Kodak-moment in het verschiet

uber-columbus

Door digitalisering kunnen nieuwe diensten en verdienmodellen hun intrede doen. Digitale bedrijven hebben de toekomst. Denk hierbij aan Netflix, Spotify en Paypal. Technologische krachten zoals Social, Mobile, Analytics, Cloud en (Internet of) Things (oftewel SMACT) zijn katalysator voor digitale transformatie. Maar veel bedrijven dreigen die slag te missen. Het zijn vooral de traditionele bedrijven die vast blijven houden aan hun vertrouwde melkkoeien. Ondertussen schieten de digitale bedrijven als paddenstoelen uit de grond.

Uber: makkelijk en goedkoop
Het Amerikaanse bedrijf Uber verovert de wereld met een taxidienst die het via een app aanbiedt. Uber is amper vier jaar geleden opgericht, maar de waarde van het bedrijf wordt nu al geschat op 12 miljard euro. In 44 landen kun je in een groot aantal steden via de smartphone een taxi bij je in de buurt bestellen. Je doet rechtstreeks zaken met de taxichauffeur, die je achteraf ook een beoordeling kunt geven. De ritprijzen zijn transparant, beduidend lager dan bij een gewone taxi en de betaling is gekoppeld aan je creditkaart.

Uber in de praktijk
Eenmaal in de Verenigde Staten besloten wij de dienst uit te proberen. Voor de poort van National Gallery of Art in Washington kozen we via de app een Uber taxi. Direct daarop werden we gebeld door de taxichauffeur. Binnen een minuut zou hij bij ons zijn. Op de kaart van onze app zagen we de auto heen en weer rijden aan de andere kant van het museum. Tenslotte zijn wij zelf maar om het museum gelopen en hebben de auto aangehouden. “Naar Gaylord Convention Centre, graag.” De chauffeur gaf gas en vijf minuten later stonden we voor een groot gebouw. “Here you are, the Convention Centre.” “Maar dat is niet de Gaylord, die ligt buiten Washington bij Waterfront.” De chauffeur maakte een U-turn en een half uur later waren wij bij ons hotel. De taxirit was de helft van de gebruikelijke prijs die wij daarvoor hadden betaald.

Botsing oude en nieuwe wereld
De Uber taxi in Washington was een succes. Daarom namen we ons voor in Boston ook een Uber taxi te bestellen. Maar de Uber-chauffeur liet heel lang op zich wachten. Tenslotte besloten wij dan maar een gewone taxi aan te houden. Op hetzelfde moment arriveerde ook de Uber-chauffeur. Nu ontstond een onprettige woordenwisseling tussen de chauffeurs gevolgd door een spectaculaire achtervolging die je alleen nog in Amerikaanse actiefilms ziet. Een paar dagen later ontvingen we een bericht van de telecomprovider: door gebruik van roaming waren de kosten van mobiel dataverkeer flink opgelopen. Een financieel voordeel was omgeslagen in een financiële strop.

Achterhoedegevecht gevestigde orde
Gebruikers moeten duidelijk nog wennen aan de nieuwe diensten. Wereldwijd maken steeds meer mensen naar volle tevredenheid gebruik van de nieuwe taxidienst. In ons land kun je een Uber taxi inmiddels ook in Rotterdam en in Amsterdam bestellen. Klant en dienstverlener vinden elkaar rechtstreeks. Taxicentrales en standplaatsvergunningen zijn overbodig. De taxibranche en de Inspectie voor Leefomgeving en Transport verzetten zich daartegen en met name tegen de Uberpopchauffeurs die zonder vergunning rijden. Dat lijkt een achterhoedegevecht. Zij kunnen zo hun eigen Kodak-moment verwachten.

Niets uit de geschiedenis verdwijnt

Herengracht-HG14-tc

“Men moet zijn verleden verzorgen, zoals men ook zijn lichaam verzorgt: het moet regelmatig worden geschrobd, gepoetst, geïnspecteerd, getraind en periodiek onderzocht. Houdt men zich van jongs daaraan, dan bespaart men zich veel dokterskosten voor plotseling uitbrekende kwalen, en de mogelijkheid is groot, dat men op den duur heel veel verleden krijgt.”

Dit schreef Harry Mulisch in Mijn Getijdenboek in 1975. Met het verleden hield ik mij in die tijd nog niet bezig. Ik had mijn middelbare school afgerond en begon mijn studie in Delft. In dezelfde tijd sloot mijn vader zijn carrière bij de EEG – voorloper van de huidige EU – af. Zijn vervroegde uittreding uit het arbeidsproces gaf hem ruimte voor reflectie op zijn leven. Geboren in het voormalig Nederlands Indië leek zijn toekomst te zijn voorbestemd als bestuursambtenaar, net zoals zijn grootvader die resident was van het Javaanse gebied van de Preanger. Tijdens de opkomst van Nazi Duitsland ging hij met zijn familie op verlof naar Nederland. Toen brak de oorlog uit en was terugkeer naar de kolonie niet meer mogelijk. Mijn vader rondde zijn middelbare school af in Den Haag. Hij begon aan de studie Indologie in Leiden, ter voorbereiding op zijn logische carrière als bestuursambtenaar in Nederlands Indië. Toen de Leidse Universiteit in 1941 werd gesloten, voegde hij zich bij het verzet. Hij werd opgepakt door de Duitsers en gevangen gezet in de Scheveningse gevangenis. In 1944 wist hij uit de gevangenis te ontsnappen en vluchtte naar het bevrijde Maastricht. Mijn vader las na zijn uittreding alle delen van Lou de Jong en het Weinreb-rapport. In onze familie werd de oorlogsgeschiedenis verzwegen, maar de familieband werd gekoesterd. Mijn vader verzamelde alle familiemutaties Ik keek toe hoe hij overlijdensadvertenties uitknipte en mutaties met vulpen bijschreef in ons familieboek. Na het overlijden van mijn vader werd ik gevraagd zitting te nemen in onze familiestichting. Dit was voor mij de gelegenheid om mijn vaders werk voort te zetten.

De aantekeningen met pen werden vervangen door gedrukte bulletins en daarna door internetpublicaties. Onze familiestamboom is gepubliceerd in een uitgave van het Nederland’s Patriciaat. Die publicatie werd ingescand en geconverteerd naar het open source stamboomprogramma Alfaer. Dit programma kan de genealogische gegevens exporteren naar een bestand met het standaard gedcom formaat. Na het inlezen van dit bestand in genealogieonline staat de familiestamboom op internet. De stamboom wordt geïndexeerd en grafisch weergegeven in een tijdbalk en een kwartierstaat. Voor iedere persoon wordt een aparte pagina aangemaakt, waarin ook de historische feiten in context worden getoond met de geschiedenis en het weer in die tijd. Genealogieonline brengt genealogen via internet bij elkaar en werkt op basis van waardebepaling achteraf. Met publicatie op internet is de genealogische informatie vrij toegankelijk en kan deze worden gecombineerd met andere informatiebronnen. Genealogieonline is een community waarin informatie wordt gedeeld, vragen worden gesteld en snel en betrouwbaar worden beantwoord.

Wij zijn veel meer te weten gekomen over onze voorouders in de zestiende eeuw in Frankrijk en familiebanden in Nederlands Indië. Uit Nederland geïmmigreerde familieleden vinden informatie over hun herkomst. Half zusters, broers en natuurlijke ouders zijn opgespoord. Foto’s van familieleden, maar ook van familiehuizen (bijv. voor restauratie in originele staat) en gebeurtenissen worden uitgewisseld. De publicatie wordt veelvuldig geraadpleegd voor educatieve doeleinden en voor het schrijven van scripties en proefschriften over het leven in de negentiende eeuw.

Door inzicht in familiegeschiedenis kunnen wij makkelijker een beeld vormen van het verleden. Bovendien levert het ook een beter tijdsbesef en leren we het heden beter begrijpen. De stukjes van de legpuzzel komen nu door internet en crowdsourcing beschikbaar. “En net als in en legpuzzel komt elke keer een stukje op zijn plaats, omdat ieder zijn deel van de werkelijkheid kent. Soms ligt een stukje even verkeerd, als iemand een waarneming verkeerd interpreteert, maar ten slotte is de voorstelling compleet en sluiten alle stukjes aan elkaar. Want alles raakt alles in de wereld. Hierdoor blijft een mens in zijn geschiedenis gevangen: een begin verdwijnt nooit, zelfs niet met het einde.” (uit: de Aanslag van Harry Mulisch)

Papieren overheidsafslanking

RONALD-REAGAN

“No government ever voluntarily reduces itself in size. Government programs, once launched, never disappear. Actually, a government bureau is the nearest thing to eternal life we’ll ever see on this earth!” Deze uitspraak van voormalig Amerikaans president Ronald Reagan blijft actueel. Om het begrotingstekort te beperken moet de overheid noodgedwongen in eigen vlees snijden. De plannen voor een kleinere overheid zijn gemaakt. De efficiencybesparingen zijn ingeboekt. Maar het is de vraag of we de bezuinigingen ook daadwerkelijk gaan waarmaken.

Groeiende overheid
Onze overheid heeft geen sterke reputatie met het afslanken van het overheidsapparaat. Verder dan de alom beproefde kaasschaafmethode zijn we nooit gekomen. Door de afsplitsing van taken naar zelfstandige uitvoeringstaken zijn er juist veel ambtenaren bijgekomen. Per saldo is de overheid in de loop der jaren gegroeid naar zo’n miljoen ambtenaren, waarvan de helft werkzaam in het onderwijs. Tel daarbij op een miljoen mensen die in de zorg werken en we hebben een beeld van de totale overhead van ons land. De overheid moet afslanken, maar is aan de andere kant weer aan het vervetten. Dat komt doordat facilitaire diensten, zoals beveiliging, catering, opleidingen en koeriersdiensten, weer door ambtenaren wordt uitgevoerd.

Herbezinning op kernwaarden
Een overheid die wil afslanken moet zich primair bezinnen op haar kernwaarden. Dit impliceert een andere rolopvatting ten opzichte van burgers en bedrijfsleven. In de loop der jaren heeft de overheid steeds nieuwe taken naar zich toe getrokken. Daardoor wordt de overheid vaak bestempeld als betuttelend. Bovendien hebben maatregelen van de overheid veelal een ongewenst effect en zijn de kosten disproportioneel hoog. Door te streven naar maximale individuele vrijheid krijgen mensen de ruimte hun eigen leven in te richten. Het ingrijpen van de overheid moet zich dan beperken tot het bestrijden van gedrag dat anderen schade toebrengt. Voor het waarborgen van individuele vrijheid is een slank en slagvaardig overheidsapparaat nodig. Rechtspraak, onderwijs, zorg en infrastructuur zijn de belangrijkste overheidstaken. Het overheidsapparaat moet snel en adequaat kunnen inspelen op veranderingen in de samenleving. De aanbodgerichte benadering wordt vervangen door vraagsturing. De modernisering van de overheid zal dan gericht zijn op verdergaande samenwerking, transparantie en participatie.

Taken met efficiencykorting verleggen
De veranderstrategie van onze overheid tot nu toe is echter een geheel andere. De overheid voegt taken samen tot één organisatie en legt gelijktijdig een efficiencykorting op. De nieuwe organisatie moet dan zelf de invulling van deze taakstelling organiseren. Veelal wordt de besparing gerealiseerd in de bedrijfsvoering, door het betrekken van een gezamenlijk gebouw of door natuurlijk verloop van personeel. Bij decentralisatie van taken geldt hetzelfde principe, maar dan omgekeerd. Zoals bij de decentralisaties in het sociale domein worden taken overgedragen aan gemeenten. Die krijgen daarvoor gezamenlijk minder geld dan het Rijk er aan uitgaf. Het zijn besparingen op papier, die in de praktijk – zonder herbezinning op kernwaarden – onhaalbaar zijn.

Hollandse eenheidsworst

eenheidsworst

Water uit de kraan en de waterhuishouding zijn voorzieningen die het algemene nut dienen. Zij maken onderdeel uit van de publieke dienstverlening. De overheid garandeert ons zuiver en schoon drinkwater. In de loop der jaren zijn steeds meer publieke diensten geprivatiseerd. De energievoorziening, de telecom, de post, het openbaar vervoer en de zorg zijn nu onderworpen aan marktwerking. Het is een schijnmarkt. In de praktijk zijn de geprivatiseerde organisaties monopolisten. Alleen de aandeelhouders profiteren van een privatisering. Consumenten krijgen geen grotere keuzevrijheid en worden geconfronteerd met afnemende kwaliteit en hogere kosten.

Onderscheiden met een basisproduct
In de zorg is sprake van een gereguleerde marktwerking. Iedereen heeft recht op een basisverzekering. De overheid bepaalt de inhoud van het basispakket die kosten van de huisarts, ziekenhuis en medicijnen afdekken. Het maakt niet uit of je jong, oud, ziek of gezond bent. Zorgverzekeraars zijn verplicht iedereen te accepteren tegen dezelfde vaste prijs. De consument heeft wel keuzevrijheid. Die kan uit maar liefst 40 zorgverzekeraars kiezen. In de praktijk blijken dit veelal submerken van de vier grote verzekeraars: Achmea, VGZ, CZ en Menzis. De verzekeraars beconcurreren elkaar in theorie op prijs en worden zo geprikkeld scherp in te kopen en efficiënt te werken. In de praktijk blijken zij markt te veroveren met marketing, overstapkortingen, aanvullende verzekeringen en exclusieve collectiviteitskortingen.

Wie verdient aan de korting?
Jarenlang hoefde ik mij niet te bekommeren om mijn zorgverzekering. Mijn werkgever regelde alles voor mij en mijn gezin. Met een achterban van meer dan 6.000 werknemers kon er scherp worden onderhandeld met verzekeraars. Vol trots werd er dan gemeld dat er weer een lucratief contract was afgesloten. Wij waren achtereenvolgens verzekerd bij Nationale Nederlanden, Aegon, Nuts en Agis. Mijn verzekering bij Agis kon ik als ex-werknemer continueren na mijn vertrek. Voor het eerst moet ik mij nu verdiepen in de voorwaarden en premies van zorgverzekeringen. Tot mijn verbazing zie ik dat mijn basispremie van € 108,75 bij Agis (zelfs na aftrek van de collectiviteitskorting) tot de absolute top behoort. Heeft het bedrijf zo slecht ingekocht of profiteert de werkgever van de inkoopvoordelen?

Collectiviteitskorting asociaal
DSW-directeur Chris Oomen noemt de collectieve verzekering in de nrc pure oplichting: “Korting via de werkgever is asociaal. Het benadeelt iedereen die geen werk heeft. Een schande. Het past niet in de solidariteitsgedachte. Waarom wordt die korting dan gegeven? Wie gaat er nu meer of minder naar de dokter als hij collectief verzekerd is? Het betekent gewoon dat mensen korting krijgen op rekening van de ander.” De collectiviteitskorting staat haaks op de gedachte achter de verplichte basispolis waarbij zorgverzekeraars een acceptatieplicht hebben, betoogt Oomen.

Korting voor iedereen
Een standaardproduct kun je scherp prijzen als je het efficiënt (online) aanbiedt en ontdoet van alle overbodige marketingfratsen. De Hema heeft dat goed begrepen. Na de standaard testamenten en samenlevingscontracten voegt het winkelbedrijf nu ook de basisverzekering toe aan haar assortiment. Consumenten kunnen tegen een basispremie van € 89 overstappen. Het bedrijf dat ooit is begonnen als stuntwinkel met eenheidsprijzen maakt slim gebruik van bestaande verkoopkanalen: de winkels en de website. De Hema koopt de verzekeringen weer in bij één van de grote verzekeraars. De marktwerking wordt er dus niet veel beter op. Maar we profiteren wel van 10 procent korting op ondergoed, worsten en appeltaart. Die kans kunnen wij niet aan ons voorbij laten gaan. Nederlanders zijn dol op kortingen en eenheidsworst.

Internetveiligheid: onbewust onbekwaam

cyber_crime_hacker-960x380

Internet behoort voor de meeste kinderen tot het dagelijkse leven. Maar is het ook veilig? Cybercriminelen en zedendelinquenten lijken er ongestoord hun slag te kunnen slaan. Vandaag werd bekend dat een man uit Cuijck acht jaar lang ongestoord via internet kinderen kon verleiden met het doel seks met hen te krijgen. Honderden kinderen werden het slachtoffer van deze Grooming zaak. Jaarlijks worden nog eens 200 duizend – veelal hoogopgeleide – mensen in ons land slachtoffer van identiteitsfraude. Het wordt tijd voor een gerichte aanpak van internetcriminaliteit.

Onvoorbereid de digitale snelweg op
Bij het treffen van maatregelen kan het helpen een vergelijking te trekken met de fysieke wereld. Voordat je met de auto de weg op gaat moet de auto worden gekeurd en moet je een rijbewijs halen. Je moet de verkeersregels respecteren en vooral een veiligheidsgordel dragen. De auto ondergaat periodiek onderhoud en als er iets mis is met de motor of verlichting dan gaan de waarschuwingslampjes branden. En bij pech bel je de ANWB of de garage. Om de digitale snelweg op te gaan heb je geen rijbewijs nodig. Er zijn geen controlelampjes en er is geen wegenwacht. Daarom kunnen cybercriminelen ongestoord hun gang gaan en slachtoffers maken onder onkundige internetters.

Regelgeving werkt averechts
De overheid ziet het als haar taak om Nederland weerbaarder te maken op het internet. Daarvoor werd het Nationaal Cyber Security Centrum opgericht. Politie en justitie krijgen ruimere bevoegdheden om cybercrime aan te pakken. Volgende maand verschijnt een kabinetsbrede visie op identiteitsfraude. Het zijn goede initiatieven, maar het is onmogelijk om met nationale maatregelen een internationaal probleem aan te pakken. De pakkans voor cybercriminelen is dan ook gering. Geheel contraproductief wordt het als de overheid zich met de techniek van het internet gaat bemoeien, zoals bij het Nederlands cookieverbod. De overheid probeert wettelijk te regelen wat een gebruiker zelf kan regelen via de cookiesinstellingen op zijn PC. Van die regelgeving gaat nog een groter gevaar uit: namelijk de suggestie dat de overheid borg kan staan voor onze veiligheid en privacy op het internet. Dat is een illusie, want de regelgeving kan de vooruitgang van de techniek nooit bijhouden.

De techniek krijgt de schuld
Trekken we de vergelijking met het wegverkeer dan moeten we constateren dat miljoenen mensen zonder rijbewijs de digitale snelweg opgaan. Als mensen dan massaal tegen een boom rijden, dan geven we de auto de schuld. Die is namelijk niet veilig genoeg. Alle autofabrikanten worden verplicht de auto’s terug te roepen voor het inbouwen van een boombegrenzer. Bij het naderen van een boom slaat de motor af. Automobilisten moeten de auto daarna herstarten en met een lage snelheid langs de boom rijden. Die maatregel werkt natuurlijk maar heel even, want kort daarop heeft iedereen al een legale boomafleider geïnstalleerd in de auto. In het autoverkeer ligt de nadruk gelukkig op de rijvaardigheid van de automobilist. Bij het internet draait het allemaal nog om de techniek.

Vanaf de jeugd internetveilig
De sleutel voor de veiligheid op de digitale snelweg ligt bij de internetgebruiker. Die moet zich bewust zijn van de gevaren, zich afdoende beschermen en risico’s beperken. Overheid en bedrijven moeten goed voorlichten over de gevaren en te nemen maatregelen. Vanaf de basisschool moeten kinderen worden onderwezen over de veiligheid op het internet. Naast het verkeersexamen zou het internetveiligheidsexamen verplicht gesteld moeten worden. Bij beide examens ligt een belangrijke opvoedende taak van de ouders. Net zoals bij veiligheid in het verkeer moeten ouders zich dan wel bewust zijn van de gevaren op het internet. Want helaas zijn de meeste mensen nog onbewust onbekwaam.

Risico mijden of risico nemen?

Bruggen bouwen (3)

Het Engelse coalitieakkoord tussen de Conservatieven en de Liberaal Democraten telt 36 pagina’s en is binnen enkele dagen gesloten. Het Nederlandse regeerakkoord tussen VVD en PvdA ‘Bruggen Bouwen’ telt 80 pagina’s en vergde maanden werk. Daarna volgden nog vele akkoorden, waaronder het vorige week met de oppositie gesloten Mannenbroedersakkoord. In ons land worden kortlopende overheidsopdrachten dichtgeregeld in gedetailleerde bestekken en contracten. In Engeland worden complete overheidsdiensten kostenbesparend met een looptijd van 20 jaar uitbesteed op basis van een simpele outputspecificatie. Waarom doen wij dat niet?

Nederland is risicomijdend
Het verschil in benadering tussen Nederland en Engeland kan worden verklaard aan de hand van het cultuurmodel van organisatiepsycholoog Geert Hofstede. In zijn model kenmerkt hij de cultuurverschillen aan de hand van vijf dimensies: machtsafstand, individualisme, masculiniteit, onzekerheidsmijding en lange termijnoriëntatie. Het cultuurmodel van Hofstede wordt veelvuldig gebruikt bij internationaal zakendoen om inzicht te krijgen in cultuurverschillen en die beter overbrugbaar te maken. Engeland scoort ten opzichte van Nederland lager ten aanzien van onzekerheidsmijding. Wij hebben de neiging alles onder de controle te willen houden, daar waar de Engelsen kalm blijven en de zaken op zich af laten komen. De mate van onzekerheid vertaalt zich in ons land in een toename van formele regels en procedures.

Regelzucht uit angst
Een bron van ergernis in de relatie tussen onze overheid en het bedrijfsleven zijn de openbare aanbestedingen. Bedrijven beoordelen de aanbestedingen als bureaucratisch, discriminerend en onnodig duur. Angst voor juridische procedures leidt bij de overheid tot een toename van het aantal eisen en regels. Maar door het opleggen van vergaande voorwaarden sluit de overheid bij aanbestedingen juist geschikte aanbieders uit. Toch houdt de overheid vast aan haar eenzijdig opgelegde voorwaarden. “Er is nog nooit een project mislukt vanwege de voorwaarden.” is een veelgehoorde stelling van onze overheid. Met het noemen van één enkel voorbeeld kan de stelling eenvoudig onderuit worden gehaald.

Voorwaarden oorzaak projectfalen
Ik noem twee voorbeelden van projecten die faalden vanwege de voorwaarden.
1. De aanbesteding door de NS van hogesnelheidstreinen werd gekenmerkt door extreme en gedetailleerde eisen. Gerenommeerde leveranciers van hogesnelheidstreinen, zoals Alston, Siemens en Bombardier, wilden daar niet aan voldoen een haakten af. Twee treinenbouwers met een mindere reputatie bleven over. AnsaldoBreda had de laagste prijs en won de aanbesteding. De Fyra werd een flop en de treinen staan nu te verroesten op spooremplacement Watergraafsmeer.
2. Twaalf jaar geleden startte de overheid een aanbesteding voor rijksbrede dienstverlening van personele- en salarisdiensten. Tientallen bedrijven toonden belangstelling voor de prestigieuze opdracht. Maar bij het vorderen van de aanbesteding haakten bedrijven vanwege de extreme eisen van de zijde van de overheid één voor één af. Uiteindelijk bleef er slechts één aanbieder over. De overheid stond met de rug tegen de muur en besloot de order te gunnen onder strakke aansturing op basis van een prestatiecontract. Een jaar later werd, vanwege gebrek aan vertrouwen wederzijds, besloten het project te beëindigen.
Het falen van projecten is in 80 procent van de gevallen te herleiden tot onvolkomenheden bij de voorbereiding, waaronder de aanbesteding.

Regels zijn goed, vertrouwen is beter
Het risicomijdend gedrag in ons land leidt juist tot meer risico’s. Onnodige procedures en regels werken verlammend en doen innovatie en creativiteit de das om. Het leidt ook tot hogere uitvoeringskosten voor de overheid en administratieve lastenverzwaring bij bedrijven. En als de projecten dan uiteindelijk ook nog falen, vanwege een overmaat van regelzucht, dan is de kostenverspilling al helemaal niet meer te overzien. Laten we dus een voorbeeld nemen aan de Engelsen. Vooraf moeten we alleen de essentiële zaken regelen in het vertrouwen dat we gaande de rit altijd nog kunnen bijsturen.

Intermediairs graven eigen graf

middle man

Na afloop van de crisis lonkt de netwerksamenleving. Die wordt gekenmerkt door verbondenheid, een horizontale structuur, collectiviteit op kleine schaal en zelforganisatie. In de netwerksamenleving is er alleen bestaansrecht voor organisaties die waarde toevoegen en bereid zijn kennis te delen. Organisaties die zich beroepen op hun kennismonopolie en op basis daarvan transacties tot stand brengen zullen op termijn verdwijnen. Want vraag en aanbod vinden elkaar rechtstreeks via sociale media.

Gouden tijden intermediairs voorbij
Makelaars, recruiters en uitzendbureaus krijgen het moeilijk. Kopers en verkopers van huizen vinden elkaar via websites zoals jaap.nl. Vacatures worden vervuld via websites zoals Jobbird.com, LinkedIn.com en Werk.nl. En tijdelijk arbeidskrachten zijn snel gevonden via marktplaatsen voor zzp’ers. Tussenpersonen van financiële producten zitten helemaal in de knel. Sinds begin dit jaar mogen zij geen provisie meer vragen bij de verkoop van hypotheken en levensverzekeringen. Jarenlang zijn wij tijdens etenstijd gestoord door financiële adviseurs die belden om een woekerpolis aan te prijzen. De gouden tijden voor tussenpersonen zijn voorbij, maar zij houden zich nog krampachtig vast aan het verworven monopolie.

Intermediairs dienen eigen belang
Voor mij als consument heeft de tussenpersoon geen enkele toegevoegde waarde. Dat heb ik ervaren in de contacten met de tussenpersoon van mijn ex-werkgever voor pensioenen en verzekeringen. De tussenpersoon stuurde alle post van verzekeraars door met een begeleidende brief. Ik kon bij de tussenpersoon ook terecht voor aanvullende diensten, zoals een autoverzekering voor mijn echtgenote. Na een paar jaar bleek dat ik daardoor veel te duur uit was. Op een gegeven moment kwam ik er achter dat de tussenpersoon een overzicht van mijn ziektekostendeclaraties had doorgestuurd naar mijn werkgever. Dat is natuurlijk een flagrante schending van mijn privacy. Het was wel meteen duidelijk welke belangen de tussenpersoon dient.

Intermediairs beschermen monopolie
Na mijn overstap naar een andere werkgever kon ik mijn ziektekostenverzekering continueren. Ik hoopte daarmee ook van de tussenpersoon verlost te zijn. Dat bleek ijdele hoop. Via het portaal van de zorgverzekeraar wilde ik de betaalwijze wijzigen. Ik kreeg een foutmelding en belde de klantenservice. Maar ook de klantenservice kon mij niet helpen. Alle wijzigingen die je normaal snel via internet kan doorvoeren moeten worden aangevraagd via de tussenpersoon. Ik bel de tussenpersoon en krijg het verzoek mijn mutatie schriftelijk in te dienen. Dat doe ik en een paar dagen later krijg ik antwoord van de tussenpersoon: ‘Uw verzoek is doorgestuurd naar zorgverzekeraar. Met vriendelijke groet, Fatima’.

Wantrouw intermediairs
Nu moet ik natuurlijk nog controleren of mijn verzoek goed is aangekomen bij de zorgverzekeraar. “Wat is de toegevoegde waarde van de tussenpersoon?” wil ik weten. “Ik zou het u niet kunnen zeggen, maar via een ander collectief bent u voordelig uit.” is het antwoord. Dat advies ga ik maar opvolgen. Nooit meer wil ik te maken krijgen met tussenpersonen. Ik wantrouw alle intermediairs die hun bestaansrecht ontlenen aan unieke toegang tot informatie. Maar gelukkig zullen zij vanzelf verdwijnen. Zij hebben hun eigen graf gegraven.

De bank centraal

Print

De Nederlandse Bank werd overrompeld door de financiële crisis. Het toezicht op de financiële instellingen had volledig gefaald. Daardoor werd veel te laat ingegrepen om economische ontwrichting te voorkomen. De overheid moest bijspringen en kwam daarna met strengere regelgeving om herhaling te voorkomen. Door alle nieuwe regels gaan banken nu gebukt onder hoge compliancykosten. Dit gaat ten koste van de kredietverlening en daarmee economische groei. Daarom klinkt nu de roep om de regeldruk voor banken te verminderen.
Medelijden met de banken
Voormalig topman van Unilever Burgmans neemt het op voor de banken. De politiek is bezig met een ‘strafexpeditie’ tegen de bankensector zegt hij in het fd. Dit doet ze om invloed terug te winnen op de samenleving. Maar het bankbashen gaat ten koste van welvaart. Als handelsnatie heeft Nederland belang bij een gezonde bankensector volgens Burgmans. Ook VVD-fractieleider Zijlstra springt in de bres voor de banken: ‘Als je de regelgeving voor banken te ver doorvoert, dan gaan banken niet meer ondernemen. Dan kunnen ondernemers en individuen geen lening meer krijgen, waarmee we de economische groei schaden.’

Drempels om mobiliteit klanten te voorkomen
Het spreekt voor zich dat we met een overmaat van bureaucratie het functioneren van banken niet verbeteren. Een correctie door de markt heeft de voorkeur. Toen de ING haar top twee jaar geleden forse bonussen uitkeerde overwoog 54 procent van de ING klanten een overstap naar een andere bank. Naar aanleiding van de Libor-fraude bij Rabobank zegt één op de vier te overwegen spaar- en betaalrekening over te hevelen naar een andere bank. In de praktijk verandert slechts een beperkt aantal mensen van bank. Het overstappen is niet eenvoudig. Lange tijd is er gepleit voor het meenemen van het rekeningnummer bij overstap. De banken hebben de invoering van een nummerportabaliteit jarenlang met succes getraineerd. En nu is overstappen van bank met behoud van nummer technisch onmogelijk. Want binnen het Europese betaalsysteem SEPA is de bankcode ingebakken in het nieuwe rekeningnummer.

De bank is eigenaar van het rekeningnummer
De bankensector benadrukt nu het belang van een overstapservice om het overstappen te ondersteunen. De bank neemt wat werk uit handen, maar je moet nog veel zelf doen. Mijn advies is een rekening nooit op te doeken. Je loopt het risico betalingen mis te lopen, maar het levert ook overbodige rompslomp. Laat het salaris op een andere rekening storten, maar houd altijd de rekening aan. Zo zegde ik ooit mijn rekening uit onvrede met mijn bank op. Bij diezelfde bank had ik ook nog een bedrijfsspaarrekening lopen. Bij het vrijvallen van het spaarloon wilde ik het geld overmaken naar mijn nieuwe bankrekening. Dat kon niet en mij werd geadviseerd eerst een betaalrekening te openen. Dat weigerde ik uit principe. Ik wilde het geld contant opnemen. Daarvoor moest ik eerst een betaalpas aanvragen. Daarna kon ik het geld pinnen, maar dan niet het gehele bedrag ineens. Met het contante geld liep ik naar mijn bank even verderop. Daar kon ik het geld niet storten, want de kas was een jaar daarvoor opgeheven. Ik moest het geld brengen naar het kantoor in Den Haag. Met alle bankproducten (betalen, sparen, en lenen) zou je zonder drempels moeten kunnen overstappen van de ene naar de andere bank. Banken zouden een vergelijkbare overstapservice moeten hanteren zoals zorgverzekeraars die kennen. Voorts zou de koppelverkoop van bankproducten (bijv. een betaalrekening verplicht stellen bij een spaarrekening) verboden moeten worden.

Fraudeurs straffen
Belangrijker wellicht is het straffen van handelaren die fraude plegen voor eigen gewin. In de VS worden frauderende handelaren gestraft. Een voormalige handelaar bij Goldman Sachs kreeg een celstraf van 9 maanden omdat hij een ongeautoriseerde handelspositie van 8,3 miljard dollar had verborgen die de bank 118 miljoen dollar aan verliezen opleverde. Hij moet ook nog het verlies van 118 miljoen dollar terugbetalen aan Goldman Sachs en werkt tegenwoordig als schoonmaker van zwembaden. In Nederland blijven de dertig frauderende bankmedewerkers ongestraft. Zij werken nog steeds voor de Rabo of voor een andere bank. Zo komt de gewenste cultuurverandering in de bankensector nooit op gang. Het centraal stellen van de klant is wellicht een brug te ver. Maar in plaats van de handelaar kan de bank op zijn minst zichzelf centraal zetten.

 

Overheid moet barrières slechten

Resident_TN_001

Over een aantal maanden zullen gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Jeugdzorg, grote delen van de AWBZ/WMO en de Participatiewet. Het uitgangspunt is dat gemeenten beter de taken op het gebied van zorg en welzijn kunnen uitvoeren, omdat ze dichter bij de burgers staan dan de overheid. Mooi in theorie, maar het kabinet zal zijn doelen niet bereiken als het vasthoudt aan de huidige plannen voor decentralisatie van het sociale domein. De meeste gemeenten zijn zich namelijk nog niet bewust van de consequenties en risico’s van de transitie. De beoogde besparingen en zelfs de continuïteit van de zorg staan daardoor onder druk. Waarschuwingen vanuit de gemeenten, de markt en het buitenland worden genegeerd.

Helaas heeft onze overheid geen sterke reputatie in het doorvoeren van veranderingen. Een ministerie bedenkt de plannen. De politiek drukt de plannen door. En de uitvoeringsorganisatie wordt vervolgens geconfronteerd met een onmogelijke opdracht en onrealistische deadlines. Burgers kijken lijdzaam toe. Zo ging het in de jaren tachtig al mis met de studiefinanciering. Studenten zaten maandenlang zonder geld. Toenmalig minister Deetman stuurde zijn topman Roel in ’t Veld om orde te scheppen in de chaos. In ’t Veld concludeerde dat het schortte aan de aansluiting tussen beleid en uitvoering en een stroomlijning van de formulierenstroom. Er werd een uitvoeringstoets ingesteld die de problemen met de invoering van nieuw beleid in de toekomst zou moeten voorkomen. Toch ging het daarna nog herhaaldelijk mis.

Zo verslikte de Belastingdienst zich zeven jaar geleden in operatie Walvis. Het bedrijfsleven was administratieve lastenverlichtingen beloofd op basis van eenmalige aanlevering van salarisgegevens. Het werd een bureaucratische nachtmerrie. De gegevens voor het bepalen van de inkomensafhankelijke toeslagen raakten zoek. Werkgevers moesten de loongegevens opnieuw aanleveren. “Het komt goed, ik kan u alleen niet zeggen wanneer” meldde Donner destijds in de Kamer. Hij bood excuses aan en moest toegeven dat de invoering van Walvis achteraf gezien niet verantwoord was ondanks talloze waarschuwingen. En nu staat dus de decentralisatie van het sociale domein op ons te wachten.

De overheid zou structuur moeten aanbrengen in haar administratieve processen tussen de juridische wereld, de uitvoering en de werkelijke wereld. In de praktijk blijken dat drie gescheiden werelden. Zij spreken ieder een eigen taal, communiceren nauwelijks met elkaar en hebben gescheiden uitvoeringstoetsen. Het gaat dan mis bij de overdracht van beleid naar uitvoering en van uitvoering naar het publiek. Deze problemen kunnen worden voorkomen door de disciplines in een vroegtijdig stadium bij elkaar te brengen voor het uitvoeren van een integrale impactanalyse van voorgenomen wetgeving. Dit bevordert ook de kwaliteit van besluitvorming. Kamerleden beoordelen dan tevens de uitvoeringsplannen en -consequenties en burgers krijgen beter inzicht in persoonlijke consequenties. De overheid heeft in het verleden aangetoond met succes interdisciplinair te kunnen werken. Tijdens de Diginotar-crisis in 2011 was het lek binnen 12 uur boven water. Wat de overheid onder grote druk kan realiseren, zou in het reguliere proces ook moeten lukken.