Niets is ooit geheel voorbij

theeplantage

 

Hella Haasse lezen is meegevoerd worden in een tijdmachine. Je wordt meegenomen naar een andere wereld, een andere tijd en een andere cultuur. Maar bovenal word je ondergedompeld in het levensverhaal van de hoofdpersonen. In ‘Heren van de thee‘ worden Rudolf Kerkhoven en zijn echtgenote Jenny Roosengaarde Bisschop tot leven gewekt. Eind negentiende eeuw vertrekken zij naar een afgelegen theeonderneming in Nederlands Indië. Het levensverhaal van het echtpaar speelt zich af tegen de achtergrond van de mysterieuze Javaanse natuur:

“Er trok een wolk voor de zon, de eerste van de gestaag rijzende wal die later in de middag in een stortbui uiteen zou breken. Dat het op Gamboeng zo vaak en zo hevig zou regenen, had hij niet voorzien. Die regen en de eenzaamheid (hij had nu in bijna drie maanden geen woord Nederlands gehoord of gesproken) waren de schaduwzijden van zijn Eldorado. Hij dacht soms met een vleug zelfspot aan de grenzeloze verrukking die hem had bevangen toen hij voor de eerste maal op de bergkam stond. Nog beleefde hij dergelijke ogenblikken van puur geluk, wanneer na noodweer bij de uitgang van het druipende oerwoud, of ’s ochtends als hij zijn deur opendeed, het grandioze panorama van de Pantjoer, de Patoeha en de Tambagroejoeng zich voor hem ontvouwde, de Gedeh op de achtergrond, in schakeringen van blauw en violet zichtbaar was, terwijl vlakbij de drietoppige Goenoeng Tiloe zich machtig verhief. Hij ervoer telkens weer dat dit landschap – al meende hij het nu beter te kennen omdat hij het in alle richtingen doorkruist had – zich als het ware terugtrok in een niet te doorgronden eigen bestaan. Hij begreep ook waarom voor de mensen die hier woonden elke boom, steen en bergstroom bezield was, een wezen met een naam, een bijzondere macht”

Rudolf staat tegenover het landschap en ervaart de verwijdering ten opzichte van het inheemse gebied en de inlanders die er wonen. Zijn koloniale veroveringsdrang botst met het andere en ongrijpbare voormalig Nederlands Indië. Rudolf wil vooruitgang en zakelijk succes. Zijn vrouw is anders. Zij is geboren in Indië, denkt aan haar jeugd en voelt de duistere krachten van Indië. Heren van de thee is, zoals de meeste romans van Haasse, gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Zij verrichtte daarvoor diepgaand genealogisch-, historisch- en litteratuuronderzoek. Maar verbluffend was haar vermogen zich in te leven in de personages. Dat maakt haar tot één van de beste vaderlandse schrijvers ooit.

Haasse miste het chagrijn en de ijdeltuiterij die haar mannelijke collega’s kenmerkten. Ook wierp ze zich niet op als aanvoerder van de schrijvende elite of als mediapersoonlijkheid. Zij was een sympathieke en geëmancipeerde vrouw. En dus geniet zij niet de heldenstatus die haar generatiegenoten, zoals Harry Mulisch, ten deel zijn gevallen. Het oeuvre dat Hella Haasse nalaat is evenwel magistraal en onovertroffen.

Net zoals mijn vader is Haasse geboren en getogen in het voormalig Nederlands Indië. Haar Indische jeugd heeft haar getekend. Zij voelde zich daarna een vreemde in Nederland. Mijn vader sprak nooit over zijn jeugd. Mijn overgrootvader was resident van de Preanger, de streek van de theeplantage van Rudolf Kerkhoven. Met harde hand probeerde mijn overgrootvader het inheemse verzet te onderdrukken. En evenals Rudolf werd ook hij het slachtoffer van zijn Hollandse rechtlijnige aanpak. De zwarte bladzijden van onze familiegeschiedenis werden helaas voor mij verborgen gehouden. Maar door de boeken van Haasse is die geschiedenis tot leven gewekt. En net zoals haar voorganger Multatuli zal deze geschiedenis altijd levend blijven. Ik ben Haasse dankbaar voor haar prachtige geschriften. Toekomstige generaties zullen ook blijven genieten van haar oeuvre. Het verleden blijft een ontdekkingsreis en inspiratiebron, zoals Haasse schrijft in ‘De tuinen van Bomarzo’:

“Ik weet niet waar het heden ophoudt en het verleden begint. Niets is ooit geheel voorbij. De geschiedenis kan op duizend manieren geschreven en herschreven worden.”

Sturen op geluk

klaver4

Politici en economen praten voortdurend over een economische crisis die ons land en Europa teistert. Zij krijgen daarvoor uitgebreide zendtijd in de media. Uit het woord crisis zou je kunnen afleiden dat wij op de rand van de afgrond leven. Maar niets is minder waar. Wij zijn rijker, gezonder en beter opgeleid dan vijftig jaar geleden. Voortdurend groeide ons inkomen en koopkracht. Die groei is gestagneerd. De zeepbel van ongebreideld speculeren met geleend ofwel geld met geld maken is uiteengespat. We moeten weer terug naar gezonde verhoudingen. En daardoor groeit de economie niet meer, maar krimpt. De juiste benaming voor de staat van onze economie is een recessie. Een crisis praten we elkaar zelf aan.

Stabiliteit en zekerheid
Politici en economen willen ons doen geloven dat menselijk geluk gelijke tred houdt met onze koopkracht. Maar niets is minder waar. Mensen waarvan het inkomen met 10% stijgt, terwijl anderen in de omgeving er met 20% op vooruitgaan zijn ongelukkig. Groot is ook het verdriet van een inwoner van het winnende postcodegebied van de Postcodeloterij, die net even geen lot heeft gekocht. Maar mensen worden niet ongelukkig van een verhoging van slechts 1% in omgeving waarin iedereen er maar 1% op vooruit gaat. Mensen zoeken vertrouwen en willen vrijheid om invulling te geven aan het eigen leven. Wij willen stabiliteit en zekerheid, zowel privé als op ons werk. Een scheiding of overlijden in de familie maken ons ongelukkiger. Dat geldt ook voor werknemers die worden geconfronteerd met reorganisaties, demotie of ontslag. Wij willen zinvolle invulling geven aan ons leven en daarvoor worden gewaardeerd.

Herstel economie
Politici en economen houden ons voor dat bezuinigingen en lastenverzwaring noodzakelijk zijn voor herstel van onze economie. Overheidssubsidies en collectieve voorzieningen zijn onbetaalbaar geworden. Door explosief gestegen gebruik en onverwacht groot succes van de voorzieningen zijn de kosten de pan uit gerezen. Daarom wordt nu gesneden in bijvoorbeeld de innovatiesubsidies en de kinderopvang. Maar helaas wordt daarbij nog te veel voorbij gegaan aan het oorspronkelijke doel, zoals het stimuleren van de economie en het bevorderen van de arbeidsparticipatie, en de economische en maatschappelijke gevolgen. De bezuiniging op de kinderopvang leidt er toe dat werken nauwelijks nog loont. Bijna de helft van alle ouders overweegt daarom korter te gaan werken en één op de zes overweegt zelfs te stoppen met werken. De maatregelen pakken, door daling van de arbeidsparticipatie, averechts uit voor onze economie. In andere landen wordt kinderopvang veel meer gezien als een investering die zichzelf terugverdient door toename van de arbeidsproductiviteit.

Geluk boven geld
Politici en economen zouden geluk boven geld moeten stellen. Mensen worden onzeker van een wispelturige overheid. Wij worden ongelukkig als maatregelen, zoals de levensloopregeling en kinderopvang, eerst met veel tamtam worden gelanceerd en daarna weer worden beperkt of afgeschaft. Wij zien liever een slecht functionerende overheid die voorspelbaar is dan een goede overheid die onvoorspelbaar is. Andere factoren die ons geluksgevoel beïnvloeden zijn: gezondheid, vrede, veiligheid en sociale zekerheid. Uit het recent verschenen rapport van de Economist Intelligence Unit blijkt dat kinderen die dit jaar in ons land worden geboren een grote kans hebben op een gezond en gelukkig leven. Deze voorspelling is gebaseerd op verwachtingen van de gezondheidszorg, levensstandaard, criminaliteit en politieke stabiliteit over een periode van dertig jaar. De overheid kan het geluk van mensen vergroten en doet dat allang, maar nog veel te impliciet volgens het SCP in haar rapport “sturen op geluk”: het individu maakt eigen geluk, de overheid schept de randvoorwaarden.

Leuker kunnen ze het niet maken, wel slimmer

kaasschaaf

Jarenlang gold dat een belastinginspecteur het salaris in veelvoud terugverdient door extra belastinginkomsten voor de Staat. Vanaf 2005 tot 2008 werd het aantal ambtenaren opgevoerd om de pakkans van belastingontduikers te vergroten. Door de jaren heen groeide het korps van belastinginspecteurs. Het ging immers om het maximaliseren van de inkomsten, waarbij de kosten van het apparaat in het niet vielen. Daar is de laatste jaren een eind aan gekomen. Rutte en zijn kabinet streven naar een kleine, krachtige en dienstverlenende overheid. De Belastingdienst ontkomt niet aan de bezuinigingen en moet fors inkrimpen.

Tekentafelbezuinigingen
De Algemene Rekenkamer bracht een rapport uit waarin wordt geconcludeerd dat bezuinigingen op uitvoeringsorganisaties niet altijd op een verantwoorde manier gebeurt. Besluiten over de bezuinigingen worden genomen, terwijl het inzicht in de gevolgen van de bezuinigingen voor burgers en bedrijven ontbreekt. De Rekenkamer adviseert ministeries jaarlijks de gevolgen van de bezuinigingen bij de begroting te voegen. Minister Dijsselbloem heeft al laten weten dat dit onmogelijk is. Het kabinet is bereid inzichtelijk te maken hoeveel er wordt bezuinigd, maar niet wat de maatschappelijk effecten daarvan zijn.

Balans doel en middelen
De Belastingdienst moet honderden miljoenen besparen op personeelskosten. Mogelijk derft de Staat daardoor miljarden aan inkomsten. De Volkskrant kopte dat ons land jaarlijks 2 miljard aan belastinginkomsten misloopt omdat de fiscus er niet in slaagt de openstaande aanslagen te innen. In tien jaar tijd zou de schatkist daarmee 15,6 miljard aan inkomsten zijn misgelopen. Telkens moet een afweging worden gemaakt over de inzet van mensen in relatie tot de pakkans en de omvang van de te innen schulden. Als de uitvoeringskosten niet in verhouding staan tot de inkomsten, dan is een heroverweging op zijn plaats. Zo schafte de gemeente Delft de hondenbelasting af omdat de inningskosten de ontvangsten overtreffen. Deze bedrijfskundige benadering lijkt vanzelfsprekend, maar is dat binnen de overheid nog niet. Rechtmatigheid gaat binnen de overheid meestal nog voor doelmatigheid. En zo geeft de overheid nog veelvuldig vele duizenden euro’s uit om een enkele euro te innen.

Burger centraal
Maar de fundamentele omslag die uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst, zouden moeten maken is het centraal stellen van burgers in de dienstverlening. Nu staat binnen de overheid nog het eigen verkokerde proces centraal. En iedere silo binnen de overheid confronteert de burger ongecoördineerd met een belastingaanslag. Zo word ik onder meer aangeslagen voor: milieubelasting, inkomstenbelasting, belasting toegevoegde waarde, belasting op personenauto’s en motorrijwielen, precariobelasting, loonbelasting, onroerendzaakbelasting, overdrachtsbelasting, beursbelasting, assurantiebelasting, rioolbelasting, grondbelasting, wegenbelasting, gemeentebelasting, dividendbelasting, successiebelasting, hondenbelasting, waterschapsbelasting, vermakelijkheidsbelasting, toeristenbelasting, parkeerbelasting, forensenbelasting, baatbelasting en roerende zaakbelasting. Soms wordt zelfs belasting over belasting geheven. De belastingbedragen vind ik terug op aanslagen, loonstrookjes, bonnetjes, facturen, polis bladen, afschriften enz. Het zou mij enorm helpen als ik alle belastingaanslagen in één overzicht bijeen heb en consequenties van maatregelen kan doorrekenen. In Frankrijk hebben burgers ieder een eigen portaal voor individuele belastingen. Maar de overheid zou door bundeling van belastingen zelf ook kunnen besparen op uitvoeringskosten, taken kunnen verleggen naar burgers en makkelijker fraude kunnen opsporen. Voor mij als belastingbetaler geldt dat ik wil weten waar het belastinggeld aan wordt besteed. Onze overheid kan daarin een voorbeeld nemen aan Verenigde Staten. Op de site van Obama recovery.gov kun je precies zien waar het geld naartoe gaat om de crisis te bestrijden. Tot op het niveau van Staat en postcode wordt getoond waar het geld terecht is gekomen en hoeveel banen er bij zijn gekomen. De burger heeft daardoor inzicht, kan controle uitoefenen en bestedingen beïnvloeden door het geven van feedback.

Slimme overheid
Uitvoeringsorganisaties staan de komende jaren voor een zware taak. Zij moeten bezuinigen terwijl de hoeveelheid werk toeneemt. De samenleving wordt steeds complexer en de burger mondiger. Een uitvoeringsorganisatie, zoals de Belastingdienst, ontkomt er niet aan doelmatiger te opereren. De middelen moeten altijd worden afgewogen tegen de (maatschappelijke) baten. Een echte doorbraak kan worden bereikt door de burger centraal te stellen. Want leuker kunnen ze het niet maken, maar wel slimmer.

Ballen op het Blok

wendbare oiverheid

“De taken van de overheid zijn in beton gegoten” hoorde ik de minister voor Wonen en Rijksdienst Blok zeggen tijdens een debat over de ‘wendbare overheid’. Waarschijnlijk verklaart deze opvatting waarom onze overheid maar moeizaam van zijn plaats komt. Want overheden zijn weinig succesvol bij het doorvoeren van veranderingen. De traditionele formele aanpak van de overheid belemmert de flexibiliteit die nodig is om tussentijds bij te sturen en veranderingen door te voeren. Maar bovenal ontbreekt het aan daadkracht en doorzettingsmacht om noodzakelijke veranderingen af te dwingen.

Zwarte Pieten
De Algemene Rekenkamer adviseerde de aansturing van de ICT-projecten te versterken. De CIO’s zouden zich meer tegen de informatievoorziening voor het beleid aan moeten bemoeien, inclusief de informatiestromen in ministerie overstijgende beleidsketens. Daarvoor zouden zij dan ook een plek moeten krijgen in de bestuursraden van de ministeries. Maar minister Blok legt deze aanbevelingen naast zich neer. Daardoor wordt de huidige praktijk in stand gehouden waarin niemand verantwoordelijk is voor organisatie overstijgende informatievoorziening binnen de overheid. Dat wordt nu ook pijnlijk zichtbaar bij de gebrekkige aanlevering van de loongegevens, waardoor de woningbouwcorporaties de huurverhogingen niet kunnen berekenen. “Dat is niet de fout van mijn Belastingdienst” zegt minister Blok, “de fout ligt bij de gemeenten.” De ene overheid (het Rijk) legt de schuld bij de andere overheid (de gemeenten).

Afstoten van taken
Een wendbare overheid weet snel in te spelen op veranderende omstandigheden en heeft oog voor burgers en bedrijven. De overheid wordt daardoor gestimuleerd minder zelf te doen, samen te werken, meer uit te besteden en zelfs taken af te stoten. Staatssecretaris Heerema, één van de voorgangers van minister Blok op het ministerie, liet twintig jaar geleden zien dat de overheid daartoe in staat is. Op 16 november 1993 sloot hij een akkoord over de afkoop van de subsidieverplichtingen aan de woningbouwcorporaties. Daarmee werd de overheid verlost van de erfenis van de dynamische kostprijs: het garanderen van een sluitende exploitatie tot in lengte van jaren. De subsidies van de overheid werden verrekend met de leningen van de corporaties. Er kwam een einde aan het rondpompen van geld. De corporaties gingen zelfstandig verder. En de uitvoeringsorganisatie van het ministerie werd ontmanteld.

Succesvol veranderingstraject
De bruteringsoperatie in de volkshuisvesting is met een omvang van 17 miljard euro een van de grootste financiële operaties van de overheid. Na het afsluiten van het akkoord moest de operatie in korte tijd worden uitgevoerd. De politieke besluitvorming verliep gelijktijdig met de voorbereidingen van de uitvoering. Aansluitend op de goedkeuring door de Tweede Kamer werden de corporaties geïnformeerd over de bruteringsbedragen. Binnen de uitvoering liepen parallelle sporen op het gebied van de automatisering, voorlichting, administratie en organisatie. Planning en deadlines waren heilig. De operatie als geheel had een tweeledig doel: het laten slagen van de brutering en het bieden van een werkend perspectief voor de medewerkers van het ministerie. Het commitment aan de top van het ministerie, de loyaliteit van ambtelijke medewerkers, de samenwerking met externe deskundigen en de doelgerichte en pragmatische instelling hebben geresulteerd in een succesvolle bruteringsoperatie.

Praktische handleiding
Overheden en bedrijven kijken helaas veelvuldig terug op mislukte veranderingen. Maar het is effectiever lering te trekken uit succesfactoren van geslaagde veranderingen. Als projectleider automatisering van de bruteringsoperatie heb ik veel geleerd. Die lessen kwamen weer boven bij het lezen van het boek ‘Ballen (m/v) op het blok’ van Basile Lemaire. Zijn boek biedt een praktische handleiding voor succesgericht veranderen binnen overheden. Het is geschreven voor overheidsmanagers met lef, die concrete doelstellingen willen behalen. Lemaire beschrijft een praktijkmodel op basis van de volgende 7 principes: leiderschap tonen, doelen stellen, eigenaren committeren, behoefte ontwikkelen, operationaliseren, sturen op inhoud en rust bewaren. In een volgende druk zou er misschien nog een hoofdstuk nazorg van de verandering aan toegevoegd kunnen worden. Overheden blinken namelijk niet uit in het waarborgen dat de beoogde effecten daadwerkelijk worden gerealiseerd. De volkshuisvesting is daarvan een voorbeeld. Na afronding van de bruteringsoperatie is de vercommercialisering van de huursector te ver doorgeslagen. Minister Blok overweegt daarom het externe toezicht op de corporaties onder te brengen bij het Rijk.

Baat het niet dan schaadt het wel

media_xl_1448153

Wij krijgen als consument steeds meer invloed. Op internetsites en sociale media delen wij onze mening. Daardoor kunnen wij ons via vergelijkingssites snel een oordeel vormen. Maar hoe betrouwbaar is die informatie? Slechts een klein aantal mensen beïnvloedt de publieke opinie. Een grote groep volgers pikt de berichtgeving op en zorgt voor de verspreiding. Zo werd het Koningslied binnen één dag afgebrand. Aanbieders vrezen reputatieschade en zijn genoodzaakt zich daartegen te wapenen. Het lijkt een ongewenste ontwikkeling waar aanbieders noch consumenten bij gebaat zijn.

Internetrecensie: emotie of manipulatie
Zelf behoor ik niet tot de selecte groep recensenten. Zes jaar geleden schreef ik mijn eerste en voorlopig laatste recensie. Nadat ik in een restaurant zelfs na lang wachten mijn menu nog niet volledig opgediend had gekregen en de directie mij daarna voor mijn bestelling volledig wilde laten betalen was ik dermate teleurgesteld dat ik daags daarop de volgende beoordeling op het forum van eet.nu plaatste:
Na 2,5 uur wachten kregen wij pas de hoofdgang van het viergangenmenu. Onze zoon van acht had even lang op een bord frites met visfilet gewacht. Het vlees was bremzout. Het einde van het menu hebben wij maar niet afgewacht. Excuus achteraf: onderbezetting in de keuken. Waarom niet de keuken gesloten of vooraf gemeld dan hadden wij een culinair huwelijksjubileum kunnen hebben in een ander restaurant.
Het restaurant sloot een week na mijn bezoek haar deuren. Ik weet niet of mijn bericht de klandizie heeft weggejaagd, maar mijn recensie zegt meer over mijn emotie van dat moment dan over de reputatie van het restaurant. Consumenten kunnen vergelijkingssites niet vertrouwen. De recensies zijn meestal niet representatief en ook niet objectief. Meer dan eens wordt een forum misbruikt om het eigen product aan te prijzen of om de concurrent zwart te maken. Vaak gebeurt dat dan ook nog anoniem of onder schuilnamen met andere e-mail en IP-adressen.

Wapenen tegen negatieve publiciteit
Ondernemers proberen zich te wapenen tegen negatieve publiciteit op het internet. Een hotel in New York ging zelfs zover door in de contractvoorwaarden een boete voor negatieve recensies op te nemen. Bij bruiloften zou bij iedere negatieve internetrecensie van één van de gasten $500 worden ingehouden van het voorschot van het bruidspaar. Na het verwijderen van het negatieve bericht zou het hotel dat bedrag dan weer teruggeven. De Facebookpagina van het hotel werd, direct nadat dit bekend werd, belaagd met negatieve beoordelingen en reacties. De hoteldirectie voelde zich daardoor gedwongen het omstreden beleid in te trekken.

Boete voor slechte recensie
In toenemende mate wordt de laatste tijd bij negatieve berichtgeving op het internet – en met succes – aangifte gedaan wegens smaad. Zo werd een Franse blogger onlangs veroordeeld voor het betalen van een boete van 1.500 euro omdat haar negatieve recensie prominent werd getoond in de zoekresultaten van Google. De rechter oordeelde ook dat de titel van de blog “een plek om te vermijden” moest worden aangepast. De blogger zegt gestraft te worden voor de invloed die Google aan haar toekent. Zij heeft haar blogpost verwijderd.

Maak regels onafhankelijk van technologie
De wetgever heeft de neiging om een ongewenste ontwikkeling te bestrijden met regelgeving. Maar door de groei van technologische mogelijkheden loopt onze wetgeving steeds meer achter de feiten aan. Zo zijn op dit moment de meeste regels afhankelijk van de technieken en media die worden (of werden) gebruikt. Het gevolg is een toenemende scheve verhouding tussen de fysieke en de virtuele wereld, constateert de expertgroep Politiek-Juridisch van het onderzoeksprogramma Shopping2020. Deskundigen adviseren de regels onafhankelijk te maken van technologie. Daarnaast zou het eID-stelsel moeten worden doorontwikkeld om via een zelfde digitale sleutel meer zekerheid te krijgen voor consumenten en aanbieders. Beide zijn niet gebaat bij anonieme nepaanbevelingen en klachten op het internet onder het mom van: ‘baat het niet dan schaadt het wel’.

Spookburgers

vrijheid-aanbidding

 

De overheid kan sturen met geld, regels en communicatie. Het eerste sturingsinstrument wordt schaars. Het tweede instrument vraagt van politiek en bestuur om zelfbeperking. De nadruk moet nu komen te liggen op het derde instrument. Dat concludeerde de Raad voor het openbaar bestuur in haar advies ‘Loslaten in vertrouwen’ dat zij december 2012 uitbracht. De Rob roept de overheid op tot nieuwe verhoudingen te komen met de samenleving.

Nodeloos geld rondpompen
Iedere Nederlander betaalt belasting, maar kan een deel daarvan weer terugkrijgen in de vorm van een bijzondere toeslag. De belastingdienst keert vier soorten toeslagen uit: een zorgtoeslag, een kindgebonden budget, een huurtoeslag en een kinderopvangtoeslag. Jaarlijks worden negen miljoen toeslagen uitgekeerd aan acht miljoen mensen. De helft van het toeslagenbudget keert de belastingdienst uit als bijdrage van de zorgverzekering. De politiek vond dat het geld snel uitgekeerd moest worden omdat mensen de zorgverzekering moesten kunnen betalen. “U vraagt en het systeem spuugt geld” schrijft een belastingambtenaar op het intranet van de belastingdienst. De toeslagen worden ongezien verstrekt aan mensen die er geen recht op hebben. Het hele systeem is fraudegevoelig, maar ook omslachtig. Na toekenning van de toeslag ontvangt de aanvrager een voorbeschikking, gevolgd door een definitieve berekening en als er te veel is betaald een beschikking voor terugvordering. Het herverdelen van geld in de vorm van belastingen en toeslagen is kostbaar, fraudegevoelig en inefficiënt. Volgens Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën, verliest elke euro 20 eurocent aan effectiviteit door het rondpompen van ons geld door de overheid.

Maakbare samenleving
Met wet- en regelgeving wil de overheid grip krijgen en houden op de samenleving. Gewenst gedrag wordt gestimuleerd en ongewenst gedrag bijgestuurd of gestraft. Wij mogen doen wat wij willen, mits wij ons maar aan het Nederlands recht houden. “Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen” houdt de overheid ons voor. Maar dat is een onmogelijke opgave, want ons land kent meer dan 140.000 wetsartikelen. En de regels voor het toepassen van de wetten zijn complex, onduidelijk en vaak ook nog onderling tegenstrijdig en achterhaald. Dit roept verzet op bij burgers en bedrijven, die bovendien worden opgezadeld met onnodige kosten voor het interpreteren en toepassen van de regels. In 2002 waren ondernemers 16,3 miljard euro kwijt aan administratieve lasten. Vanaf dat jaar is de overheid bezig om de administratieve lastendruk voor burgers en bedrijven te verminderen. Maar het aantal regels neemt niet af maar stijgt, blijkt uit een analyse van P.J. Cokema op blogsite Sargasso. Politici en bestuurders geven daarmee het signaal dat nieuwe regels voor hen belangrijk zijn voor een samenleving die door de overheid wordt gestuurd.

Loslaten in vertrouwen
Veel maatschappelijke vraagstukken zijn te ingewikkeld voor de overheid om ze te kunnen oplossen. Politiek en bestuurders moet zich inspannen het werk van de overheid zo in te richten dat ruimte wordt gemaakt voor de betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid van burgers. De Rob roept op tot een overheid die ruimte laat aan maatschappelijk initiatief. Dat vraagt om een verschuiving van de verzorgingsstaat naar de voorwaardenscheppende staat en vertrouwen in de vitale samenleving. En die vitale samenleving is er al schrijft de Rob:
“Politici en bestuurders die om nieuwe burgers vragen, beseffen niet dat de Nederlandse samenleving bestaat uit gedroomde burgers: mensen die actief willen zijn voor buurt, wijk of vereniging. Nieuwe en sociale media bieden mogelijkheden om het mobiliserende en organiserende vermogen van burgers en maatschappelijke organisaties in de netwerksamenleving nog verder te vergroten.”

Politici met lef gevraagd
Politici en bestuurders zullen ruimte moeten geven aan particulier initiatief in plaats van te veel te hechten aan formele macht en het politieke primaat. Zij moeten leren loslaten en durven zeggen dat de overheid niet overal over gaat. Zij kunnen niet elk probleem oplossen of elk gevaar uitsluiten en moeten het lef hebben om regelingen en regels af te schaffen. Het kabinet kan een start maken met het afschaffen van de toeslagen. De inkomens kunnen worden gecompenseerd door een verlaging van de laagste belastingschijf of verhoging van de uitkering. Het aanscherpen van de controles om fraude te bestrijden is geen duurzame oplossing. Daarvoor is het toeslagensysteem te fraudegevoelig. Door extra controles worden burgers de dupe door verlate betalingen en fraudeurs zullen nieuwe ingangen vinden. Zo krijgt de politiek geen participerende burgers, maar nog meer spookburgers.

Herstel van vertrouwen vraagt om zelfreflectie

binnenhof

De politiek vervalt steevast in dezelfde reflex als er iets ontspoort in de samenleving. Er wordt direct gewezen naar de schuldigen. Dat zijn de fraudeurs, de banken of (overheids)bedrijven die de problemen veroorzaakt zouden hebben. Die schuldigen moeten worden aangepakt. En vervolgens besluit de politiek haar eigen bemoeienis verder te vergroten. Dat is symptoombestrijding. Helaas wordt zelden kritisch gekeken naar de echte oorzaken die de problemen hebben veroorzaakt. De politiek lijdt aan een kortetermijngeheugen. Want meestal heeft zij zelf schuld aan de situatie die ontsporing heeft veroorzaakt.

Politiek laat Fyra ontsporen
Een schoolvoorbeeld van politieke bemoeienis is de aansturing van de Nederlandse Spoorwegen. Het bedrijf wordt door verkeersminister Netelenbos gedwongen tot een veel te hoge hsl-concessievergoeding. Tegelijkertijd moeten de spoorwegen voor een hsl-reis zakken tot 125 procent van een normaal treinkaartje. Adviezen aan de minister van ambtenaren, McKinsey en de Landsadvocaat, die wijzen op de financiële wurggreep, worden in de wind geslagen. De NS moet een onhaalbare business case haalbaar maken. Die eis wordt vervolgens vertaald in een openbare aanbesteding. Gerenommeerde leveranciers van hogesnelheidstreinen haken af. Maar een noodlijdende Italiaanse fabrikant van metrostellen, met een dubieuze reputatie, schrijft wel in. De NS heeft procedureel geen andere keuze dan de order te gunnen aan de Italianen die het laagste bod hebben gedaan. Na drie jaar van proefritten wordt de Fyra vrijgegeven op het hogesnelheidsspoor. De treinen worden het sneeuwlandschap ingestuurd en blijken mankementen te vertonen. Het project ontspoort en de schuld van het debacle wordt volledig afgeschoven op de Italiaanse treinenbouwer.

Examenfraude vraagt om politieke inkeer
De distributie van schoolexamens is een ander voorbeeld van politieke kortzichtigheid. Overheidsinstanties hebben een fraudegevoelig voortbrengingsproces in het leven geroepen dat niet meer van deze tijd is. Het college van Examens geeft opdracht de examens te maken. Deze worden in een beveiligde ruimte door het Cito opgesteld. Een cd-rom met de examens gaat vervolgens per waarde transport naar een drukker in Groningen. Deze drukt de examens en slaat ze op in gesealde pakketjes. De dienst DUO levert de pakketjes per koerier af bij de scholen. De scholen bergen de examens op in een beveiligde ruimte. Dit blijkt in de praktijk een bezemkast met extra hangslot en dakraam. Scholieren maken er waarschijnlijk al jarenlang een sport van om het systeem te kraken en de examens voortijdig in bezit te krijgen. Dit jaar kwam de kraak aan het licht doordat iemand het examen Frans voortijdig op internet zette. Het ligt voor de hand om het fraudegevoelige transportsysteem te vervangen door een beveiligde elektronische distributie. Maar in de Tweede Kamer wordt enkel gesproken over het sluiten van de school waar de examenfraude is gepleegd.

Vertrouwen cement dat mensen bindt
Onze samenleving verkeert in een vertrouwenscrisis. Burgers klagen over de politiek. De politiek wijst naar traditioneel vertrouwde organisaties, zoals banken, corporaties en toezichthouders. Wij vertrouwen elkaar niet meer en zoeken de oplossing bij de ander. De sleutel voor een uitweg uit de crisis ligt echter bij onszelf. Wij moeten onszelf in de spiegel kijken en nagaan wat wij zelf kunnen veranderen. De politiek kan daarin het goede voorbeeld geven. Vertrouwen is wat onze samenleving bindt. Herstel van vertrouwen vraagt om zelfreflectie.

ICT faalt niet

Dome-at-Duomo-di-Siena

De Kamer is met reces en Prinsjesdag is nog ver weg. De vaderlandse pers vult de kranten daarom maar met oud nieuws. Falende ICT-projecten van de overheid is dan een dankbaar onderwerp. Het digitaliseren van papieren strafdossiers zou een debacle zijn. Ook C2000, het nieuwe communicatiesysteem voor politie, zou continu falen. En het Elektronisch Patiënten Dossier is weer eens afgeblazen. Gelukkig is het allemaal achterhaalde en grotendeels onjuiste berichtgeving.

Klokkenluiders die niet weten waar de klepel hangt
Waar halen die journalisten hun ‘nieuws’ vandaan? Tot voor kort werden in de primeurs over ICT-debacles van de overheid voornamelijk anonieme bronnen geciteerd. Deze zomer werden de bronnen met naam en functie genoemd. De ‘experts’ kwamen openlijk voor hun mening uit. Dan wordt ook het direct duidelijk dat de meeste klokkenluiders de klok hebben horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. De Volkskrant citeerde Kieke Okma, hoogleraar internationale gezondheidszorg: “Ik moet denken aan een neef van mij die jarenlang namens IBM aan tafel zat met directeuren-generaal van ministeries. Die beroepsmanagers, tussen de 52 en 64, zeiden tegen hem: we willen automatiseren. Wat wilt u automatiseren, vroeg mijn neef. Nou, zeiden die topambtenaren, we willen automatiseren.” Je bent tegenwoordig blijkbaar een ICT-expert als je een neef hebt die bij IBM werkt.

Vasthouden aan oorspronkelijke plan
Om de berichtgeving in perspectief te plaatsen is het goed te weten wat algemeen wordt verstaan onder een ‘ICT-debacle’. Het antwoord is simpel. Een ICT-project is een debacle wanneer het project niet conform de vooraf gestelde specificaties heeft opgeleverd binnen vastgesteld budget en deadline. Iedere projectleider weet dat kwaliteit, geld en tijd een duivels driehoek vormen. Als je de drie variabelen vooraf vastspijkert dan is er geen mogelijkheid om het project bij te sturen. Ieder project is dan gedoemd om te falen. Daarbij ga je dan ook voorbij aan de voortdurend noodzakelijke aanpassingen aan een wijzigende omgeving van het project. Fouten maken wordt tegenwoordig gezien als een teken van zwakte. Terwijl dit juist de basis zou kunnen vormen voor het stimuleren van het lerend vermogen en innovatie.

Middeleeuwse scheppingskracht
Vorige zomer bezocht ik de kathedraal van Siena. De bouw van de Duomo di Siena werd in1229 gestart. De stad Siena kreeg steeds grotere politieke invloed. Dit leidde tot de ambitie om de grootste kathedraal uit de kerkelijke historie te bouwen. Door de uitbraak van de pest in de regio, waaraan tachtig procent van de bevolking overleed, moest de bouw in 1348 worden gestaakt. In 1376 werden de werkzaamheden hervat. Zes jaar later was de dom gereed, maar dan zonder de geplande uitbreidingsplannen. Langs de losse buitenmuur aan de zuidkant van de Duomo loop ik de trap op naar de ingang. De rijkversierde façade is oogverblindend, het interieur subliem. De vloeren van ingelegd marmer bevatten mozaïeken die allegorieën en scenes uit de bijbel afbeelden. Het pronkstuk is de twaalfhoekige koepel met gouden sterren: de ‘poort van de hemel’.

Lerend vermogen volgens Deens recept
De kathedraal is niet volgens het oorspronkelijke plan gerealiseerd. In de Middeleeuwen verliep de bouw met vallen en opstaan. Leren van gemaakte fouten was verbonden met het werkproces. Dat leerproces leidde ook tot de meest geniale creaties. ICT-projecten zijn er bij gebaat een dergelijk leerproces onderdeel te laten uitmaken van de aanpak. In Denemarken hebben ze daar ervaring mee opgedaan. Projecten worden daar zodanig ingericht dat het op elk moment bijgesteld of gestaakt kan worden, zonder juridische consequenties. “Wij gaan uit van de idee ‘fast to failure’ of als je gaat mislukken, doe het dan maar snel.” zegt Tom Holsøe, adviseur van de Deense regering. Het is niet de ICT die faalt. Het zijn de mensen die vasthouden aan onuitvoerbare plannen die falen.

Van wie is mijn hond?

banner regelhulp def

De Tweede Kamer kan zijn greep versterken op de rol die ICT speelt bij dienstverlening aan de burgers door de behoefte van burgers centraal stellen. Dat betoogt de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) in zijn advies ‘Van wie is deze hond?’ De Rob stelt daarbij de volgende vragen: Wie bekommert zich om dienstverlening van de overheid? En van wie zijn eigenlijk al die persoonsgegevens van burgers die liggen opgeslagen in de systemen van de overheid?

Bezuinigen op uitvoeringskosten
Aanvankelijk was het de bedoeling om met toepassing van ICT de overheidsadministratie te moderniseren en zo betere dienstverlening te kunnen bieden constateert de Rob. Gaandeweg is steeds meer de nadruk komen te liggen op de efficiency van de overheid. De dienstverlening door de overheid is dus meer intern gericht op de overheid dan op de burger. Een goed voorbeeld is uitkeringsinstantie UWV die inzet op versobering en digitalisering. De overheid moet bezuinigen en vraagt steeds grotere inspanningen van haar klanten. Werkzoekenden moeten op werk.nl vacatures zoeken, solliciteren en een uitkering aanvragen. Ondertussen wordt de website geplaagd door storingen, die pas in 2015 zijn opgelost volgens minister Asscher.

Wij willen goede zorg, wij krijgen bureaucratie
Het probleem bij overheidsdienstverlening is dat levensgebeurtenissen van burgers en de processen van de overheid heel verschillend zijn. Mensen willen goede zorg. Zij krijgen van de overheid bureaucratie in de vorm van indicatiestellingen, verwijzingen, toeslagen, uitkeringen etc. De wereld van de overheid is opgebouwd uit regels. Die regels worden uitgevoerd door diverse instanties. Burgers raken verstrikt in het oerwoud aan regels en uitvoeringsorganisaties. Hoe groter de behoefte aan collectieve voorzieningen, des te omvangrijker is de bureaucratie waarmee een burger wordt geconfronteerd.

Regelhulp helpt
De overheid kan een grote stap maken door haar dienstverlening te baseren op de situatie van mensen. Regelhulp is een goed voorbeeld waarin de situatie van mensen als uitgangspunt wordt genomen. Regelhulp.nl is een digitale wegwijzer van de overheid voor iedereen die zoekt naar zorg en ondersteuning. Het webportaal schept helderheid en bevat actuele informatie over zorg, welzijn en sociale zekerheid. Mensen die tegen problemen aanlopen kunnen advies inwinnen en zelf de hulp regelen in hun omgeving. Daarvoor hoeven zij de regels en de weg naar diverse instanties niet te kennen. Regelhulp maakt de vertaling van regels en lokketten vanuit het klantperspectief. Bovendien wordt regelhulp veelvuldig geïntegreerd in dienstverlening van gemeentelijke organisaties en zorgverzekeraars, waardoor klanten integraal kunnen worden geholpen.

Zelfredzaamheid en maatwerk
Als we de samenleving bekijken vanuit het perspectief van de overheid dan moeten we constateren dat de overheid met verschillende soorten klantgroepen te maken heeft. Die klantgroepen kunnen niet allemaal op dezelfde wijze worden geholpen. Het goede nieuws is dat 85 procent van de bevolking op eigen kracht de weg naar overheidsvoorzieningen weet te vinden. Via een dienst zoals regelhulp vinden zij zelfstandig hun weg. 12 procent van de bevolking heeft aanvullende ondersteuning nodig in de vorm van persoonlijk contact. 3 procent van de bevolking heeft multi-problemen (bijv. psychisch, verslaving, schulden en opvoeding). Het helpen van deze groep vergt maatwerk over diverse instanties heen. Het budgetbeslag is omgekeerd evenredig: 50 procent van het budget gaat op aan het helpen van de 3 procent mensen met multi-problemen. Een integrale benadering is daarom ook noodzakelijk om te bezuinigen, omdat diverse overheidsinstanties nu langs elkaar heen werken.

Klant centraal is een illusie
Wij zullen ons erbij neer moeten leggen dat het centraal stellen van de klant voor de overheid een illusie is. Geen ministerie kan de burger centraal stellen. Of het zou voor mij het ministerie van @jwboissevain moeten zijn. Wel kan de overheid regels beter vertalen naar de situatie van burgers en beter samenwerken. Maar wie bekommert zich dan om de dienstverlening en van wie zijn onze persoonsgegevens? Die laten zich gemakkelijk raden door het beantwoorden van de vraag: ‘Van wie is mijn hond?’

Als regels mensen niet veranderen, laten mensen dan regels veranderen

Kennedy

De overheid voert onafgebroken nieuwe regels door om grip te houden op de steeds complexer wordende samenleving. De regels moeten gewenst gedrag stimuleren en ongewenst gedrag bijsturen. Bedrijven en burgers hebben een haat-liefde verhouding met de regelgeving. Zij vragen om regels om hun positie te beschermen. Maar zij ervaren de regels ook als belastend. Veel tijd gaat verloren aan het begrijpen en het naleven of het ontwijken van de regels.

Kiezen tussen vrijheid of betutteling
De overheid zoekt de balans tussen een nachtwakersstaat en een verzorgingsstaat. Aanhangers van een nachtwakersstaat vinden dat mensen zichzelf moeten ontplooien. De overheid bemoeit zich zo weinig mogelijk met haar burgers. De bemoeienis blijft beperkt tot de zorg voor de veiligheid: leger, justitie en politie. In de 19e eeuw was ons land een nachtwakersstaat. Deze is in de 20e eeuw is omgevormd tot een verzorgingsstaat, met een toegenomen inmenging op cultureel, economisch, sociaal en fiscaal vlak. De bemoeienis van de overheid is in de vorige eeuw doorgeschoten en nu onbetaalbaar. Bedrijven en burgers ervaren de overheid als betuttelend, waardoor de ruimte voor eigen initiatief wordt ingeperkt.

Opgelegde regels belemmeren innovatie
Het toppunt van overheidsbetutteling is de cookie wetgeving die vorig jaar in werking is getreden. De overheid probeert adverteerders aan te pakken via informatieplicht en toestemmingsvereiste. Websitebouwers worden verplicht gebruikerstoestemming te vragen. De gebruiker wordt geconfronteerd met hinderlijke pop ups die hij moet wegklikken om de site te bezoeken. Maar de wetgeving heeft alleen betrekking op Nederlandse spelers. Buitenlandse netwerken, zoals Google en Facebook, kunnen nog steeds op grote schaal data van gebruikers verzamelen. De wetgeving benadeelt dus Nederlandse spelers ten gunste van internationale partijen. Maar ook de keuzevrijheid van consumenten wordt beperkt. De overheid probeert wettelijk te regelen wat een gebruiker zelf kan regelen via de cookiesinstellingen op zijn PC. Regelgeving belemmert technische vooruitgang. Zo willen politieke partijen nu ook het gebruik van Google Glass in het verkeer regelen.

Initiatief terug bij de samenleving
‘De overheid betuttelt en de burger laat zich betuttelen’ zegt ondernemer Michiel Muller in het fd. ‘In de Franse Alpen staan geen hekken op de wandelwegen die langs een afgrond gaan. In Nederland zou dit beslist wel zo zijn. Versperring en bordjes “Pas op!”. De Fransman is niet dom. Die beseft zelf dat hij stevige schoenen moet aantrekken en voorzichtig moet zijn als hij gaat wandelen waar het gevaarlijk zou kunnen zijn. Dit hoef je hem niet te zeggen. Maar wat doet de Nederlander? Die vaart blind op de codes oranje. Hij rekent erop dat de overheid alles voor hem regelt en zijn problemen oplost. Als de burger niet meer klakkeloos accepteert wat de overheid hem voorschotelt, zelf nadenkt, eigen initiatief toont en zich verantwoordelijk voelt voor het eigen handelen, kan Nederland wakker worden, uit de diepe slaap waarin het gesukkeld is door succes van de jaren negentig.’

Geen afhankelijke houding, maar actie!
Op 20 januari 1961 hield John F. Kennedy zijn beroemde inaugurele rede. Hij sprak daarin deze historische woorden: ‘And so, my fellow Americans: ask not what your country can do for you – ask what you can do for your country.’ Vijftig jaar na dato is deze uitspraak nog steeds actueel. Het is ook een klassiek gebruik van de antimetabool: de woorden worden herhaald in een omgekeerde volgorde. Laten we dezelfde omkering toepassen op onze betuttelende regelgeving.