Shared Service Community

minority_report_by_inkedartist-d3gztux-750x400

Het verlenen van diensten gaat door het delen van kennis en informatie een nieuwe fase in. Deze nieuwe fase is ingezet door de opkomst van sociale media, open data, cloudcomputing en mobiele diensten. Door de opkomst van nieuwe media worden consumenten steeds mondiger en veeleisender. Dienstverlening zal zich moeten aanpassen aan de nieuwe generatie consumenten. De shared service centers krijgen daardoor een nieuwe betekenis, over organisatiegrenzen heen, in de waardeketen. De centers zelf zullen niet langer centraal staan bij het leveren van de diensten, maar de afnemer van de diensten. De consument bepaalt de dienst en zal er uiteindelijk geen weet van hebben wie de diensten verleent.

In het begin van deze eeuw kwam het shared service concept overwaaien uit de Verenigde Staten. De diensten werden gebundeld in shared service centra. Het moest efficiënt en klantvriendelijk. We kregen internetportalen voor zelfbediening en agents in een callcenter. Consumenten ervaren de callcenters verre van klantvriendelijk en ergeren zich aan de lange wachttijden en krijgen geen oplossing voor hun probleem. In Amerika startten consumenten de actie ‘get human’. Zij publiceren de rechtstreekse nummers van agents, duur van het gesprek en oordeel over de agent. Belgische cabaretiers nemen op ludieke wijze wraak op de telefonische helpdesk van Mobistar.

Via de huidige service centra kunnen we onze formele zaken regelen, aanvragen, controleren en overboeken. Maar we willen meer. We zoeken vertrouwen en oplossingen en antwoorden die óns belang zijn. Wij bellen een agent, maar worden herhaaldelijk doorverbonden en krijgen niet het gewenste antwoord. Dat komt omdat de processen achter de schermen nog verkokerd zijn en de agent niet wordt getraind om de belangen van de klant integraal te bedienen. De agent kan betere adviezen geven als de informatie over organisatiegrenzen heen wordt gedeeld en de dienstverlening wordt ontkokerd.

Door de opkomst van de sociale media kunnen wij nu steeds meer zaken zelf regelen. Wij delen kennis en helpen elkaar. Via crowdsourcing krijgen wij antwoorden op onze vragen. Op twitter vragen wij om hulp of een retweet. Binnen een minuut krijgen wij antwoord op onze vraag. Door de opkomst van smartphones en tablets is het verkeer op de sociale media nog verder toegenomen. Er ontstaan daardoor nieuwe mobiele diensten. Leasebedrijf Athlon biedt een brandstof app die inzicht geeft in de goedkoopste brandstof in jouw buurt. Zij ontsluiten de informatie die leaserijders van Athlon genereren door het betalen van hun tankbeurt. Innovactory gebruikt de data over beschikbare parkeerplaatsen, die RDW sinds kort aanbiedt in de vorm van Open Data, in hun app TimesUpp. Deze app biedt unieke dienstverlening op maat door een alarmbericht te versturen wanneer het tijd is om te vertrekken naar jouw volgende geagendeerde afspraak. Daarnaast wordt ook direct inzage gegeven in de verkeerssituatie onderweg en geadviseerd over beschikbare parkeergelegenheid.

Het Shared Service Center gaat in het digitale tijdperk een nieuwe fase in. Het delen van kennis en informatie staat daarin centraal. Kennis, data en diensten worden gedeeld over organisatiegrenzen heen. Kennis is de grondstof voor de service. Door het delen en verrijken van kennis en data ontstaan nieuwe diensten. Binnen het center krijgt de agent een nieuwe rol door op basis van gedeelde informatie in het belang van de klant te adviseren. De agent beschikt over een integraal – niet verkokerd – klantbeeld en is de krachtige verbinder. Een Shared Framework zorgt voor de verbinding waardoor onderliggende processen niet meer verkokerd zijn, maar verbonden worden rond het klantbeeld en de context waarin de persoon verkeert. Sharing en Service krijgen een nieuwe betekenis in de nieuwe generatie Shared Service Centers.

Wat we zeker weten is de visie op het Shared Service Center: die ontstond in 2005 en werd werkelijkheid in 2010. Door het Shared Framework is de basis gelegd voor een nieuwe fase dienstverlening. Anno 2015 staat de klant weer centraal in de dienstverlening en kan personaliseerde diensten op maat worden aangeboden. Naar verwachting zal in 2020 de Agent en het Center naar de achtergrond worden verdrongen. De consument kiest voor de beste dienst en het netwerk bepaalt wie de daarbij de meeste waarde toevoegt. Genetwerkte diensten worden mogelijk door technologische innovatie. Shared Service Centers maken plaats voor Shared Service Communities.

Digitale hooiberg

speldhooiberg

Nieuwe wetgeving moet het mogelijk maken dat geheime diensten ongericht toegang krijgen tot internetkabels. Volgens Edward Snowden maakt Nederland daardoor de weg vrij naar massale opslag van telecommunicatie, inclusief het delen ervan met buitenlandse inlichtingendiensten. ‘Nederlandse diensten worden niet gerespecteerd vanwege hun mogelijkheden, maar vanwege de vrije doorgang die ze bieden’ zegt hij in een interview met de Volkskrant. Hij vraagt zich af wat het nut is van het vergaren van communicatie van onschuldige mensen.

Snowden wijst er ook op dat dat het aantal afgeluisterde telefoongesprekken in ons land niet in verhouding staat met het realistische dreigingsbeeld. Nederland zou aan kop gaan bij het afluisteren van telefoongesprekken en daarbij privacyregels negeren. Nederland hanteert een wettelijke bewaarplicht voor internetproviders en telefonie-operators van gegevens over internet- en telefoongebruik van zes tot twaalf maanden. Deze gegevens kunnen door Justitie worden gebruikt bij het handhaven van de wet en voor het bestrijden van terrorisme. Hierbij gaat het om gerichte toegang tot gegevens van verdachte personen. Daar bovenop zijn nieuwe voorstellen in de maak die inlichtingendiensten ongerichte toegang verschaft tot internetkabels. Daardoor krijgen de diensten zonder tussenkomst van providers communicatiegegevens in handen. Een volgend doelwit zou dan de Amsterdam Internet Exchange kunnen zijn. Dit is het knooppunt van honderden providers, waaronder Google en Facebook.

Voor het speuren naar een handjevol criminelen worden de persoonlijk gegevens van miljoenen mensen bewaard en geanalyseerd. De onschuldige burger moet er dan maar op vertrouwen dat de overheid, maar vooral ook toekomstige machthebbers, hun privacy waarborgen. De overheid maakt zich ook kwetsbaar voor diefstal van persoonlijke gegevens. De rechtspositie van de burger is in het geding doordat de ICT zich sneller ontwikkelt dan de regelgeving. Jacob Kohnstamm, voorzitter van het college bescherming persoonsgegevens, roept in het fd op onze privacyprincipes te respecteren: ‘Wees transparant over de data die je verzamelt en gebruikt (transparantie), gebruik data niet voor een ander doel dan waarvoor je deze hebt verzameld (doelbinding) en gebruik niet meer data dan noodzakelijk voor het doel (dataminimalisatie).’

Een voorbeeld van het negeren van de privacyprincipes is de kentekenregistratie op snelwegen. Bij snelwegen worden steeds meer vaste en mobiele camera’s geplaatst. Rijkswaterstaat plaatst deze camera’s om de files beter te kunnen bestrijden. De gegevens worden echter ook gebruikt door de politie om wanbetalers, zwartrijders of voortvluchtige criminelen op te sporen. Rijkswaterstaat geeft toe dat de gegevens op verzoek ook aan politie en justitie worden vertrekt. Op die manier kunnen ook de gegevens van onschuldige burgers in de politiebestanden terechtkomen als potentiële daders. Een relatief kleine verschuiving van gebruik van gegevens kan dus al snel vervallen in een onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.

Ook als de overheid over veel data beschikt kan het misgaan. De aanslagplegers op de Charlie Hebdo-redactie waren bekenden van de Franse geheime diensten. Een van de broers zou in Jemen zelfs een terroristische training hebben gevolgd bij Al-Qaeda. De broers stonden op de Amerikaanse lijst van ongewenste personen. Toch konden de zij hun gruwelijke aanslag voorbereiden en uitvoeren. Volgens Snowden heeft nog niemand aangetoond dat massale opslag van gegevens aanslagen kan voorkomen. Het opsporen van criminelen vergt organisatie en intelligentie met respect voor de privacy van de gewone burger. Op dit moment creëert de overheid digitale hooibergen om er later een speld uit te halen.

Het einde van het begin

quote-now-this-is-not-the-end-it-is-not-even-the-beginning-of-the-end-but-it-is-perhaps-the-end-of-winston-churchill-37226 (1)

Vijf jaar geleden schreef ik uit frustratie de volgende weblog op het Mindz.com platform.

Nederland Calimero in Europa
Het Financieele Dagblad van vrijdag kopt op de voorpagina: “Satellietorder EU gaat aan Logica voorbij”. De Europese Commissie meldt dat de order voor de IT-ondersteuning van het prestigieuze Europese satellietproject Galileo, een nieuw GPS-systeem, is gegund aan het Frans-Italiaanse Thales Alenia Space. Het missen van deze order is een flinke tegenvaller voor Logica, dat al sinds 1999 bij het Galileo-initiatief is betrokken.
Bij het lezen van het bericht denk ik in de eerste plaats aan de tientallen gedreven professionals die jaren bij het satellietproject betrokken zijn geweest. Zij kunnen het werk niet voortzetten. In deze economische moeilijke tijd zijn deze orders cruciaal om de werkgelegenheid te waarborgen. Dit geldt ook voor de vele toeleveranciers die meewerken in het project. Nog belangrijker dan de werkgelegenheid op korte termijn is het strategisch belang op lange termijn. Deze overstijgt het belang van een individuele onderneming, maar moet vooral in de context worden geplaatst van de positie van Nederland in Europa.
Wil Nederland binnen Europa een vooraanstaande rol blijven vervullen op het gebied van GPS en rekeningrijden? Het is algemeen bekend dat nationale belangen een belangrijke rol spelen bij het verdelen van posities en orders. Frankrijk en Italië voeren een actieve lobby en komen zichtbaar op voor hun nationale belangen. Nederland daarentegen predikt vooral het belang van de vrije wereldeconomie. Volgens het ministerie van Economische Zaken is dat goed voor de Nederlandse economie en dient het uiteindelijk ook het algemeen belang. Tegelijk blijven we in Nederland steken in interne twisten en zijn we voornamelijk met ons zelf bezig. We hebben de beste kandidaat voor een zware commissaris post, maar die is van de “verkeerde” bloedgroep. Als we dan na lang intern beraad de rijen hebben gesloten, blijken alle zware posten al vergeven te zijn.
Het wordt tijd dat Nederland een voorbeeld neemt aan Frankrijk, de blik naar buiten richt en het belang van Nederland voorop zet. Dat kan alleen succesvol als we ook weten waar we met Nederland naar toe willen. Waar zijn wij goed in en hoe willen wij in de wereld gezien worden? Onze nationale industrie is grotendeels verdwenen of in buitenlandse handen. De Nederlandse economie heeft een nieuwe kurk nodig voor de komende decennia. Er zijn volop kansen. Waarom bijvoorbeeld niet richten op een duurzame samenleving en ICT met behoud van onze eeuwenoude handelstraditie?
Niets doen is geen optie en interne twisten brengen ons niet verder. Het wordt tijd de blik te richten op Europa en daarbuiten. Zo niet, dan past ons de rol van Calimero die bekend staat om zijn beteuterde uitspraak: “Zij zijn groot en ik is klein, en dat is niet eerlijk, o nee”.

Vijf jaar geleden
Mijn debuut op Mindz.com werd door her platform uitgeroepen tot beste blog van het weekend. De prijs bestond uit twee boeken, een Mindz.com-usb-stick en een set golfballen. Veel belangrijker was de waardering en de aanmoediging te blijven bloggen. Het Mindz platform stelde mij de afgelopen vijf jaar in de gelegenheid kennis en opinie te delen met gelijkgestemden. Daardoor wist ik mijn sociale netwerk in zowel kwalitatieve als kwalitatieve zin uit te breiden.

Afgelopen vijf jaar
Mijn weblogs van de afgelopen vijf jaar gaan over de veranderingen in de verhouding tussen overheid, samenleving en bedrijven. De netwerksamenleving wint in kracht. De overheid doet een stap terug en bedrijven verdwijnen van het toneel. Zo ook Logica: het was gespecialiseerd in IT-projecten, maar de vraag daarnaar loopt terug. Klanten willen werkende oplossingen die snel bijdragen aan verbetering van het bedrijfsresultaat. De ontwikkeling van de technologie was afgelopen jaren katalysator van vele veranderingen. De sociale media, mobiele technologie, big data, de cloud en het internet der dingen zijn de aanjagers van de opkomende deeleconomie.

Komende vijf jaar
Met ingang van 1 januari 2015 stopt Mindz.com. De technologie van het platform is inmiddels ingehaald door andere sociale netwerken. Mindz.com heeft voor mij – en met mij duizenden anderen – een belangrijke rol gespeeld. De Mindz community gaat nu op in andere sociale netwerken. Mijn weblogs worden voortgezet via WordPress. Ik kijk uit naar de veranderingen in de komende vijf jaar. Het is zoals Churchill sprak: “Dit is niet het einde, zelfs niet het begin van het einde, maar het is misschien wel het einde van het begin.”

Het gelijk van Elias

Elias2

De tijdelijke commissie ICT-projecten bij de overheid constateert dat de rijksoverheid de besturing en beheersing van ICT-projecten niet op orde heeft. Die conclusie zal niemand verbazen, maar de wijze waarop de commissie haar werk heeft gedaan dwingt respect af. En voor wie nog twijfelde aan de bevindingen: de actualiteit van de laatste weken vormt het levend bewijs.

De commissie hekelde de gang van zaken rond het ICT-systeem achter Werk.nl dat al jarenlang wordt geplaagd door technische problemen. De aansturing van de betrokken leveranciers zou tekort schieten. Recentelijk werd de Werk.nl vanwege beschadigde bestanden wederom geplaagd door een langdurige storing. Onduidelijk is hoe de bestanden zijn beschadigd. UWV gaat een claim indienen bij de ict-leveranciers als daar aanleiding voor is.

ICT dashboard
De commissie stelde vast dat het Rijks ICT-dashboard een volstrekt ongeloofwaardig instrument is: ‘de aangeleverde informatie vanuit de projectorganisaties is beperkt, onvolledig en onvoldoende tijdig.’ Vlak voor de aanbieding van het rapport door de commissie, trok de Sociale Verzekeringsbank na acht jaar en 44 miljoen de stekker uit het SVB10-project. Het ICT-dashboard stond op het moment dat het project werd stopgezet nog op groen: status normaal. “Lachwekkend als het niet zo triest zou zijn” oordeelt Elias.

ICT leveranciers
De commissie krijgt suggesties dat externen machtsmisbruik zouden plegen rondom ICT-projecten bij de rijksoverheid. Ondanks herhaaldelijke verzoeken om – desnoods anoniem – man en paard te noemen, krijgt de commissie geen harde bewijzen op tafel van gepleegde fraude. De Zembla uitzending begin deze maand bevestigen de vermoedens van fraude. Nog steeds is er niets bewezen, maar het Openbaar Ministerie is een onderzoek begonnen naar eventuele fraude en prijsafspraken in de automatiseringsbranche. Het OM krijgt daarbij mogelijk hulp van de Autoriteit Consument en Markt.

ICT kennis
‘Kamerleden zijn zich er vaak niet van bewust dat vele dossiers een ICT-component hebben’ constateert de commissie. Het ICT-bewustzijn onder Kamerleden is niet hoog. De Kamervoorzitter gaat daarin voorop. Bij de aanbieding van het rapport moest zij erkennen dat zij daags daarvoor even had gegoogeld waar ICT voor staat: ‘Information and Communication Technology’. Een beter bewijs voor het gebrek aan ICT-kennis in de Kamer had de commissie zich niet voor kunnen stellen. De commissie doet de aanbeveling ICT op te nemen in het introductieprogramma voor nieuwe Kamerleden.

Informatiepositie Kamer
Misschien wel de belangrijkste conclusie van de commissie betreft de documentaire informatievoorziening van de ministeries. ‘Die hebben hun (digitale) archieven niet op orde, lijken zich in sommige gevallen niks aan te trekken van de wettelijk vereiste bewaartermijnen, en het is op z’n zachtst gezegd opvallend dat in sommige gevoelige kwesties er zelfs helemaal geen documentatie voorhanden is.’

De commissie heeft grote moeite moeten doen om de informatie boven water te krijgen. Daarbij stuitte Elias ook op een weinig coöperatieve houding van de ministeries. ‘Dit vormt een belemmering voor het parlementaire onderzoeksrecht’ oordeelt Elias. De Kamer kan haar controlerende taak niet goed uitoefenen als de informatie incompleet, ontijdig en incorrect wordt aangeleverd. Met zijn vasthoudendheid op dit punt en door de informatiepositie te benadrukken draagt Elias bij aan versterking van het onderzoeksrecht van de Tweede Kamer.

ICT-bedrijven: neem maatschappelijke verantwoordelijkheid

duurzaam-people-planet-en-profit

Mijn belangrijkste uitdagingen zijn: ongelijkheid tussen man en vrouw, armoede en analfabetisme.” Dit is niet de uitspraak van een ontwikkelingswerker. Noch van iemand van de overheid of een politicus. Het was de openingszin van de presentatie van de topman van een Indiaas IT-bedrijf. Indiase bedrijven helpen de samenleving niet door aan de overheid te leveren. Zij zijn maatschappelijk betrokken en leveren hun diensten rechtstreeks aan de samenleving.

Maatschappelijke betrokkenheid
In ons land leveren ICT-bedrijven nog traditioneel expertise aan bedrijven en overheid om IT-systemen te implementeren. Het gaat hierbij dan veelal om standaard pakketten of maatwerksystemen met eigen data. IT-bedrijven kunnen beter een rol spelen in de waardeketen van bedrijven en overheid. De toegevoegde waarde is meetbaar door verlaging van de transactiekosten, bijvoorbeeld door het kanaal te faciliteren van producent naar consument. Bedrijven als Airbnb en Uber danken daaraan hun succes en groeien sneller dan welk bedrijf in de geschiedenis. Opdrachtgevers van ICT-bedrijven vragen tegenwoordig om maatschappelijke betrokkenheid: “ICT-bedrijven zitten in het hart van de oplossingen! Maar jullie moeten goed luisteren wat er nodig is. Jullie moeten gesprekspartner willen zijn; partner in oplossingen. Ik word nooit gelukkig van het kijken naar een apparaat, maar als iemand met een bloedziekte zichzelf kan controleren, of een oudere kan langer op zichzelf wonen, of de brandweer hoeft een deur niet in te trappen, maar kan die op afstand openen; dan krijg ik een oplossing. Dan ben ik zelf meester van mijn eigen oplossingen. ICT als sleutel in dergelijke oplossingen; dat is de kracht van jullie werkveld.

Nutsbedrijven van de toekomst
ICT-bedrijven zullen zich moeten omvormen naar nutsbedrijven met een maatschappelijke verantwoordelijkheid. De klassieke verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer verdwijnt daarmee. Complexe en risicovolle openbare aanbestedingen voor IT-projecten, zoals binnen de overheid, zijn dan eveneens verleden tijd. Daar komen dan diensten voor in de plaats die rechtstreeks aan de samenleving worden geleverd. Maar in de ICT-markt gaat ook een nieuwe dynamiek ontstaan. Startups zullen de markt betreden. MKB bedrijven krijgen meer kansen. Zij zorgen voor innovatie en waarde diensten zoals mobiele toepassingen. Een groeiend aantal zzp’ers zal ICT-expertise via marktplaatsen aanbieden. De ICT-markt groeit op termijn naar een volwassen bedrijfstak die zorgt voor innovatie en kwalitatieve diensten in onze samenleving.

Innovatie en waardediensten
ICT speelt een belangrijke rol om de innovatie aan te jagen en oplossingen aan te dragen voor maatschappelijke vraagstukken. Het succes van ICT-bedrijven zal in toenemende mate worden bepaald door de mate waarin zij in staat zijn Maatschappelijk Verantwoord te ondernemen. ICT kan bijdragen aan het bevorderen van bijvoorbeeld arbeidsparticipatie, armoedebestrijding, biodiversiteit, gezondheid, klimaatverandering, energie en milieu, ketenverantwoordelijkheid, veiligheid en duurzaam inkopen.

Deltaplan digitale veiligheid

zayed

In de nacht van 1 februari 1953 beukt een harde noordwesterstorm op de Nederlandse kust. De dijken breken door en groot deel van Zeeland, West Brabant en de Zuid Hollandse eilanden overstroomt. De storm kost 1.800 mensen het leven en duizenden mensen verliezen huis en bezittingen. De dijken in het deltagebied zijn te laag en te zwak om een watersnoodramp te voorkomen. De ramp is het startsein voor de Deltawerken, een ambitieus plan om de kustlijn met 700 kilometer te verkorten. Meer dan 4,5 miljard euro wordt geïnvesteerd om een bijna volmaakte graad van fysieke veiligheid voor Nederland te bereiken.

Het is 9 november 2032. Verschillende rampen voltrekken zich over de hele wereld. Het computersysteem van de luchtverkeersleiding van het John F. Kennedy vliegveld in New York valt uit. Het luchtverkeer is direct een chaos en er zijn verschillende ongelukken met honderden slachtoffers. In Rusland kan het controlecentrum van staatsbedrijf Gazprom de afsluiters niet meer bedienen. Miljoenen kubieke meters gas ontsnapt en er ontstaan ontploffingen met duizenden slachtoffers. Op het internet worden miljoenen biometrische gegevens verspreid van Europese burgers. Medische- en bankgegevens zijn nu vrij toegankelijk voor iedereen. Overheden staan met de handen in het haar en vermoeden aanslagen van cybercriminelen. Dat doemscenario is minder onwaarschijnlijk dan het misschien lijkt. In 2001 lukte het hackers al om het controlecentrum van Gazprom binnen te dringen en naar believen pompen en afsluiters te bedienen. Via internet drongen hackers binnen bij afstandsbedieningen van stuwdammen en sluizen.

Een beveiligingsbedrijf raamt de jaarlijkse economische schade ten gevolge van cybercriminaliteit voor Nederland op 8,8 miljard euro. Die schade neemt ieder jaar verder toe. De investeringen in beveiliging groeien veel minder snel. Databestanden zijn kwetsbaar voor diefstal en vernietiging van data. Onze vitale netwerken, zoals de infrastructuur voor energie, transport en water staan bloot aan techno-aanvallen. Die kwetsbaarheid wordt vergroot door de toenemende afhankelijkheid van de netwerken onderling en ontsluiting via het internet.

Bedrijven en overheden zullen komende jaren fors moeten investeren om hun digitale kwetsbaarheid te beperken. De nadruk moet daarbij liggen op preventieve maatregelen. De handhaving is namelijk niet eenvoudig, omdat de aanvallen anoniem zijn en vanuit landen komen die wij moeilijk kunnen aanpakken. Het is zaak tijdig te investeren in digitale veiligheid en het niet te laten aankomen op rampen zoals in 1953. Zandzakken gaan ons niet helpen bij het beschermen van onze vitale infrastructuur en het voorkomen van diefstal van data. Het wordt tijd voor een grensoverschrijdend deltaplan voor het waarborgen van onze digitale veiligheid.

Digitaal geheugenverlies

1st_Christ_Scientist_RI_IL

Vroeger bewaarden we al onze informatie in papieren archieven en kostte het ons daarna veel moeite de historie weer te achterhalen. Nu slaan we alles digitaal op en kunnen via het internet in een mum van tijd massa’s digitale bronnen doorzoeken. Maar helaas: we zijn onze geschiedenis kwijtgeraakt. Historische gegevens zijn gewist, overschreven of opgeslagen op onleesbare verouderde gegevensdragers.

Mijn arbeidsverleden
Welke informatie is er bijvoorbeeld nog van de bedrijven waarvoor ik heb gewerkt? Ik begon mijn loopbaan bij het Franse CGI Informatique. Dit bedrijf, dat in 1969 is opgericht, is de grondlegger van de methode CORIG. Op die methode is het ontwikkelplatform PACBASE gebaseerd, een generator van COBOL programmatuur. In 1999 werd CGI geabsorbeerd door IBM. Die overname heb ik niet meegemaakt, want in 1988 stapte ik over naar het Brits/Nederlandse IT-bedrijf CMG. Dat bedrijf, met een sterke bedrijfscultuur, is in 1964 opgericht door Collins, Mills en Gorman. CMG was gespecialiseerd in salarisdiensten, consultancy en telecomproducten. Eind 2002 ontstond het bedrijf LogicaCMG na de fusie met IT-dienstverlener Logica. In 2008 werd de bedrijfsnaam gewijzigd in Logica. Vier jaar later werd Logica overgenomen door de Canadese CGI-Group. De naamswijziging in CGI heb ik net niet meer meegemaakt, want in 2012 koos ik voor voortzetting van mijn carrière bij een softwareleverancier.

Verleden vertaald in LinkedIn
Mijn arbeidsverleden heb ik beschreven in mijn LinkedIn profiel. Het is handig dan ook een beschrijving te hebben van de bedrijven. LinkedIn voorziet in die behoefte door achter de bedrijfsnaam het logo met een link naar het bedrijfsprofiel toe te voegen. Achter het Franse CGI Informatique plaatst LinkedIn het logo en de beschrijving van de Canadese CGI-Group. Hetzelfde is gebeurd achter mijn arbeidsverleden bij LogicaCMG en Logica, omdat Logica nu onderdeel is van CGI-Group. Daardoor staat mijn hele CV nu vol met logo’s van CGI-Group, een bedrijf waarvoor ik nooit heb gewerkt.

Verlies van digitale informatie
Via internet probeer ik informatie te achterhalen van de voormalige bedrijven CGI Informatique, CMG en Logica. De bedrijfswebsites zijn van internet verwijderd. Via Internet Archive vind ik de websites wel, maar in een uitgeklede verschijning. De Euro Handleiding die wij schreven voor het ministerie van Financiën werd tussen 1998 en 2002 veelvuldig gedownload. Nu is die handleiding onvindbaar. Mijn Engelstalige weblogs, die ik voor Logica schreef, zijn verdwenen. Filmpjes over innovatieve oplossingen zijn ook zoek. De gearchiveerde pagina’s tonen de structuur van de websites, maar bevatten vrijwel geen inhoud meer. Gelukkig zijn er nog wel Wikipedia pagina’s van de voormalige bedrijven. Die informatie kan ik dan nog aan mijn LinkedIn profiel koppelen.

Stop digitaal geheugenverlies
In de afgelopen twintig jaar hebben we veel waardevolle informatie op het internet gepubliceerd. Met hetzelfde gemak hebben wij die informatie weer vernietigd. Het is daarom goed dat non-profit initiatieven, zoals Internet Archive en Wikipedia, zich inzetten om de geschiedenis te behouden. Structurele archivering van waardevolle digitale bronnen is noodzakelijk om ons digitaal geheugenverlies te stoppen.

Netwerksamenleving biedt kansen

dag_en_nacht

Nooit heeft een enkele partij het voor het zeggen in ons land. De macht ligt bij de overheid, de private sector én de samenleving! Maar daarbinnen verschuiven de machtsverhoudingen. De overheid treedt terug door decentralisatie, marktwerking en privatisering. En de samenleving en private sector nemen taken over.

Netwerk conflicteert met overheidsorganisatie
Het belang van netwerkstructuren neemt toe. Maar de structuur hiervan conflicteert met het huidige organisatie- en besturingsconcept van de overheid. De inrichting van de overheid kent haar oorsprong in een tijd zonder ICT. Zo werd in de tijd van Napoleon bepaald dat iedere burger binnen een dagreis met postkoets of trekschuit een arrondissementsrechtbank moest kunnen bereiken. Dat leidde tot negentien arrondissementen. De Tweede Kamer is pas recent akkoord met herziening van de gerechtelijke kaart.

Verschuiving van publiek naar privaat
De macht van de overheid en de private sector zijn in de virtuele wereld flink aan het veranderen. In de fysieke wereld heeft de overheid traditioneel een sterke, ordenende rol. Infrastructurele voorzieningen zoals waterwegen, haven, spoor en wegen zijn traditioneel een taak van de overheid. Maar de zorg voor de ICT-infrastructuur wordt aan de markt overgelaten. Private bedrijven regelen zowel het vaste als het mobiele netwerk. Landelijk en regionaal sluiten deze bedrijven daarvoor arrangementen met de overheid. Telecom- en kabelbedrijven financieren de netwerken waarbij zij rekening houden met wet- en regelgeving van de overheid. De overheid waarborgt de algemene toegankelijkheid en de pluriformiteit van het gebruik van de ICT-infrastructuur. De infrastructuur is een samenspel geworden van publieke en private organisaties.

Geleidelijke transformatie
Als de overheid zich wil vernieuwen vergt dit een geleidelijke, pragmatische transformatie waarin de overheid zich aanpast aan de ontwikkelingen in de zichzelf organiserende samenleving. Deze ontwikkeling kan zij faciliteren door voorwaarden te scheppen. Door ruimte te geven aan nieuwe, digitale verbanden en door ICT-bedrijven om oplossingen te vragen voor vraagstukken in die samenleving. Een voorwaarde is dat de regie bij de overheid blijft, zodat die haar eigen beleidsbeslissingen kan blijven nemen. Daarnaast biedt ICT de overheid de kans tot een meer directe democratie. Door het kennispotentieel in de samenleving te gebruiken kan de overheid nieuwe inhoud geven aan haar beleid en de kloof met de samenleving verkleinen. Bijvoorbeeld via nieuwe, digitale verbanden voor maatschappelijke thema’s waarin belanghebbenden kunnen meedenken, ongeacht tijd en plaats.

Kansen voor welvaart en groei
De netwerksamenleving kan democratische vernieuwingen stimuleren. Maar ook maatschappelijke vraagstukken oplossen, zoals files, stijgende zorgkosten, vergrijzing, klimaatverandering, personeelstekorten in de zorg en het onderwijs. Verbinden, vertrouwen en verantwoorden zijn daarvoor de sleutelwoorden. Technologie brengt overheid en burgers dichter bij elkaar en maakt een modernisering van onze samenleving mogelijk. De fysieke wereld verschuift naar de virtuele wereld. Een netwerksamenleving biedt kansen om welvaart, een duurzaam leefmilieu en economische groei te combineren en bovengenoemde maatschappelijke vraagstukken te beantwoorden.

ICT faalt niet

Dome-at-Duomo-di-Siena

De Kamer is met reces en Prinsjesdag is nog ver weg. De vaderlandse pers vult de kranten daarom maar met oud nieuws. Falende ICT-projecten van de overheid is dan een dankbaar onderwerp. Het digitaliseren van papieren strafdossiers zou een debacle zijn. Ook C2000, het nieuwe communicatiesysteem voor politie, zou continu falen. En het Elektronisch Patiënten Dossier is weer eens afgeblazen. Gelukkig is het allemaal achterhaalde en grotendeels onjuiste berichtgeving.

Klokkenluiders die niet weten waar de klepel hangt
Waar halen die journalisten hun ‘nieuws’ vandaan? Tot voor kort werden in de primeurs over ICT-debacles van de overheid voornamelijk anonieme bronnen geciteerd. Deze zomer werden de bronnen met naam en functie genoemd. De ‘experts’ kwamen openlijk voor hun mening uit. Dan wordt ook het direct duidelijk dat de meeste klokkenluiders de klok hebben horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. De Volkskrant citeerde Kieke Okma, hoogleraar internationale gezondheidszorg: “Ik moet denken aan een neef van mij die jarenlang namens IBM aan tafel zat met directeuren-generaal van ministeries. Die beroepsmanagers, tussen de 52 en 64, zeiden tegen hem: we willen automatiseren. Wat wilt u automatiseren, vroeg mijn neef. Nou, zeiden die topambtenaren, we willen automatiseren.” Je bent tegenwoordig blijkbaar een ICT-expert als je een neef hebt die bij IBM werkt.

Vasthouden aan oorspronkelijke plan
Om de berichtgeving in perspectief te plaatsen is het goed te weten wat algemeen wordt verstaan onder een ‘ICT-debacle’. Het antwoord is simpel. Een ICT-project is een debacle wanneer het project niet conform de vooraf gestelde specificaties heeft opgeleverd binnen vastgesteld budget en deadline. Iedere projectleider weet dat kwaliteit, geld en tijd een duivels driehoek vormen. Als je de drie variabelen vooraf vastspijkert dan is er geen mogelijkheid om het project bij te sturen. Ieder project is dan gedoemd om te falen. Daarbij ga je dan ook voorbij aan de voortdurend noodzakelijke aanpassingen aan een wijzigende omgeving van het project. Fouten maken wordt tegenwoordig gezien als een teken van zwakte. Terwijl dit juist de basis zou kunnen vormen voor het stimuleren van het lerend vermogen en innovatie.

Middeleeuwse scheppingskracht
Vorige zomer bezocht ik de kathedraal van Siena. De bouw van de Duomo di Siena werd in1229 gestart. De stad Siena kreeg steeds grotere politieke invloed. Dit leidde tot de ambitie om de grootste kathedraal uit de kerkelijke historie te bouwen. Door de uitbraak van de pest in de regio, waaraan tachtig procent van de bevolking overleed, moest de bouw in 1348 worden gestaakt. In 1376 werden de werkzaamheden hervat. Zes jaar later was de dom gereed, maar dan zonder de geplande uitbreidingsplannen. Langs de losse buitenmuur aan de zuidkant van de Duomo loop ik de trap op naar de ingang. De rijkversierde façade is oogverblindend, het interieur subliem. De vloeren van ingelegd marmer bevatten mozaïeken die allegorieën en scenes uit de bijbel afbeelden. Het pronkstuk is de twaalfhoekige koepel met gouden sterren: de ‘poort van de hemel’.

Lerend vermogen volgens Deens recept
De kathedraal is niet volgens het oorspronkelijke plan gerealiseerd. In de Middeleeuwen verliep de bouw met vallen en opstaan. Leren van gemaakte fouten was verbonden met het werkproces. Dat leerproces leidde ook tot de meest geniale creaties. ICT-projecten zijn er bij gebaat een dergelijk leerproces onderdeel te laten uitmaken van de aanpak. In Denemarken hebben ze daar ervaring mee opgedaan. Projecten worden daar zodanig ingericht dat het op elk moment bijgesteld of gestaakt kan worden, zonder juridische consequenties. “Wij gaan uit van de idee ‘fast to failure’ of als je gaat mislukken, doe het dan maar snel.” zegt Tom Holsøe, adviseur van de Deense regering. Het is niet de ICT die faalt. Het zijn de mensen die vasthouden aan onuitvoerbare plannen die falen.

Van wie is mijn hond?

banner regelhulp def

De Tweede Kamer kan zijn greep versterken op de rol die ICT speelt bij dienstverlening aan de burgers door de behoefte van burgers centraal stellen. Dat betoogt de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) in zijn advies ‘Van wie is deze hond?’ De Rob stelt daarbij de volgende vragen: Wie bekommert zich om dienstverlening van de overheid? En van wie zijn eigenlijk al die persoonsgegevens van burgers die liggen opgeslagen in de systemen van de overheid?

Bezuinigen op uitvoeringskosten
Aanvankelijk was het de bedoeling om met toepassing van ICT de overheidsadministratie te moderniseren en zo betere dienstverlening te kunnen bieden constateert de Rob. Gaandeweg is steeds meer de nadruk komen te liggen op de efficiency van de overheid. De dienstverlening door de overheid is dus meer intern gericht op de overheid dan op de burger. Een goed voorbeeld is uitkeringsinstantie UWV die inzet op versobering en digitalisering. De overheid moet bezuinigen en vraagt steeds grotere inspanningen van haar klanten. Werkzoekenden moeten op werk.nl vacatures zoeken, solliciteren en een uitkering aanvragen. Ondertussen wordt de website geplaagd door storingen, die pas in 2015 zijn opgelost volgens minister Asscher.

Wij willen goede zorg, wij krijgen bureaucratie
Het probleem bij overheidsdienstverlening is dat levensgebeurtenissen van burgers en de processen van de overheid heel verschillend zijn. Mensen willen goede zorg. Zij krijgen van de overheid bureaucratie in de vorm van indicatiestellingen, verwijzingen, toeslagen, uitkeringen etc. De wereld van de overheid is opgebouwd uit regels. Die regels worden uitgevoerd door diverse instanties. Burgers raken verstrikt in het oerwoud aan regels en uitvoeringsorganisaties. Hoe groter de behoefte aan collectieve voorzieningen, des te omvangrijker is de bureaucratie waarmee een burger wordt geconfronteerd.

Regelhulp helpt
De overheid kan een grote stap maken door haar dienstverlening te baseren op de situatie van mensen. Regelhulp is een goed voorbeeld waarin de situatie van mensen als uitgangspunt wordt genomen. Regelhulp.nl is een digitale wegwijzer van de overheid voor iedereen die zoekt naar zorg en ondersteuning. Het webportaal schept helderheid en bevat actuele informatie over zorg, welzijn en sociale zekerheid. Mensen die tegen problemen aanlopen kunnen advies inwinnen en zelf de hulp regelen in hun omgeving. Daarvoor hoeven zij de regels en de weg naar diverse instanties niet te kennen. Regelhulp maakt de vertaling van regels en lokketten vanuit het klantperspectief. Bovendien wordt regelhulp veelvuldig geïntegreerd in dienstverlening van gemeentelijke organisaties en zorgverzekeraars, waardoor klanten integraal kunnen worden geholpen.

Zelfredzaamheid en maatwerk
Als we de samenleving bekijken vanuit het perspectief van de overheid dan moeten we constateren dat de overheid met verschillende soorten klantgroepen te maken heeft. Die klantgroepen kunnen niet allemaal op dezelfde wijze worden geholpen. Het goede nieuws is dat 85 procent van de bevolking op eigen kracht de weg naar overheidsvoorzieningen weet te vinden. Via een dienst zoals regelhulp vinden zij zelfstandig hun weg. 12 procent van de bevolking heeft aanvullende ondersteuning nodig in de vorm van persoonlijk contact. 3 procent van de bevolking heeft multi-problemen (bijv. psychisch, verslaving, schulden en opvoeding). Het helpen van deze groep vergt maatwerk over diverse instanties heen. Het budgetbeslag is omgekeerd evenredig: 50 procent van het budget gaat op aan het helpen van de 3 procent mensen met multi-problemen. Een integrale benadering is daarom ook noodzakelijk om te bezuinigen, omdat diverse overheidsinstanties nu langs elkaar heen werken.

Klant centraal is een illusie
Wij zullen ons erbij neer moeten leggen dat het centraal stellen van de klant voor de overheid een illusie is. Geen ministerie kan de burger centraal stellen. Of het zou voor mij het ministerie van @jwboissevain moeten zijn. Wel kan de overheid regels beter vertalen naar de situatie van burgers en beter samenwerken. Maar wie bekommert zich dan om de dienstverlening en van wie zijn onze persoonsgegevens? Die laten zich gemakkelijk raden door het beantwoorden van de vraag: ‘Van wie is mijn hond?’