Nieuwe manieren van inloggen

In Estland zijn alle inwoners digitaal burger. Iedere burger heeft een ID-kaart met een chip die je met behulp van een scanner aan je computer kan koppelen. De kaart is naast persoonsbewijs ook een digitale handtekening, een ov-kaart, een verzekeringspas en identificatie voor internetbankieren en internetstemmen. Burgers in Estland kunnen met behulp van hun ID-kaart via internet inzien welke data over hen wordt opgeslagen, zoals hun elektronisch patiëntendossier, en wie hun gegevens heeft geraadpleegd.
In ons land is de Estse transparantie nog verre toekomstmuziek. Onze overheid is druk met de organisatie van studiereizen naar Estland, plannenmakerij over onze digitale infrastructuur en pilots met een nieuw systeem voor elektronische identificatie. Voorlopig moeten we het doen met een verouderd DigiD voor burgerzaken, eHerkenning voor zaken tussen bedrijven en overheid, bankpassen voor elektronisch bankieren, een rijkspas voor rijksambtenaren, een ov-kaart voor openbaar vervoer, een rijbewijs voor wegverkeer, een paspoort voor identificatie en talrijke onveilige inlogcodes, pincodes en wachtwoorden voor verzekeringen, webshops, sociale media en persoonlijke data in de cloud.
Als burger doe ik persoonlijk zelden zaken met de overheid. Een keer per jaar inloggen bij de Belastingdienst om mijn IB-aangifte te doen. Daar blijft het eigenlijk wel bij. Een overheidsdienst die ik zakelijk vrijwel dagelijks naar volle tevredenheid gebruik is TenderNed, het aanbestedingssysteem van de overheid. De website is gebruikersvriendelijk en overzichtelijk. Je kunt een persoonlijk profiel aanmaken, wordt geattendeerd op passende publicaties en kunt digitaal inschrijven op een aanbesteding. Sinds vorig jaar is inloggen via eHerkenning verplicht gesteld voor bedrijven die willen inschrijven. Voortaan krijg ik daarvoor ook een rekening, die ik braaf betaal.
Vorige week kon ik opeens niet meer inloggen op TenderNed. Ik kwam in een installatieprogramma van Digidentity terecht met de melding: ‘We are currently experiencing an issue’. Ik belde de servicedesk van Digidentity die beaamde dat er een storing was die mogelijk reeds verholpen zou zijn. Ik kreeg het advies om nog een keer het installatieprogramma te proberen. Mijn protest dat ik mij alleen met aanbestedingen bezig wilde houden hielp niet. Digidentity was overgegaan op een nieuw platform en gebruikers moeten zelf migreren. Stap voor stap doorliep ik onder begeleiding de migratie. Ik vulde opnieuw mijn telefoonnummer in. Ook moest ik mijn bankrekeningnummer ingeven. “Waar is dat voor?” ”Daar gaan we later misschien iets mee doen.” was het weinig geruststellende antwoord. Nadat ik de migratie succesvol had voltooid vroeg ik of ik nu weer kon inloggen op TenderNed. “Nee dat kan niet, u moet nog koppelen met TenderNed en ik kan u daarbij niet helpen.”
Het inloggen via eHerkenning lukte inderdaad nog niet, maar de status in TenderNed vermeldde wel ‘gekoppeld’. Ik besloot de servicedesk van TenderNed te bellen. Nu bleek dat ik eerst moest ontkoppelen en daarna opnieuw koppelen. ‘Binnen enkele dagen wordt uw account gekoppeld’ was de boodschap nadat ik volgens instructies van de servicedesk de noodzakelijke stappen had doorlopen. Een vriendelijke dame van de servicedesk beloofde de koppeling direct te activeren. Via twitter vroeg ik mij af waar het probleem lag: bij Digidentity of bij TenderNed? “Er is een technische storing bij Digidentity. Heb zojuist met hun contact gehad hierover.” meldde de TenderNed webcare. “Er is geen storing bij Digidentity. TenderNed moet het account herkoppelen. Migratie toonde dat TenderNed implementatie niet zoals geadviseerd is.” antwoordde de Digidentity webcare.
Mijn ervaring toont aan dat nog altijd de techniek en niet de gebruiker centraal staat in de dienstverlening. Er wordt nu hard gewerkt aan een nieuw Nederlandse systeem voor elektronische identitificatie: Idensys. ‘Op dit moment testen verschillende organisaties of Idensys goed werkt. Medio 2016 worden de uitkomsten van de pilots door het kabinet besproken. De uitkomsten worden gebruikt voor de verdere ontwikkeling van Idensys.’ lees ik op de website van Idensys. We hebben nog een lange weg te gaan en mij bekruipt het bange gevoel dat het nog ingewikkelder wordt en de oude systemen en de verkokerde dienstverlening in tact blijven. Mocht het inderdaad die kant uitgaan, dan kunnen we altijd nog het e-burgerschap in Estland aanvragen.
Wanneer slimme technologie een vlucht neemt

Niet overheidsbeleid maar technologische vooruitgang zorgt voor maatschappelijke veranderingen. Nieuwe technologieën zijn de drijvende kracht voor de economische groei. Ze kunnen ook bijdragen aan een veilige en gezonde samenleving. De veranderingen voltrekken zich in een razendsnel tempo. Aan de overheid de taak die veranderingen met regelgeving in goede banen te leiden. Dat is geen eenvoudige opgave, want de wetgever loopt per definitie achter bij technologische ontwikkelingen.
We staan nog maar aan het begin van een digitale revolutie. Lang voordat er sprake was van regelgeving veroverden de Amerikaanse deelplatforms de Europese markt. Consumenten waarderen het gemak van de platforms, maar traditionele bedrijven zien inmiddels omzet wegvloeien. Buurtbewoners klagen over overlast van Airbnb huurders. Taxichauffeurs vrezen oneerlijke concurrentie door de Uber app. De overheid staat voor een geweldige opgave om machtsconcentratie van internetbedrijven te beteugelen, sociale bescherming voor werknemers te waarborgen en de veiligheid voor klanten te bewaken. De belastingdienst moet zich nog een plaats veroveren in de nieuwe deeleconomie.
Veranderingen door techniek voltrekken zich in een steeds hoger tempo. Het duurde meer dan zestig jaar voordat meer dan de helft van de bevolking een telefoon bezat. Binnen twintig jaar bezat meer dan 50 procent van alle Nederlanders een PC. De adoptie van het internet duurde 15 jaar. Binnen 10 jaar had meer dan 80 procent van de bevolking een smartphone. Streamingdiensten en deelplatforms veroverden de markt binnen enkele jaren. Pokémon Go deed dat in een maand tijd.
Tegenover de snelheid van technische innovaties staat de traagheid van het openbaar bestuur. De doorlooptijd van een gemiddeld wetsvoorstel in Tweede en Eerste Kamer bedraagt gemiddeld 375 dagen. Dat is dan nog exclusief de beleidsvoorbereiding en de implementatie. Ook binnen bestaande regelgeving draaien de ambtelijke molens traag. Zo kan het wel twee jaar duren voordat alle vergunningen rond zijn om met drones aan de slag te gaan. Nederland dreigt door de traagheid van het openbaar bestuur een achterstand op te lopen ten opzichte van andere Europese landen. Richard van Zwol, secretaris generaal BZK, pleitte daarom vorig jaar voor vergroting van de handelingssnelheid en aanpassingsvermogen van het openbaar bestuur.
Technologische innovaties bieden kansen voor onze samenleving en economie. Dankzij e-health kunnen mensen in de toekomst zelf regie nemen over hun gezondheidszorg. Dit biedt ook mogelijkheden voor meer preventie en kostenbesparing. Drones kunnen worden ingezet voor het monitoren van wegen, hoogspanningsmasten, dijken, windmolens, zonnepanelen, bruggen en agrarische gewassen. Ook valt te denken aan crowd control en in kaart brengen van verkeersongelukken en andere calamiteiten. De mogelijkheden zijn legio, maar de kansen blijven vooralsnog onbenut. De markt wacht op toestemming van overheidswege. Wanneer slimme technologie een vlucht neemt kan de overheid niet achterblijven.
Kies standaard technologie voor betere dienstverlening

Een maatpak staat voor chique, persoonlijk en keuzevrijheid. Maatwerksoftware daarentegen staat voor risicovol, kinderziektes en inflexibel. Software die standaard in de markt verkrijgbaar is ga je niet zelf ontwikkelen. Dan kies je uiteraard voor bewezen technologie. Dat lijkt logisch, maar toch kiest onze overheid veelvuldig doelbewust voor maatwerksoftware.
Zo wees de overheid het aanbod van een operationeel standaard online marktplein voor Europese aanbestedingen resoluut van de hand. Het aangeboden softwarepakket had zich in andere Europese landen bewezen voor ondersteuning van het Europese aanbestedingsproces. Het werd beschouwd als de kwalitatief beste, meest complete en goedkoopste oplossing. Juristen adviseerden echter de aanbieding ongeldig te verklaren, omdat gunning op juridische gronden niet toegestaan zou zijn. Regelgeving schrijft namelijk voor dat een dienstenaanbesteding een vast percentage levering (van standaardsoftware) niet mag overschrijden. Het systeem werd daarom uiteindelijk van scratch in maatwerk ontwikkeld. De ontwikkeling liep vertraging op. Door geldgebrek konden de ambities niet volledig worden gerealiseerd. Bedrijven die inschrijven op overheidsaanbestedingen worden nu geconfronteerd met meerdere aanbestedingssites die in veel gevallen voor opvraag van stukken naar elkaar doorverwijzen.
Uitkeringsinstantie UWV deed uitgebreid onderzoek naar standaardoplossingen voor de uitvoering van de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. De aanschaf en invoering van een standaardpakket werd echter afgewezen omdat dit een tijdige oplevering van het systeem in de weg zou staan. UWV koos voor maatwerk omdat daardoor een tijdrovende Europese aanbesteding voor de aanschaf van een standaardoplossing kon worden voorkomen, terwijl het maatwerk kon worden ondergebracht in een bestaand raamcontract. De ontwikkeling van het nieuwe systeem verliep uiterst moeizaam. Door een te hoog ambitieniveau werd het project te complex en zowel technisch als financieel onbeheersbaar. De bouw van het nieuwe WIA-systeem werd na een paar jaar stopgezet. Tientallen miljoenen werden afgeschreven op het project. Minister Donner benadrukte dat uitkeringsgerechtigden en werkgevers geen hinder zouden mogen ondervinden van het besluit het project te beëindigen.
Zelfmaakzaamheid heeft geleid tot een wildgroei van legacy-systemen. Het zijn de transactiesystemen die veelal als maatwerk in de jaren tachtig en negentig zijn ontwikkeld, aanvullende maatwerkontwikkelingen en verouderde licenties. De systemen zijn gebouwd rondom bureaucratische processen en moeilijk aanpasbaar aan veranderende regelgeving en specifieke behoeften van klanten. Vervuilde data en beveiligingslekken vormen een steeds groter risico. Intussen rijzen de kosten voor instandhouding van de legacy de pan uit. Grote bedrijven, financiële instellingen en overheden kampen allemaal met een legacy-probleem. Zo heeft de Amerikaanse federale overheid berekend dat 75 procent van het automatiseringsbudget opgaat aan het operationeel houden van hun legacy-systemen. Door het verdwijnen van de kennis van systemen en programmeertalen vreest de federale overheid voor een grotere crisis dan de millenniumbug.
Modernisering van het verouderde IT-landschap op basis van standaard technologie is noodzakelijk voor de continuïteit van iedere organisatie. Dit kan door een brug te slaan tussen de oude transactiesystemen en de klanten die persoonlijke dienstverlening verwachten via meerdere kanalen. De overheid kan daarbij een voorbeeld nemen aan de banken die hun klanten centraal zetten in de dienstverlening. Op basis van standaard technologie zijn die banken in staat integrale en persoonlijke dienstverlening op maat te bieden.
King of Mont Ventoux

De berg openbaart zich in de zomer van 1987 voor het eerst aan mij. Vanaf het Rhônedal torent de ‘Reus van de Provence’ indrukwekkend uit boven het landschap van de Vaucluse met wijngaarden en lavendelvelden. Na fietsbeklimmingen in de Alpen en de Pyreneeën staat de Mont Ventoux nog op mijn verlanglijstje. De wielerverhalen over de loodzware beklimming en Tommy Simpson maken mijn verlangen om naar de top te fietsen nog intenser.
De aanloop vanaf Vaison la Romaine en Malaucène gaat lekker. De eerste kilometers van de klim vanuit Bedoin gaan ook vlot. Na de haarspeldbocht in Saint- Estève begint het echte klimwerk door het bos. De weg blijft kilometerslang stijgen met af en toe een flauwe bocht. Een paar dagen terug werd de tijdrit in de Tour van Carpentras via Bedoin naar de Ventoux verreden. Op het wegdek gekalkte namen van de renners ‘Mottet, Delgado, Fignon, Breukink, Jeff’ zijn daarvan het bewijs. Dan steekt er plots een potdichte mist op. Zelfs de bomen in het bos kan ik niet meer zien. Ik moet mij op de witte streep aan de rechterkant van het wegdek oriënteren om op de weg te blijven fietsen. Bij Chalet Renard rij ik bijna het terras op, maar even later heb ik de wegmarkering weer te pakken van de slingers door het maanlandschap. Na anderhalf uur klimmen arriveer ik verkleumd en uitgeput bij het restaurant op de top van de Ventoux.
De tijdrit in de Tour van 1987 werd gewonnen door de Franse belofte van destijds: Jean-François ‘Jeff’ Bernard. Hij rijdt op een tijdritfiets tot de voet van de klim. Daarna wisselt hij van fiets en rijdt in een straf tempo naar de top. Hij kent geen verzwakking en bereikt de top in een recordtijd van 58:02. Hij rijdt iedereen op grote achterstand en pakt de gele trui. Hij lijkt kansrijk voor de Tourzege, maar verliest de trui daags daarna door pech. In de bergrit naar Villars-de-Lans rijdt hij meerdere keren lek. Hij moet in de achtervolging, maar is alleen en slaagt er niet in het gat met de favorieten te dichten. Stephen Roche wint uiteindelijk de Tour, Bernard wordt derde. Het is het hoogtepunt van zijn wielercarrière. Een jaar later komt hij in de Giro lelijk ten val in een onverlichte tunnel. Hij wordt geplaagd door blessures en eindigt zijn carrière als meesterknecht van Miguel Indurain.

Vijfentwintig jaar na zijn Ventoux-zege strijdt Bernard samen met vier Ventoux-winnaars om de titel ‘Koning van de Mont Ventoux’. Het is een virtuele wedstrijd tussen vijf ritwinnaars: Eddy Merckx (1970), Jean François Bernard (1987), Marco Pantani (2000), Richard Virenque (2002) en Juan Manuel Garate (2009). In de film zijn we samen met Bernard, Virenque en Garate – die live commentaar geven – getuige van een strijd van wielrenners uit verschillende generaties die gelijktijdig de berg beklimmen, inclusief inzicht in de onderlinge tussentijden. Vooraf weten we al dat het geen eerlijke strijd is. Bernard reed de Ventoux in een tijdrit na een korte aanloop van 15 kilometer. De overige renners beklommen de Ventoux tot slot van een lange etappe. Merckx reed op een racefiets die vier kilo zwaarder is dan de moderne fiets van Garate. Niettemin zien we een strijd die tot de laatste kilometer spannend blijft met een verrassende winnaar.
Tot vijf jaar terug was de strijd om de Ventoux voorbehouden aan wielrenners van de Tour, Dauphiné of Paris-Nice. De laatste jaren kunnen we middels sportieve sociale media applicaties virtueel de strijd tegen onszelf en anderen aangaan. Het gebruik van Strava nam een grote vlucht sinds Laurens ten Dam het gebruik van de app in 2012 in de Avondetappe bij Mart Smeets aanprees. Met een tijd van 58:26, die hij reed in de Tour van 2013, is Ten Dam King of Mountain van de Ventoux. Je kunt jouw tijd met de profs vergelijken, maar ook met die van vrienden, leeftijdsgenoten of met eigen tijden per segment. Zo verbeterde ik dit jaar mijn persoonlijke records op de Ventoux van de afgelopen drie jaar. Dankzij Strava is iedereen een beetje Koning van de Mont Ventoux.
Goed, snel en goedkoop kan wél

Kwaliteit, tijd en kosten vormen een duivelsdriehoek. Projecten kunnen nooit goed, snel én goedkoop worden gedaan. Twee van de drie is het meest haalbare. De opdrachtgever moet dus een keuze moeten maken en één van de drie factoren loslaten. De projectmanager moet er daarna voortdurend voor zorgen dat de balans binnen de driehoek intact blijft. Meer dan eens pakt die benadering averechts uit.
Sturing op het project vindt plaats op verschillende onderdelen. Allereerst is er sturing op de input, bijvoorbeeld de CV’s van projectmedewerkers of de offertes. Daarna wordt gestuurd op de voortgang aan de hand van rapportages en reviews. Tenslotte wordt het resultaat beoordeeld op basis van een acceptatietest. De belangrijkste test wordt meestal achterwege gelaten: de meting van het behaalde effect, bijvoorbeeld toename van de klanttevredenheid.
Het falen van overheidsprojecten laat zich verklaren op basis van de gebrekkige sturing op de projecten. Het begint al bij de openbare aanbesteding. Dat is een overwegend bureaucratisch en geldverslindend proces waarbij inschrijvers alle voorwaarden en specificaties moeten aanvaarden, ook al stroken die niet met het beschikbare marktaanbod. Kwaliteit en doorlooptijd worden in het bestek voorgeschreven. Leveranciers kunnen zich daardoor onvoldoende onderscheiden op kwaliteit op basis van een bewezen oplossing. De prijs geeft de doorslag bij de selectie. De overheid krijgt het gevraagde maatwerk vol kinderziektes. Zo ging NS in zee met AnsaldoBreda voor de levering van de geplaagde Fyra-treinen.
De belangrijkste sturingsvariabelen van een overheidsproject zijn kosten en doorlooptijd. De kosten worden begrensd door het budgettaire kader. De doorlooptijd wordt veelal vastgesteld op basis van een politiek besluit. Het dashboard van overheidsprojecten kleurde tot voor kort nog volledig groen. Dat was zo omdat de realisatie werd afgezet tegen de budgetten die op basis van voortschrijdend inzicht periodiek werden herijkt.

De belangrijkste factor is natuurlijk de kwaliteit. Maar de status daarvan ontbreekt nog steeds in alle rapportages. Vaak wordt geredeneerd dat het met de kwaliteit wel goed komt als er maar genoeg geld en tijd beschikbaar is. Dat is een grote misvatting. Beperkingen stimuleren juist de creativiteit. Er valt veel winst te behalen door alleen de dingen te doen die echt nodig zijn, de overhead te beperken, snel te leren van gemaakte fouten en bijsturen, hergebruik te bevorderen en beter samen te werken. Kwaliteit moet altijd de dominante sturingsvariabele zijn. “Als je stuurt op kosten, gaat de kwaliteit omlaag. Als je stuurt op kwaliteit, gaan de kosten omlaag.” (Willem van Oppen, ex CPO van KPN)
Nieuwe banen

Komende vijf jaren verdwijnen wereldwijd ruim zeven miljoen banen door voortschrijdende digitalisering volgens berekening van de denktank van het World Economic Forum. De ‘nieuwe industriële revolutie ’ zorgt ook weer voor twee miljoen nieuwe banen. Vooral in de financiële sector, de zorg en de energiesector zullen banen verdwijnen. Voor nieuwe banen zijn met name wiskundigen en ICT-deskundigen in trek.
Afgelopen twee honderd jaar hebben zich drie industriële revoluties voltrokken. In de achttiende eeuw zorgde stoommachine voor schaalvergroting en daling van productiekosten. De eerste fabrieken ontstonden en de textielindustrie bloeide op. Vanaf eind negentiende eeuw maakte stoomenergie geleidelijk plaats voor elektriciteit en verbrandingsmotor. Energie werd als krachtbron breed toepasbaar. De computer en het internet maakte het vervolgens mogelijk informatie efficiënt en onafhankelijk van plaats en tijd te delen. Productie- en routinematig werk verdween. Meer intelligent en creatief werk kwam daarvoor in de plaats.
De vierde industriële revolutie wordt gekenmerkt door een vergaande digitalisering van diensten en producten. Dit leidt tot een transformatie van de economie en verschuiving van de vraag naar arbeid. Vanaf de tachtiger jaren werd de schaarste van ICT-deskundigheid voornamelijk opgelost door bij- en omscholingsprogramma’s van ICT-bedrijven. Het voortgezet onderwijs zorgde vervolgens voor een betere aansluiting van ICT’ers op de arbeidsmarkt. Door de snelle technologische ontwikkelingen blijft continue scholing noodzakelijk om blijvend te kunnen voldoen aan de vraag naar deskundigheid. De verwevenheid van ICT in producten en dienstverlening vraagt om deskundigheid op alle niveaus en binnen alle organisaties. ICT-bedrijven kunnen daar slechts een beperkte bijdrage aan leveren.
Toenemende inzet van ICT draagt voor 25 tot 40 procent bij aan economische groei. De ICT-uitgaven in ons land worden geschat op jaarlijks 47 miljard euro. De groei van de ICT-sector zelf zal ook doorzetten. Volgens onze Digitale Agenda zijn er alleen vorig jaar al 7.800 nieuwe ICT-bedrijven bijgekomen. Vier procent van alle medewerkers, 356 duizend in totaal, is ICT’er. UWV verwacht komende jaren een groot tekort aan ICT-deskundigen. In de komende jaren zullen 40 duizend ICT-vacatures vervuld moeten worden.
De Verenigde Staten is gidsland voor de digitale revolutie. De scheefgroei van vraag en aanbod van ICT’ers tekent zich daar nu in volle hevigheid af. Het aantal vacatures in de ICT dat moeilijk vervuld kan worden is opgelopen tot boven 12 miljoen. Gelijktijdig zijn 6 miljoen goed opgeleide jong volwassenen op zoek naar een baan. Het initiatief ‘Year Up’ zet zich in om die kloof te dichten. In een jaar tijd worden getalenteerde jongeren klaargestoomd voor een nieuwe baan. Het programma bestaat uit een omscholingsprogramma en scholing in de praktijk. Veel grote bedrijven, zoals Bank of America, Microsoft en Wells Fargo, ondersteunen het initiatief. Zij geven jongeren nieuw perspectief en laten jong talent zich in hun organisatie ontwikkelen. Het initiatief zou ook navolging verdienen in Europa.
Post-Brexit Plan

Wat doe je als je beste medewerker vrijdagmiddag in overspannen toestand zijn ontslagbrief komt aanbieden? Je luistert naar zijn persoonlijke verhaal, toont begrip en spreekt je waardering uit voor de belangrijke bijdrage die hij in het verleden heeft geleverd. In geen geval neem je zijn ontslagbrief in ontvangst. Je vraagt hem zijn besluit in het weekend nog eens goed te overdenken. Zo is mij geleerd tijdens managementtrainingen.
Ik moest daaraan denken naar aanleiding van de reacties op de aangekondigde Brexit. Regeringsleiders gaven al direct blijk collectief afscheid te hebben genomen van het Verenigd Koninkrijk. Zij lijken nu zo snel mogelijk van de Britten af te willen. ‘De onderhandelingen over het Britse vertrek moeten snel zijn afgerond.’ vindt president Hollande. Zonder de Britse premier vergaderden de EU-leiders over hun toekomst na een Brexit. ‘Het Verenigd Koninkrijk houdt niet zonder meer toegang tot de Europese markt.’ waarschuwde EU-president Donald Tusk na afloop. Alleen Angela Merkel hield het hoofd koel en maande tot kalmte.
Het lijkt een standaardreflex om na het vernemen van een mogelijk afscheid alleen aan de eigen situatie te denken. Toen ik zelf na 25 jaar trouwe dienst mijn ontslag aankondigde werden de managementlessen ook niet in de praktijk gebracht. Mijn ontslagbrief werd gretig in ontvangst genomen. Ik werd terstond op non-actief gesteld en het personeel werd ingelicht over mijn vertrek. Een woord van dank kon er niet vanaf. Wel werd mij een afscheidsreceptie in het vooruitzicht gesteld, die ik uiteindelijk zelf moest organiseren en bekostigen. Een paar maanden na mijn vertrek ontving ik een forse rekening voor ‘verlofdagen’ vanaf de datum van mijn non-actiefstelling.
Een overhaast en rancuneus afscheid is altijd onverstandig. Zo ook na het Brexit-referendum. Slechts een kleine meerderheid heeft in het Verenigd Koninkrijk voor uittreding gestemd. Zij hebben zich laten leiden door de populistische uitspraken van campagneleider Boris Johnson. Die blijkt uiteindelijk geen plan te hebben voor na de Brexit. Voor het leiden van het land vindt hij zichzelf dan ook niet geschikt. De verkiezingsbeloften over de interne markt, immigratie en EU-contributie zijn inmiddels ook alweer gebroken. De Britten zijn verrast door de uitkomst van het referendum. Zij lijken nu massaal spijt te hebben van hun keuze, getuige ook de protestdemonstraties en de miljoenen handtekeningen die in korte tijd zijn verzameld.
De EU-leiders doen er goed een voorbeeld te nemen aan Angela Merkel. Na de eurocrisis, Griekse schuldencrisis en vluchtelingencrisis zal de EU deze interne crisis ook wel weer te boven komen. Laten we de Britten de ruimte en tijd geven voor een herbezinning op hun onverstandige keuze.
Aanbestedingsregels knellen niet

Waarin verschilt de ICT-inkoop in het bedrijfsleven van die bij de overheid? Bedrijven hebben intensief contact met potentiële leveranciers tijdens de selectiefase en kiezen vervolgens de beste leverancier of het beste product. De overheid vermijdt ieder contact met leveranciers en kiest in een openbare aanbesteding voor de best scorende offerte.
Zes jaar geleden werd mijn mening gevraagd over de problemen bij overheidsopdrachten. “Aanbestedingen zijn bureaucratisch en onnodig duur.” zei ik destijds. De openbare aanbestedingen waren ooit bedoeld voor meer transparantie, maar worden in toenemende mate gejuridificeerd. Niet de inhoud, maar het proces staat centraal. De overheid verbiedt overleg tijdens de aanbesteding. Leveranciers moeten daardoor de vraag zelf zien te interpreteren.
In die situatie is afgelopen jaren weinig verbetering gekomen, getuige ook een brandbrief van de brancheorganisatie over een recente aanbesteding: ‘De aanbesteding betreft een tamelijk onoverzichtelijke opdracht met op onderdelen vage vergezichten en prestatieverplichtingen met een groot open einde karakter. Daarmee tart de organisatie de professionaliteit van de ICT-markt. Bedenkelijk vinden wij ook dat de organisatie in de concept overeenkomst op voorhand verlangt dat de leverancier aan wie de opdracht wordt gegund, moet toezeggen volledig op de hoogte te zijn van de organisatie. Van een rijksoverheid die kennelijk zelf nauwelijks weet welke kant de organisatie de komende jaren opgaat, mag in redelijkheid verwacht worden dat zij niet verlangt dat de leverancier aan wie de opdracht wordt gegund dat wel weet.’
Afgelopen jaren hebben overheid en leveranciers zich creatief georganiseerd rond de aanbestedingen. ICT-bedrijven hebben daarvoor offertefabrieken ingericht. Na het winnen van de opdracht wordt de uitvoering weer overgedragen aan een ander onderdeel van de organisatie. De overheid kan vervolgens moeilijk bijsturen of overstappen naar een andere leverancier. In toenemende mate spant de huisleverancier een kort geding aan na een voorgenomen gunning voor andere leverancier. Zelfs bij verlies van de rechtszaak kan de leverancier daardoor extra omzet bijschrijven als gevolg van uitgestelde gunning. Inkopers binnen de overheid zoeken eveneens de randen op van de aanbestedingsregels. Zo worden aanbestedingen georganiseerd via brokers die onder overheidscontract staan. Via die route kan een opdracht onderhands worden gegund. Een opkomend fenomeen is leveranciersselectie door loting. Dit is toegestaan binnen de aanbestedingsregels, mits dit vooraf is aangekondigd. De overheid voorkomt daardoor verlies van rechtszaken, want een beroep tegen een lottoapparaat is kansloos.
De verhouding tussen overheid en leveranciers rond aanbestedingen moet worden genormaliseerd. Dit kan worden gerealiseerd op basis van de volgende verbeteracties:
- Zorgdragen voor goede band tussen overheid en leveranciers
- Onnodige bureaucratie vermijden
- Ruimte bieden voor pilots en innovaties
- Pre-competitieve marktdialoog organiseren
- Vraag vooraf (laten) toetsen op beschikbare aanbod in de markt
- Functioneel aanbesteden en streven naar win/win relatie
- Ruimte bieden voor interactie tijdens de aanbesteding
- (Betaalde) Proof of Concept inlassen
- Onafhankelijke bindende beroepsinstantie instellen
- Wendbaarheid en exit clausule inbouwen in contracten
Zakendoen zonder contact en overleg is onmogelijk. Het zijn niet de aanbestedingsregels zelf die knellen, maar de wijze waarop deze worden toegepast.