Bel ons niet anoniem

bel me niet

Als je tijdens etenstijd of zaterdagmiddag wordt gebeld door anoniem dan kun je er gif op innemen dat je een telemarketeer aan de lijn krijgt. Die claimt even van je tijd om je een verlenging van een abonnement, deelname aan een marktonderzoek, verhoging van een goede doelen donatie of hersteladvies woekerpolis aan te praten. Iedereen vindt telemarketing storend, ook als het een bedrijf betreft waarbij zij reeds klant zijn. Consumenten kunnen zich wapenen tegen ongewenste telefoontjes, maar volledig daarvan vrijwaren is vrijwel onmogelijk.

Een eenvoudige manier om ongewenste telefoontjes tegen te gaan is wegdrukken van oproepen zonder nummerherkenning. Dit is alleen geen duurzame oplossing, want de meeste callcenters blijven bellen en werken met automatische systemen die nummers bellen. Het gesprek wordt pas naar een agent doorgeleid als er wordt opgenomen. Het gesprek begint daarom meestal standaard met de volgende vraag die ons wordt gesteld: “Spreek ik met de heer of mevrouw Bozeveen?” Zelden hebben wij daarna de tegenwoordigheid van geest daarop te antwoorden dat de agent verkeerd moet zijn verbonden en op te hangen. Wij laten het gesprek op ons afkomen en ergeren ons vervolgens groen en geel vanwege de tijd die wordt geclaimd en de aanbieding waarover wij geacht worden per direct te beslissen.

Ergerlijk is het ook wanneer je achteraf constateert te zijn misleid. Zo werd mijn vrouw op een vrije middag overvallen door een telefoontje met de wervende mededeling: “Met uw energiebedrijf, ik kan u een mooie korting aanbieden op uw energienota.” Zo’n aanbod kun je natuurlijk niet afslaan. De man aan de andere kant van de lijn belooft de korting direct in te laten gaan. Ter verificatie vraagt hij nog naar het bankrekeningnummer. De machtiging kan dan gelijk worden aangepast aan de verlaagde maandelijkse bijdragen. Een week later ontvingen wij een brief met een “bevestiging van aanmelding” bij de Nederlandse Energie Maatschappij. Mijn vrouw was er van uitgegaan dat zij een tariefsverlaging van ons energiebedrijf Nuon had aanvaard. Maar onbewust hadden wij de overstap naar een nieuw energiebedrijf gemaakt en telefonisch een bankmachtiging verleend.

Je wordt tijdens het telefoongesprek overvallen. Je kent de context en de consequenties niet. Achteraf blijk je daarvan het slachtoffer te zijn geworden en word je geconfronteerd met ongewenste gevolgen. De koopovereenkomst hebben wij met veel moeite ongedaan kunnen maken en sindsdien proberen wij ons tegen ongewenste telefoontjes te wapenen. Wij hebben ons aangemeld bij het Bel-Me-Niet Register. Waar nodig maken wij gebruik van ons ‘recht van verzet’ door aan te geven dat wij niet meer telefonisch benaderd willen worden. Bedrijven zijn wettelijk verplicht dit te verwerken. Wat ons nu nog rest is de optie op ludieke wijze wraak te nemen of te wachten op een optie om alle anonieme nummers automatisch te blokkeren.

Geen geluk zonder pijn

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hard en lang maar rustig, zo moest de eerste slag worden gemaakt. Daarna twee halen op driekwart van de lengte, om op tempo te raken. Dan weer een hele, gevolgd door twintig extra harde halen en tegen die tijd hoorde je in de race te zitten, je eigen race, je liet de opbouw niet door anderen bepalen. ‘Ogen in de boot. Niet voortdurend naar de tegenstander kijken. Beheersing. Discipline. Aan de eigen planning denken.’

Dat zijn de wedstrijdinstructies van de roeicoach in het boek ‘Over het water’ van Jan Maarten van den Brink. De eerste starthalen kun je eindeloos oefenen en op commando uitvoeren, daarna moeten de roeiers het zelf doen. De roeiers moeten in hun race de juiste balans vinden tussen twee extremen: lafheid en overmoed. Als de roeiers te voorzichtig aan de race beginnen dan kunnen ze de aansluiting verliezen. Door een overmoedige start gaan de spieren eerder verzuren, waardoor de roeiers de hardheid van de halen minder lang kunnen volhouden. Uiteindelijk streven wedstrijdroeiers één doel na: het hoogste goed ofwel de overwinning. Volgens Aristoteles kan dat geluk worden bereikt onder de voorwaarden dat het door anderen wordt erkend en het zoveel mogelijk plezier en zo min mogelijk pijn brengt.

Winnen is het hoogste doel in de roeisport, maar wat gebeurt er in de race als de overwinning nabij lijkt en de tegenstand roeit voorbij? Roeiers die hun tegenstanders inhalen krijgen vleugels, terwijl de roeiers die worden ingelopen lijken te verlammen. Psycholoog Ruud den Hartigh promoveerde op de psychologie achter sportprestaties en de rol van momentum in de sport. Hoe komen sporters in een positieve of negatieve spiraal? Hij liet roeiteams op de roeiergometer deelnemen aan een gesimuleerde wedstrijd, waarbij de roeiers hun onderlinge posities konden zien op het scherm. Den Hartigh constateerde dat roeiers die het gevoel hebben dat de winst dichterbij komt, of juist verder weg raakt, verschillend reageren. ‘Vooral een negatief momentum, waarbij een voorsprong uit handen wordt gegeven, heeft veel effect’ beweert Den Hartigh ‘Sporters proberen in eerste instantie een tandje bij te zetten als ze worden ingehaald, maar we zagen in onze metingen dat hun kracht vrij snel afnam, hun coördinatie en vooral ook hun geloof in de winst.’

Het onderzoek van Den Hartigh bewijst het gelijk van de roeicoach: je vaart je eigen race, die je niet door anderen laat bepalen. Je gaat uit van eigen kracht om het potentieel dat in je zit volledig te benutten. Dat vergt oefening en training om grenzen te verleggen en de pijn bij zware inspanning te leren verdragen. Daarbij moeten de roeiers hecht samenwerken met hun teamgenoten. Het gaat om de juiste balans, de perfecte cadans waarbij de roeiers hun eigen ego ondergeschikt moeten maken aan het gezamenlijk doel: het winnen van de wedstrijd.

Geen beweging zonder moeite. Geen geluk zonder pijn erbij, die je kunt voelen, aan kunt wijzen, bij zijn spartelende staart kunt grijpen terwijl het gemakkelijker zou zijn geen moeite te doen en hem weg te laten glippen. (Uit : ‘Over het water’ van Jan Maarten van den Brink)

Waarheidsvinding Fyra-debacle vraagt om politieke zelfreflectie

FyranaarBrussel

Het Fyra-debacle heeft de samenleving 10,8 miljard gekost. Dat berekende de parlementaire enquêtecommissie, die nu gaat onderzoeken hoe het zover heeft kunnen komen. Tot voor kort verviel de politiek bij de waarheidsvinding in haar gebruikelijke reflex. Als er iets ontspoort in de samenleving wordt direct gewezen naar de schuldigen. Dat zijn de fraudeurs, de banken of de (overheids)bedrijven die de problemen veroorzaakt zouden hebben. Helaas wordt zelden kritisch gekeken naar de echte oorzaken die de problemen hebben veroorzaakt. De politiek lijdt aan een kortetermijngeheugen. Vaak heeft zij zelf schuld aan de situatie die de ontsporing heeft veroorzaakt.

Een schoolvoorbeeld van politieke bemoeienis is de aansturing van de Nederlandse Spoorwegen. Het bedrijf werd door verkeersminister Netelenbos – geheel tegen haar zin en onder politieke druk, zoals uit de verhoren van de enquêtecommissie blijkt – gedwongen tot een veel te hoge hsl-concessievergoeding. Tegelijkertijd mochten de spoorwegen voor een hsl-reis niet meer dan 125 procent van een normaal treinkaartje vragen. Adviezen aan de minister van ambtenaren, McKinsey en de Landsadvocaat, die wezen op de financiële wurggreep, werden in de wind geslagen. De NS moest een onhaalbare business case haalbaar maken. Die eis werd vervolgens vertaald in een openbare aanbesteding. Gerenommeerde leveranciers van hogesnelheidstreinen haakten af. Een noodlijdende Italiaanse fabrikant van metrostellen met een dubieuze reputatie schreef wel in. De NS had procedureel geen andere keuze dan de order te gunnen aan de Italianen die het laagste bod hadden gedaan. Na drie jaar van proefritten werd de Fyra vrijgegeven op het hogesnelheidsspoor. De treinen werden het sneeuwlandschap ingestuurd en bleken mankementen te vertonen. Het project ontspoorde en de schuld van het debacle werd volledig afgeschoven op de Italiaanse treinenbouwer.

Het probleem bij de waarheidsvinding is de vertrouwenscrisis waarin onze samenleving verkeert. Burgers klagen over de politiek. De politiek wijst traditioneel naar andere organisaties, zoals banken, bedrijven en toezichthouders. Wij vertrouwen elkaar niet meer en schuiven de problemen af op de ander. De sleutel voor een oplossing ligt bij onszelf. Wij moeten onszelf in de spiegel kijken en nagaan wat wij zelf kunnen veranderen. De politiek kan daarin het goede voorbeeld geven. Vertrouwen is wat onze samenleving bindt. Herstel van vertrouwen vraagt om zelfreflectie.

Laat ons zwaarden omsmeden tot ploegscharen

The-UN-Statue-Garden

In de tuin van het gebouw de Verenigde Naties in New York staat het beeld van een man die een zwaard omsmeedt tot een ploegschaar. Het beeld is in 1958 geschonken door de toenmalige Sovjet Unie aan de VN. Het beeld staat symbool voor het einde van geweld en het begin van de wereldvrede. Daarvoor is de Verenigde Naties in het leven geroepen. Acht eeuwen voor Christus is deze droom tot stand gekomen. Profeet Jesaja ziet dat de mensen hun God kwijt zijn geraakt. Zij gebruiken geweld, plunderen andere volken en vereren afgoden. In zijn profetie kondigt Jesaja de komst aan van Jezus, de Messias en Gods rechtvaardige heerser.

Daarmee wordt wereldwijde gerechtigheid en einde van het geweld voorspeld:

En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. (Jesaja 2.4)

Een wereldwijde gerechtigheid en een einde van het geweld is nu verder weg dan ooit. Het overgrote deel van de wereldbevolking gaat gebukt onder religieuze discriminatie en sektarisch geweld. Zo gaat het niet goed met de tolerantie tegenover Joden in Europa. Het aantal gewelddaden tegenover Joden en Joodse instellingen is vorig jaar met 40 procent gestegen. Het aantal uitingen van antisemitisme is vooral in België en Frankrijk toegenomen, met als dieptepunt de terroristische aanslagen. Bij de terreuraanslag vorig jaar bij een Joods Museum in Brussel vielen vier doden. Dit jaar gijzelde gijzelde Amedy Coulibaly, twee dagen na de aanslag op het satirische weekblad Charlie Hebdo, het supermarktpersoneel en bezoekers van de Joodse supermarkt Hyper Cacher in Parijs en bracht daarbij vier mensen om het leven.

De aanslagen hebben geleid tot een toename van de moslimdiscriminatie. In Nederland heeft afgelopen jaren meer dan 40 procent van de moskeeën last gehad van uitingen van geweld. Het geweld tegen moslims is even verwerpelijk als het jihadistische terrorisme. Geen enkele vorm van geweld tegen anderen is gerechtvaardigd. Alleen overheden hebben het geweldsmonopolie, maar dat geweld geldt enkel voor het handhaven van het recht. Op grond van de bijbel is gebruik van geweld ook niet toegestaan.

Wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen. (Matteüs 26:52)

Internet verenigt nazaten stamvader

familie JHG Boissevain

Lucas Bouyssavy is stamvader van de familie Boissevain. Hij vlucht in 1687 vanwege geloofsovertuiging op 25-jarige leeftijd uit zijn vaderland Frankrijk. Zijn familie en bezittingen heeft hij achtergelaten. Na drie jaar gevaarlijke omzwervingen vestigt hij zich in 1691 in Amsterdam. Meer dan drie eeuwen later telt het aantal nazaten van de Lucas meer dan 1.000 familieleden met de naam Boissevain over de hele wereld.

Vlucht naar Nederland
Lucas verkoopt op jonge leeftijd zijn voorvaderlijk erfgoed en maakt voor zijn vertrek uit Frankrijk zijn testament op. Als vluchteling is hij volledig berooid, maar met veel medeleven en steun van zijn kerk en de tolerante Nederlandse bevolking bouwt hij een nieuw bestaan op. Behalve de tekst van zijn testament is weinig bekend over Lucas en zijn Franse voorouders. Onderzoeken naar zijn herkomst en voorouders in archieven bij kerk en burgerlijke stand hebben tot nu toe weinig resultaat opgeleverd. Van de twee kinderen van Lucas en zijn vrouw Marthe is evenmin weinig bekend.

Sociale stijging en emigratie
In de navolgende generaties ontworstelt de familie zich uit de armoede. Zij houden zich vooral bezig met handel en scheepvaart. Daarnaast vervullen verschillende leden van de familie belangrijke posities op uiteenlopend gebied, bijvoorbeeld functies in de Waalse gemeente, in de Gemeenteraad, in de Tweede Kamer en in de Rechtbank van Koophandel. De sociale stijging van de familie zet door in de negentiende eeuw. Getuige de dagboeken, brieven en reisverslagen hebben de Boissevains een rijk sociaal leven in en rond Amsterdam. In de loop van de generaties spreidt de familie zich verder uit over de rest van Nederland en Europa. Daarna verspreidt de familie zich over het Noord-Amerikaanse continent. Ook in het voormalig Nederlands-Indië is de familie in prominente posities aanwezig.

Herinneringen levend houden
Om de familieband te versterken en de historie van de familie te behouden wordt in 1934 een familieverband opgericht. Deze gaat in 1967 op in een familie Stichting. De familiestamboom wordt in kaart gebracht en een centraal familiearchief opgebouwd. Jaarlijks wordt een bulletin uitgegeven met familienieuws en eens in de vijf jaar wordt een familiereünie georganiseerd. In 2005 heeft het Amsterdams gemeente archief de inventaris van de familie geïnventariseerd. Het familiearchief beslaat circa 25 meter planklengte correspondentie, documenten en foto’s. De inventaris van het archief en later ook de gedigitaliseerde documenten worden door het Gemeentearchief op internet gepubliceerd en intensief geraadpleegd. Het online archief wordt gebruikt voor educatieve doeleinden (bijv. om het leven in de negentiende eeuw te illustreren) en wordt ook veelvuldig geraadpleegd voor het schrijven van scripties en onderzoek.

Familiegeschiedenis op internet
Vanaf het begin van deze eeuw is de familie actief op internet met een eigen website. In 2008 wordt de stamboom middels Genealogie Online op internet gepubliceerd. Het aantal bezoeken en informatieverzoeken neemt daarna snel toe. Mensen op zoek naar het verleden van de familie en aanverwante families raadplegen de stamboom. Door internetcontacten komt de familie meer te weten over de herkomst uit Frankrijk en voorouders uit de zestiende eeuw. Internet betekent veel voor de familie bij haar speurtocht naar het gezamenlijke verleden. Dit is ook wat de familie samenbrengt tijdens de familiereünies. Enthousiast gemaakt door informatie en aankondigingen op internet ontmoeten familieleden uit alle windstreken elkaar in Amsterdam. Generaties met een gezamenlijke stamvader genieten van een rondvaart door de grachten en bekijken de grachtenpanden waar een rijke familiegeschiedenis schuil gaat.

Familiecontacten via sociale media
Vanaf 2008 wordt actief gebruik gemaakt van sociale media om de familiebanden te onderhouden. Familiegroepen zijn gevormd en nieuwe familiecontacten gelegd. Lucas Bouyssavy moest bij zijn vlucht uit Frankrijk familie, huis en vaderland achter zich laten. De huidige generatie behoudt onafhankelijk van woonplaats en tijd contact en breidt haar netwerk uit. Stamvader Lucas zou er van hebben opgekeken.

Nooit vergeten tijd

Opnamedatum: 2009-11-23

Als daarom de Grieken over de toekomst spreken, zeggen zij: ‘Wat hebben wij allemaal nog achter ons?’ en in die zin was Anton Steenwijk ook een Griek. Ook hij stond met de rug naar de toekomst en met zijn gezicht naar het verleden. Als hij nadacht over de tijd, zoals hij soms deed, zag hij de gebeurtenissen niet uit de toekomst komen en via het heden naar het verleden gaan, maar uit het verleden ontwikkelden zij zich in het heden, op weg naar een ongewisse toekomst.

Dit citaat uit het boek ‘De Aanslag’ van Harry Mulisch karakteriseert zijn visie op de tijd. Wanneer de gebeurtenissen eenmaal verleden zijn geworden, zijn zij niet toevallig maar voor eeuwig onverwoestbaar. Het verleden moet goed worden verzorgd. De Nationale Herdenking op 4 mei draagt bij aan de verzorging van het verleden. Op 5 mei wordt de Bevrijding gevierd.

Wij zijn voor een korte vakantie in Duitsland en bezoeken de stad Münster. Deze stad is vooral bekend vanwege de vredesverdragen die daar zijn afgesloten. De Vrede van Münster maakte in 1648 een einde aan twee grote Europese oorlogen: de Dertigjarige Oorlog tussen een groot aantal Europese landen en de Tachtigjarige Oorlog tussen de opstandelingen in de Nederlanden en Spanje. Het einde van de Tachtigjarige Oorlog betekende tegelijkertijd dat de Noordelijke Nederlanden officieel als onafhankelijk land werd erkend.

Wij lopen door een levendige stad Münster. De sfeer wordt bepaald door grote aantallen fietsers en studenten. De stad heeft mooie religieuze gebouwen uit de veertiende en de vijftiende eeuw. In het centrum ligt de Prinzipalmarkt met mooie arcaden en chique winkels. Veel gevels doen denken aan de patriciërs huizen van de Nederlanden uit onze Gouden Eeuw. Het Raadhuis heeft een fraaie gotische gevel. In dit huis bevindt zich de Friedenzaal met gespaard gebleven meubilair uit het midden van de veertiende eeuw. Het is moeilijk voor te stellen dat deze stad tijdens de Tweede Wereldoorlog door bombardementen van de geallieerden grotendeels is verwoest. Zelfs de Dom en het Raadhuis zijn nadien volledig gereconstrueerd. In het Stadtmuseum zien wij de geschiedenis van de stad uitgebeeld: de opkomst van het nazisme, de deportatie van de Joden, de verwoesting van de stad en de wederopbouw. In de zestiger jaren is de wederopbouw zo goed als voltooid en worden de Rolling Stones enthousiast door de jeugd verwelkomd in de stad.

Op ons gezin maakte de tentoonstelling over de geschiedenis van Münster diepe indruk. De Tweede Wereldoorlog vormt een groot contrast met ons huidige bestaan. Door de oorlog te herdenken koesteren en vieren we gelijktijdig onze vrijheid en welvaart. Toekomstige generaties zullen de traditie van vrijheidsviering over moeten nemen. Bevrijdingsdag 5 mei moet daarvoor een verplichte vrije dag worden. De misdaden uit de oorlog mogen nooit in de vergetelheid raken. Dit mag nooit vergeten tijd worden, zoals Harry Mulisch schreef in zijn boek ‘Het stenen bruidsbed’: We zullen pas ophouden om de Tweede Wereldoorlog te herdenken als de Derde Wereldoorlog uitbreekt.

Deel minder, met minder

email-terror

Overdag en ’s avonds zijn wij tegenwoordig langdurig in onze beeldschermen verzonken om de stortvloed aan mailberichten weg te werken. Tijdens vergaderingen inspecteren we regelmatig onze smartphone om niets te hoeven missen. Dit gaat ten koste van het persoonlijke contact.

In de vorige eeuw was het zakelijke berichtenverkeer nog overzichtelijk. Elke zaterdag plofte er een dikke enveloppe met weekendpost van mijn werkgever op de mat. Zo kon ik in alle rust de bedrijfsmededelingen en offertes doornemen. Vanaf 1995 werd de bakjespost vervangen door email berichten. Daarna ging iedereen met iedereen mailen. Niet veel later gingen we vanaf iedere locatie en op elk mogelijk tijdstip mail versturen. Het mailverkeer groeide explosief. In 2001 werden wereldwijd dagelijks 31 miljard mailberichten verzonden. In 2008 was dit aantal opgelopen tot 170 miljard. De wereld telt nu 3,1 miljard internetgebruikers. Vandaag de dag worden, volgens de realtime statistieken van worldometers, dagelijks meer dan 210 miljard berichten verstuurd, waarvan minstens 80 procent reclame of spam is. Onze mailbox stroomt vol met ongewenste reclame en overbodige berichten die naar iedereen worden gestuurd.

e-mail terreur
Door de stortvloed aan mailberichten begint het medium aan haar eigen succes ten onder te gaan. Van de beoogde verhoging van de productiviteit komt daardoor weinig terecht. Organisaties lijden financiële schade door de overdaad aan te verwerken e-mail. Medewerkers besteden veel te veel tijd aan het e-mailen. Managers besteden er gemiddeld twee uur per dag aan. Veel berichten sneeuwen onder in een overvolle mailbox en verdwijnen zelfs ongelezen in de prullenmand. Hoewel de mail asynchroon werkt en niet direct hoeft te worden gelezen, voelen velen zich daar wel toe gedwongen. Door de komst van smartphones kunnen we namelijk altijd en overal de mail checken en verwachten we ook snel een antwoord op onze mail. Veel werknemers raken hierdoor de controle over hun eigen berichtenstroom kwijt. Zij voelen zich geleefd door hun mailbox. Door het dwingende karakter van de mail raken zij gestrest en krijgen een burn-out.

minder e-mailen
“Heb je mijn mail gelezen?” is de meest aan mij gestelde vraag op mijn werk. Meestal is het bericht dan kort daarvoor verstuurd. Maar overdag lees ik nauwelijks mijn mail. Tijdens werktijd wil mijn tijd zoveel mogelijk besteden aan persoonlijk contact met klanten, partners en medewerkers. Ik scan mijn mailbox wel tussen de besprekingen door, maar uitgebreid lezen en beantwoorden is zonde van de tijd. Dagelijks krijg ik meer van 100 e-mailberichten. De berichten met mijn naam in de cc sla ik over. De uitnodigingen voor afspraken bekijk ik in mijn agenda. De nieuwsbrieven en alerts gaan naar een aparte mailbox. In de ochtend handel ik de zelfbedieningsprocessen af en ’s avonds behandel ik alleen de mail die aan mij is gericht. De meeste berichten blijken dan allang weer achterhaald. Binnen een kwartier zit het werk er dan weer op. Voor dringende zaken moet je bellen, Whatsappen of sms’en. Op samenwerkingsplatforms en sociale media deel ik met iedereen. Via het dwingende mailmedium deel ik minder met minder mensen.

Imagoproblemen

klaver

“Verschil van mening dat moet kunnen” zei ABN Amro Commissaris Rick van Slingelandt bij het verlaten van de hoorzitting. Hij zei de ‘ontstane emotie’ te ‘betreuren’ maar vond de salarisverhoging ‘een juiste beslissing’. De aanwezige Tweede Kamerleden liet hij in verbijstering achter. ‘Stuitend’ vond GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver de antwoorden en ‘wilde niet weten in wat voor universum de ABN-topman leeft’. Klaver vertolkte de mening van het volk.

De financiële sector mag dan wel vooruitgang hebben geboekt met het centraal stellen van de klant, het beeld van de bankier bij de gemiddelde Nederlander houdt het midden tussen ‘De Prooi’ en ‘The Wolf of Wall Street’. De banken hebben ons in de financiële crisis gestort en zijn daarna op kosten van de belastingbetaler gered is het algemene credo. Terwijl de overheid en toezichthouders medeschuldig zijn aan de crisis moet de financiële sector het ontgelden. De politiek vertolkt de maatschappelijke verontwaardiging. De publieke commotie over een loonsverhoging wordt extra uitvergroot en hoog opgenomen.

De Tweede Kamer besprak ook de onregelmatigheden bij ICT-aanbestedingen. Door het onderzoek van de commissie Elias en Zembla uitzendingen ligt de ICT-sector onder vuur. Kamerlid Kees Verhoeven vertrouwt de ICT-bedrijven niet en roept de minister op meer afstand te nemen van ICT-bedrijven. Het onderlinge vertrouwen tussen de overheid en de ICT-sector is al lange tijd niet goed. De overheid vindt ICT-bedrijven zakkenvullers. De ICT-bedrijven vinden de overheid incompetent op ICT-gebied. Het komt er op neer dat de overheid tekort schiet als opdrachtgever en ICT-bedrijven onvoldoende invulling geven aan hun zorgplicht.

Overheid en ICT-bedrijven hebben ieder hun eigen werkelijkheid. Het kan zijn dat alle lichten bij de overheid op groen staan terwijl bij het bedrijf enkele lichten op rood staan, bijvoorbeeld van de marge. Dat is belangrijke informatie, want niemand heeft iets aan een wurgcontract. Waarom worden die dashboarden niet gedeeld? Er moet een cultuur komen die het delen van dit soort informatie beloont in plaats van bestraft. Teveel regels kunnen averechts werken. We moeten meer vertrouwen geven, in plaats van minder.

De financiële sector en de ICT-sector hebben een imagoprobleem. Beide moeten het geschonden vertrouwen terugwinnen. Door alleen gesprekken, regels en beloften gaat dat niet lukken. Het gaat er om dat ‘wat je zegt, wat je doet en wat je laat zien’ in balans zijn. Goed handelen moet altijd centraal staan. Dat is handelen vanuit vakmanschap, de klant centraal stellen en echt toegevoegde waarde leveren. Als je elkaar met respect behandelt en de klant en het maatschappelijk belang echt centraal stelt, dan hebben we het niet meer over een salarisverhoging voor bestuurders of een bezoek aan een skybox.