Breek hekken af, bouw digitale tafels

De uitspraak “When you have more than you need, build a longer table, not a higher fence” roept op tot openheid en inclusie. In plaats van mensen buiten te sluiten, zouden we moeten streven naar verbinding en samenwerking. Dit ideaal is niet alleen relevant in sociale en politieke discussies, maar ook in de digitale wereld. Toch lijkt de oorspronkelijke belofte van het internet – een open ruimte voor iedereen – steeds vaker te wijken voor economische machtsconcentratie en gesloten ecosystemen.

Van openheid naar controle

Het internet begon als een plek waar kennis vrij gedeeld kon worden en waar iedereen toegang had tot informatie en netwerken. Sociale media boden een platform voor activisme en maatschappelijke veranderingen, zoals te zien was tijdens de Arabische Lente, Black Lives Matter en #MeToo. Ook economische kansen groeiden: kleine bedrijven, freelancers en contentmakers konden wereldwijd publiek bereiken via platforms als YouTube, Instagram en TikTok.

Toch is deze openheid steeds meer onder druk komen te staan. Een handvol grote technologiebedrijven – Apple, Amazon, Google, Meta, X en TikTok – beheersen het digitale landschap. Zij verdienen miljarden door gebruikersdata te verzamelen en verhandelen, vaak zonder transparantie. Sociale media en online diensten lijken gratis, maar in werkelijkheid betalen gebruikers met hun data, aandacht en gedragingen. Algoritmes manipuleren gedrag, versterken polarisatie en verspreiden desinformatie, met negatieve gevolgen voor de samenleving en mentale gezondheid.

De digitale wereld als zero-sum game

Het ideaal van een open en verbonden internet is in veel opzichten vervangen door een zero-sum game: een paar grote bedrijven concentreren de macht, terwijl miljarden gebruikers product én consument tegelijk zijn geworden. Big Tech bepaalt de regels, en de rest van de wereld moet zich eraan aanpassen. Dit leidt tot afhankelijkheid en een verlies van digitale autonomie.

Maar het kan ook anders. In plaats van hogere hekken te bouwen, kunnen we juist langere tafels maken door het digitale speelveld eerlijker en toegankelijker te maken. Dit vraagt om bewuste keuzes op het gebied van regelgeving, technologie en gebruikersgedrag.

Regulering en digitale soevereiniteit

Om de balans te herstellen, moeten overheden Big Tech reguleren. Europa kan hierin een voortrekkersrol spelen door digitale soevereiniteit te versterken en afhankelijkheid van enkele grote Amerikaanse bedrijven te verminderen. Belangrijke maatregelen zijn:

  • Interoperabiliteit verplicht stellen bij sociale media, zodat gebruikers vrij kunnen overstappen zonder hun netwerk kwijt te raken.
  • Striktere privacywetten en transparantie-eisen, zodat gebruikers meer controle krijgen over hun data.
  • Beperking van gepersonaliseerde advertenties die gebaseerd zijn op extreme dataverzameling.
  • Ondersteuning van open-source AI en gedecentraliseerde platforms, zodat innovatie niet alleen in handen van Big Tech blijft.

Zelf bijdragen aan langere tafels

Gebruikers kunnen nu al kiezen voor alternatieven die meer openheid en controle bieden. Denk aan open-source AI-modellen in plaats van gesloten systemen zoals GPT-4 van OpenAI. Of aan gedecentraliseerde sociale netwerken zoals Mastodon en Bluesky, die transparanter en democratischer zijn dan commerciële platforms. Ook open cloud-initiatieven en federatieve netwerken bieden meer controle over data en opslag dan de gesloten ecosystemen van AWS, Google Cloud en Microsoft Azure.

De vraag blijft: gebruiken we technologie om meer mensen te betrekken en te verbinden (langere tafels), of om exclusiviteit en controle te vergroten (hogere hekken)? Veel Big Tech-bedrijven roepen op tot samenwerking en inclusie, maar hun beleid vertelt een ander verhaal. Daarom blijft de discussie over openheid en controle cruciaal in de digitale wereld. We staan op een kruispunt: kiezen we voor gesloten systemen met steeds hogere muren, of bouwen we samen aan een internet waarin iedereen een plek aan tafel heeft?

Van Plannen naar Aanpak

Eind vorig jaar kondigde het kabinet een nieuwe Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) aan. Deze strategie, die naar verwachting in het voorjaar van 2025 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, heeft als doel digitale technologie op verantwoorde wijze in te zetten en de samenwerking binnen de overheid te versterken. De ambitie? Opereren als één overheid en de burger écht centraal stellen. Maar hoe vaak hebben we die ambitie al gehoord?

De geschiedenis van de digitaliseringsstrategieën

Sinds de jaren negentig heeft Nederland al zeven digitaliseringsstrategieën geïnitieerd, elk met dezelfde belofte: een betere overheid voor burgers en bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan het Overheidsloket 2000, dat stelde: “Denken vanuit de burger.” Of het Programma Andere Overheid uit 2003, waarin een slagvaardige overheid met een focus op publieke dienstverlening centraal stond.

Andere initiatieven, zoals het Nationale Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid (NUP) uit 2008, probeerden orde te scheppen in een wildgroei aan digitale projecten. En in 2013 beloofde het programma Digitaal 2017 dat burgers al hun overheidszaken digitaal konden regelen. Hoewel elk programma ambitieus startte, bleef de realiteit achter: de digitale overheid werd een weerspiegeling van de complexe organisatiestructuur, waardoor burgers en bedrijven vastlopen in een wirwar van portalen, formulieren en websites.

Een nieuwe poging: de achtste strategie

Met de aankomende NDS wordt wederom ingezet op een koerswijziging. De focus ligt opnieuw op de samenwerking tussen overheidsorganisaties en het centraliseren van dienstverlening. Maar hoe garandeert deze strategie dat er nu wél concrete resultaten worden geboekt? Immers, de ambitie om burgers en bedrijven centraal te stellen is niet nieuw.

De noodzaak van verandering is evident. Nederland kan leren van landen zoals Denemarken, waar burgers via één centraal portaal toegang hebben tot alle overheidsdiensten. Daar toont de overheid aan dat digitalisering niet alleen draait om technologie, maar vooral om eenvoud en gebruiksgemak.

Opereren als één overheid: van ambitie naar realisatie

Als Nederland daadwerkelijk wil opereren als één overheid, moet het de burger als uitgangspunt nemen bij het ontwerpen van digitale diensten. Dit vraagt om:

  • Eenvoudige toegang tot overheidsdiensten: Een centraal portaal waar burgers en bedrijven terechtkunnen, ongeacht welke instantie verantwoordelijk is.
  • Heldere governance: Vermijd overlappende initiatieven door betere samenwerking en regie over digitale projecten.
  • Focus op uitvoering: Stop met het herhaaldelijk maken van plannen en richt middelen op daadwerkelijke implementatie.

Een les uit de praktijk: aanpak van plannen

Mijn ervaring als beginnend consultant is hier treffend. Met trots presenteerde ik ooit een zorgvuldig uitgewerkt plan van aanpak. Ik verwachtte lof, maar mijn opdrachtgever reageerde anders. Met een glimlach zei hij: “Wij willen hier geen plannen van aanpak, maar aanpak van plannen.”

Deze opmerking blijft hangen. Het is precies wat de overheid nodig heeft: minder woorden, meer actie. De nieuwe digitaliseringsstrategie kan pas succesvol zijn als de uitvoering centraal staat. Alleen dan kunnen we de ambitie om te opereren als één overheid en de burger centraal te stellen, daadwerkelijk waarmaken.

Kun je AI inzetten voor bestaanszekerheid?

De nieuwe driedelige dramaserie De Toeslagenaffaire legt de pijnlijke realiteit bloot van een schandaal dat tienduizenden gezinnen in chaos stortte. Het verhaal toont een schrijnende kloof tussen de technocratische systeemwereld van de Belastingdienst en de levens van gewone mensen, die steeds verder verstrikt raakten in ongrijpbare regels. Dit drama is niet alleen een herinnering aan wat er misging, maar ook een oproep tot verandering: technologie moet worden ingezet om mensen te helpen, niet om hen te beschadigen.

Wat ging er mis?

De toeslagenaffaire illustreert hoe technologie verkeerd kan worden ingezet. Een risicomodel, bedoeld om fraude te bestrijden, werd een instrument van discriminatie. Mensen met een migratieachtergrond en lage inkomens werden doelwit van een systeem dat bevooroordeeld was door foutieve aannames en selectiebias. Het resultaat? Gezinnen werden onterecht bestempeld als fraudeurs, met financiële wanhoop en diep persoonlijk leed tot gevolg.

Technologie zoals kunstmatige intelligentie (AI) en algoritmes kunnen krachtige tools zijn, maar ze zijn geen neutrale instrumenten. Ze dragen de waarden, aannames en beperkingen van hun makers met zich mee. En als die waarden niet expliciet gericht zijn op rechtvaardigheid en inclusiviteit, kunnen technologieën bestaande ongelijkheden versterken in plaats van verkleinen.

AI: een kracht voor rechtvaardigheid

AI kan echter meer zijn dan een controlemiddel. Het kan een bondgenoot worden in de strijd voor bestaanszekerheid en rechtvaardigheid, mits het op de juiste manier wordt ingezet. Hier zijn een paar manieren waarop AI een positieve rol kan spelen:

  1. Bias voorkomen
    Gevoelige gegevens zoals nationaliteit en inkomen kunnen geanonimiseerd worden om te voorkomen dat ze discriminatie veroorzaken. Bias-detectietools kunnen worden ingezet om ongelijkheden in modellen tijdig te signaleren en te corrigeren.
  2. Proactieve ondersteuning
    In plaats van wantrouwen te zaaien, kan AI worden gebruikt om kwetsbare gezinnen vroegtijdig te signaleren. Gemeenten zoals Nijmegen en Amsterdam gebruiken AI voor vroegsignalering van schulden. Ze signaleren betalingsachterstanden vroegtijdig en bieden hulp aan voordat problemen escaleren.
  3. Betrokkenheid en transparantie
    Burgers, experts en maatschappelijke organisaties kunnen worden betrokken bij het ontwerp van AI-systemen. Hierdoor worden technologieën ontwikkeld die beter aansluiten bij de behoeften van mensen. Bovendien moeten AI-systemen altijd uitlegbaar zijn, zodat elke beslissing begrijpelijk en herleidbaar is.
  4. Ruimte voor maatwerk
    Technologie mag nooit een vervanging zijn van de menselijke maat. Bij complexe situaties moet er altijd ruimte blijven voor maatwerk en empathie.

Een toekomst met compassievolle technologie

De overheid staat voor een belangrijke keuze: blijft technologie een middel om te controleren, of wordt het een hulpmiddel om te ondersteunen? De toeslagenaffaire laat zien hoe fout het kan gaan, maar biedt ook lessen voor een betere toekomst. Door AI te gebruiken met aandacht voor menselijke waarden, kan technologie een krachtig instrument worden voor rechtvaardigheid en bestaanszekerheid.

De menselijke maat: dat is de sleutel tot technologie die werkt voor iedereen.

Het herstel van vertrouwen in de overheid begint hier. Laten we technologie opnieuw vormgeven – niet om mensen achtervolgen, maar om hen vooruit te helpen. Want echte vooruitgang meet je niet in cijfers, maar in levens die erop vooruitgaan.

Bezuinigen op ICT is een Illusie

De nieuwe coalitie in Nederland heeft ambitieuze plannen om de overheidsuitgaven te verlagen. Een van de speerpunten is het structureel bezuinigen van 1 miljard euro op het ambtelijk apparaat en het beperken van de uitgaven aan externe inhuur tot maximaal 10 procent van de personeelskosten (vorig jaar 15,4 procent ). Dit klinkt misschien als een logische stap om de begroting op orde te krijgen, maar in werkelijkheid zou deze aanpak een illusie kunnen zijn als de investeringen in ICT niet drastisch worden verhoogd.

Technologie is tegenwoordig de ruggengraat van vrijwel elke organisatie, en dit geldt in toenemende mate ook voor de overheid. Door te investeren in technologie en digitalisering kan de overheid niet alleen efficiënter werken, maar ook beter inspelen op de behoeften van de samenleving. De afgelopen jaren hebben laten zien dat technologie een cruciale rol speelt in het verbeteren van overheidsdiensten en het verhogen van de productiviteit.

Uit het hoofdlijnenakkoord valt niet op te maken dat de nieuwe coalitie inzet op investering in technologie en digitalisering binnen de overheid om beter invulling te geven aan de maatschappelijke opgave. Niet iedereen is er dan ook gerust op dat de ICT van de rijksoverheid ontsnapt aan de bezuinigingen. Ambtenaren van het ministerie van BZK waarschuwden voor gevaren voor de nationale veiligheid als de ICT van de rijksoverheid niet op volle sterkte blijft. Ook de brancheorganisatie NLdigital uitte haar zorgen over het akkoord. Door de snoeien op het aantal ambtenaren en daarbovenop externe inhuur terug te brengen, kunnen grote ICT-projecten in gevaar komen. Een groot ICT-project dat zich op korte termijn aandient vloeit voort uit het besluit van de coalitie om drie nieuwe ministeries in het leven te roepen. De departementale herschikking is een forse operatie die geen enkele maatschappelijke waarde oplevert. Echter, dankzij de digitale infrastructuur van de rijksoverheid kan dit nog redelijk efficiënt worden doorgevoerd.

Het streven naar bezuinigingen zonder rekening te houden met de noodzaak van ICT-investeringen is een kortzichtige benadering. Terwijl de directe kosten van ICT-projecten hoog kunnen lijken, zijn de lange termijnbesparingen en de verhoogde efficiëntie vaak aanzienlijk. Zonder deze investeringen loopt de overheid het risico vast te blijven zitten in verouderde systemen en inefficiënte processen, wat uiteindelijk duurder zal blijken. Het beperken van externe inhuur kan op het eerste gezicht aantrekkelijk lijken, maar de realiteit is dat externe specialisten vaak de expertise en flexibiliteit bieden die nodig zijn om complexe ICT-projecten succesvol te implementeren. Het verminderen van deze uitgaven zonder een strategische visie op ICT en digitalisering kan leiden tot vertragingen en hogere kosten op de lange termijn. De boodschap aan de nieuwe Staatssecretaris voor Digitalisering en Koninkrijksrelaties is duidelijk: zet in op innovatie binnen ethische grenzen. Om de ambitieuze bezuinigingsdoelen te bereiken zonder de kwaliteit van de dienstverlening aan te tasten, is het cruciaal om te investeren in technologie en digitalisering.

Poëzie van brandend bos. Nu te zien!

Kunstenaar is Oscar Santillán maakt gebruik van data die satellieten verzamelen van bosbranden op aarde. Met een groep experts ontwikkelde hij een kunstwerk dat een brug slaat tussen wereldwijde klimaatproblemen en de exploderende potentie van nieuwe technologieën, met de blockchain als artistiek medium.

Satellieten registreren bosbranden op aarde. Op basis van real-time satellietdata schrijft een AI-systeem een gedicht over het brandende bos, dat in een digitale animatie wordt getoond op schermen in de binnentuin van een Haags overheidsgebouw. Elke animatie van een gedicht is uniek en onvervangbaar en fungeert als een overlijdensbericht opgeslagen als een NFT. De locatie en de datum van de brand zijn voor iedereen toegankelijk in de NFT-metadata via Ethereum blockchain.

In de afgelopen decennia zijn bosbranden wereldwijd aanzienlijk in omvang en intensiteit toegenomen. Ze vormen een ernstige bedreiging voor ecosystemen, biodiversiteit en menselijke gemeenschappen. Ze leiden ook tot bodemerosie, verslechtering van de waterkwaliteit, verhoging van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, en dragen bij aan klimaatverandering. Herstel van ecosystemen na bosbranden kan jaren of zelfs decennia duren, en sommige schade is mogelijk onomkeerbaar.

Klimaatverandering speelt een cruciale rol bij het versterken van de omstandigheden die leiden tot grotere bosbranden. De opwarming van de aarde leidt tot langere en intensere hittegolven, waardoor de droogte in veel bosgebieden toeneemt. Bosbranden in Canada hebben dit jaar al meer dan tien miljoen hectare bos verwoest. Dat komt neer op een gebied dat 2,5 keer zo groot is als de oppervlakte van Nederland.  De website van weerradar-live toont de bosbranden en brandhaarden op een wereldkaart.

Data en technologie kunnen worden gebruikt om maatschappelijke problemen zoals klimaat en bosbranden te visualiseren en aan de orde te stellen. Dit kan helpen om mensen bewuster te maken van de klimaatproblemen en te motiveren tot actie. Cryptokunst is een nieuwe vorm van digitale kunst die kan worden gebruikt om maatschappelijke problemen te visualiseren en aan de orde te stellen door middel van NFT’s (non-fungible tokens). NFT’s zijn unieke digitale tokens die kunnen worden gebruikt om cryptokunst te verifiëren en te verhandelen. Dit maakt het mogelijk om cryptokunst te gebruiken om geld in te zamelen voor goede doelen. Bekende voorbeelden van cryptokunst voor goede doelen zijn Climate Pledge Collective en Save the Amazon die met een reeks NFT’s aandacht vragen voor klimaatverandering en ontbossing van het Amazonegebied en geld inzamelen voor organisaties die zich inzetten om die problemen op te lossen.

De tentoonstelling van Oscar Santillán duurt tot eind van dit jaar. Met dagelijks 1 tot 3 grote bosbranden verwacht hij ongeveer 500 NFT’s te produceren. Van de opbrengst wordt 15 procent gedoneerd aan goede doelen tegen klimaatverandering.

Binnen de lijntjes kleuren

DALL·E 2023-02-25 14.41.56 – kunstmatige intelligentie leert het landschap van Piet Mondriaan binnen de lijntjes te kleuren

Begin dit jaar werd ChatGPT gepresenteerd als een doorbraak van kunstmatige intelligentie, vergelijkbaar met het internet en de smartphone, die onze wereld voorgoed zou veranderen. Ontwikkelaar OpenAI laat zien wat je met rekenkracht en een grote hoeveelheid tekstdata kunt doen. Hun chatbot produceert na iedere vraag razendsnel coherente tekst en lijkt zorgvuldig getraind om gebruikers te behagen met politiek correcte antwoorden.

ChatGPT kan statistisch voorspellen welke woorden en zinnen logisch achter elkaar horen en verschaft daardoor het meest waarschijnlijke antwoord. Als ik vraag naar mijn levensloop, dan is het antwoord: “Jan Willem Boissevain (1923-1944) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 1 oktober 1944 werd Boissevain samen met zeven andere verzetsstrijders gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte.” Mijn naam is weliswaar uniek, maar wordt hier verward met die van Gideon Willem Boissevain. Dan nog, kloppen zijn geboorte- en overlijdensjaar niet. Informatie die toch makkelijk op internet te vinden is. Als ik een simpel Snip en Snap raadseltje voorleg “Het is de zoon van mijn vader, maar het is niet mijn broer.” dan krijg ik een fout antwoord: “Het is uw neef”. Als ik antwoord met de oplossing, dan word ik in het gelijk gesteld en beleefd gecomplimenteerd.

Erg betrouwbaar en intelligent is ChatGPT dus niet, maar het is wel opvallend goed opgevoed. OpenAI heeft maatregelen genomen om problemen met ongepaste antwoorden te beperken. Keniaanse microworkers worden ingezet om de teksten, die de chatbot gebruikt om de antwoorden te componeren, op te schonen. Een chatbot die racistische en seksistische taal uitslaat is namelijk de nachtmerrie van iedere chatdienstaanbieder. Zo moest Microsoft zeven jaar geleden hun Twitterbot Tay in allerijl offline halen nadat de bot, in minder dan 24 uur na introductie, racistische, genocidale en vrouwonvriendelijke berichten naar gebruikers begon te sturen. Microsoft heeft recent ook beperkingen moeten opleggen aan het gebruik van BingGPT, nadat deze nieuwe AI-gedreven chat- en zoekdienst door gebruikers was betrapt op fouten en ongepaste antwoorden.

We spreken van kunstmatige intelligentie wanneer een machine een voorspellende taak sneller, goedkoper en accurater kan uitvoeren dan waar een mens toe in staat is. Sneller en goedkoper zijn robots zeker, maar niet per definitie accurater. Dat ligt niet primair aan de robot, maar aan de data waarop die is getraind. Die data zijn niet altijd representatief en kunnen menselijke vooroordelen bevatten. Zo moest een internationaal e-commercebedrijf een zelfontwikkelde tool voor het beoordelen van sollicitaties schrappen, nadat gebleken was dat deze onder meer vooroordelen had tegen aanmeldingen van vrouwen. Dit werd veroorzaakt door de data waarmee de tool was getraind, waarbij de meeste sollicitaties afkomstig waren van mannen.

Vooroordelen komen ook voor in de tekstdata waarop ChatGPT is getraind, en kunnen daarom ook voorkomen in antwoorden die de chatbot geeft. Die vooroordelen in de data vormen een beperking bij toepassing van ChatGPT, maar bieden soms voordelen. Zo las ik in het fd over een opmerkelijke dienst op basis van ChatGPT van het Amerikaanse DoNotPay.  Dit bedrijf ontwikkelde een nieuwe app gebruikmakend van vooroordelen van klagende consumenten. De app kan onderhandelen met een chatbot van een klantenservice, zoals voor het verlagen van een factuur of het opzeggen van een abonnement.

De professionele toepasbaarheid van ChatGPT is vooralsnog beperkt. De betrouwbaarheid van de output is ook nog veel te zwak om gegenereerde teksten letterlijk over te kunnen nemen. Onderzoekers kwalificeren ChatGPT als een ‘stochastische digitale papegaai’, een tool die toeval genereert en niet kan redeneren. Voor het domme productiewerk hebben we er een schrijfhulprobot bij gekregen, maar we moeten zelf nog het intelligente werk blijven doen.

De sleutel voor toekomstbestendige ICT

Overheidsorganisaties verwachten komende jaren een grote uitstroom van oudere medewerkers. Meer dan 40 procent gaat binnen 3 jaar met pensioen. Binnen 5 jaar is de uitstroom van oudere medewerkers bijna 60 procent, waarvan de grootste groep de ICT-professionals betreft. Waardevolle ICT-kennis en -ervaring verlaat in korte tijd de overheid.

ICT’ers met carrièrestart in de tachtiger jaren gaan komende jaren met pensioen. Zelf maak ik ook deel uit van de bevoorrechte generatie die de opkomst en snelle ontwikkeling van de ICT mochten meemaken. Het begon met het ontwikkelen van transactiesystemen op mainframecomputers in COBOL-programmeertaal. De domme terminal maakte daarna plaats voor de personal computer, waardoor de automatisering zich ontwikkelde in alle lagen van de organisatie. De komst van het internet zorgde voor een versnelling en verspreiding binnen de samenleving. Dankzij cloud- en mobiele technologie kunnen mensen onafhankelijk van plaats en tijd communiceren en samenwerken. En de ontwikkelingen staan niet stil: de samenleving verandert onverminderd in rap tempo, mede als gevolg van voortschrijdende digitalisering.

Technologische innovatie en nieuw beleid hebben geleid tot een groot aantal nieuwe systemen, die er veelal in aanvulling op de bestaande systemen zijn gekomen. In de praktijk is het lastig gebleken de oude systemen te vervangen door nieuwe technologie. De voorkant is vernieuwd, maar de achterkant bevat nog verouderde software die uitgefaseerd moet worden. Het gaat hierbij veelal om de transactiesystemen die in de tachtiger en negentiger jaren zijn ontwikkeld en gebaseerd zijn op oude ontwikkeltalen. De kennis van deze talen en systemen is schaars en veelal slechts aanwezig bij de medewerkers die de komende jaren vertrekken. De oude systemen bij overheidsorganisaties, zoals het UWV, de SVB en de Belastingdienst, moeten dus ook met pensioen. Binnen nu en vijf jaar moeten ze gemoderniseerd zijn op basis van moderne technologie. Hierbij kan worden gedacht aan het vervangen van maatwerk door standaard low code technologie: een platform voor modellering van de business en geautomatiseerde productie van de software. Binnen de overheid kan ook winst worden behaald door het elimineren van redundante gegevensverwerking.

Rabobank en ING waarschuwen in hun thema updates dat er onvoldoende ICT’ers zijn om digitale ambities bedrijven en organisaties te realiseren. Er is sprake van een groeivertraging, met name door het personeelstekort, maar tegelijkertijd blijft de vraag naar technologie en advies op een hoog peil. De capaciteit ontbreekt om op korte termijn aan de groeiende vraag te voldoen. Op basis daarvan stelt Rabobank de groeiverwachting 2 procent neerwaarts bij. De Belastingdienst luidde recent al de noodklok over het tekort aan ICT’ers. Als gevolg van een groter dan voorziene uitstroom is de Belastingdienst de komende jaren naar verwachting niet in staat om alle beleidsopgaven die de Belastingdienst heeft te realiseren, zoals modernisering en verbetering van de informatievoorziening.

Overheidsorganisaties staan de komende vijf jaar voor de taak om hun informatievoorziening toekomstbestendig te maken. Dit begint met het oppakken van kennisbeheer en tijdige overdracht van kennis van vertrekkende medewerkers naar de jongere generatie. De volgende prioriteit is het behouden en binden van de eigen medewerkers, door het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden en een marktconform salaris. Daarnaast moeten overheden structureel nieuw personeel blijven werven en daarbij in aantrekkingskracht wedijveren met bedrijven. Overheidsorganisaties leunen steeds sterker op ICT. Overheden kunnen een innovatieve werkomgeving bieden met een maatschappelijke opgave. De techniek vormt niet langer een belemmering. Behoud en werven van personeel is de sleutel voor toekomstbestendige ICT die meegroeit met maatschappelijke en technologische ontwikkelingen.

When IT really matters

Eind vorig jaar publiceerde BZK een tentoonstelling over het informatiseringsbeleid van de overheid. Het geeft een mooi beeld van de beleidsontwikkeling van de overheidsinformatisering in de periode 1985-2021. De bijdrage van pionier en geestelijk vader van het informatiseringsbeleid Bas Brussaard (1930-2008) komt ook aan bod. “Rode draad in de tentoonstelling is dat de overheid moeite heeft om de technologische ontwikkelingen in de markt bij te kunnen houden.” concludeert Jaap Uijlenbroek in zijn inleiding. Het roept bij mij de herinnering op aan de ontwikkeling van markante marktspelers in de afgelopen veertig jaar.

In de tachtiger jaren werd de markt gedomineerd door ICT-bedrijven zoals Volmac, BSO en CMG. Deze bedrijven kenmerken zich door sterke bedrijfscultuur en dominante rol van de oprichter. Zo gold mede-oprichter van Volmac Joop van Oosterom (1937-2016) als een pionier in het professionaliseren van de consultancy-praktijk door standaardisatie van ontwikkelmethode en projectaanpak. Daarnaast introduceerde Van Oosterom maatregelen om het personeel te motiveren door financiële prikkels. Eckart Wintzen (1939-2008) richtte in 1976 BSO op na een managementbuy-out van het Amerikaanse GTE/Information Systems. Wintzen staat bekend als de uitvinder van de filosofie van celdeling, een managementbeleid waarbij het bedrijf wordt opgedeeld in meerdere kleine zelfstandige onderdelen.

Lang voordat Wintzen zijn celdelingsfilosofie lanceerde paste CMG deze constructie vanaf de start in 1964 al toe. Elk CMG-bedrijf had tussen de 60-100 consultants, één algemeen directeur en een integraal verantwoordelijke adjunct-directeur per 10-20 consultants. Als een bedrijf uitgroeide tot meer dan 100 consultants, dan werd het opgesplitst. Zo groeide CMG op autonome wijze met behoud van betrokkenheid van het personeel binnen de afzonderlijke bedrijven. De omgangsregels waren informeel. Het management werd opgeleid binnen eigen gelederen en na geslaagd assessment benoemd. In alles stond het leveren van kwaliteit en een langdurige klantrelatie voorop.

In 1988 kwam ik in dienst van CMG Den Haag, een vestiging verantwoordelijk voor dienstverlening aan de overheid en de toenmalige PTT. CMG telde toen zo’n 300 medewerkers in Nederland, een aantal dat in veertien jaar tijd zou uitgroeien tot meer dan 6.000 medewerkers. Het van oorsprong Britse bedrijf was met name succesvol in Nederland met haar kenmerkende cultuur van openheid, eerlijkheid en gelijkheid. In mijn eerste week maakte ik kennis met de oprichter van CMG en geestelijk vader van de bedrijfscultuur. Doug Gorman (1936-1995) was een bescheiden man, met passie voor zijn bedrijf CMG en een groot hart voor het welzijn van de medewerkers. Hij toonde op persoonlijke wijze zijn medeleven na het overlijden van mijn moeder en belde bij ons thuis aan met een bos bloemen na de geboorte van onze dochter. Kort voordat hij de leiding van het bedrijf over zou dragen overleed hij onverwachts. De succesvolle beursgang van CMG, enkele maanden later, heeft hij niet meer mee mogen maken.

De ommekeer kwam in het jaar 2000 toen CMG, op het moment dat de markt inzakte, het Britse IT-bedrijf Admiral overnam tegen een ongebruikelijk hoge prijs voor goodwill. De grote schuldenlast als gevolg van die overname was de oorzaak van het samengaan in 2002 met branchegenoot Logica. Het was een fusie met Logica als bovenliggende partij van twee bedrijven met een verschillende bedrijfscultuur en in vele opzichten zelfs elkaars tegenpool. Er volgden vele reorganisaties, wisselingen van bestuurders en ontslagrondes. De platte organisatie met zelfstandige cellen maakte plaats voor een hiërarchisch aangestuurde organisatie in een matrixstructuur met gespecialiseerde managementlagen en stafunits. Vanaf 2010 ging het snel bergafwaarts met Logica. Het laatste CMG-pareltje, het payrollbedrijf, werd verkocht aan salarisverwerker ADP. Het Canadese bedrijf CGI nam het noodlijdende Logica in 2012 over en bracht weer bloei in de Nederlandse activiteiten op basis van een ondernemende cultuur.

In de vorige eeuw waren we er trots op om voor ICT-bedrijven zoals Volmac, BSO en CMG te mogen werken. Ze zijn opgeslokt door buitenlandse ICT-reuzen, maar de herinnering blijft. Ik plaatste een mok met de slogan ‘When IT really matters’ op LinkedIn. Het CMG-logo is vervaagd door veelvuldig wassen in de wasmachine. Het bericht had bijna 20 duizend views en 268 likes. Meer dan 70 mensen gaven commentaar en plaatsten foto’s van naamplaatjes, golfballetjes, campagneflessen en andere aandenken uit hun CMG-tijd. Het was leuk om die collega’s van weleer langs te zien komen in mijn tijdlijn. Misschien wordt het zo langzamerhand ook tijd voor een tentoonstelling van onze nationale ICT-bedrijven.

Nieuw elan in digitalisering

Politieke partijen (met D66 als uitzondering) hadden tot voor kort weinig aandacht voor digitalisering en de gevolgen daarvan voor samenleving en economie. Dat zag je dan ook terug in de bescheiden aandacht voor digitalisering in de kabinetsplannen. Het regeerakkoord van Rutte3 kwam niet verder dan het voornemen een ‘ambitieuze, brede agenda voor de verdere digitalisering van het openbaar bestuur op verschillende niveaus’ te ontwikkelen. Het huidige coalitieakkoord vormt daarmee een tredbreuk: geen visies en plannen meer, maar concrete ambities.

De paragraaf digitalisering van het akkoord opent met  een passage over de huidige digitale revolutie die geweldige kansen biedt voor samenleving en economie: ‘die kansen gaan we benutten met uitstekende digitale vaardigheden, een sterke Europese digitale markt, hoogstaande digitale infrastructuur en ambitieuze samenwerking in technologische innovatie. Tegelijkertijd zorgt digitalisering voor een digitale kloof en groeiende ongelijkheid in onze samenleving. Ook onze veiligheid, rechtsstaat, democratie, mensen- en grondrechten en concurrentievermogen staan onder druk. Dat vraagt om solide spelregels, toezicht en strategische autonomie.’ De beleidsvoornemens geven blijk van evenwicht tussen benutten van de kansen en wapenen tegen de bedreigingen van digitalisering.

Nieuwe digitale technologieën zoals 5G, kunstmatige intelligentie en robotisering zorgen voor snelle veranderingen in de wereld om ons heen. Door digitalisering en samenwerking tussen overheid, wetenschap en private partijen kunnen we zaken anders organiseren en nieuwe diensten in het leven roepen. Daardoor kan economische groei worden versneld en onze samenleving gezonder, slimmer, veiliger en duurzamer worden gemaakt. De mogelijkheden zijn legio, bijvoorbeeld aan toepassingen in de gezondheidszorg en mobiliteit.

Tegenover kansen van de digitale revolutie staan ook bedreigingen. Europa wordt in toenemende mate overspoeld met ransomware, desinformatie en diefstal van intellectueel eigendom vanuit China en Rusland. De omvang van cybercriminaliteit lijkt jaarlijks te verdubbelen, waarbij Nederland verhoudingsgewijs vaker wordt getroffen door ransomware dan andere landen. Daarbij komt dat cybercriminelen veel gebruik van onze infrastructuur, omdat die van hoge kwaliteit is. De Onderzoeksraad voor Veiligheid adviseerde recent een fundamenteel andere aanpak om te voorkomen dat de maatschappij ontwricht raakt door cyberaanvallen. De coalitie kiest daarom voor een gecentraliseerde aanpak waarbij gecoördineerd en structureel wordt samengewerkt en investeert in een brede meerjarige cybersecurity aanpak en in cyberexpertise bij de Politie, Rechtspraak, Openbaar Ministerie en Defensie.

De digitaliseringsparagraaf suggereert een gecoördineerde aanpak op het gebied van digitalisering. Dat wordt nog een hele opgave, want het beleidsterrein is verdeeld over meerdere ministeries. Zo gaat Binnenlandse Zaken over het bevorderen van digitalisering op Rijksniveau, cybersecurity valt onder Justitie en Veiligheid, Economische Zaken gaat over digitale mededinging en de inlichtingendiensten vallen onder Binnenlandse Zaken en Defensie. Dat roept de vraag op met welk mandaat een nieuw bewindspersoon inhoud gaat geven aan de digitaliseringsambities van het nieuwe kabinet. Bovenal ben ik nieuwsgiering wie de coalitie daarvoor naar voren schuift. Wordt het weer een politicus uit de Haagse kringen die zich bezig gaat houden met de Rijks-ICT? Of krijgen we deze keer een cyberexpert als nieuwe Staatssecretaris, die nieuw elan toevoegt door de uitdagingen in Europees verband aan te gaan?

Naar een wendbare overheid

De luchtshow die een zwerm spreeuwen, op zoek naar een rustplaats voor zonsondergang geeft, behoort tot een van de spectaculairste natuurverschijnselen die in ons land te zien zijn. Een spreeuwenzwerm vertoont een rijke variatie aan vormen. Zwermen veranderen van trechters naar zandlopers. Verdichtingen en verdunningen vloeien naadloos in elkaar over. De vogels blinken uit in snelheid en wendbaarheid. Hoe krijgen ze het voor elkaar om als één geheel te bewegen? Onderzoekers stelden vast dat daar slechts drie basisregels aan ten grondslag liggen: de vogels zijn tot elkaar aangetrokken, ze vliegen met dezelfde snelheid en proberen botsingen en gevaar te vermijden. Dat roept de vraagt op: wat kunnen organisaties leren van deze vorm van zelfsturing?

Alertheid op de omgeving maakt dat een zwerm als geheel reageert en gelijktijdig kan wenden bij verandering of dreigend gevaar. Organisaties, die gebaseerd zijn op top-down sturing, systemen en regels, zijn daar niet toe in staat. Het kost maanden, zo niet jaren, om een verandering door te voeren. Om snel te kunnen reageren moeten organisaties wendbaarder worden. Dit vraagt om een andere manier van organiseren en onderlinge samenwerking gebruikmakend van intelligente automatisering. Technologie maakt wendbaarheid en continu aanpassen aan veranderende omstandigheden mogelijk. Dat biedt kansen voor overheidsorganisaties die in toenemende mate worden gedreven door data.

Voorwaarde voor wendbaarheid is een optimale inzet van standaard technologie die meegroeit met technische ontwikkelingen. Bij digitale transformatie draait het om het op maat bedienen van de klant. Voor overheidsorganisaties, die veelal hiërarchisch worden aangestuurd en in afdelingen taakgericht bezig zijn, is dit een grote veranderopgave. Niet langer de interne taken, maar de klantreis en voortdurend afstemmen op een (veranderende) klantbehoefte komen centraal te staan. Het is een verandering van organiseren en werken: de organisatie wordt ingericht op wendbaarheid. Bedrijven als Google, Zappos en Spotify lopen daarin voorop en werken volledig agile. Het organisatiemodel van Spotify met zelfsturende teams dient voor veel grote organisaties, waaronder ING en Buurtzorg Nederland, als voorbeeld.

In een snel veranderende samenleving is voortdurend anticiperen en aanpassen noodzakelijk. Overheidsorganisaties krijgen in toenemende mate te maken met veranderingen als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen, verschuivende politieke prioriteiten en voortschrijdende digitalisering. Deze veranderingen vragen om een wendbare overheid die beleid en uitvoering tijdig kan bijsturen en inspelen op individuele behoeften van burgers.