteit tegen zo laag mogelijke uurtarieven. De grote ICT-bedrijven hebben hun capaciteit, vanwege de druk op de tarieven en om competitief te blijven, verplaatst naar lage lonen landen. Logisch gevolg van de focus op kwantiteit is een verschraling van kennis.

Vakkennis omhoog
De vakkennis in de ICT-branche moet omhoog en weer worden gekoesterd. Het gaat hierbij om de vakinhoudelijke kennis: de architecten, analisten en projectleiders. De opbouw van kennis begint al bij de opleiding van informatici. Op dit moment is het aanbod op de arbeidsmarkt weliswaar groot, maar het is heel moeilijk goede vakmensen aan te trekken. Slechts op één terrein is de professionaliteit sterk gestegen in de loop der jaren, nl. op juridisch vlak. Zowel bij ICT-bedrijven als bij opdrachtgevers is de sturing sterk gejuridificeerd met een sterke focus op het managen van het contract. Zij kunnen het zich blijkbaar niet meer permitteren om fouten te maken. Angst sluipt in de relatie tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Dit belemmert het lerend en innovatief vermogen.

Toegevoegde waarde en keuzevrijheid
De ICT-sector moet de slag maken van kwantiteit naar kwaliteit. Het gaat om het leveren van toegevoegde waarde. De sector en opdrachtgevers willen dit maar al te graag, maar het verandervermogen ontbreekt. Dit doet denken aan het avontuur van de Baron von Münchhausen in de oorlog tegen de Turken:
Ik sprong niet ver van de andere oever tot aan mijn nek in het moeras. Hier zou ik ongetwijfeld het leven hebben gelaten als niet de kracht van mijn eigen arm mijzelf aan de pruik mitsgaders mijn paard, dat ik stevig tussen de knieën klemde, er weer uit had getrokken. 
ICT-bedrijven moeten zichzelf aan de haren uit het moeras trekken. ICT-gebruikers kunnen daarbij een handje helpen. Want net als bij de aanschaf van een auto willen ook zij bewezen technologie, een grote keuzevrijheid en een goede prijs/kwaliteitsverhouding. De ICT-branche zal waarschijnlijk nog verder krimpen, maar wordt kwalitatief van een hoger niveau.