Diplomabureaucratie

bureaucratie

De complexiteit van de overheid maakt het voor de burger lastig om onze bureaucratie te begrijpen en er mee om te gaan. Die bevindingen stuurde de Nationale ombudsman naar de Tweede Kamer. Burgers worden geconfronteerd met een onbegrijpelijke overheid. Zo heeft een bijstandsmoeder bijvoorbeeld te maken met twaalf bronnen van inkomsten of aftrek. Met name laagopgeleiden hebben moeite de overheidsbureaucratie te begrijpen. Maar zelfs hoger opgeleide burgers en de ambtenaren zelf hebben moeite onze overheid te doorgronden.

De overheid als systeem
De ombudsman vergroot de verschillen uit tussen de ‘overheid als systeem’ en de leefomgeving van de burger. Voor de overheid staan de systeemwaarden voorop. Dit wordt ervaren als een papieren werkelijkheid van wetten en regels die zich vaak moeilijk verhouden tot de maatschappelijke werkelijkheid. Complexiteit, bureaucratie en gebrek aan inlevingsvermogen veroorzaken spanningen tussen overheid en burger. Daarbij komt dat wet- en regelgeving complex zijn en voortdurend aan verandering onderhevig zijn. Maar ook de overheid zelf is complex. Meerdere overheidsorganisaties tegelijk zijn betrokken bij één onderwerp dat de burger raakt. Die overheidsorganisaties spreken niet de taal van de burger en dringen burgers dan ook nog gebrekkig werkende digitale portalen op.

Complexiteit omarmen
Niemand zal bestrijden dat er veel wetten en regels zijn en bovendien nog ingewikkeld ook. De oproep van de Ombudsman voor eenvoud en minder regels zal niets opleveren. Regels zijn noodzakelijk om de samenleving in goede banen te leiden. Overheden realiseren zich dat de crisis niet het gevolg was van deregulering maar van slechte regulering. Globalisering, instabiliteit en toenemende complexiteit van de samenleving vragen om nieuwe regelgeving en aanpassing van bestaande regels. Het aantal regels zal blijven groeien en de regels worden steeds complexer. Het heeft geen zin de complexiteit te bestrijden. We moeten een middel zien te vinden daarmee om te gaan.

Niet de regels maar gevolgen tonen
De overheid zou de burger bijvoorbeeld niet voortdurend moeten confronteren met de regels zelf, maar met de gevolgen daarvan voor de individuele situatie. Neem bijvoorbeeld de maximum snelheden op onze autosnelwegen. Dagelijks passeer ik een bord met 120 met onderbord ‘6-19 uur’ en ‘bij gesloten spitsstrook’. In de ochtendspits zou de spitsstrook open moeten zijn, maar soms toont het matrixbord een rood kruis. Even verderop geeft het kantelwalsbord ‘100’ aan en de matrixborden ‘90’. In plaats van het volgen van alle instructies van de wegbeheerder zou ik liever mijn aandacht bij het verkeer willen houden. Dus zou het beter zijn aan automobilisten de maximaal toegestane snelheid door te geven via een kastje in de auto. Hetzelfde zou de overheid kunnen doen bij invoering van nieuw beleid: toon de individuele consequenties in een web portaal. Bij de mislukte introductie van de inkomensafhankelijke zorgpremie had daardoor veel duidelijk verschaft kunnen worden.

Een ander type ambtenaar
In het bedrijfsleven verplaatsen accountmanagers zich in de situatie van zijn of haar klant. Zij regelen de contacten tussen klanten en de vele interne loketten in hun organisatie. De klant hoeft dan niet zelf al die loketten langs. Zo zou de overheid ook kunnen werken. De overheid zou veel meer moeten investeren in een goede frontoffice, die deels bestaat uit een elektronisch loket waar eenvoudige zaken zoveel mogelijk automatisch afgehandeld worden. Voor de complexe processen zijn er in die frontoffice accountmanagers die de burger begeleiden. Dit model vereist een ander type ambtenaar, iemand die goed is in het contact met de burger en zelf zijn of haar weg weet te vinden in de organisatie. Van een burger mag je niet verwachten dat die is opgeleid om de overheid te doorgronden. Mensen willen zich bezig houden met hun eigen leefomgeving en niet leven in een diplomabureaucratie.

Brandalarm

Brandalarm

In de zomer van 2011 wordt er om half drie in de nacht hard op de deur van onze vakantiewoning gebonsd. “Brand, er is brand. We moeten hier weg.” Ik spring van mijn bed en zie de paniek in de ogen van één van de gasten van het vakantiepark. Ons huis staat afgelegen en wij zijn als laatste gewaarschuwd. Buiten zie ik een rode gloed. Wij trekken snel wat kleren aan. Ik pak mijn rugzak met laptop, iPhone, horloge en autosleutels. Mijn dochter stopt de iPad, zakmes en zonnebrillen in een tas. Wij rennen naar buiten de brand tegemoet.

Op de parkeerplaats hebben alle gasten zich al verzameld. “Wij moeten hier zo snel mogelijk weg. Is iedereen wakker? Wie wil er meerijden?” Op nog geen honderd meter afstand brandt het in het bos. De vlammen laaien hoog op. Een harde wind waait vanaf de brandhaard onze richting uit. Een vonkenregen daalt voor ons neer op de parkeerplaats. Eén voor één springen wij in onze auto’s. In colonne rijden wij over de onverharde weg naar beneden, op weg naar het dorp aan de voet van de berg. Onderweg horen wij een explosie. Vonken spatten tegen onze auto’s.

In het dorp waarschuwen wij de bewoners. Geschrokken kijken zij naar de brand die oplaait boven de berg. Met de harde wind zal het vuur zich snel verspreiden en mogelijk ook het dal bereiken. ‘Onze gemeente doet niets om ons tegen dit soort rampen te beschermen’ klagen de bewoners van het dorp. De alarmcentrale is direct gebeld en de brandweer is al onderweg. Lang hoeven wij buiten niet te koukleumen. Al snel worden wij uitgenodigd om binnen de komen. Wij krijgen koffie en vertellen over het vuur in het bos bij onze vakantiewoningen, de explosie en de asregen.

De brandweer laat op zich wachten. Maar op de berg zien we geen vlammen meer. Na drie kwartier rijdt de eerste brandweerauto door de straat. De auto rijdt de verkeerde kant op, maar trekt zich weinig aan van onze instructies. Even later heeft de auto de juiste route naar de top van de berg gevonden. Dan arriveren er meer brandweerauto’s. Even later nog meer auto’s. Een uur later krijgen wij de melding dat de brand onder controle is. Wij mogen ook weer terugkeren naar onze vakantiewoning.

De volgende ochtend zie ik nog rook opstijgen vanuit het bos. De brandweer is bezig met nablussen. Ik loop naar de brandhaard en tref een afgebrand huis aan. De bomen in de omgeving zijn zwartgeblakerd. Vanaf april is er dit jaar geen neerslag meer gevallen in de Zuid Franse streek de Gard. Maar uitgerekend in de nacht voorafgaand aan de brand heeft het hard en langdurig geregend. Daardoor hebben de bomen geen vlam kunnen vatten en heeft de asregen ook niet voor nieuwe brandhaarden gezorgd. Daarmee hebben wij geluk gehad. Hoewel het natuurlijk maar de vraag is of het toeval is dat de brand in het huis na de regenval is uitgebroken.

Bij mij blijft de vraag hangen of wij er goed aan hebben gedaan om hals over kop voor de brand te vluchten. Wie heeft de regie voor de evacuatie? Handelen we op instinct en lopen we elkaar achterna? Of moeten we de situatie eerst onderzoeken en daarna door het bevoegd gezag een verstandig besluit laten nemen? En wie zegt ons dat we met z’n allen de goede kant uitvluchten? Ik ga mij toch maar eens verdiepen in crisisbeheersing bij brandalarm.

Kenniswerker gaat met Werkantie

werkantie

Vroeger gingen wij ‘s zomers hooguit twee weken met vakantie. Dat was de norm voor managers in de adviesbranche. Jaloers keken wij naar onze collega’s binnen de overheid. Die waren zomers wel vier weken of langer afwezig. Intussen zaten wij te zweten op de aanbestedingen die de overheid steevast vlak voor het zomerreces publiceert. De laatste jaren nemen wij ook een lange zomervakantie, maar anders dan vroeger houden we contact met het werk.

Ik ga op vakantie en ik neem mee: racefiets, driekwartsbroek, laptop, iPad en iPhone. Voordat ik vertrek regel ik een dagbundel voor mobiel internetten in het buitenland. Ook contoleer ik of er standaard WiFi aanwezig is op ons vakantieadres. Nadat ik een verzameling boeken en rapporten op de iPad heb geladen ben ik klaar voor vertrek.

Het meenemen van het werk tijdens de vakantie is inmiddels een trend geworden. Ruim twee derde van alle managers checkt de e-mail tijdens de vakantie. De helft van de kampeerders kijkt vooraf of er WiFi aanwezig is op de camping. De kinderen houden contact met vriendjes via Whatsapp en Facebook. De ouders volgen het nieuws via internet en checken hun e-mail. De combinatie van WiFi met de smartphone en de iPad luiden ‘Het Nieuwe Werken’ tijdens de vakantie in. We lezen kranten, boeken en rapporten op de iPad. Op het strand beantwoorden we de e-mail en we volgen onze vrienden en collega’s via Facebook en Twitter. Tijdens de vakantie vind je ook de rust een artikel te schrijven, want tijdens de vakantie heb je het dagpatroon in eigen hand. Grenzen tussen werk en privé vervagen. Dat geldt ook voor de grenzen tussen werk en vakantie. Volgens Financial Times-journalist Lucy Kellaway is dit de toekomst voor de meeste kenniswerkers. Zij introduceerde daarvoor het woord ‘Worliday’: de combinatie van een beetje vakantie en een beetje werk. In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken is dit wel zo prettig volgens Kellaway:

“I would wake up, do a few e-mails and then go for a walk by the sea. Later, I might write an article sitting under a window with a view of a stream. After that, I’d go outside to light the coals to barbecue a sausage. Or rather, I’d look at the glowering sky and put the sausages under the grill instead.”

Een beetje werken tijdens de vakantie is niet ongezond concludeerde een promovenda van de Radboud Universiteit. Af en toe tijdens de vakantie betrokken blijven met het werk geeft een gevoel van controle over het werk. Dat geeft rust en zorgt er ook voor dat je beter uitgerust weer van start gaat na de vakantie.

Apocalyps of ondergang van internet

Aplocalyps 61

Hackers, die het netwerk van de Amerikaanse overheidsdiensten wisten te kraken, blijken de gegevens van minstens 21,5 miljoen mensen te hebben gestolen. In Duitsland moeten mogelijk 20.000 computers worden vervangen na een cyberaanval op het Duitse parlement. Afgelopen maanden werden ook Sony en het Franse tv-station TV5 geteisterd door cyberaanvallen. Deze maand werd Hacking Team, een Italiaans bedrijf dat hack-software ontwikkelt voor onder meer overheden, zelf gehackt. Het hacken van complete bedrijfsnetwerken is kinderspel en de pakkans is minder dan 0,001 procent. Dit brengt bij mij een visioen naar boven van het doemscenario, waarvan ik hoop dat het nooit werkelijkheid zal worden.

Triomfantelijk macht
Wij genieten van onze vrijheid, de grootst mogelijke vrijheid. Er zijn geen grenzen meer. Het internet maakt het mogelijk dat wij op ieder moment, vanaf iedere plek, met ieder communicatiemiddel direct kunnen communiceren. Wij kunnen videoverbindingen leggen met mensen over de hele wereld en met elkaar spreken alsof we bij elkaar in de huiskamer zitten. Bedrijven en overheden verplaatsen hun rekencentra naar de Cloud. Daardoor kunnen zij flexibel inspelen op een veranderende behoefte en kosten verlagen. Dingen en installaties worden automatisch herkend en aangestuurd via het web. Technologie zorgt voor innovatie.

Aardse kracht
Met de groei van het internet neemt ook de kwetsbaarheid van het web toe. Er ontstaan spanningen over het beheer van de Cloud. Bedrijven leiden schade door storingen en onrechtmatig gebruik van data. Overheden maken onderling afspraken en proberen de gaten te dichten in hun regelgeving. Criminelen hebben vrij spel op het internet. Zij leggen vitale netwerken plat en verschaffen zich toegang tot vitale bedrijfsgegevens. Bedrijven en overheden worden daarmee onder druk gezet. Bankrekeningen van particulieren worden geplunderd. Opsporingsdiensten speuren op het web naar de daders. Deze slaan terug met aanvallen op banken en overheid. Het is oorlog op het internet. De daders zijn moeilijk te traceren. Iedere poging tot opsporing en verdediging lokt weer een nieuwe onverwachte aanval uit.

Armoede
Overheid en bedrijven verscherpen de verdedigingslinies tegen de cyberaanvallen. Het aantal aanvallen op het web stijgt dramatisch. Banken kunnen gedupeerde rekeninghouders niet meer vergoeden. Bedrijven die zich niet kunnen wapenen gaan failliet. De pakkans voor criminele groeperingen daalt. De sterkste bedrijven profiteren van het omvallen van hun concurrenten en gaan een verbond aan met criminele groeperingen. De werkeloosheid stijgt sterk. En de beurzen kelderen.

Slachtoffers
De overheid staat machteloos. Het bevolkingsregister wordt gestolen. De identiteit van burgers ligt op straat. Criminelen voeren hun aanvallen uit in naam van onschuldige burgers. Energiecentrales worden aangevallen. Er wordt ingebroken in besturingssystemen van de waterkeringen. De infrastructuur raakt ontwricht. Een deel van het land loopt onder water. Mensen komen om van de kou en verdrinken.

Gerechtigheid
De samenleving keert zich af van de technologische vooruitgang. In ogen van velen heeft deze alleen maar tegenspoed, dood en verderf gebracht. Het verzet groeit tegen het alsmaar groter en almachtiger internet. Sommige bedrijven en burgers keren zich helemaal af van internet. Actiegroepen roepen op het web te ontmantelen en de mensen te beschermen tegen de gevaren ervan.

Aardbeving
Het internet is lange tijd met veel inspanning in de lucht gehouden. Met het opraken van de IPv4 adressen is het web met technische lapmiddelen overeind gehouden. Door een aardbeving in de Middellandse Zee breekt een vitale internetkabel. De één na de andere internetvoorziening valt uit. Als een kaartenhuis stort het wereldwijde web in elkaar. Voor de tweede keer spat de internetzeepbel uiteen. Deze keer is het definitief.

Stilte
Het alomvattende internet wordt niet opnieuw opgebouwd. De budgetten daarvoor zijn niet beschikbaar en het draagvlak ontbreekt. Bedrijven zien het internet ook niet langer als een volwaardig bedrijfsnetwerk. Er worden nog wel specifieke private netwerken opgebouwd. Maar de vrijheid van een wereldwijd omvattend netwerk is definitief voorbij.

Verslingerd aan de iPad

Vandaag vijf jaar geleden ging in Nederland de eerste iPad in de verkoop. Een maand later werd mijn eerste iPad thuisbezorgd. Dit waren mijn bevindingen en hooggespannen verwachtingen – die volledig zijn uitgekomen – destijds.

Augustus 2010 – Deze week bezorgde de postbode mijn nieuwe iPad. Een grote doos, een zak voor de beschermhoes en een enveloppe voor de SIM kaart. In de doos alleen de iPad en een netsnoer. Niet de gebruikelijke folders en handboeken. De iPad wordt aangesloten op iTunes en alle programma’s en bestanden van mijn iPhone worden overgezet. Na een urenlange synchronisatie test ik de iPad en alles werkt direct. De gebruikersinterface is prachtig, hoog resolutie scherm en het apparaat is super snel. De oude iPhone apps vallen nu heel erg tegen door het korrelige beeld. Sommige apps werken ook goed op de iPad, maar de meeste apps verwijder ik. Daarna installeer ik enkele aanbevolen iPad apps. De Telegraaf app gaat meteen weer naar de prullenbak vanwege de bedroevende content. In een mum van tijd is mijn iPad klaar voor gebruik.

Ik ben nu in het bezit van een alleskunner met 64 Gb. Waarom heb ik die vroeger nooit gemist? Nog niet eens zo lang geleden plofte er elke zaterdagochtend een grote enveloppe van mijn werk op de deurmat. Daarin zaten memo’s, offertes en rapporten. Het weekend werd voor een belangrijk deel gevuld met het doorlezen van de stukken en het lezen van de dikke weekendkranten. Halverwege de negentiger jaren kocht ik een mobiele telefoon. Nu kon ik vanuit de auto, tijdens de vakantie en op ieder willekeurig tijdstip en plaats met de familie en mijn collega’s communiceren. Enkele jaren later volgde het internet en de e-mail. De wekelijkse enveloppe verdween, maar het mailverkeer neemt ieder jaar toe. Met een uurtje per dag vanaf de werkplek de mail afhandelen kom je niet meer uit en sommige berichten vragen om een snelle afhandeling. De BlackBerry was de oplossing. Nu kon ik op ieder moment van de dag en vanuit iedere plaats mijn mail lezen en beantwoorden. Omdat de internet prestaties van de BlackBerry tegenvallen kocht ik ook een iPhone. Nu kon ik bovendien ook beter mobiel Twitteren en Facebooken. Op een gegeven moment liep ik met een rugzak met een schrijfmap, laptop, BlackBerry, iPhone en mobiele telefoon. De vraag dient zich nu aan welke plek de iPad daartussen gaat innemen en of dit tablet het papierloze tijdperk inluidt.

Wat betreft het gebruikersgemak bij mail, contacten en agenda laat de iPad de PC ver achter zich. Het bekijken van foto’s en films in hoge resolutie is ook verbluffend mooi. Het ingebouwde toetsenbord werkt goed en snel. Bovendien kun je nog een klein extern toetsenbord koppelen aan de iPad. De hoeveelheid Nederlandstalige content is echter teleurstellend. Boeken zijn nauwelijks voorhanden, op de Max Havelaar en Nederlandsche Nationale Klederdrachten na dan. De kranten zijn ook nog niet “into the iPad”. De NRC heeft een mooie app die op de iPhone en de iPad werkt. Deze maakt jammer genoeg nog geen gebruik van de multimediamogelijkheden. De Volkskrant heeft een lage resolutie iPhone versie, maar heeft aangekondigd in september met een volwaardige app te komen. De digitale versie van het fd moeten we vooralsnog via de browser bekijken. Nu.nl en Veronica bieden mooie apps die wel gebruik maken van de multimedia mogelijkheden van de iPad.

De papieren kranten en boeken zijn dus voorlopig nog geen verleden tijd. We moeten vooralsnog dus nog met een grote tas boeken op vakantie en maandelijks met een doos oude kranten naar de papierbak. De iPad kan ook de PC nog niet volledig vervangen. Het uitwisselen en bewerken van documenten, spreadsheets en tekenprogramma’s levert beperkingen op en met de iPad kan ik de netwerkprinters niet aansturen. De schrijfmap kan gelukkig wel weg. Ik hoef dus ook geen grotere rugzak aan te schaffen. Het beschikbaar komen van digitale content in multimedia formaat is een kwestie van tijd. Apple zou ook de ontsluiting via de Cloud moeten faciliteren. Nu moeten we ons behelpen met Dropbox. Ook de primitieve synchronisatie met behulp van iTunes zou via de Cloud moeten lopen. Dan zijn we eindelijk verlost van de ergernis van vastlopende computers en ligt het papierloze tijdperk in het verschiet.

Een bank voor kleine beleggers

Floris Deckers

Met Evi van Lanschot zette Van Lanschot twee jaar geleden de stap richting de zogenoemde ‘starters op de vermogensmarkt’. Kleine beleggers bij de bank worden gemaand over te stappen naar het Evi concept. Nog geen vijf jaar geleden nam de bank juist afscheid van de mindervermogenden. Ik viel destijds van mijn stoel nadat ik in één week tijd een verzoek voor deelname aan een cliënttevredenheidsonderzoek van de topman van de bank ontving en een opmerkelijk interview met hem las  in het fd. Dat bracht mij tot het schrijven van onderstaande open brief.

Geachte heer Deckers (Voorzitter Raad van Bestuur Van Lanschot Bankiers)

Deze week ontving ik uw persoonlijke verzoek mee te werken aan het Van Lanschot cliënttevredenheidsonderzoek. Ieder jaar ben ik trouw op uw verzoek ingegaan, maar deze keer raakte ik in verwarring. Enkele maanden geleden belde mijn adviseur met de mededeling dat hij helaas geen tijd meer aan mij kon besteden. Grote klanten vergden voortaan al zijn aandacht. Hij heeft mij altijd vriendelijk te woord gestaan en voor zijn prioriteiten kon ik begrip opbrengen. Na uw interview in het fd “Deckers kiest voor zeer rijken” heb ik begrepen dat werkdruk niet de achtergrond was van zijn mededeling. Particulieren met onvoldoende vrij beschikbaar vermogen worden bij Van Lanschot niet langer toegelaten, meldt het fd. De bank zet in op de zeer rijke klant, liefst met een vermogen van boven de 1 miljoen euro. Uit de krant moet ik dus vernemen niet langer welkom te zijn bij de bank die mij vijftien jaar geleden heeft verleid over te stappen voor al mijn bankzaken.

Na uw interview had ik een telefoontje van mijn bankkantoor verwacht met het verzoek over te stappen naar een andere bank dan wel een ontkenning van een ongelukkig weergegeven interview. Ik hoorde echter niets meer van de bank. Daarom richt ik mij nu tot u in reactie op uw verzoek voor deelname aan uw tevredenheidsonderzoek. Eerste vraag van uw onderzoek luidt: “hoe beoordeelt u uw adviseur?” Dat is toch de adviseur die mij niet meer mag bellen? In het verleden heb ik braaf al zijn beleggingsadviezen opgevolgd, maar desondanks is mijn vermogen geslonken tot onder het niveau dat voor u als bank nog interessant is. Uw adviseurs wisselen overigens in rap tempo van werkgever met medeneming van hun relatiebestand. En zo ben ik nu ook opgenomen in het relatiebestand van Staal Bankiers, Rabobank en Merrill Lynch. Na uw interview word ik van verschillende kanten gevraagd over te stappen.

In het fd meldt u dat kleine klanten relatief veel aandacht vergen. “Wij zijn daar als bank voor vermogende particulieren niet optimaal op ingericht. Het buiten de deur houden van klanten met onvoldoende groeipotentie wordt goed opgepakt.” Het moet Van Lanschot dan wel heel erg voor de wind gaan als het beleid er op is gericht om klanten buiten de deur te houden. Gaat het u daarbij alleen om het vermogensbeheer of ook om de reguliere diensten van de bank? Met de huidige lage rentestand moet uw bank toch goed verdienen aan hypotheken? Pas nadat ik een veel voordeliger hypotheekaanbod van de Rabobank had getoond bleek Van Lanschot bereid mijn hypotheek over te sluiten tegen betere condities. Het had uw bank natuurlijk gesierd als er met de klant was meegedacht en het aanbod uit eigen initiatief was gedaan. Als het gaat om het verlagen van de kosten die met de aandacht voor uw klanten is gemoeid dan adviseer ik u de dienstverlening af te stemmen op de behoefte van uw klanten. Het standaard dienstenpakket biedt twee creditcards die nog ongeactiveerd in mijn bureaula liggen. Aan het lezen van het glossy magazine kom ik niet toe. De beleggingsoverzichten en -brochures kunnen goedkoper en milieuvriendelijker via het internet worden aangeboden. En golfclinics en antiekbeurzen hebben mijn interesse niet.

In uw onderzoek vraagt u of ik mij welkom voel bij Van Lanschot. Na uw interview weet ik niet meer wat daarop te antwoorden. Het stoort mij dat u over uw klanten communiceert via de media en uw boodschap vooralsnog niet met uw klanten zelf deelt. Daarom voel ik mij nu ook vrij mijn bevindingen te delen met de lezers van mijn weblog. Ik zou het echter op prijs stellen als u naast de aandacht voor uw aandeelhouders ook aandacht wilt schenken aan uw klanten. De bankencrisis heeft namelijk niet bijgedragen aan een beter consumentenvertrouwen in de banken. Juist in deze tijd eisen klanten goede communicatie en transparantie. Als die ontbreken dan zal de bereidheid om informatie te delen in een tevredenheidsonderzoek beperkt zijn. De onderzoeksvraag “Welk percentage van uw financieel vermogen hebt u nu bij Van Lanschot ondergebracht?” laat ik dan nog maar even onbeantwoord.

Eerste Hulp bij Internetongelukken

9866778 (1)

‘Het leven is maar één muisklik verwijderd van een nachtmerrie’ is de boodschap van CEL, het boek van Charles den Tex. Het is het gevolg van onze afhankelijkheid van bureaucratische systemen, die niet altijd goed beveiligd zijn. Administratiehouders van de persoonsgegevens behartigen onvoldoende de belangen van klanten. Dat geldt ook voor de overheid. Volgens het radioprogramma Argos gaan de meeste gemeenten onzorgvuldig om met de beveiliging van het Suwinet waarmee ze inzage hebben in persoonsgegevens van hun inwoners. Fouten en misbruik liggen dan op de loer.

Vergissingen met persoonsgegevens kunnen nare gevolgen hebben. Dat heeft een zakenman ervaren. Hij kreeg een dagvaarding voor openbare dronkenschap en wildplassen. De zakenman verbleef in het buitenland en zijn vrouw had de dagvaarding in ontvangst genomen. Zij vroeg zich af of haar man wel in het buitenland was geweest. Bij terugkeer had hij thuis veel uit te leggen. Voor de rechter heeft de zakenman met vliegtickets en hotelboekingen moeten aantonen dat hij in het buitenland verbleef. De zaak werd ingetrokken en achteraf bleek dat een naamgenoot in hetzelfde dorp de overtredingen had begaan. Uiteindelijk bleef deze zaak zonder grote gevolgen. Dat is meestal anders als er sprake is van diefstal van de identiteit.

Diefstal van een nieuw aangevraagde identiteitskaart uit een postcontainer bracht een man in grote problemen. De gemeente vroeg snel een nieuwe identiteitskaart aan, maar stelde de aanvrager van de kaart daarvan niet op de hoogte. De dief schreef op zijn naam een bedrijf in bij de Kamer van Koophandel, dat vervolgens schulden maakte. De BKR in Tiel registreerde deze schulden op zijn naam en er kwamen verschillende deurwaarders langs. Het slachtoffer zocht hulp voor zijn problemen en richtte zich tot het Ministerie van BZK, zijn gemeente, de Kamer van Koophandel, de politie en TNT-post. Deze namen geen van allen verantwoordelijkheid en verwezen het slachtoffer van het kastje naar de muur. De ombudsman heeft de zaak onderzocht en geconstateerd dat het slachtoffer niet goed is geholpen. Uiteindelijk zou hij er maar het beste aan doen een nieuwe identiteit aan te nemen.

In de moderne internetwereld is het mogelijk geworden dat criminelen iemands identiteit stelen. Met die identiteit kunnen zij misdaden begaan. De verdenking komt dan te liggen bij diegene waarvan de identiteit is geroofd. Het slachtoffer van identiteitsfraude wordt dan in Kafkaiaanse taferelen gezogen. Hij wordt ergens van beschuldigd en weet niet wat de dief met zijn identiteit heeft uitgespookt. Hem wacht een slopende weg langs diverse instanties om uit te leggen dat er sprake is van fraude. Klachten en aangiftes worden niet altijd serieus genomen en de bewijslast ligt altijd bij het slachtoffer. Kafka schetste dit ondoorgrondelijke rechtssysteem reeds in zijn boek Het Proces waarin hij laat zien hoe bureaucratie het leven van burgers kan ruïneren.

Het leven is niet zonder risico’s. Als je met de auto de snelweg opgaat kun je een ongeluk krijgen. Zwem je in zee dan kun je worden meegezogen door de stroom. Gelukkig staan er dan hulptroepen paraat. De ambulance voert verkeersslachtoffers naar het ziekenhuis. Drenkelingen worden door de reddingsbrigade uit het water gevist. Wie redt de slachtoffers op de digitale snelweg? Internetslachtoffers kunnen zich melden bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude, maar moeten het daarna zelf uitzoeken. Een Eerste Hulp bij Internetongelukken zou er hoognodig moeten komen.

Waarde voor de samenleving

slideshow-jellies2

Mensen in Engeland die hulp zoeken bij het oplossen van problemen met huisvesting, werk of geld kunnen terecht bij Citizens Advice Bureau. Deze organisatie is onafhankelijk en geeft gratis advies via persoonlijk contact, telefoon of digitale media. In Nederland moeten we daarvoor bij de overheid aankloppen. Mensen moeten dan de weg zoeken in een complex systeem van overheidsloketten en regels.

Vijf jaar geleden spraken het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de VNG de ambitie uit om het voor mensen makkelijker te maken. Die ambitie werd vertaald in vijf beloften aan de burger: dienstverlening is mensgericht, burgers kunnen hun zaken snel en zeker regelen, altijd de juiste deur en optimale ketensamenwerking, gegevens worden slechts eenmaal opgevraagd, transparant en aanspreekbaar. De concretisering van deze beloften bestond uit een cultuurverandering en elektronische dienstverlening. Er was zelfs een aparte website 5beloften.nl opgetuigd om de beloften uit te dragen. De vijf beloften zijn inmiddels digitaal gewist. De domeinnaam is van de hand gedaan en de website geeft nu informatie over saleshoppen en kortingen. De vijf beloften aan de burger hadden in 2011 ingelost moeten zijn. Die worden nu in 2017 behaald volgens het programma Digitaal 2017. Dan kunnen bedrijven en burgers hun zaken die ze met de overheid doen digitaal afhandelen. Het programma belooft integrale dienstverlening, waarbij de overheid opereert als één en de vraag van mensen centraal zet. Ook dat lijkt ambitieus. In 2017 zullen we vrijwel zeker nog steeds onze weg moeten zoeken in het complexe landschap van overheidsorganisaties.

Een Engelse expat plaatste de volgende hulpvraag op het internet:

Hello, I wonder if anyone can help me. Does there exist a type of (free) Citizens Advice Bureau (or equivalent) in Amsterdam?

In Nederland kunnen we een immigrant wijzen op de website newtoholland.nl die de weg wijst naar het doolhof van overheidsinstanties. In Engeland en Wales is Citizens Advice diepgeworteld in de gemeenschap. Ruim 42 procent van de bevolking heeft gebruik gemaakt van de gratis dienstverlening van Citizens Advice. Zij zijn er ook van overtuigd dat de dienst volledig onafhankelijk en onpartijdig is. Na de hulpverlening zegt 85 procent tevreden te zijn met het advies. 45 procent geeft aan dat hun omstandigheden binnen vijf tot zeven weken zijn verbeterd. 91 procent zegt in de toekomst mogelijk opnieuw gebruik te zullen maken van Citizens Advice.

De dienstverlening van Citizens Advice wordt geleverd vanuit 338 aangesloten bureaus op 3.000 locaties. De bureaus worden financieel door de overheid en particuliere organisaties ondersteund. Er werken 22.000 vrijwilligers, die in twee jaar tijd 2,1 miljoen mensen via persoonlijk contact hebben geholpen. Daarnaast zijn een miljoen mensen geholpen via de telefoon en 14 miljoen via de website. Citizens Advice voegt maatschappelijke waarde toe. Die waarde voor de samenleving wordt geraamd op 1 miljard euro. In 2012/2013 werd 400 miljoen euro aan schulden voor mensen afgeschreven of herschikt. De dienstverlening door Citizens Advice draagt ook bij aan het verlichten van de druk op overheidsorganisaties en het vergroten van de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt van de betrokken vrijwilligers. De waarde voor de Engelse samenleving wordt beschreven in het rapport ‘Making the case. The value to society of the Citizens Advice service’.

Wanneer zetten wij onze beloften om in aantoonbare waarde voor de samenleving?