Uitwerking decentralisaties behoeft nog aandacht

blueladies_000

Auteur: Peter Lievense

Het jaar van de decentralisaties zit er bijna op. De overdracht van taken heet geslaagd; de uitwerking behoeft nog aandacht.

De decentralisatie in de praktijk aan de keukentafel: de medewerker constateert namens de gemeente dat mijn moeder van 85 recht houdt op een aantal uren huishoudelijke hulp. Die huishoudelijke hulp, al jaren dezelfde kracht en in loondienst bij een thuiszorgorganisatie, zit ook aan de keukentafel. Zij krijgt te horen dat ze dan wel ontslag moet nemen en zich als alfahulp moet laten inschrijven. De thuiszorgorganisatie heeft een bemiddel-bv’tje opgericht waar haar ontslagen werknemers zich kunnen aanmelden als alfahulp.

De gemeente bespaart zo 5 euro per uur. Een alfahulp krijgt 11 euro per uur en is een soort zelfstandige zonder personeel. Ik ken een alfahulp die een paar weken na een hartaanval weer aan het werk ging. De cardioloog vroeg of ze gek geworden was. Nee, ze was alfahulp en kreeg geen ziektegeld. Twaalfduizend medewerkers van TSN Thuiszorg wacht hetzelfde lot. Hoe pijnlijk schrijnt opnieuw de Haagse werkelijkheid: een minister van Sociale Zaken die zich hard maakt voor vaste banen en tegen misbruik van zzp’ers, en de gemeenten die afgeknepen door Den Haag de laagstbetaalden de slavernij injagen.

Ook als het gaat om de persoonsgebonden budgetten behoeft de uitwerking nog aandacht. Ondanks vijf Kamerdebatten en een hoop ophef gaat het de helft van de gemeenten wellicht weer niet lukken om de uitbetaling van de persoonsgebonden budgetten mogelijk te maken via SVB. Het pgb-alarm loeit weer op Twitter: eerder dit jaar zaten tienduizenden mensen maanden zonder inkomen. Het probleem wordt deels veroorzaakt door ‘niet-matchende IT-systemen’. De IT-sector wil zich maatschappelijk profileren, hier ligt een kans: sla de handen ineen en zorg dat het matcht!

Overheidsproject is als een mammoettanker

Knock Nevis - World's Biggest Super Tanker (7)

NRC Handelsblad schreef (28/11) over de problemen met UWV-website werk.nl. Uit onderzoek van de krant blijkt dat de website voor uitkeringen nog steeds heel kwetsbaar is. Als een onwillige hostingleverancier de veroorzaker is van de problemen dan is de oplossing simpel: vervang die leverancier. De situatie is helaas veel complexer. De problemen zijn, zoals bij vrijwel alle ICT-ontwikkelingen die vast lopen, terug te voeren op een ondeugdelijke voorbereiding.

Het kabinet voerde in 2011 een forse bezuinig door op de uitvoering van de sociale zekerheid. Het uitvoeringsbudget van UWV werd met 450 miljoen euro verminderd voor de periode 2012-2015. Daardoor moest de organisatie van UWV grondig op de schop en de dienstverlening aan werkzoekenden worden herzien. Het aantal vestigingen van UWV Werkbedrijf werd fors teruggebracht. Duizenden arbeidsplaatsen bij UWV kwamen te vervallen. Werkzoekenden zouden voortaan te maken krijgen met een digitaal portaal in plaats van persoonlijk contact. UWV moest onder tijdsdruk reorganiseren, de dienstverlening aanpassen en nieuwe ICT-systemen ontwikkelen. De organisatie werd geconfronteerd met een onmogelijke opdracht en een onrealistische deadlines.

Het was de bedoeling om met toepassing van ICT de overheidsadministratie te moderniseren en zo betere dienstverlening te kunnen bieden. Daar kwam uiteindelijk weinig van terecht. De dienstverlening werd niet ontwikkeld vanuit het perspectief van werkzoekenden, maar dat van UWV zelf in relatie tot de plichten die een WW ’er heeft om de uitkering te kunnen behouden. De ontwikkeling van een website waarin werkzoekenden vacatures moeten zoeken, solliciteren en een uitkering aanvragen bleek complexer dan verwacht. Onder hoge tijdsdruk werd de website door een groot aantal externe consultants ontwikkeld. In het systeemontwikkelingsproject werd noodgedwongen op tijd gestuurd. Daardoor was er onvoldoende sturing op kwaliteit. Terwijl nog volop werd doorontwikkeld moest de hostingleverancier de website met dagelijks 180.000 gebruikers in de lucht houden.

Werkzoekenden wordt nu een slecht werkende website opgedrongen. Zij zijn verplicht op een omslachtige wijze hun CV in te vullen om vervolgens onbruikbare vacatures voorgeschoteld te krijgen. Sinds 2013 wordt de website geplaagd door storingen. Minister Asscher beloofde deze in 2015 te hebben opgelost, maar het einde van de problemen is nog niet in zicht. Als werkzoekenden blijven klagen en de problemen aanhouden dan wordt het tijd voor een herbezinning op dienstverlening en techniek. Op basis daarvan kun je besluiten bij te sturen of desnoods te stoppen en opnieuw te beginnen. Als de voorbereiding ondeugdelijk is geweest dan is stoppen meestal onvermijdelijk. Maar stoppen betekent gezichtsverlies en dat moet koste wat kost worden voorkomen.

Bij overheidsprojecten gaat het vaak mis bij de overdracht van beleid naar uitvoering en van uitvoering naar het publiek. Deze problemen kunnen worden voorkomen door de disciplines in een vroegtijdig stadium bij elkaar te brengen. Maar bovenal zal de wendbaarheid van de overheid vergroot moet worden. Een overheidsproject is als een mammoettanker op de automatische piloot. Als de veilige haven niet bestaat, dan eindigt de reis als de wal het schip keert.

Openbare aanbesteding is perverse prikkel

vendor lockin

Als consument willen we keuzevrijheid. We blijven product en leverancier trouw zolang we tevreden zijn. Die loyaliteit stopt als onze verwachtingen niet meer worden waargemaakt of als er betere alternatieven op de markt komen. Dan hebben we er weinig moeite mee over te stappen naar een andere leverancier. Dat zou de overheid bij falende ICT ook kunnen doen. Het tegenovergestelde lijkt nu het geval.

Het begint al bij de aanschaf van ICT door de overheid. Dat verloopt via een onnatuurlijk bureaucratisch proces. Persoonlijk contact tussen leveranciers en overheid is uitgesloten. Voorwaarden en een programma van eisen worden via internet gepubliceerd. De klantvraag is vaak onduidelijk en sluit onvoldoende aan bij het standaard aanbod in de markt. Inschrijvers moeten dan zelf de vraag achter de vraag proberen te interpreteren en deze vertalen in een aanbod. In de aanbieding moeten inschrijvers vervolgens alle voorwaarden accepteren om niet te worden uitgesloten. Een rekenkundig model bepaalt de score van iedere geldige aanbieding. Daarna valt de keuze niet primair op het beste product, maar op de leverancier met de hoogst scorende offerte.

In de competitieve ICT-markt moeten aanbieders op het randje lopen om de hoogste score te halen. De lacunes in het bestek worden dan benut in het voordeel van de aanbieder. Aan de hand van een rekenkundig model en analyse van de concurrentie wordt slim geschoven met kosten, scope en risico’s om de score te maximaliseren. De interpretatie van de vraag wordt vervolgens vervat in randvoorwaarden in de aanbieding. De kunst is dit op zodanige wijze te verpakken dat de aanbieding niet wordt uitgesloten. Is de opdracht eenmaal gegund, dan kan de relatie niet makkelijk worden verbroken als de verwachtingen niet kunnen worden waargemaakt. De leverancier kan ook wijzen op de lacunes in de uitvraag en de randvoorwaarden in de offerte. ‘U wilde een auto met een stuur, maar waar staat dat de auto inclusief motor geleverd moet worden?’ Voor het oplossen van dergelijke problemen moet de overheid dan meestal met extra budget bij dezelfde leverancier aankloppen. Het resultaat is dan uiteindelijk een lagere kwaliteit en een hogere prijs.

Aanbieders moeten bij openbare aanbestedingen op het randje lopen, inkopers doen dat ook. Vaak staat de keuze vooraf al vast. Die moet alleen nog op een slimme wijze in de uitvraag worden vervat. Meer dan eens wordt de technologie in de uitvraag voorgeschreven. Een grote uitvoeringsorganisatie vermeldde recentelijk in een marktconsultatie: onze organisatie hanteert een ‘Microsoft tenzij’ beleid. ‘Betekent dit dat u Java gebaseerde oplossingen uitsluit?’ probeerde ik nog in de schriftelijke vragenronde. Java staat niet in lijn met het beleid van onze organisatie, was het antwoord. In plaats van een opgelegde leverancierskeuze zou deze organisatie, in lijn met het overheidsbeleid, natuurlijk beter de aandacht kunnen richten op een goede integratie op basis van open standaarden. Daardoor wordt ook de leveranciersafhankelijkheid verkleind. In een aanbesteding worden andere leveranciers dan ook niet bij voorbaat uitgesloten.

Een nieuwe aanbesteding volgt automatisch als de contractduur is afgelopen. Leveranciers die naar tevredenheid hebben geleverd worden niet beloond met een mogelijkheid tot verlenging, zoals wij met ons telecomabonnement kunnen doen. Leveranciers die hebben gefaald worden ook niet uitgesloten. Zij worden opnieuw toegelaten bij een nieuwe aanbesteding en maken daarin zelfs een goede kans omdat zij de klant goed hebben leren kennen en geen transitiekosten hebben. Niet de commerciële aanbieding, maar de geleverde prestaties zou de doorslag moeten geven bij de keuze of  het afscheid van een leverancier. Het Deense model ‘fast to failure’, dat voorziet in sturing op kwaliteit en snel kunnen stoppen, laat zien hoe dit kan.

Gemeentesoftwaremarkt werkt niet

Fotolia_65168363_©-Rawpixel-Fotolia.com_-595x560

Elke gemeente heeft dezelfde basisdiensten en -producten. Die worden in toenemende mate digitaal geleverd. Het ligt voor de hand daarvoor gezamenlijk aan één basisvoorziening te werken. Maar in plaats daarvan vragen 393 gemeenten individueel om maatwerk en klagen zij  over hun softwareleverancier. Gemeenschappelijke voorzieningen zijn noodzakelijk om de digitale dienstverlening op orde te brengen en kosten te beheersen.

NRC Handelsblad publiceerde 17 oktober j.l. het artikel ‘Gegijzeld door de softwareboer’ over het onderzoek dat de krant samen met Reporter Radio uitgevoerde naar de markt van Nederlandse gemeentesoftware. Uit het onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de gemeenten ontevreden is over hun leverancier. Veel gemeenten vinden dat de twee bedrijven die de gemeentemarkt domineren hun monopoliepositie misbruiken door hoge prijzen te vragen en andere bedrijven uit te sluiten. Gemeenten maken daarbij de denkfout Nederlandse gemeentesoftware te beschouwen als een markt van standaardsoftware. In de praktijk wordt gemeentespecifiek maatwerk gevraagd en geleverd. Landelijke wijzigingen, versies van gemeentestandaarden, afzonderlijke wensen en oplopende beheerkosten worden daardoor rechtstreeks aan gemeenten doorberekend.

Doordat gemeenten zichzelf allemaal uniek vinden en onvoldoende bereid zijn gemeenschappelijke oplossingen te delen, zitten ze nu opgezadeld met verouderde maatwerksoftware tegen veel te hoge kosten. Maar ze stappen ook niet over naar een andere leverancier, omdat ze daar geen verbeteringen van verwachten. Gemeenten ervaren een beperkte keuzevrijheid. Nieuwe leveranciers maken, mede door de complexe en op gemeenten geënte gedistribueerde referentiearchitectuur, weinig kans de gemeentemarkt te betreden. Een direct gevolg van het gebrek aan marktwerking is de huidige staat van de gemeentelijke IT. Die  is gebrekkig, verouderd, onsamenhangend en inflexibel. Burgers worden daardoor geconfronteerd met gefragmenteerde digitale dienstverlening. Niet de burger, maar de gemeente staat nog steeds centraal in de dienstverlening.

Hoe regel je dat alle dienstverlening daadwerkelijk via het digitale kanaal is af te handelen en dat er meteen efficiënter wordt gewerkt? De Nederlandse overheid wil dat nog voor 2017 geregeld hebben en heeft daarvoor nog veel werk te verzetten. Daarbij kan de overheid lering trekken uit ervaringen die banken hebben opgedaan bij digitalisering van hun dienstverlening. Evenals de overheid, leunen banken zwaar op hun verouderde systemen die tientallen jaren geleden zijn gebouwd om een specifieke administratie bij te houden. Net zoals bij de banken hoeft dit voor de overheid geen belemmering te zijn om digitaal te gaan. Banken spelen in op de trend om via meerdere kanalen op consistente wijze te communiceren en stellen de klantbeleving centraal. In één oogopslag krijgt de klant al zijn rekeningen, creditcard- en hypotheekgegevens te zien. In dezelfde applicatie kunnen klanten alle bankzaken doen zonder zich voor elk product afzonderlijk te hoeven aanmelden. Banken hebben daarvoor digitale klantprocessen ontworpen onafhankelijk van hun organisatiesilo’s. De klantprocessen zijn geïmplementeerd in een basisvoorziening die tevens de onderliggende transactiesystemen aan elkaar knoopt.

Een vergelijking met de doelstelling van het Digiprogramma ‘acteren als één Overheid’ dringt zich op. Een basisvoorziening voor digitale dienstverlening hoort daarom thuis in de generieke digitale infrastructuur van de overheid. Die voorziening borgt de aansluitingen met generieke bouwstenen, zoals identificatie en basisregistraties. Een gemeentelijke basisvoorziening moet hergebruik van generieke processen bevorderen en ruimte bieden voor verbijzondering op gemeenteniveau. De realisatie van deze basisvoorziening vereist een radicaal andere benadering. De blik, die bij traditionele IT-ontwikkeling naar binnen is gericht, moet worden verlegd naar de buitenwereld: zoals die door inwoners van een gemeente wordt beleefd. Achter de schermen worden de gegevens, die uit verschillende systemen in één keer in een proces moeten samenkomen, slim met elkaar verbonden. Stukken maatwerk kunnen vervolgens successievelijk worden vervangen door standaard softwarecomponenten. Marktwerking en  softwarekwaliteit worden daardoor verbeterd.

Gemeenten kunnen, als zij op één basisvoorziening aansluiten en hun inkoopkracht bundelen, gelijktijdig dienstverlening verbeteren, meegroeien met technologische ontwikkelingen en kosten verlagen.

Solidarité

FullSizeRender

Mijn hart bloedt voor Parijs, voor de doden en hun geliefden, hun familie, hun vrienden, hun collega’s. Mijn hart bloedt voor dit moment in de geschiedenis waarop mensen zo kunnen ontsporen.

Zo verwoordde David van Reybrouck zijn gevoelens daags na de  terroristische aanslagen in Parijs. Langzaam dringen de gevolgen van het bloedbad tot ons door. De slachtoffers hebben onze volle aandacht. Op sociale media circuleren berichten van mensen op zoek vaan hun geliefden. “Je cherche des nouvelles de ma fille Lola qui était au Bataclan pendant la fusillade.” Zestien uur later volgt het trieste bericht waarin de vader de dood van zijn dochter op twitter meldt: “Je viens d’avoir confirmation du décès de Lola. Merci à tous ceux qui nous ont aidé aujourd’hui.” De slachtoffers krijgen een gezicht als de dodenlijst bekend wordt gemaakt met veel jonge slachtoffers uit de hele wereld. Onze gedachten gaan uit naar de familie en naasten van de slachtoffers, met hen die door deze aanval zijn getroffen en met de Fransen.

Over de hele wereld wordt geschokt gereageerd en leven mensen met de Fransen mee. Wereldwijd kleuren gebouwen in de Franse driekleur als toonbeeld van solidariteit. Maar er klinkt ook oorlogstaal. President Hollande spreekt over een ‘oorlogsdaad’ uitgevoerd door een ‘terroristisch leger’. Premier Rutte benadrukt dat wij in oorlog zijn met IS. David van Reybrouck bekritiseert het oorlogszuchtige taalgebruik. Het doet denken aan de oorlogstaal van George Bush, gevolgd door de invasie in Irak die de voedingsbodem voor IS legde. De aanslagen blijken voor sommigen ook aanleiding om op te roepen de vluchtelingenstroom een halt toe te roepen. Dat is opmerkelijk, want de vluchtelingen zijn juist het slachtoffer van vergelijkbaar barbaars geweld dat zij dagelijks hebben ervaren en nu ontvluchten.

De terroristen hebben in Parijs een gerichte aanval gedaan op onze vrije manier van leven. Juist in deze tijd is het belangrijk ons niet te laten uitspelen en de eenheid te bewaren. Ons land heeft een lange traditie van opvang en integratie van migranten en vluchtelingen. Door de eeuwen heen zijn mensen met diverse culturele achtergronden in onze samenleving geïntegreerd. In die samenleving is geen ruimte voor sociale uitsluiting. Radicale elementen worden niet getolereerd.

In 2006 namen Hans Dijkstal en Mohamed Rabbae het initiatief voor oprichting van de beweging ‘één land één samenleving’ als antwoord op de toenemende intolerantie in de samenleving. Die beweging richt zich op een ‘samenleving, die kracht put uit de aanwezigheid van mensen met diverse culturele en etnische achtergronden’. Onze landsgrenzen zijn nu verschoven naar Europese buitengrenzen. Het wordt hoogtijd voor een Europese beweging om de toegevoegde waarde van nieuwkomers tot zijn recht te laten komen op basis van respect, solidariteit en tolerantie.

Oogkleppeninkoop

Loterij

Voordat wij als consument een auto kopen laten wij ons uitgebreid informeren over wat er te koop is. Wij kijken op vergelijkingssites, informeren bij vrienden, maken een proefrit en laten ons door de verkoper verleiden tot de aankoop. Inkopers van de overheid doen precies het tegenovergestelde. Zij moeten rechtszaken koste wat kost voorkomen en sluiten zich daarom af voor kennis van de markt.

Het komt er op neer dat overheidsinkopers de behoeftes binnen de organisatie verzamelen en omzetten in een openbare aanbesteding. De uitvraag bevat daardoor een gedetailleerd en onsamenhangend bestek. Het gaat om moertjes en nippeltjes, een auto zonder stuur. Marktpartijen worden gedwongen maatwerk te offreren. Zo ging het mis bij de aanbesteding van de hogesnelheidstrein. De aanbesteding werd gekenmerkt door extreme en gedetailleerde eisen. Gerenommeerde leveranciers van hogesnelheidstreinen (Alston, Siemens en Bombardier) haakten af. Zij konden hun fabriek niet ombouwen voor een relatief kleine order uit Nederland. Twee bedrijven zonder ervaring met de productie van een hogesnelheidstrein waren wel bereid het risico te nemen. AnsaldoBreda had de laagste prijs en won de aanbesteding.

De overheid snijdt zichzelf in de vingers door zich af te zonderen van de markt. Doelstellingen worden niet gehaald en veel geld wordt nodeloos verspild. Dat lijkt ook het geval bij de aanschaf van reddingshelikopters door Rijkswaterstaat. Volgens NRC Handelsblad voldoen de helikopters niet aan de minimale eisen voor het uitvoeren van reddingsacties. De helikopters blijken namelijk niet te kunnen vliegen in alle weersomstandigheden. Twee van de drie helikopters hebben geen ingebouwde infraroodcamera. Ze beschikken niet over een stoelbrancard en één van de helikopters kan niet automatisch stilhangen. Het Belgische bedrijf NHV won de opdracht omdat het als enige bereid was een bod uit te brengen binnen het voorgeschreven budget van 42,5 miljoen euro.

De laatste jaren is het aantal geschillen en rechtszaken over aanbestedingsprocedures toegenomen. Openbare aanbestedingen worden in toenemende mate het domein van juristen. Marktpartijen vechten gunningsbesluiten aan en overheidsorganisaties proberen zich in te dekken tegen geschillen. Het gunningsbesluit wordt daarom de laatste tijd in toenemende mate door loting bepaald. Dat is volkomen legaal, want de wet schrijft niets over de methode van selecteren. Inschrijvers kunnen zich bij loting niet onderscheiden op kwaliteit. De overheid kan de uitkomst van de selectie niet beïnvloeden. Deze nadelen vallen blijkbaar weg tegen het voorkomen van een mogelijk geschil. Inschrijvers kunnen niet in beroep gaan tegen een lottomachine als de aanbestedende dienst de wijze van loten duidelijk in de aanbestedingsstukken heeft opgenomen. Het CIJB publiceerde een aanbesteding voor deurwaardersdiensten met als gunningscriterium laagste prijs met een voorgeschreven prijsbandbreedte. Omdat verwacht mag worden dat alle partijen zullen inschrijven met de minimumprijs achtte de rechter het aannemelijk dat op voorhand vaststaat dat geloot moet worden. De aanbestedingsprocedure moest daarom worden afgebroken.

Alleen een goed samenspel tussen de overheid en de markt kan een einde maken aan deze zinloze geldverspilling. De detailleringsdrang en juridificering moet worden teruggedrongen. Het vakmanschap moet weer centraal komen te staan. De markt moet zich uitsluitend kunnen richten op het doel, de ‘fit for purpose’. Een hogesnelheidstrein moet veilig passagiers kunnen vervoeren. Een reddingshelikopter moet reddingsacties uit kunnen voeren onder zware weersomstandigheden. De overheid kan zich beter verdiepen in wat er in de markt te koop is en daarbij de oogkleppen afzetten.

Het huis waar je gek wordt

In ‘Asterix verovert Rome’ lopen Asterix en Obelix tegen een bureaucratische muur op. In een doolhof van trappen en loketten worden zij van het kastje van de muur gestuurd en geen beambte die hen verder helpt. Dat ‘huis waar je gek wordt’ bestaat in het huidige digitale tijdperk nog steeds. Het doolhof is de interactive voice response, de trappen zijn de telefonische wachttijden en de beambten zijn nu call agents.

Zo liep ik vast in de hedendaagse bureaucratie van een telecombedrijf. Mijn abonnementskosten werden dubbel gefactureerd. Het bedrijf adviseerde mij de teveel gefactureerde bedragen niet te betalen en beloofde deze te zullen crediteren. Maar in plaats van een creditnota kreeg ik aanmaningen per sms. De aanmaningen gingen over in dreigementen met ultimatum van blokkade van mijn nummers. Op advies van een agent negeerde ik de berichten. Op de dag van het ultimatum werden onze vijf gezinsnummers geblokkeerd. Ik belde de Klantenservice. Excuses werden aangeboden en de nummers werden weer aangesloten. Daags daarop ontving ik weer een sms met een dreigement voor toestelblokkade. Nu met een nieuw ultimatum. Weer werd mij geadviseerd de notificaties te negeren, maar ik mocht natuurlijk ook zelf de juiste afdeling bellen. De afdeling Facturatie zegde toe de creditering in orde te zullen maken. Ik ontving meldingen van gesloten cases, maar de creditering bleef uit. Op advies van een collega belde ik daarna met keuzemenu 4 – 3 voor de afdeling Loyalty. Dat werkte. De dubbele factuurbedragen werden tijdens het gesprek nog afgeboekt. Ter compensatie voor geleden schade door de foutieve facturering werd mij een upgrade van twee abonnementen tegen geringe meerkosten beloofd. De nieuwe abonnementen zouden een uur na het gesprek ingaan. De agent meldde dat ik na afloop van het gesprek nog een tevredenheidsenquête zou ontvangen en vroeg mij haar een goede beoordeling te geven. Dat beloofde ik.

De enquête heb ik niet ontvangen. Twee weken na de belofte was ook nog geen upgrade zichtbaar. Wel ontving ik een nieuwe factuur met 274,55 euro voor ‘verwijderen onvrijwillige blokkade’. Weer belde ik met Loyalty. Nadat ik mijn verhaal had gedaan werd ik in de wacht gezet. Daarna kreeg ik een nieuwe agent aan de lijn. Zij was van de afdeling Betalingen en wist van niets. Ik vroeg mij weer terug te zetten naar de afdeling Loyalty. Na een kwartier kreeg ik weer een nieuwe agent aan de lijn. “Wat een verhaal” was zijn commentaar nadat ik was uitgesproken. Hij kon mij doorverbinden met de afdeling Migratie en dan kon ik het zelf in orde maken. “Kunt u mij niet als klant integraal helpen met de beloofde upgrade en creditering?” “Dat mogen wij helaas niet meer. Ik mag nu alleen doorverbinden.” De agent van Migratie meldde dat hij één nummer kon migreren. Het andere nummer moest via de Backoffice. De beloofde korting mocht hij niet doorvoeren. Daarom werd ik weer teruggezet naar Loyalty. De vorige agent was al naar huis en weer moest ik mijn verhaal doen. “Ik mag alleen verlengen en opzeggen” was zijn reactie. “Doet u mij dan maar opzeggen” kon ik nog net uitbrengen. Daarop kreeg ik een boze reactie. De verbinding werd verbroken. Kort daarop ontving ik een enquête. De beantwoording kostte mij weinig moeite. ‘Zou u onze service aanbevelen aan vrienden?’ (op een schaal van 0 tot 10) 0 – vier keer doorverbonden en niet geholpen. ‘Hoe tevreden bent u over onze service?’ 0 – toegezegde schadeloosstelling niet nagekomen. ‘Hoe beoordeelt u de agent?’ 0 – onbeschoft.

Nu moest ik de onterechte factuur nog zien te corrigeren. Daarvoor belde ik met keuzemenu 1 – 6 voor de afdeling Betalingen. “Ik zie het al: de bedragen zijn dubbel gefactureerd. Dat is inderdaad een fout in ons systeem” was de reactie. Even later moest de agent ook toegeven dat het hele bedrag onterecht was: “Wij gaan het crediteren.” Ik vroeg het bedrag in ieder geval niet via de automatische machtiging van mijn rekening af te schrijven. Zij beloofde daarvoor haar best te zullen doen. Ook zou zij een nieuwe toestelblokkade proberen te voorkomen. Een week later werd het volledige bedrag van mijn rekening afgeschreven. Ik liet mijn bank het bedrag storneren en betaalde de factuur met aftrek van de deblokkadekosten. Het vervolg is voorspelbaar. De creditfactuur blijft uit en ik krijg aanmaningen het bedrag alsnog te betalen. De aanmaningen gaan over in dreigementen voor toestelblokkade. Er volgt een ultimatum. Na het verstrijken van het ultimatum wordt mijn nummer opnieuw geblokkeerd.

Tenslotte wil ik een groot compliment maken aan de agents van het telecombedrijf. Meer dan twintig keer heb ik het bedrijf gebeld en ik ben (op één uitzondering na) altijd vriendelijk en geduldig te woord gestaan. Het lijkt mij geen eenvoudige opgave om klanten, die het slachtoffer zijn van een problematische systeemmigratie en een agressief debiteurenbeleid, te helpen. Niettemin was de bereidheid groot om op klantvriendelijke wijze te helpen. Maar als de agents de mogelijkheid wordt ontnomen om zaken voor klanten in de verkokerde organisatie te regelen, dan moet dat bij hen een gevoel van onmacht oproepen. Ik realiseer mij dat ik dingen vraag die het bedrijf niet aankan. Het is dan natuurlijk ook niet verwonderlijk dat de organisatie, zoals in de avonturen van Asterix, verstrikt raakt in de eigen regeltjes en gebrekkige dienstverlening.

Middeleeuwse Kliklijn

IMG_0070

Bezoekers van het Palazzo Ducale in Venetië kunnen zich een beeld vormen van de bezorging van aanklachten van misstanden zoals belastingontduiking, omkoperij en verduistering van staatsgeld. Vlakbij de beroemde Brug der Zuchten is in de muur een bas-reliëf te bewonderen in de vorm van een leeuwenmuil met daaronder een tekst die vertaald luidt: “Geheime aanklachten tegen degenen, die diensten en plichten verheimelijken of in het geheim afspreken om hun ware gewin te verbergen”. In de zogenaamde ‘mond van de waarheid’ van de leeuwenmuil konden aanklachten anoniem worden gedeponeerd. Vanuit een geheime kamer achter de muur kon de magistraat de aanklachten via een kluis ophalen.

De laatste tien jaar heeft Nederland ook een concept om misdaden anoniem te melden, namelijk Meld Misdaad Anoniem (afgekort tot M). Burgers kunnen anoniem bellen naar de meldlijn om wetsovertredingen te melden. M is een zelfstandige stichting die de anonimiteit van de tipgever garandeert. Justitie, politie en opsporingsdiensten kunnen de anonieme tips gebruiken bij opsporingsonderzoeken. Op de website meldt M een toename van meldingen van brandstichting en mensenhandel. In de eerste helft van dit jaar stuurde de stichting 8.330 meldingen naar politie en opsporingsinstanties, met 842 aanhoudingen tot gevolg.

Onze nationale meldlijn is niet geheel onomstreden. Zo zijn de telefoongesprekken naar M niet wettelijk beschermd. Politie en opsporingsdiensten kunnen gesprekken met toestemming van het Openbaar Ministerie aftappen. Justitie in Rotterdam bracht een vrouw in gevaar door een van haar afgetapt telefoontje over een dodelijke steekpartij openbaar te maken en de gegevens op te nemen in het dossier van de verdachten. Een groot bezwaar vormen de valse anonieme tips. Criminelen slaan veelvuldig vals alarm om hun concurrenten erin te luizen. Ybo Buruma uitte in het openbaar zijn kritiek op de onterechte bescherming van valse tipgevers: “Wij hebben inmiddels – met de anonieme tips aan de Criminele Inlichtingen Eenheid en de Stichting Meld Misdaad Anoniem – een systeem opgebouwd waarin lasteraars meer worden beschermd en geloofd dan onschuldige mensen die eigenlijk zichzelf moeten vrijpleiten. Vroeger beschermde het recht ons tegen valse aangiften, maar die tijd is helaas voorbij.”

De middeleeuwse kliklijn lijkt effectiever. De leeuwenmuilen maakten onderdeel uit van een uitgekiend systeem. Tipgevers hoefden niet bang te zijn voor vervelende consequenties en aangiftes werden zorgvuldig getoetst. Anonieme aanklachten werden slechts in behandeling genomen als er tenminste twee getuigen in de aanklacht stonden vermeld. De aanklachten werden verbrand als er geen handtekening van de aanklager en geen betrouwbare getuigen waren opgenomen. Aanvullend onderzoek en bewijsmateriaal  was nodig voordat men tot actie overging.

Napoleon vernietigde veel leeuwenmuilen, omdat deze symbool stonden voor de Venetiaanse machthebbers. Kunnen wij de principes van de middeleeuwse kliklijn weer in ere herstellen?

 

Vaderlijke fietsles

fietsexamen

Vijf jaar geleden zakte mijn zoon voor zijn verkeersexamen. Een dag later was hij al weer over die teleurstelling heen. Ik was een week later nog kwaad en voelde mij tekort te zijn geschoten in zijn opvoeding. Bovendien hadden wij er ook nog onverstandig aan gedaan door hem een veel te grote fiets (op de groei) te geven, waar hij nog niet goed mee uit de voeten kon. Uit frustratie schreef ik onderstaande brief, die ik gelukkig nooit verstuurde. Achteraf vinden wij het wel goed zo. Als ouders kun je kinderen niet overal voor behoeden en een teleurstelling maakt kinderen weerbaar. Het fietsen gaat hem overigens prima af, want amper een paar jaar later fietst hij zijn vader uit het wiel.

Aan: de directeur van de christelijke basisschool
Deze week kwam onze zoon huilend thuis. Hij was gezakt voor zijn praktisch verkeersexamen. “Jongens jullie hebben het fantastisch gedaan” had zijn leraar in de klas gemeld “jullie zijn allemaal geslaagd, behalve Benjamin.” Ontroostbaar was onze zoon na deze publieke mededeling. En volgende week donderdag is de hele klas uitgenodigd op het stadhuis. De burgemeester reikt dan aan alle leerlingen hun verkeersdiploma uit. Maar dus niet aan onze zoon. Vorige maand deed hij mee aan het schriftelijk verkeersexamen. Hij had achttien van de twintig vragen goed. Wij kochten een gloednieuwe fiets voor onze zoon. Op die fiets, die aan alle eisen van een veilige stadsfiets voldoet, oefenden wij vijf keer de examenronde. Ik fietste achter hem aan. Hij moest zelf de juiste route vinden. Ik corrigeerde hem als hij een bocht te veel afsneed, geen richting aangaf of onvoldoende naar links en naar rechts keek. Een keer reed hij spontaan de stoep op. Maar zijn laatste oefenronde was foutloos. Na afloop van het verkeersexamen baalde hij. Precies op het kruispunt waar de verkeersouders stonden te controleren was hij de stoep opgereden. En omdat hij daarbij ook nog de bocht te ruim had genomen en zijn hand niet had uitgestoken was hij gezakt volgens zijn leraar. “De ouders die controleren bepalen wie er slaagt. U kent toch ook wel het niveau van de ouders die de controles uitvoeren?” wist zijn leraar ons te melden. Ongetwijfeld zijn het geen ouders met een fulltime baan die langs de weg staan om het slagen van hun zoon of dochter veilig te stellen. Ik heb bij ouders van andere scholen nagevraagd over het zakken van leerlingen. Maar in andere scholen slaagt gewoon de hele klas. Daar wordt geen uitzondering gemaakt voor één leerling. Dat blijkt ook uit het slagingspercentage dat Veilig Verkeer Nederland vermeldt in haar jaarverslag. Het is net zoals bij het zwemdiploma. Als je een oefening niet goed hebt gedaan dan mag je die gewoon nog een keer overdoen. Dat had bij het nemen van de fatale bocht natuurlijk ook kunnen gebeuren. Het stelt mij teleur dat een christelijke Basisschool een jongen bewust buitensluit en publiekelijk voor schut zet. Ik ga er van uit dat u dit recht zet en Benjamin vóór de uitreiking van de diploma’s nog een eerlijke kans geeft. Zo niet dan zal ik hem donderdag tijdens de diploma-uitreiking thuis houden. Want een nieuwe vernedering wil ik hem besparen.