Wilhelm Theodor Boissevain: de dominee van de NSB

wthb

Eind jaren 20 van de vorige eeuw werd Wilhelm Theodor Boissevain (1880-1945) gezien als een talentvol coming man in de kerk. Jaren later werd hij door Rost van Tonningen ‘de meest intelectuele NSB-er’ genoemd, een partij-ideoloog. Het leven van W.Th. Boissevain is te beschouwen als een muziekstuk met de titel: Tussen avondrood en zonsondergang. Aan de ene kant het fin-de-siècle gevoel en aan de andere kant de ondergangsstemming van de beide wereldoorlogen. Zijn levensgang in deze periode is opmerkelijk: van talentvol, jonge theoloog naar ideoloog van de NSB. In deze laatste rol heeft W.Th. Boissevain een belangrijk bijdrage geleverd aan het winnen van het protestants-christelijk volksdeel voor de NSB. Wat waren de idealen van deze opmerkelijke man? Wat waren zijn drijfveren om lid te worden van de NSB? En hoe is hij met de keuzes die hij maakte, te plaatsen in zijn tijd? Henk Tijssen geeft de antwoorden in de biografie die hij schreef over W.Th. Boissevain.

W.Th. Boissevan kwam in 1880 ter wereld in een gezin, dat de (in hun geval: Waalse) hervormde kerk trouw zou blijven in de woelige negentiende eeuw. Dat was geen vanzelfsprekendheid, want Hendrik de Cock en volgelingen knaagden in 1834 aan de fudamenten van de volkskerk en Abraham Kuyper zette vanaf de jaren zestig van die eeuw zelfs de bijl aan de wortel en leidde in 1886 een aantal klagenden uit de zijns inziens slappe, niet stringent confessionele Nederlandse Hervormde Kerk.

W.Th. Boissevain, die in Groningen theologie studeerde, voelde groeiende sympathie voor Hoedemakers gedachte dat kerk en staat onlosmakelijk met elkaar verbonden waren: de staat had te luisteren naar Gods geboden en kon onmogelijk neutraal zijn, zoals Thorbecke in 1848 bij wet had besloten. Dat Abraham Kuyper de publieke ruimte nu vulde door achtereenvolgens in de kerk en in de politiek zijn eigen partijtje te blazen en zo verdeeldheid zaaide, was de jonge W.Th. Boissevain een doorn in het oog. De publieke ruimte (de politiek) liet hij aanvankelijk voor wat die was. W.Th. Boissevain concentreerde zich in de eerste decennia van zijn werkzame leven op de kerk.

Voor W.Th. Boissevain was de onderlinge verdeeldheid van de hervormde kerk al even onaanvaardbaar als die voor Hoedemaker was geweest. Met dit verschil, dat het streven naar eenheid binnen de kerk in een door het modernisme gestempelde cultuur in het Interbellum volstrekt tevergeefs was. De kloof tussen modernen (zelfs rechts modernen) en orthodoxen was inmiddels eenvoudig te groot.

Met aandoenlijk idealisme (Tijssen beklemtoont terecht dat W.Th. Boissevain zijn leven lang een idealist was) schreef W.Th. Boissevain zijn vingers blauw om de versplinterde hervormde kerk tot een eenheid samen te ballen. Zijn De kansen der kerk (1930) was een wanhopige poging zijn kerk de weg te wijzen. Toen dat in geschrifte niet lukte, week hij uit naar een katholiek model: een bisschop zou de zo gewenste eenheid moeten smeden. Het bewees dat W.Th. Boissevain, bij gebrek aan intellectuele weerklank, zijn heil steeds meer zocht in een sterke man.

W.Th. Boissevain stond in de jaren dertig niet alleen met zijn hang naar eenheid. In de hervormde kerk, maar ook in katholieke kring, was een sterke drang naar volkseenheid. Het naoorlogse verlangen naar ‘doorbraak’ van de verzuilde samenleving was in het Interbellum al te bespeuren bij theologen als Willem Banning en Jo Eijkman. Tijssen is zo gefixeerd op W.Th. Boissevain dat hij die bredere lijn niet kan of wil trekken. Maar daar staat tegenover dat hij de (gevolgen van de) keuze voor de NSB tot op het bot uitbeent en de tragiek van dit mislukte leven tot in detail beschrijft.

Midden jaren dertig verruilde de moegestreden W.Th. Boissevain kerk en staat: door lid te worden van de Nationaal-Socialistische Beweging hoopte hij vanaf nu de onderlinge verdeeldheid van het Nederlandse volk te overwinnen, waaruit de eenheid in de kerk dan weer zou voortvloeien. IJdele hoop. W.Th. Boissevain liep namelijk vast in het moeras van het antijudaisme. Dat ligt bij christelijke theologen (of zij nu rooms-katholiek, gereformeerd of hervormd zijn) uit de aard der zaak natuurlijk voortdurend op de loer. Het Jodendom heeft wel het religieuze eerstgeboorterecht, maar dat is door het christendom eeuwenlang betwist. W.Th. Boissevain maakte zich tot tolk van dit antijudaisme, na aanvankelijk nog betoogd te hebben dat Joodse en christelijke uitlegging der Schrift zou moeten worden ‘geharmoniseerd.

Maar al gauw begon nationaal-socialistische denkbeelden zijn theologie te vergiftigen. Het Jodendom was voor W.Th. Boissevain eind jaren dertig niet alleen meer een godsdienst, het was nu ook een ras: ‘In het Joodsche volk zijn geest en mythe, ras, bloed en historie tot een veeleenheid gevormd.’

„Grens tussen wereldvreemdheid en blindheid voor tijdgeest lijkt soms flinterdun”

W.Th. Boissevain repte, schrijft Tijssen, met geen woord over moord op de Joden. Hij wenste hen een eigen staat toe en meende zo in de lijn van Hitler te redeneren. Dat was al een ernstige vergissing, maar zeker zo ernstig was dat W.Th. Boissevain nu overtuigd was van een ‘Joodsch probleem’ dat hij nu, geheel in nationaal-socialistische geest, alom tegenwoordig achtte. In de slangekuil die de NSB was, laveerde de dominee kunstig door tussen draufganger Meinoud Rost van Tonningen en ambtenaar Anton Mussert. Rost prees W.Th. Boissevains ‘arisch christendom’ uitbundig aan bij zijn Duitse vrienden. Je zou denken dat het W.Th. Boissevains reputatie bij Mussert schaadde. Maar zie: die benoemde hem in 1944 tot persoonlijk adviseur.

Het was een troostprijs die tot niets diende. W.Th. Boissevain vluchtte na Dolle Dinsdag (september 1944) naar Duitsland, keerde korte tijd later terug naar Nederland en werkte in 1945 als privésecretaris van de NSB-burgemeester in Marum (Groningen). Zo diep was de man gezonken: eens op de nominatie voor kerkelijk hoogleraar aan een rijksuniversiteit, nu privésecretaris van een dorpsburgemeester. Het kon nog erger: op 23 maart 1945 viel W.Th. Boissevain van de trap in het gemeentehuis. Het was een dood in stijl: even sneu als zijn mislukte leven.

Wim Berkelaar, voor Protestant.nl
6 januari 2010

Henk Tijssen is historicus en docent geschiedenis. In 2008 studeerde hij af in Groningen met een scriptie over W.Th. Boissevain.

Samenleving vraagt om samenwerking

trifilm-society-collaborations

De overheid zet zich in om burgers en bedrijven te beschermen tegen overtollige administratieve lasten als gevolg van complexiteit van regelgeving. Volgens het kabinet is de doelstelling om de regeldruk voor burgers, bedrijven en professionals met 2,5 miljard euro te verlagen gehaald.  Voortschrijdende juridisering van de samenleving en toenemende regelgeving vanuit Brussel leiden echter steeds weer tot nieuwe regels. De overheid moet daarnaast rekening houden met een complexer wordende samenleving. Onze samenleving vraagt om een aanpak op maat.

De bescherming van jeugdigen bijvoorbeeld kan niet meer worden afgedaan met handhaving en straffen alleen. Jeugdbeschermers moeten een individuele aanpak hanteren waarin de jeugdige en het gezin centraal staan. Daarin moet jeugdzorg samenwerken met o.a. politie, onderwijsinstelling en huisarts. Deze vorm van maatwerk brengt complexiteit met zich mee ten aanzien van diversiteit van regelgeving en de informatiepositie van de jeugdzorg. Erik Gerritsen, Secretaris Generaal van het ministerie van VWS, zegt daarover: “Het is inconsistent dat jeugdbeschermers die namens de overheid gerechtigd zijn om diepgaand in te grijpen niet tegelijkertijd beschikken over alle bij diezelfde overheid beschikbare informatie die nodig is om hun werk goed te doen.”

De overheid moet de complexiteit het hoofd te bieden en op geïntegreerde wijze maatwerk kunnen leveren. Daarvoor is het noodzakelijk dat de overheid een geïntegreerde beleidswaardeketen hanteert. Daarvoor zijn de volgende veranderingen van belang:

Silo’s afbreken

Een geïntegreerde beleidswaardeketen begint met het afbreken van de organisatorische en culturele silo’s binnen de overheid. Deze zijn nu nog strikt gescheiden en verantwoordelijk voor beleidsvorming, -uitvoering en -handhaving. Het delen van dezelfde informatie over strategie, beleid, wetgeving, bedrijfsregels en kennis staat aan de basis een integratie. Deze integratie, die met behoud van autonomie kan worden doorgevoerd, verhoogt het aanpassingsvermogen en versnelt invoering van wetten en regelgeving.

Processen van regels scheiden

Processen zijn stabiel en generiek. Regels veranderen in hoog tempo en zijn specifiek. De verwevenheid van processen en regels in administratieve systemen maakt het beheer kostbaar en tijdrovend. Door scheiding van processen en regels kunnen administratieve systemen generieke ondersteuning bieden. De stappen voor het verlenen van een vergunning zijn bijvoorbeeld altijd dezelfde: ontvang de aanvraag, verzamel de benodigde informatie, onderzoek het dossier, neem een beslissing en voer die uit. Het verschil zit in de toepassing van bedrijfsregels voor elk afzonderlijk dossier, zoals voor een horecavergunning of een parkeervergunning. Het scheiden van processen en regels verhoogt het adaptief vermogen en versnelt de invoering van nieuwe regels.

Gegevens en regels uitwisselen

Om complexe problemen het hoofd te bieden wordt nog veelvuldig gekozen voor schaalvergroting: het samenvoegen van organisaties en het ontwikkelen van geïntegreerde systemen. Deze aanpak is risicovol gebleken en heeft veelal niet geleid tot beoogde kostenbesparingen. Door uitwisseling van gegevens en regels kunnen complexe problemen worden aangepakt zonder ingrijpende organisatorische aanpassingen. Door op een slimme wijze gegevens en regels over organisatiegrenzen heen uit te wisselen worden administratieve lasten verminderd.

Verschillen in taalgebruik overbruggen

In de samenwerking binnen de EU en daarbuiten hebben we te maken met diverse talen. Dat geldt ook voor het taalgebruik voor diverse doelgroepen, zoals, burgers, ambtenaren en politici. Die hanteren ieder een eigen taalgebruik. Een burger wil niet worden aangesproken met wetteksten, maar in begrijpelijke taal. De systemen van de toekomst moeten de taalverschillen kunnen overbruggen.

De overheid zal op termijn transformeren naar een adaptieve overheid: een overheid die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving. Het huidige kabinet beloofde ons nog verbeterde dienstverlening. Maar de overheid van de toekomst is niet langer een dienstverlener met de burger als klant. De overheid zal taken terug moeten leggen bij de samenleving. De moderne samenleving vraagt om samenwerking.

Mensen leren, overheid en bedrijven niet

overheid

Dertig jaar automatiseringsbeleid van de Nederlandse overheid: wat waren de ambities en wat is daarvan terecht gekomen? Rob Meijer dook in geschiedenis en putte daarbij uit zijn rijke ervaring als onder meer hoofd van de afdeling voor Informatiebeleid van de VNG en als  eerste CIO van de Rijksoverheid. Ook vroeg hij betrokkenen uit de politiek, overheid en bedrijfsleven te reflecteren op de ontwikkelingen binnen de overheid. Zij gaven tot slot antwoord op zijn vraag of de overheid heeft geleerd op het terrein van IT.

Meijer’s persoonlijke terugblik op dertig jaar overheidsautomatisering is te lezen in zijn lezenswaardige boek ‘Terug in de toekomst’. Wij gaan terug naar het jaar 1988. Toen verscheen BIOS-1, de eerste grote nota over het automatiseringsbeleid van de overheid. De nota moest verbeteringen initiëren voor de grote problemen met complexe IT-projecten van de overheid uit die tijd. Destijds werden daarbij de volgende  knelpunten onderkend: ontbreken van voldoende kennis, onduidelijkheden over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden, onvoldoende beheersing van complexe informatiesystemen, onduidelijkheid over de wijze van doorberekening van kosten, ontbreken van een adequaat beveiligingsbeleid en ontbreken van informatiebepalingen in wet- en regelgeving. Vandaag de dag kampt de overheid nog met exact dezelfde problemen.

Een aantal mensen die afgelopen decennia hun stempel heeft gedrukt op het automatiseringsbeleid van de overheid blikt in het boek terug op de ontwikkelingen. Zo memoreert Jacob Kohnstamm zijn toespraak in 2014 voor het 100e partijcongres van D66 over hoe een partijcongres er over 50 jaar uit zou kunnen zien: “Ik had toen weinig tijd om dat goed voor te bereiden en greep terug op een oude toespraak die ik ooit als partijvoorzitter in 1983 had gehouden. Ik las die gewoon voor, inclusief de uitspraak dat er snel een integratie zou komen van computers, tv en telefonie. Congressen zouden nauwelijks meer nodig zijn. Besluitvorming zou – zo meldde ik toen – allemaal van huis uit te regelen zijn. Dit was voor die tijd nog ongehoord.”

Als vertegenwoordiger van het bedrijfsleven geef ik ook mijn visie in Meijer’s boek op basis van mijn ervaring van afgelopen dertig jaar met grote IT-projecten binnen de overheid. Ik herinner nog mijn eerste grote overheidsproject: ‘Verbetering Financieel Beheer’ bij de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Onderwijs in Groningen. Van overheidsfinanciën had ik geen kennis, maar die haalde ik op tijdens het project. Binnen twee jaar was ik een deskundige op het terrein van financieel beheer. Op basis van die kennis werd ik ingezet op projecten bij de ministeries van VROM, Verkeer en Waterstaat en Justitie. Hoewel de ministeries gezamenlijk één financieel systeem hadden kunnen ontwikkelen, ging ieder voor zich. Bij ieder ministerie werd een specifieke kas- verplichtingenadministratie als maatwerk ontwikkeld. Met een beroep op de eigen autonomie werden vervolgens ook voor de ondersteuning van generieke processen voor iedere gemeente, politiekorps, provincie en waterschap eigen (maatwerk)systemen gebouwd.

Ondanks alles heeft de digitalisering een grote vlucht genomen binnen de Nederlandse overheid. De meeste projecten werden succesvol afgesloten en ook de onderlinge samenwerking kwam op gang. Maar dat haalde zelden het nieuws. Alle aandacht van de media ging uit naar de veel te ambitieuze projecten die uit de bocht vlogen en veel te laat werden bijgestuurd. Een parlementaire commissie onder leiding van Ton Elias onderzocht tien projecten die tien jaar daarvoor fout waren gelopen. De commissie trok daaruit de conclusie dat de overheid jaarlijks één tot vijf miljard euro verspilt met IT-projecten. Dat is zeer onwaarschijnlijk, want de overheid geeft nog geen miljard euro per jaar uit aan IT-projecten. Van de tien miljard die de overheid jaarlijks naar schatting aan IT uitgeeft gaat minstens driekwart op aan het in stand houden van de systemen. Het zijn de transactiesystemen, die veelal als maatwerk in de jaren tachtig en negentig zijn ontwikkeld, die een steeds groter risico vormen. De legacy is een erfenis voortkomend uit het maakbaarheidsideaal van de vorige eeuw. De beheerkosten van de legacy-systemen rijzen inmiddels de pan uit. Vijf jaar geleden pleitte ik in het fd voor een ‘deltaplan voor IT van de overheid‘. Overheid en bedrijfsleven zouden daarvoor de handen ineen moeten slaan. Hopelijk moet er niet eerst weer een ramp gebeuren voordat er gecoördineerde actie wordt ondernomen.

Wat leert de overheid op het terrein van IT? Meijer citeert voormalig topambtenaar Koos van der Steenhoven: “Nog steeds worden dezelfde fouten gemaakt. Zo is het PGB-drama weer een voorbeeld dat je een organisatie als de SVB, die gewend is aan bulkverwerking zoals de AOW en kinderbijslag, nu opeens inzet voor maatwerkregelingen, wat de PGB nu eenmaal is.” Per saldo hebben de politiek, de overheid en het bedrijfsleven weinig geleerd van dertig jaar automatiseringsbeleid van de Nederlandse overheid. Het zijn de mensen die individueel en collectief leren. Hoe groter het verloop (zoals in de Tweede Kamer) des te geringer het lerend vermogen.

Kiezers zijn de verliezers

tom-pof

Hillary Clinton wijt haar verlies van de presidentsverkiezingen aan een gerichte aanval van Vladimir Poetin. De Russische president zou hackers hebben aangestuurd die e-mailaccounts van de Democratische partijtop en van campagnechef John Podesta hebben gehackt en gelekt uit persoonlijke wrok die Poetin jegens Clinton koesterde. Het is de klassieke reflex om de oorzaak van een nederlaag buiten zichzelf te zoeken. De informatieroof heeft ongetwijfeld de verkiezingen beïnvloed, maar de oorzaken kunnen beter dichter bij huis worden gezocht.

In het huidige digitale tijdperk moeten politici zich realiseren dat zij kwetsbaar zijn voor aanvallen van cybercriminelen. Zij kunnen zich wapenen door een goede beveiliging. Zowel de preventieve als de curatieve beveiliging is de meeste politieke partijen ver onder de maat. Als je als politicus mail verstuurt vanaf een privé server of vanaf een eigen gmail account, dan ben je een prooi voor hackers. De campagnechef gebruikte zijn gmail en trapte in de val van een eenvoudige phishing-mail. Russische hackers waren geruime tijd geïnfiltreerd in het netwerk van de Democratische partij, voordat daadwerkelijk actie werd ondernomen. De beveiliging werd overgelaten aan een inhuurkracht. De inbraak drong veel te laat door tot de partijtop.

Hackers speelden de informatie door naar WikiLeaks, die de publicatie tijdens de verkiezingscampagne uitsmeerde na de Democratische conventie. De kandidaten gebruikten de inbraak voor eigen politiek gewin en veiligheidsdiensten straalden verdeeldheid uit over oorzaak en motief van de computerinbraak. Hoewel de mails weinig nieuwswaarde bevatte dook de Amerikaanse pers er bovenop. De gelekte mails werden door de media onnodig belangrijk gemaakt en gekleurd geduid. Het publiek werd daarbovenop nog eens geconfronteerd met een grote stroom nepberichten via de sociale media.

DONALD TRUMP

“If Russia, or some other entity, was hacking, why did the White House wait so long to act? Why did they only complain after Hillary lost?”

— PolitiFact National on Thursday, December 15th, 2016

Wie treft de meeste blaam voor beïnvloeding van de verkiezingen? De democratische partij die haar beveiliging niet op orde had, de hackers die informatie hebben buitgemaakt, WikiLeaks die de documenten heeft gepubliceerd, de pers die de zaak heeft opgeblazen, informatiediensten en kandidaten die rollebollend over straat gingen of het publiek dat zich liet beïnvloeden? De Democratische partij heeft het onheil over zichzelf afgeroepen en de traditionele media zijn toe aan een grondige zelfreflectie. De pers ontketende tijdens de verkiezingscampagne een hype over gestolen berichten die weinig nieuwswaarde bevatten en na de verkiezingen berichtten zij over het huzarenstukje van de schuldigen die het democratisch proces zouden hebben verstoord.

Uiteindelijk zijn de kiezers de grote verliezers. Zij worden overladen met informatie van politici en (sociale) media en weten niet meer wat de waarheid is en wie zij kunnen vertrouwen. Zo blijkt 52 procent van de Republikeinse kiezers te geloven dat Donald Trump in absolute zin de meeste stemmen heeft behaald. Sociale media moeten worden gedwongen hun berichten te filteren op onjuiste feiten. Uitspraken in debatten zouden gelijktijdig gecheckt kunnen worden op juistheid. Tenslotte zouden politici vrijwillig hun mailverkeer vrij kunnen geven. Hackers hoeven er dan geen jacht meer op te maken en de interesse bij de media zal wegebben.

Gedigitaliseerd vertrouwen

touwtje

Het vertrouwen in bestuurders van pensioenfondsen, woningbouwcorporaties, banken en verzekeraars is gedaald naar een absoluut dieptepunt. Burgers vertrouwen de politiek niet meer en keren zich af van traditionele politieke partijen. De overheid vertrouwt de burgers niet en regelt alles dicht. Als we elkaar niet meer vertrouwen, wie vertrouwen we dan nog wel? Computers misschien?

Bij De Wereld Draait Door keek Jan Terlouw terug op de ontwikkelingen van de laatste decennia. Hij legde daarin de nadruk op het vertrouwen dat we afgelopen jaren kwijt zijn geraakt. “Wat ik vroeger met een handdruk bekrachtigde, dat gaat nu met vijf contracten” en “Als ik nu een brug moet bouwen dan heb ik meer juristen nodig dan ingenieurs” tekende Terlouw recent op van ondernemers. Waar is het touwtje gebleven dat in de vijftiger jaren  uit elke brievenbussen hing, vroeg Terlouw zich af. Het verdwenen touwtje gebruikte hij als metafoor voor het afnemend vertrouwen in onze samenleving.

In de laatste decennia is veel veranderd. De postbode bezorgt nauwelijks nog brieven en postkaartjes. De melkboer rijdt niet meer door de straat. Kinderen spelen niet meer buiten. De fysieke wereld verschuift naar de virtuele wereld. Wij communiceren via het internet en doen er onze bankzaken, onze inkopen en andere transacties. Meer dan de helft van de transacties tussen overheid en burgers loopt inmiddels via het digitale kanaal. Het vertrouwen in digitale diensten lijkt groot. Velen zijn zich onvoldoende bewust van de bedreigingen op het internet. Ondertussen vissen hackers en cybercriminelen volledig onzichtbaar naar de vele loshangende touwtjes in ons onveilige internet.

Afgelopen jaar is een ware hype ontstaan rond blockchain. Deze technologie achter bijvoorbeeld de bitcoin wordt beschouwd als de grootste innovatie sinds het internet. Mensen kunnen daardoor geld naar elkaar overmaken zonder tussenkomst van een bank. Deskundigen beweren dat blockchain het onderling vertrouwen digitaliseert. De mogelijkheden lijken onbegrensd. Transacties via derde partijen kunnen we voortaan via blockchain zonder tussenkomst digitaliseren. Derde partijen – zoals overheid, banken en notaris – voor het waarborgen van vertrouwen worden daardoor overbodig.

De blockchain technologie is veelbelovend. Het kan transacties goedkoper, efficiënter en veiliger maken. Wij moeten ons evenwel bewust blijven van de (on)volwassenheid van nieuwe technologie en de (on)veiligheid van het verkeer op internet. Er lijkt nu een blind vertrouwen in nieuwe technologie. Biedt digitalisering dan de oplossing voor het groeiende wantrouwen in onze samenleving? Blockchain kan een aanjager zijn om het onderlinge vertrouwen te bevorderen, maar vertrouwen is voornamelijk mensenwerk. Vertrouwen is het cement dat de samenleving bindt, door geloof dat de ander eerlijk is en het goede zal doen op een manier die ons niet zal benadelen.

Pijnlijke rekenfouten

on_the_rim_of_schiaparelli_crater

Wat hebben marsmissies, gemeente Amsterdam en premier Rutte met elkaar gemeen? Allen vielen ooit ten prooi aan rekenfouten. Knullige fouten die voorkomen hadden moeten worden. Maar helaas werden ze niet tijdig gesignaleerd en gecorrigeerd, met uiteindelijk grote gevolgen.

Parachute of remmotor

Vorige maand werd een rekenfout marslander Schiaparelli fataal. Kort nadat de parachute van de lander was opengegaan gaf de meetapparatuur een negatieve hoogteschatting door. De parachute werd daarna losgekoppeld en de remmotoren geactiveerd. In werkelijkheid was er nog een kleine vier kilometer te gaan. De Europese Mars missie eindigde in een explosie van marslander Schiaparelli op de planeet.

Centimeter of inch

Eind vorige eeuw ging ook al eens een ruimtesonde verloren op Mars. Het was Mars Climate Orbiter. De reis van tien maanden naar Mars was goed verlopen, maar kort nadat de sonde in een baan om de planeet gebracht zou worden ging het mis. De Climate Orbiter kwam te dicht bij de planeet en verbrandde in de atmosfeer of stortte neer. De oorzaak was een communicatiefout tussen de twee constructeurs van de sonde. Het navigatieteam van Jet Propulsion Laboratory had metrische maten gehanteerd (meters, centimeters en kilo’s) bij de berekeningen, maar het constructieteam van Lockheed Martin Astronautics in Denver had de sonde ontworpen en gebouwd op basis van Engelse maten (feet, inches en pounds).

Decimale komma of punt

Drie jaar terug kwam een rekenfout de gemeente Amsterdam duur te staan. Door een kommafout maakte de gemeente 188 miljoen euro over aan mensen in de bijstand, terwijl dit eigenlijk 1,88 miljoen had moeten zijn. Hierdoor kregen ruim 9.000 minima duizenden euro’s meer op hun rekening gestort dan de bedoeling was.  Administratieve problemen en gebrek aan controle bij de gemeente hebben ertoe geleid dat tientallen miljoenen gemeenschapsgeld zoek zijn geraakt. Gemeentelijke diensten zijn maandenlang bezig geweest om het geld op te sporen en terug te vorderen.

Inclusief of exclusief

Vijf jaar geleden verslikte premier Rutte zich in de bedragen die met het tweede steunpakket aan Griekenland zijn gemoeid. Rutte vertelde aan de pers dat de Grieken 109 miljard euro zouden krijgen, waarvan 50 miljard door private partijen bijeen zou worden gebracht. Tijdens de top had Rutte echter ingestemd met een steunbedrag van 159 miljard, waarvan 109 miljard van de Europese Unie. ‘Ik ben er vandaag acht uur mee bezig geweest, dus ik zit goed in de cijfers. Ik kan me voorstellen dat u nog even aan boord moet komen, maar het klopt allemaal.’ meldde Rutte destijds aan toegestroomde journalisten.

Wetenschappers, overheidsdienaren en politici

In de wetenschap zijn onopgemerkte rekenfouten meestal fataal. De overheid wentelt de fouten onvermijdelijk af op de samenleving. Politici bluffen zich een weg in halve en hele onwaarheden.

Multitasken in het verkeer

distracted-driving-01

De verkeersleider bij de treinbotsing op 9 februari 2016 in het Duitse Bad Aibling bekende tijdens de rechtszaak dat hij met zijn mobiele telefoon zat te spelen.  Hij gaf toe daardoor een verkeerd signaal te hebben afgegeven waardoor het fatale ongeluk kon plaatsvinden. Daarbij kwamen twaalf mensen om het leven. Een Poolse vrachtwagenchauffeur die tijdens het rijden met zijn mobieltje zat te spelen reed in de zomer 2016 op een snelweg in Groot-Brittannië vier personen dood, waaronder drie kinderen. Schokkende beelden vanuit de cabine laten zien dat de chauffeur meer aandacht heeft voor zijn mobiel dan voor het verkeer.

Dit soort berichten komen de laatste tijd in toenemende mate in het nieuws. Het gebruik van de mobiele telefoon tijdens het verkeer is levensgevaarlijk. Toch zondigt iedereen zich er wel eens aan. We sturen snel een sms, WhatsApp bericht of checken tijdens het rijden onze mail. Enige tijd heb ik mij er ook schuldig aan gemaakt. Ik stuurde een Twitterberichtje als er weer een file stond, checkte af en toe in met Foursquare en reageerde via Twitter op het nieuws om mijn tijd te doden in de file. ’s Avonds op weg naar huis maakte ik er een sport van via Twitter te reageren op een stelling van Joost Eerdmans in zijn programma Avondspits.

Gelukkig gaan ook veel ICT-projecten goed binnen de overheid, maar faalprojecten krijgen helaas alle publiciteit #Eerdmans #wnl

#oneens een referendum over de bezuinigingen hebben we al eens in de vier jaar #Eerdmans #wnl

Wilhelmus is een mooi historisch lied. Laten we vooral zesde couplet leren: de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt. #Eerdmans

Daarna was het natuurlijk extra leuk als mijn reactie ook werd voorgelezen in het programma. Ook reageerde ik af en toe op de fileberichten tijdens het Radio1 Journaal.

Files door gesloten spitsstroken. Zo dicht is de mist niet. Moeten die camera’s echt haarscherpe beelden hebben? #R1J

Kort daarop werd mijn tweet op de radio voorgelezen. Rijkswaterstaat werd in de uitzending om uitleg gevraagd.

Enkele jaren geleden ben ik gestopt met sociale media in het verkeer. Ik merkte dat het typen tijdens het rijden heel moeizaam gaat en de concentratie op de weg verslapt. Ook het (handsfree) bellen vreet aandacht. Vaak neem ik een verkeerde afslag tijdens het bellen in de auto. Daarom check ik voortaan vooraf de fileberichten en geef daarna mijn verwachte aankomsttijd door aan het thuisfront. Mijn mobiele telefoon toont de routenavigatie en de radio staat voortaan afgestemd op Business News Radio. Een app om het mobieltje te vergrendelen tijdens het rijden heb ik niet nodig.

Een tijdje terug nam ik deel aan een workshop van Mark Tigchelaar om kennis te maken met zijn methode die je sneller en beter laat lezen door je op één taak te richten. Hij vertelde ons dat een mens helemaal niet goed is in multitasken: ‘Als je twee of meer dingen tegelijk doet, ben je gemiddeld vier tot tien keer langer bezig om alle taken uit te voeren en maak je significant meer fouten in elke taak.’ Hij liet ons een zin opschrijven gevolgd door een cijferreeks die gelijk was aan het aantal letters van de zin. Dat ging foutloos in recordtempo. Daarna moesten wij dezelfde oefening doen, maar dan door afwisselend een letter en een cijfer op te schrijven. Dat duurde minstens twee keer zo lang. Het schrift was ook nog eens slordig en de reeksen bleken bij veel mensen niet meer aan te sluiten. Voor mij was daarmee ook definitief het bewijs geleverd dat de mens niet kan mutitasken in het verkeer.

Een feest van de democratie

2016-11-20_17-33-47_000

Het Oekrainereferendum, de Brexit en de verkiezing van Trump tekenen de trend van de huidige westerse democratie. Kiezers lijken massaal op drift. Zij keren zich tegen traditionele en gevestigde partijen en zoeken hun heil bij populistische groeperingen. Inmiddels heeft het populisme ook de meeste traditionele partijen besmet. Kan deze trend nog tot stilstand worden gebracht?

CDA-leider Sybrand Buma doet een goede aanzet in zijn nieuwe boek ‘Tegen het cynisme. Voor een nieuwe moraal in de politiek’. Daarin steekt hij ook de hand in eigen boezem en trekt ten strijde tegen het cynisme. “De politiek is cynisch en biedt de kiezer eerder minder dan meer vertrouwen. Je ziet een ontwikkeling van mensen die zich verdrukt voelen in een tijd van globalisering. De verkiezing van Donald Trump is eigenlijk een uiting van grote onzekerheid en mensen die afhaken bij het politieke systeem”, zegt Buma in een interview. Buma beschrijft de ontwikkeling van de politiek in een historisch perspectief. Daarbij gaat hij terug naar het tijdperk van de oude Grieken. Ook beschrijft hij uitgebreid hoe het kabinet Rutte I voortijdig viel nadat de PVV-onderhandelaars uit het Catshuis waren weggelopen met het akkoord in zicht. Hij moest zijn zoon met spoed een kostuum laten bezorgen om stemmig gekleed aan te kunnen schuiven bij de persconferentie.

Buma verzuimt te vermelden hoe het kabinet tot stand kwam en hoe de kritiek binnen de partij destijds werd weggewuifd. Op 2 oktober 2010 CDA hield het congres over de voorgenomen regeringsdeelname nog vóórdat de Tweede Kamerfractie ermee had ingestemd. Ruim een miljoen kijkers waren destijds getuige van het CDA-formatiecongres dat rechtstreeks werd uitgezonden. Veel CDA-prominenten hebben de partijtop tijdens het congres gewaarschuwd en daarin met terugwerkende kracht hun gelijk gekregen.

“Doe dit de mensen van ons land niet aan, doe dit onze partij niet aan, doe dit het land niet aan” sprak Ernst Hirsch Ballin tot het CDA-congres. Hij was oprecht bezorgd over de toekomst van zijn partij en de inhoud van het gedoogakkoord, waaronder de beperkingen voor migratie en naturalisatie. Hij vreesde dat een grote groep zou worden uitgesloten en bestempeld tot tweederangs burgers. Veel oudgedienden binnen het CDA spraken zich op het congres uit tegen de samenwerking met de PVV. Hannie van Leeuwen: “Ik stem tegen, maar loop niet weg en blijf vechten”. De 95-jarige oud-premier Piet de Jong zei het als volgt: “Dat ik dat op mijn oude dag moet meemaken, dat de hand wordt gelicht met de godsdienstvrijheid. Dat kan niet.” De nieuwe generatie onder aanvoering van Camiel Eurlings en Maxime Verhagen hielden daarentegen een pleidooi om niet weg te lopen voor de verantwoordelijkheden.

Zo tekende zich een diepe verdeeldheid af in het CDA, die voor eenieder zichtbaar was tijdens de uitzending van het partijcongres. De debatten waren fel en emotioneel. De ‘C’ van Christelijk was ver te zoeken. Tot er gestemd moest worden. In de banken werden de collectemandjes doorgegeven waarin de leden een stembiljet konden plaatsen. Hoewel vooraf bekend was dat een ruime meerderheid zich voor kabinetsdeelname zou uitspreken was de exacte uitslag nog lang spannend. Eerst werd met hand opsteken gestemd: “Als je voor bent stem je tegen, duidelijker kan ik het niet zeggen”. Daarna met gekleurde briefjes. Geel voor een voorstem en geel voor een tegenstem. Nadat alle stemmen handmatig waren geteld bleek dat twee derde voor deelname aan het kabinet had gestemd. De voorzitter maakte bekend dat 1274 leden, een derde van alle stemmen, tegen had gestemd. Voor een CDA congres, dat gewend is dergelijke besluiten met unanimiteit aan te nemen, was dat een historisch groot aantal.

Maxime Verhagen besloot het congres met: “Dit is een feest, een feest van de democratie”.

Presteren op Amerikaans water

2016-11-03_10-29-10_000

Een opvallend verschil in de beleving van de roeisport tussen de Amerikanen en de Nederlanders wordt zichtbaar na bezoek van een willekeurig botenhuis. De centrale ruimte van een Amerikaans botenhuis is een fitnessruimte met veel roeiergometers en fitnessapparaten. De centrale plek van een Nederlands botenhuis wordt gevuld door een bar en gezellige zitjes. In het clubhuis van een Amerikaanse roeivereniging is geen koffie of drank verkrijgbaar. Dat is bij wet verboden naar het schijnt.

Vorige maand waren wij met onze ploeg te gast in het prestigieuze Henderson’s Boathouse van Northeastern University om ons voor te bereiden op de Head of the Charles. Dit is de grootste roeiwedstrijd ter wereld die over twee dagen wordt gehouden.  Maar liefst 820 roeiverenigingen uit binnen- en buitenland zijn vertegenwoordigd in deze wedstrijd over 3 mijl op de rivier in Boston. Om deel te nemen aan de wedstrijd moeten de ploegen voldoen aan strenge prestatiecriteria. Uiteindelijk worden  meer dan 10 duizend roei(st)ers in 2.256 ploegen toegelaten voor deelname aan de wedstrijd.

De dagen voor het wedstrijdweekend draait alles rond de rivier om de roeisport. Twee dagen lang rijden botenwagens af en aan om de boten af te leveren. In een strook van een kilometer vanaf de finish worden de boten opgestapeld in stellingen. Via een groot aantal extra vlotten langs de wal kunnen de boten snel het water op. Een groot terrein is gevuld met stands waar bootmerken, materiaal en kleding wordt aangeprezen. Er is ook een verkooppunt voor donuts, hamburgers en koffie. Maar verder draait alles om het sportieve karakter van het evenement. Een biertent en een dweilband tref je er niet aan.

Een dag voor de wedstrijd worden de boten in gereedheid gebracht. De ploegen gaan het water op om de baan te verkennen. In file varen ze onder strakke begeleiding van officials in motorbootjes naar de start en varen aan de overzijde van de rivier weer terug. Op het botenterrein staat ook een groot aantal tenten met roeiergometers. Met hele ploegen tegelijk wordt er warm gedraaid op de zoemende apparaten. In een reusachtige tent van de organisatie staan ploegen in de rij om hun rugnummers en boegnummers op te halen. Dat kan niet eerder dan nadat iedere roei(st)er een verklaring heeft ingevuld en ondertekend. Zij moeten individueel verklaren zelf de verantwoordelijk te zijn voor de gevolgen van eventuele ongelukken.

Op de wedstrijddagen loopt alles op rolletjes. Vanaf half negen in de ochtend passeren de eerste ploegen de finish. Onder de eerste finishers is ook een roeister van onze vereniging. Zij zal het skiffveld in haar leeftijdsklasse winnen. Wij eindigen uiteindelijk in de middenmoot van ons veld van roeiploegen die gemiddeld 10 tot 20 jaar jonger dan wij zijn. Wij zijn tevreden over onze race en onze stuurvrouw heeft strak gestuurd. Die middag bekijken we vanaf het terras bij Harvard naar een spannende strijd tussen de universiteitsteams. Nu zien we ook hoe belangrijk het sturen in de bochten is. Onder de brug zien we de nodige aanvaringen omdat de opgelopen ploegen niet tijdig ruimte geven.

Een blik op de deelnemerslijst leert dat in veel universiteitsploegen buitenlandse roeiers zitten. Toptalenten worden naar Amerika gelokt met een prestigieuze studiebeurs. Recruiters van Amerikaanse universiteiten speuren naar buitenlands talent. De hoofdcoach van Northeastern University vertelde ons dat hij goede zaken had gedaan met het aantrekken van talent tijdens het wereldkampioenschap roeien in Rotterdam deze zomer. Afgelopen jaren trokken roeiers uit onze succesvolle nationale juniorenequipe naar Amerikaanse universiteiten. De roeiers leveren dan misschien wat Hollandse gezelligheid in, maar verhuizen wel naar een prestatiegerichte cultuur waar talent wordt gekoesterd. In Amerika worden de roeiers door universiteiten gestimuleerd zowel in hun studie als op het water te presteren.

2016-11-06_20-58-12_000

 

Niet verleiden maar verplichten

eekhoornbrug

Vlakbij het Koninklijk paleis Huis ten Bosch werd vier jaar geleden een gloednieuwe brug voor eekhoorns in gebruik gesteld. Via de brug kunnen de knaagdiertjes veilig de drukke Benoordenhoutseweg oversteken. Een camera houdt het eenkhoornverkeer nauwlettend in de gaten. Pas na twee jaar werd de eerste eekhoorn op de brug gesignaleerd. Slechts twee eenkhoorntjes schijnen afgelopen jaar de brug te hebben gebruikt. De diertjes laten zich blijkbaar niet verleiden tot een oversteek via de eenkhoornbrug.

Eenzelfde soort verleiding past de overheid ook toe bij de uitrol van de digitale overheid snelweg. Met veel enthousiasme worden digitale bruggen aan burgers en bedrijven gepresenteerd, zoals overheid.nl, rijksoverheid.nl en mijnoverheid.nl. Daarna verwacht de overheid dat de bruggen massaal worden gebruikt. Maar helaas, niemand snapt het verschil tussen overheid.nl, rijksoverheid.nl en mijnoverheid.nl. Burgers en bedrijven gaan ook niet spontaan langs de digitale weg met de overheid communiceren.

Drie jaar geleden verkondigde minister Blok tijdens het iBestuur-congres dat het er vooral op aankomt om meer burgers te verleiden om de digitale overheid te gebruiken. Die burgers moeten vooral het vertrouwen hebben dat hun gegevens veilig zijn bij de overheid: “Als we dat goed doen – en dat kan – kunnen we ervoor zorgen dat mensen in 2017 massaal langs digitale weg met de overheid gaan communiceren. Niet omdat ze gedwongen worden, maar door verleiding.”

Eind vorig jaar maakte verleiding plaats voor dwang na inwerkingtreding van de Wet elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst. Deze wet digitaliseert het elektronische berichtenverkeer met de fiscus. Na een tweejarige gewenningsperiode worden alle burgers de digitale snelweg op gestuurd. De aangifte kan nu al worden gedaan en opgehaald onder MijnBelastingdienst. Boven de aangifte staat de vermelding van de aanslag inkomstenbelasting. Met één klik had je de pdf van de aanslag kunnen ophalen, maar de vermelding bevat geen hyperlink. Wie zijn belastingaanslag digitaal wil zien moet een MijnOverheid account activeren, in dat portaal opnieuw met DigiD inloggen, de meldingen wegklikken, de berichtenbox openen, het bericht van de aanslag openen en tenslotte in de bijlage van het bericht de pdf van de aanslag openen. Makkelijker kunnen ze het blijkbaar niet maken.

Correspondentie

Onderwerp Afzender Datum
definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 Niet met ons eens? Belastingdienst (per post) 06-05-2016
definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 Belastingdienst (digitaal) 04-05-2016
aangifte inkomstenbelasting 2015 Uzelf (digitaal) 15-03-2016

Het verplichte gebruik van de berichtenbox heeft het aantal gebruikers in een jaar tijd verdrievoudigd. Inmiddels hebben vijf miljoen Nederlanders een MijnOverheid account geopend. Minister Plasterk toont zich tevreden: “De overheid sluit aan bij een ontwikkeling die zich in een vlug tempo voltrekt. Zeker als het gaat om de relatie tussen overheid, burgers en bedrijven.” Nu moeten we alleen die Haagse eekhoorntjes nog dwingen hun brug te gaan gebruiken. De gemeente zou kunnen overwegen een paar vossen uit te zetten in het Haagse bos . Daardoor zouden de eekhoorns worden gedwongen over de weg naar het landgoed Clingendael te vluchten met de brug als veilige oversteekroute.