Risico mijden of risico nemen?

Bruggen bouwen (3)

Het Engelse coalitieakkoord tussen de Conservatieven en de Liberaal Democraten telt 36 pagina’s en is binnen enkele dagen gesloten. Het Nederlandse regeerakkoord tussen VVD en PvdA ‘Bruggen Bouwen’ telt 80 pagina’s en vergde maanden werk. Daarna volgden nog vele akkoorden, waaronder het vorige week met de oppositie gesloten Mannenbroedersakkoord. In ons land worden kortlopende overheidsopdrachten dichtgeregeld in gedetailleerde bestekken en contracten. In Engeland worden complete overheidsdiensten kostenbesparend met een looptijd van 20 jaar uitbesteed op basis van een simpele outputspecificatie. Waarom doen wij dat niet?

Nederland is risicomijdend
Het verschil in benadering tussen Nederland en Engeland kan worden verklaard aan de hand van het cultuurmodel van organisatiepsycholoog Geert Hofstede. In zijn model kenmerkt hij de cultuurverschillen aan de hand van vijf dimensies: machtsafstand, individualisme, masculiniteit, onzekerheidsmijding en lange termijnoriëntatie. Het cultuurmodel van Hofstede wordt veelvuldig gebruikt bij internationaal zakendoen om inzicht te krijgen in cultuurverschillen en die beter overbrugbaar te maken. Engeland scoort ten opzichte van Nederland lager ten aanzien van onzekerheidsmijding. Wij hebben de neiging alles onder de controle te willen houden, daar waar de Engelsen kalm blijven en de zaken op zich af laten komen. De mate van onzekerheid vertaalt zich in ons land in een toename van formele regels en procedures.

Regelzucht uit angst
Een bron van ergernis in de relatie tussen onze overheid en het bedrijfsleven zijn de openbare aanbestedingen. Bedrijven beoordelen de aanbestedingen als bureaucratisch, discriminerend en onnodig duur. Angst voor juridische procedures leidt bij de overheid tot een toename van het aantal eisen en regels. Maar door het opleggen van vergaande voorwaarden sluit de overheid bij aanbestedingen juist geschikte aanbieders uit. Toch houdt de overheid vast aan haar eenzijdig opgelegde voorwaarden. “Er is nog nooit een project mislukt vanwege de voorwaarden.” is een veelgehoorde stelling van onze overheid. Met het noemen van één enkel voorbeeld kan de stelling eenvoudig onderuit worden gehaald.

Voorwaarden oorzaak projectfalen
Ik noem twee voorbeelden van projecten die faalden vanwege de voorwaarden.
1. De aanbesteding door de NS van hogesnelheidstreinen werd gekenmerkt door extreme en gedetailleerde eisen. Gerenommeerde leveranciers van hogesnelheidstreinen, zoals Alston, Siemens en Bombardier, wilden daar niet aan voldoen een haakten af. Twee treinenbouwers met een mindere reputatie bleven over. AnsaldoBreda had de laagste prijs en won de aanbesteding. De Fyra werd een flop en de treinen staan nu te verroesten op spooremplacement Watergraafsmeer.
2. Twaalf jaar geleden startte de overheid een aanbesteding voor rijksbrede dienstverlening van personele- en salarisdiensten. Tientallen bedrijven toonden belangstelling voor de prestigieuze opdracht. Maar bij het vorderen van de aanbesteding haakten bedrijven vanwege de extreme eisen van de zijde van de overheid één voor één af. Uiteindelijk bleef er slechts één aanbieder over. De overheid stond met de rug tegen de muur en besloot de order te gunnen onder strakke aansturing op basis van een prestatiecontract. Een jaar later werd, vanwege gebrek aan vertrouwen wederzijds, besloten het project te beëindigen.
Het falen van projecten is in 80 procent van de gevallen te herleiden tot onvolkomenheden bij de voorbereiding, waaronder de aanbesteding.

Regels zijn goed, vertrouwen is beter
Het risicomijdend gedrag in ons land leidt juist tot meer risico’s. Onnodige procedures en regels werken verlammend en doen innovatie en creativiteit de das om. Het leidt ook tot hogere uitvoeringskosten voor de overheid en administratieve lastenverzwaring bij bedrijven. En als de projecten dan uiteindelijk ook nog falen, vanwege een overmaat van regelzucht, dan is de kostenverspilling al helemaal niet meer te overzien. Laten we dus een voorbeeld nemen aan de Engelsen. Vooraf moeten we alleen de essentiële zaken regelen in het vertrouwen dat we gaande de rit altijd nog kunnen bijsturen.

Intermediairs graven eigen graf

middle man

Na afloop van de crisis lonkt de netwerksamenleving. Die wordt gekenmerkt door verbondenheid, een horizontale structuur, collectiviteit op kleine schaal en zelforganisatie. In de netwerksamenleving is er alleen bestaansrecht voor organisaties die waarde toevoegen en bereid zijn kennis te delen. Organisaties die zich beroepen op hun kennismonopolie en op basis daarvan transacties tot stand brengen zullen op termijn verdwijnen. Want vraag en aanbod vinden elkaar rechtstreeks via sociale media.

Gouden tijden intermediairs voorbij
Makelaars, recruiters en uitzendbureaus krijgen het moeilijk. Kopers en verkopers van huizen vinden elkaar via websites zoals jaap.nl. Vacatures worden vervuld via websites zoals Jobbird.com, LinkedIn.com en Werk.nl. En tijdelijk arbeidskrachten zijn snel gevonden via marktplaatsen voor zzp’ers. Tussenpersonen van financiële producten zitten helemaal in de knel. Sinds begin dit jaar mogen zij geen provisie meer vragen bij de verkoop van hypotheken en levensverzekeringen. Jarenlang zijn wij tijdens etenstijd gestoord door financiële adviseurs die belden om een woekerpolis aan te prijzen. De gouden tijden voor tussenpersonen zijn voorbij, maar zij houden zich nog krampachtig vast aan het verworven monopolie.

Intermediairs dienen eigen belang
Voor mij als consument heeft de tussenpersoon geen enkele toegevoegde waarde. Dat heb ik ervaren in de contacten met de tussenpersoon van mijn ex-werkgever voor pensioenen en verzekeringen. De tussenpersoon stuurde alle post van verzekeraars door met een begeleidende brief. Ik kon bij de tussenpersoon ook terecht voor aanvullende diensten, zoals een autoverzekering voor mijn echtgenote. Na een paar jaar bleek dat ik daardoor veel te duur uit was. Op een gegeven moment kwam ik er achter dat de tussenpersoon een overzicht van mijn ziektekostendeclaraties had doorgestuurd naar mijn werkgever. Dat is natuurlijk een flagrante schending van mijn privacy. Het was wel meteen duidelijk welke belangen de tussenpersoon dient.

Intermediairs beschermen monopolie
Na mijn overstap naar een andere werkgever kon ik mijn ziektekostenverzekering continueren. Ik hoopte daarmee ook van de tussenpersoon verlost te zijn. Dat bleek ijdele hoop. Via het portaal van de zorgverzekeraar wilde ik de betaalwijze wijzigen. Ik kreeg een foutmelding en belde de klantenservice. Maar ook de klantenservice kon mij niet helpen. Alle wijzigingen die je normaal snel via internet kan doorvoeren moeten worden aangevraagd via de tussenpersoon. Ik bel de tussenpersoon en krijg het verzoek mijn mutatie schriftelijk in te dienen. Dat doe ik en een paar dagen later krijg ik antwoord van de tussenpersoon: ‘Uw verzoek is doorgestuurd naar zorgverzekeraar. Met vriendelijke groet, Fatima’.

Wantrouw intermediairs
Nu moet ik natuurlijk nog controleren of mijn verzoek goed is aangekomen bij de zorgverzekeraar. “Wat is de toegevoegde waarde van de tussenpersoon?” wil ik weten. “Ik zou het u niet kunnen zeggen, maar via een ander collectief bent u voordelig uit.” is het antwoord. Dat advies ga ik maar opvolgen. Nooit meer wil ik te maken krijgen met tussenpersonen. Ik wantrouw alle intermediairs die hun bestaansrecht ontlenen aan unieke toegang tot informatie. Maar gelukkig zullen zij vanzelf verdwijnen. Zij hebben hun eigen graf gegraven.

De bank centraal

Print

De Nederlandse Bank werd overrompeld door de financiële crisis. Het toezicht op de financiële instellingen had volledig gefaald. Daardoor werd veel te laat ingegrepen om economische ontwrichting te voorkomen. De overheid moest bijspringen en kwam daarna met strengere regelgeving om herhaling te voorkomen. Door alle nieuwe regels gaan banken nu gebukt onder hoge compliancykosten. Dit gaat ten koste van de kredietverlening en daarmee economische groei. Daarom klinkt nu de roep om de regeldruk voor banken te verminderen.
Medelijden met de banken
Voormalig topman van Unilever Burgmans neemt het op voor de banken. De politiek is bezig met een ‘strafexpeditie’ tegen de bankensector zegt hij in het fd. Dit doet ze om invloed terug te winnen op de samenleving. Maar het bankbashen gaat ten koste van welvaart. Als handelsnatie heeft Nederland belang bij een gezonde bankensector volgens Burgmans. Ook VVD-fractieleider Zijlstra springt in de bres voor de banken: ‘Als je de regelgeving voor banken te ver doorvoert, dan gaan banken niet meer ondernemen. Dan kunnen ondernemers en individuen geen lening meer krijgen, waarmee we de economische groei schaden.’

Drempels om mobiliteit klanten te voorkomen
Het spreekt voor zich dat we met een overmaat van bureaucratie het functioneren van banken niet verbeteren. Een correctie door de markt heeft de voorkeur. Toen de ING haar top twee jaar geleden forse bonussen uitkeerde overwoog 54 procent van de ING klanten een overstap naar een andere bank. Naar aanleiding van de Libor-fraude bij Rabobank zegt één op de vier te overwegen spaar- en betaalrekening over te hevelen naar een andere bank. In de praktijk verandert slechts een beperkt aantal mensen van bank. Het overstappen is niet eenvoudig. Lange tijd is er gepleit voor het meenemen van het rekeningnummer bij overstap. De banken hebben de invoering van een nummerportabaliteit jarenlang met succes getraineerd. En nu is overstappen van bank met behoud van nummer technisch onmogelijk. Want binnen het Europese betaalsysteem SEPA is de bankcode ingebakken in het nieuwe rekeningnummer.

De bank is eigenaar van het rekeningnummer
De bankensector benadrukt nu het belang van een overstapservice om het overstappen te ondersteunen. De bank neemt wat werk uit handen, maar je moet nog veel zelf doen. Mijn advies is een rekening nooit op te doeken. Je loopt het risico betalingen mis te lopen, maar het levert ook overbodige rompslomp. Laat het salaris op een andere rekening storten, maar houd altijd de rekening aan. Zo zegde ik ooit mijn rekening uit onvrede met mijn bank op. Bij diezelfde bank had ik ook nog een bedrijfsspaarrekening lopen. Bij het vrijvallen van het spaarloon wilde ik het geld overmaken naar mijn nieuwe bankrekening. Dat kon niet en mij werd geadviseerd eerst een betaalrekening te openen. Dat weigerde ik uit principe. Ik wilde het geld contant opnemen. Daarvoor moest ik eerst een betaalpas aanvragen. Daarna kon ik het geld pinnen, maar dan niet het gehele bedrag ineens. Met het contante geld liep ik naar mijn bank even verderop. Daar kon ik het geld niet storten, want de kas was een jaar daarvoor opgeheven. Ik moest het geld brengen naar het kantoor in Den Haag. Met alle bankproducten (betalen, sparen, en lenen) zou je zonder drempels moeten kunnen overstappen van de ene naar de andere bank. Banken zouden een vergelijkbare overstapservice moeten hanteren zoals zorgverzekeraars die kennen. Voorts zou de koppelverkoop van bankproducten (bijv. een betaalrekening verplicht stellen bij een spaarrekening) verboden moeten worden.

Fraudeurs straffen
Belangrijker wellicht is het straffen van handelaren die fraude plegen voor eigen gewin. In de VS worden frauderende handelaren gestraft. Een voormalige handelaar bij Goldman Sachs kreeg een celstraf van 9 maanden omdat hij een ongeautoriseerde handelspositie van 8,3 miljard dollar had verborgen die de bank 118 miljoen dollar aan verliezen opleverde. Hij moet ook nog het verlies van 118 miljoen dollar terugbetalen aan Goldman Sachs en werkt tegenwoordig als schoonmaker van zwembaden. In Nederland blijven de dertig frauderende bankmedewerkers ongestraft. Zij werken nog steeds voor de Rabo of voor een andere bank. Zo komt de gewenste cultuurverandering in de bankensector nooit op gang. Het centraal stellen van de klant is wellicht een brug te ver. Maar in plaats van de handelaar kan de bank op zijn minst zichzelf centraal zetten.

 

Overheid moet barrières slechten

Resident_TN_001

Over een aantal maanden zullen gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Jeugdzorg, grote delen van de AWBZ/WMO en de Participatiewet. Het uitgangspunt is dat gemeenten beter de taken op het gebied van zorg en welzijn kunnen uitvoeren, omdat ze dichter bij de burgers staan dan de overheid. Mooi in theorie, maar het kabinet zal zijn doelen niet bereiken als het vasthoudt aan de huidige plannen voor decentralisatie van het sociale domein. De meeste gemeenten zijn zich namelijk nog niet bewust van de consequenties en risico’s van de transitie. De beoogde besparingen en zelfs de continuïteit van de zorg staan daardoor onder druk. Waarschuwingen vanuit de gemeenten, de markt en het buitenland worden genegeerd.

Helaas heeft onze overheid geen sterke reputatie in het doorvoeren van veranderingen. Een ministerie bedenkt de plannen. De politiek drukt de plannen door. En de uitvoeringsorganisatie wordt vervolgens geconfronteerd met een onmogelijke opdracht en onrealistische deadlines. Burgers kijken lijdzaam toe. Zo ging het in de jaren tachtig al mis met de studiefinanciering. Studenten zaten maandenlang zonder geld. Toenmalig minister Deetman stuurde zijn topman Roel in ’t Veld om orde te scheppen in de chaos. In ’t Veld concludeerde dat het schortte aan de aansluiting tussen beleid en uitvoering en een stroomlijning van de formulierenstroom. Er werd een uitvoeringstoets ingesteld die de problemen met de invoering van nieuw beleid in de toekomst zou moeten voorkomen. Toch ging het daarna nog herhaaldelijk mis.

Zo verslikte de Belastingdienst zich zeven jaar geleden in operatie Walvis. Het bedrijfsleven was administratieve lastenverlichtingen beloofd op basis van eenmalige aanlevering van salarisgegevens. Het werd een bureaucratische nachtmerrie. De gegevens voor het bepalen van de inkomensafhankelijke toeslagen raakten zoek. Werkgevers moesten de loongegevens opnieuw aanleveren. “Het komt goed, ik kan u alleen niet zeggen wanneer” meldde Donner destijds in de Kamer. Hij bood excuses aan en moest toegeven dat de invoering van Walvis achteraf gezien niet verantwoord was ondanks talloze waarschuwingen. En nu staat dus de decentralisatie van het sociale domein op ons te wachten.

De overheid zou structuur moeten aanbrengen in haar administratieve processen tussen de juridische wereld, de uitvoering en de werkelijke wereld. In de praktijk blijken dat drie gescheiden werelden. Zij spreken ieder een eigen taal, communiceren nauwelijks met elkaar en hebben gescheiden uitvoeringstoetsen. Het gaat dan mis bij de overdracht van beleid naar uitvoering en van uitvoering naar het publiek. Deze problemen kunnen worden voorkomen door de disciplines in een vroegtijdig stadium bij elkaar te brengen voor het uitvoeren van een integrale impactanalyse van voorgenomen wetgeving. Dit bevordert ook de kwaliteit van besluitvorming. Kamerleden beoordelen dan tevens de uitvoeringsplannen en -consequenties en burgers krijgen beter inzicht in persoonlijke consequenties. De overheid heeft in het verleden aangetoond met succes interdisciplinair te kunnen werken. Tijdens de Diginotar-crisis in 2011 was het lek binnen 12 uur boven water. Wat de overheid onder grote druk kan realiseren, zou in het reguliere proces ook moeten lukken.

Nogal Wiebes

belastingdienst

“De staatssecretaris is een deerniswekkende figuur” vond oud-premier Dries van Agt. Zonder blikken of blozen besloot hij zijn staatssecretaris Glastra van Loon te ontslaan. Deerniswekkend was ook het optreden van oud-staatssecretaris Weekers in de Tweede Kamer. Niet geïnformeerd door zijn ambtenaren en ook niet gesteund door zijn minister hakkelde hij zich door het debat over het functioneren van de Belastingdienst. Uiteindelijk hield hij de eer aan zichzelf. Had hij wel een eerlijke kans en wat had hij beter moeten doen?

Werken aan draagvlak
De staatssecretarissen zijn de loopjongens in het kabinet. Zij zitten niet in de ministerraad en beheren toch de lastigste portefeuilles. Vaak worden zij ingezet als politiek wisselgeld in de formatie of om een minister van een andere partij op een ministerie te compenseren. De staatssecretaris erft het beleid van zijn voorganger. Gaat het met de uitvoering van dat beleid mis, dan moet de staatssecretaris het veld ruimen en blijft de minister buiten schot. Het lijkt een ondankbare en kansloze taak. Een staatssecretaris heeft weinig macht en moet dus continu werken aan draagvlak bij zijn ambtenaren, in de politiek en in de samenleving.

Luisteren naar ambtenaren
Een bewindspersoon moet de stemming in zijn ministerie of overheidsdienst goed aanvoelen en daar rekening mee houden. De belastingdienst wordt al lange tijd geplaagd door een grote werkdruk. Er zijn te weinig mensen om aanslagen te controleren, toeslagen uit te keren, fraude aan te pakken en mensen te woord te staan. De dienst krijgt er steeds meer taken bij en moet die dan, door bezuinigingen op het apparaat, met steeds minder mensen uitvoeren. Daarbij komt dat ieder nieuw kabinet de Belastingdienst opzadelt met vrijwel onuitvoerbaar beleid. De staatssecretarissen worden door de ambtenaren altijd tijdig gewaarschuwd voor de problemen die de plannen veroorzaken. Bij de Bos-belasting kon het tij nog worden gekeerd. Bij de Wet Walvis en Toeslagen werden de maatregelen doorgedrukt en kwamen vervolgens alle rampvoorspellingen uit.

Structurele maatregelen voorstellen
Een bewindspersoon die tegen beter weten falende beleidsuitvoering moet verdedigen komt onherroepelijk in de problemen. Excuses en beterschapsbeloften helpen nog na de eerste incidenten. Daarna moeten dan toch echt structurele maatregelen worden voorgesteld. Vereenvoudiging van het belastingstelsel ligt dan voor de hand. Ons stelsel hanteert nu twee instrumenten, uitkeringen en belastingen, waarmee de politiek in principe iedere gewenste macro-economische inkomensverdeling kan afdwingen. Door het rondpompen van ons geld door de overheid verliest elke euro 50 eurocent aan effectiviteit, volgens Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën. Dat is de prijs die wij betalen voor de nagestreefde gelijkheid. Herverdelen van geld is één van de kernprocessen van de overheid. Dat kan veel efficiënter: bijvoorbeeld door de zorgtoeslagen rechtstreeks uit te keren aan de zorgverzekeraar of inkomensafhankelijke toeslagen te vervangen door een belastingverlaging.

Transparant communiceren
Een bewindspersoon moet zich goed kunnen presenteren in de media. Via de traditionele en sociale media worden de publieke optredens onder een vergrootglas gelegd en door jan en alleman van commentaar voorzien. De publieke opinie werkt ook door in de politieke oordeelsvorming. Misstappen in publieke optredens worden hard afgestraft in de politiek. Eenzelfde transparantie zou er ook moeten komen voor de bestedingen van onze belastingen. Ons belastingsysteem is namelijk niet transparant en fraudegevoelig. Door het openbaar maken van de belastingen en bestedingen kunnen we het draagvlak en controle van ons belastingsysteem verbeteren.

Goede staatssecretaris
Het spreekt voor zich dat je de eigen ambtenaren niet publiekelijk afvalt. De Tweede Kamer informeer je altijd goed. Dat doe je niet door het sturen van flutbriefjes. En burgers geef je nooit de schuld voor fouten die zijn gemaakt door de Belastingdienst. Een goede staatssecretaris maakt die fouten niet. Dat is nogal Wiebes.

Sporthelden van weleer

224_roeien 620x380

Waar zijn ze gebleven, die sporthelden van toen? Eens in de vijf jaar ontmoeten zij elkaar tijdens het lustrum van hun roeivereniging: de Olympiërs, Varsity winnaars, WK-gangers, fanatieke roeiers en coaches. Zij delen de herinneringen van hun heroïsche gevechten in een roeiboot op de Amstel, de Bosbaan, in Tokyo, Mexico en elders. De meesten zijn nog steeds actief in de roeisport. Zij coachen roeiploegen of roeien zelf wedstrijden. In hun leeftijdsklassen strijden zij tegen elkaar op lange afstandswedstrijden en op de korte baan.

In mijn studietijd heb ik vijf jaar wedstrijd geroeid. Je start traditioneel in een eerstejaars acht. Pas in het tweede jaar leer je een beetje roeien. Toen kwamen bij ons ook de eerste overwinningen. In het derde jaar braken wij door in de vier zonder en werden uitgezonden naar de studentenkampioenschappen in Milaan. In mijn vierde jaar werd onze trainingsintensiteit opgevoerd naar 9 trainingen per week. We bleven met twee roeiers over en roeiden ons in de nationale selectie.

Na mijn studie werd ik automatisch oud-lid van de studentenroeivereniging. Mijn roeicarrière leek definitief voorbij. Mijn sportverslaving bleef. Die bevredigde ik met hardlopen en wielrennen. Tien jaar lang had ik geen riem aangeraakt, toen ik werd gevraagd voor de bedrijfsacht. En twintig jaar later werd ik weer lid van een roeivereniging. Pas toen werd ik me er van bewust dat er nog een roeileven mogelijk is na de studietijd. Ik roei nu gemiddeld drie keer per week met veel plezier en neem deel aan veteranenwedstrijden.

De roeisport kun je op gevorderde leeftijd nog prima beoefenen. Twee derde van alle actieve roeiers in Nederland is ouder dan 27 jaar. Vanaf het dertigste levensjaar verminderen de prestaties met gemiddeld één procent per jaar. Kracht, herstel en uithoudingsvermogen nemen af. Maar door gerichte training kun je dit proces vertragen. Om de afname van de spierkracht te beperken moet je op hoge snelheid trainen. Naast de gebruikelijke duurtrainingen moet een veteranenroeier ook de fitnessschool bezoeken en regelmatig korte snelle intervallen roeien.

Na de lustrumborrel breng ik één van de oude sporthelden naar huis. Vol trots vertelt hij over zijn deelname aan de Olympische Spelen in Rome. Op 21-jarige leeftijd maakte hij zijn debuut op de Spelen van 1960. In de voorwedstrijd werd hij tweede en ook in de herkansing eindigde hij op de tweede plaats. Hij roeide daarna nog vele jaren in zijn eigen skiff op de Vliet. Maar op 71-jarige leeftijd was het roeien in de eenmansboot niet langer verantwoord. In Rome haalde hij geen medaille, maar hij hield er wel een onvergetelijke herinnering aan over.

Sociale media versterken sportbeleving

slide4

Sociale media kenmerken zich door een hoge mate van interactie. Zij stellen ons in staat op ieder moment te communiceren met gelijkgestemden. Door het gebruik van de smartphone kunnen wij makkelijk actuele informatie, locatiegegevens, foto’s en filmpjes uitwisselen. Voor sporters biedt dit veel gemak. Zij kunnen eenvoudig met elkaar afspreken en trainingsresultaten uitwisselen. Maar ook de sportverenigingen kunnen de kracht van sociale media benutten voor het versterken van de clubbinding, vergroten van hun bereik en het promoten van de sport. Deze kansen laten de verenigingen nu nog veelal onbenut.

Het Mulier Instituut publiceerde dit jaar een onderzoeksrapport over het gebruik van sociale media door sporters. De conclusies van het rapport zijn onder meer dat sporters bovengemiddeld sociale mediagebruikers zijn en dat sociale media stimulerend werken om te gaan sporten. Meer dan de helft van alle jongeren gebruikt Facebook mede in relatie tot sport. Zij gebruiken sociale media onder andere om af te spreken om te gaan sporten. Een kwart van alle jongeren zegt door berichten op sociale media meer te zijn gaan sporten. Veertig procent gebruikt sociale media om met de sportclub te communiceren. Jongeren vinden wel dat de sportclub meer gebruik zou kunnen maken van sociale media.

De meeste sporters zijn permanent online. Zij communiceren interactief over actuele sportprestaties. Sportbonden en -clubs blijven daar ver bij achter. Veel sportclubs communiceren nog steeds via clubblaadjes die per post worden verstuurd. Zo viel vijfendertig jaar lang elke maand het blad Roeien in mijn brievenbus. Het blad is populair onder oudere wedstrijdroeiers. De doelgroep van maandblad Roeien is te beperkt om te kunnen overleven. Na 74 jaar valt het doek voor het fraaie bondsblad. De Roeibond zet nu in op sociale media om nieuwe doelgroepen aan te spreken. Dat is noodzakelijk om jongeren te bereiken en het roeien als breedtesport te promoten.

De Roeibond en hoofdsponsor Aegon hebben het initiatief genomen om mensen via een Roeigame en een App enthousiast te maken voor de roeisport. Sportschoolbezoekers krijgen daardoor aanvullend een nagebootste wedstrijdbeleving bij het roeien op de roeiapparaten. Via een groot scherm krijgen zij real time virtuele beelden van zichzelf te zien op de Theems, de Bosbaan of de Keizersgracht. Het is mogelijk om in de sportschool wedstrijden tegen elkaar te roeien en vervolgens tijden via de App te vergelijken met indoor-roeiers in andere sportscholen. Ook bezitters van een roeiapparaat thuis kunnen ook meedoen met deze ‘Aegon Rowing Challenge’. Via het indoor-roeien in een sportschool kan daarna de overstap worden gemaakt naar het roeien bij een roeivereniging. Zo komt Roel Braas, de beste Nederlandse roeier in de eenmansboot, uit het indoor-roeien.

Sociale media zijn inmiddels volledig doorgedrongen in de samenleving. Voor sportverenigingen biedt dit kansen de sport te promoten en leden te werven. Vrijwel alle jongeren zijn actief op sociale media. Door de cultuur van het ‘liken’ en het delen wordt een oproep voor een gezonde leefstijl door te gaan sporten snel verspreid. De Roeibond heeft daarvoor een eerste stap in de goede richting gezet.

De vos zorgt voor de kippen

vos-kip-blog

De hoorzittingen van de tijdelijke commissie ICT zitten er op. Veel nieuwe inzichten hebben de verhoren niet opgeleverd. Of het moeten de gepeperde uitspraken zijn dat ‘de overheid jaarlijks 5 miljard kwijtraakt door het mislukken van ict-projecten’ of dat ‘ambtenaren gebaat zijn bij het mislukken van ict-projecten’. Als we de verhoren ontdoen van de flauwekul uitspraken, dan blijft er weinig nieuwswaarde over. Het blijft bij opinies en verdachtmakingen waaruit je makkelijk de conclusie zou kunnen trekken dat de overheid incompetent is en ict-bedrijven zakkenvullers zijn.

Informatiseringstrategie van het Rijk
Ten opzichte van 2007 zijn we dan weer terug bij af. Toen reageerde de Tweede Kamer geschrokken door berichten in Trouw dat de overheid miljarden zou verspillen aan slecht uitgevoerde automatiseringsprojecten. Uiteindelijke legde de Kamer zich neer bij de aanbevelingen in het rapport ‘Lessen uit ict-projecten’ van de Algemene Rekenkamer. Daarna kwam er een rijksbreed CIO-stelsel, strakkere sturing op ict-projecten, rijksbrede ict-voorzieningen en consolidatie van infrastructuur en een samenwerkingsprogramma tussen overheid en markt. Er kwam precompetetief overleg met de markt om de haalbaarheid van projecten te toetsen, gateway reviews om de projecten te bewaken, een pool met projectleiders om het opdrachtgeverschap te versterken en een ict-dashboard om meer inzicht te bieden in ict-projecten.

Samenwerking tussen overheid en bedrijven
Het kameronderzoek moet daarom vooral als een aanmoediging worden gezien voor een overheid die de juiste weg heeft ingeslagen, zij het dat wellicht meer voortvarendheid is geboden. Dat geldt voor de overheid zelf, maar in het bijzonder ook voor de samenwerking tussen de overheid en de ict-markt. Het blijken nu nog voornamelijk twee verschillende werelden, die zich maar moeilijk in de ander kunnen verplaatsen. Dat werd in ieder geval pijnlijk duidelijk tijdens de verhoren, waarin voor het eerst ook vertegenwoordigers van ict-bedrijven werden gehoord. Het bedrijfsleven begrijpt vaak niet dat de overheid altijd een balans moet vinden tussen regelgeving, ict en uitvoering en hiërarchisch geen besluiten kan afdwingen. Daar tegenover staan ambtenaren die denken dat bedrijven profiteren van slechtlopende ict-projecten. Het onderlinge wantrouwen is niet bevorderlijk voor een goede samenwerking.

Openheid en transparantie
Tijdens trainingen van de Rijksacademie leg ik uit hoe ict-bedrijven werken. Waar worden zij op afgerekend en wat zijn de persoonlijke drijfveren? Die elementen zijn bepalend voor het gedrag van ict-bedrijven. Ik laat het dashboard van ict-projecten van de Rijksoverheid zien: alle projecten staan op groen. Daarna toon ik het dashboard van dezelfde projecten van een ict-bedrijf … en bijna alle projecten staan op rood. Waar sturen ict-bedrijven op, welke onderdelen staan op rood en waarom? De cursisten zijn ambtenaren die al jaren opdrachten geven aan ict-bedrijven, maar zij hebben geen idee. Ik pleit daarom voor meer openheid en transparantie tussen overheid en ict-bedrijven. Door een beter wederzijds begrip kunnen cultuurverschillen makkelijker worden overbrugd. Tijdens één van de hoorzittingen werd opgemerkt dat je de vos niet op de kippen moet laten passen. Waarom niet een zorgplicht verlangen van de vos?

Verveling op het werk verdwijnt

Geef-verveling-geen-kans_0004055312

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft 10% van de Nederlandse beroepsbevolking last van burn-out-verschijnselen. Deze mensen raken overwerkt, kunnen niet meer ontspannen en raken geestelijk en lichamelijk overbelast. Meer dan 15% van de beroepsbevolking kampt echter met het tegenovergestelde verschijnsel: een bore-out ofwel onderbelasting. Het gevolg daarvan is gebrek aan zelfvertrouwen en angst de baan te verliezen.

Bezetting op peil houden
Mijn vakantiewerk in de Rotterdamse haven was een mooi voorbeeld van onderbelasting op het werk. Met een busje werden wij, Delftse studenten, opgehaald en naar de Leuvenhaven gereden. Daar kregen wij veiligheidschoenen, helm, handschoenen en overall. Gestoken in werkmanskostuum werd ieder van ons een plaats aangewezen. Ik werd zonder nadere instructie naar een lege kade gestuurd. Gelukkig kwam daar een tijdje later iemand langs om een praatje te maken. Het was een ervaren havenarbeider en hij wist mij het nodige te vertellen over het werk in de haven. Ik had volgens hem veel geluk met de mij toebedeelde taak. Vandaag kwam er geen schip in de haven en er hoefde dus geen schip gelost te worden. Ik was als uitzendkracht opgeroepen om de bezetting op peil te houden. Dat was namelijk afgesproken tussen de bonden en de werkgevers van de haven.

Zinloos werk in bureaucratie
Na mijn studie had ik voorgenomen mij niet meer met zinloos werk in te laten. Als management consultant zou ik veel uitdagende opdrachten oppakken. De opdrachten begonnen steevast met het doorlichten van de organisatie. Door middel van interviews moest ik er achter komen hoe de processen liepen en wie daarbij betrokken was. Ik viel van de ene verbazing in de ander. Iemand vertelde mij dat zijn werkzaamheden bestonden uit het maken van een kopie van binnengekomen faxen. De kopieën werden opgeborgen in een map, maar die map werd door niemand geraadpleegd. Een hele afdeling was druk met het maken van rapportages. Die kwamen niet uit het financiële systeem, maar werden handmatig uitgerekend, uitgetypt en vervolgens naar een bedrijfsbureau gestuurd. Het bedrijfsbureau bleek bij navraag geen behoefte te hebben aan deze rapportages en alleen gebruik te maken van de standaard systeemrapportages. Vrijwel alle geïnterviewde medewerkers waren zich bewust van hun zinloze werk, maar zij hielden de schijn op uit angst om hun baan te verliezen. Iemand vertelde mij spottend over zijn werk: “mijn baas doet niets en ik help hem daarbij”.

Vervelingsziekte in kantoren
In de jaren negentig zijn veel organisaties doorgelicht en gesaneerd. Typekamers en ondersteunende staforganen zijn verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor werkplekautomatisering. In kantoren zitten medewerkers van negen tot vijf verborgen achter hun schermen. Niet iedereen heeft het druk, maar zij houden de schijn op druk te zijn. Je kunt makkelijk de hele dag besteden aan het lezen en beantwoorden van e-mail. Medewerkers vervelen zich op de werkvloer. Zij verbergen dit meestal en doen alsof ze het druk hebben. Zij vertonen compensatiegedrag en maken soms lange werkdagen. Organisaties waar veel verveling voorkomt worden gekenmerkt door interne gerichtheid met veel onderling overleg. Gebrek aan prikkels van buitenaf leidt tot stressverschijnselen. Een nieuwe kwaal is geboren: de bore-out.

Van medewerker naar kenniswerker
Psychologen leggen de uitweg bij een bore-out meestal bij de medewerker zelf. Die moet zelf maar nadenken over een veranderingen in zijn leven. Dat gaat dan volledig voorbij aan de oorzaak: namelijk de werkomgeving. Medewerkers werken met moderne ICT middelen, maar worden nog ouderwets in een kantoor met bureaus tussen de plantenbakken opgesloten. Maar daar komt verandering in. De negen tot vijf cultuur verdwijnt en maakt plaats voor tijd- en plaats onafhankelijk werken. De nieuwe generatie kenniswerkers gaat virtueel samenwerken in een grenzeloos netwerk. Het werk wordt modulair belegd bij de beste en voordeligste capaciteit, waar ook ter wereld. Kenniswerkers van de toekomst moeten zich toeleggen op het leveren van toegevoegde waardediensten aan meerdere organisaties. De loyaliteit verschuift van de organisatie naar het resultaat van het werk. Verveling op het werk verdwijnt daarmee vanzelf.