Nieuwe wijn in oude zakken

v-d-logo1

V&D en La Place vechten voor doorstart, meldt de website van het failliet verklaarde warenhuis. ‘Voor een succesvolle doorstart is het belangrijk dat de winkels en restaurants zo lang mogelijk in bedrijf blijven.’ Het bedrijf heeft de digitale boot finaal gemist, maar uitgerekend de webshop van V&D is sinds de Kerst gesloten.

Het is een wonder dat de V&D nog bestaat. Dertig jaar heeft het bedrijf gekwakkeld. Het kostenniveau was te hoog en de verliezen liepen almaar op. Een grondige sanering werd in de tachtiger jaren nog door Dreesman persoonlijk afgeblazen. Pogingen om de formule van het warenhuis te veranderen bleken geen succes. Het bleek niet meer dan oude wijn in nieuwe zakken. De Bijenkorf, de Hema en de Action hebben een duidelijk herkenbaar profiel. De V&D bleef de stoffige middenmoter met een rommelige aanblik, een ouderwets assortiment en een matige service. Meer dan eens zag ik het personeel achter de balie met elkaar in gesprek klagend over hun arbeidsvoorwaarden. Bij iedere vraag word je doorverwezen of het bos ingestuurd. Herman Finkers heeft het imago van V&D treffend neergezet in zijn scene ‘verkoopt u ook kussentjes?’

Vijf jaar geleden kwam V&D in handen van een Amerikaanse investeerder. Bedrijfsonderdelen werden met forse winsten verkocht. Panden werden verkocht en tegen hoge kosten teruggehuurd. De korte termijnwinst vloeide in de zakken van de investeerder. Het bedrijf is inmiddels volledig kaalgeplukt. Verdere kostenbesparingen liepen vast op verzet van het personeel en rechtszaken. In de zomer lukte het alsnog een loonakkoord te bereiken. Met verhuurders werden afspraken gemaakt voor structureel lagere huren. Het mocht allemaal niet baten. Het verdienmodel van V&D deugt niet. V&D maakt een omzet van 619 miljoen met 10.000 medewerkers. Bol.com heeft een omzet van 680 miljoen met 700 mensen en levert een betere service.  Een te warme winter werd V&D uiteindelijk fataal.

De curatoren zullen met een doorstart de belangen van de schuldeisers zoveel mogelijk proberen veilig te stellen. Waarschijnlijk liggen de plannen voor de doorstart allang klaar. In veel binnensteden zal de V&D uit het straatbeeld verdwijnen. Het personeel dat doorgaat zal een nieuw en flexibeler contract voorgeschoteld krijgen. Op de langere termijn zal ook dat niet houdbaar zijn.

Zelfs als het bedrijf er in slaagt de service te verbeteren, dan nog is het nieuwe wijn in oude zakken. “Jonge wijn doet men niet in oude zakken, want dan barsten de zakken en de wijn loopt weg. Jonge wijn doet men in nieuwe zakken en beide blijven samen behouden” zegt de Bijbel daarover. De oude zakken staan hierbij symbool voor het oude vertrouwde verdienmodel van een klant die de winkel inloopt om een kussentje te kopen. Inmiddels concurreert het warenhuis met online shops in China en de rest van de wereld. We moeten ons altijd realiseren dat de wijn er niet voor de zak is. De zakken zijn er om de wijn goed in te bewaren. Oude zakken voldoen niet. Ze zijn uitgedroogd en kunnen scheuren tijdens het fermentatieproces.

2015 herzien

De statistieken hulpaapjes van WordPress.com hebben voor 2015 een jaarlijks rapport voorbereid.

Hier is een fragment:

In de concertzaal in het Sydney Opera House passen 2.700 mensen. Deze blog werd in 2015 ongeveer 11.000 keer bekeken. Als je blog een concert zou zijn in het Sydney Opera House, zou het ongeveer 4 uitverkochte optredens nodig hebben voordat zoveel mensen het zouden zien.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Sjoemelen met miljoenen afgestraft

Cat

Het afgelopen jaar zette het herstel van de economie verder door. Het volume van bedrijfsinvesteringen is toegenomen en het vertrouwen van consumenten verbeterd. De huizenprijzen stijgen weer en de files op de Nederlandse wegen worden almaar langer. Tegelijkertijd verdampten miljarden euro’s op effectenbeurzen als gevolg van fraudezaken. „Our company was dishonest” sprak Volkswagen-baas Horn: „We totally screwed up.”

Gesjoemel met software

In september dit jaar maakte de Amerikaanse milieutoezichthouder EPA bekend dat Volkswagen speciale software in de auto’s gebruikt om uitstootgegevens te vervalsen. Deze zogenaamde sjoemelsoftware heeft door wanneer het om een test gaat en zorgt er dan voor dat de emmissietest minder uitstoot van schadelijke stoffen gedetecteert dan wanneer de auto’s op de weg rijden. In eerste instantie zou deze manipulatie betrekking hebben op een half miljoen verkochte auto’s in de Verenigde Staten. Inmiddels is bekend dat wereldwijd meer dan 11 miljoen dieselauto’s zijn uitgerust met sjoemelsoftware. De verwachte claims en boetes lopen in de miljarden. Een week na het bekend worden van de fraude had de beurswaarde van Volkswagen ruim 25 miljard ingeleverd en trad VW-topman Winterkorn af.

Gesjoemel met aanbestedingen

Afgelopen jaar berichtten de media veelvuldig over fraude bij aanbestedingen. De fraudezaak binnen NS spande de kroon. Deze zomer bleek dat NS-dochter Qbuzz een afgezwaaide directeur van concurrent Veolia als bedrijfsspion had ingezet om vertrouwelijk informatie te bemachtigen voor de aanbesteding van het openbaar vervoer in Limburg. Hij werd via een adviesbureau ingehuurd om zich richten op het winnen van de aanbesteding. De inhuur via het adviesbureau was bedoeld om het concurrentiebeding te omzeilen. De voormalig Veolia-directeur kreeg een telefoon en emailaccount onder een andere naam. Qbuzz won de aanbesteding, maar de provincie trok de consessie in toen de fraude aan het licht kwam. NS-topman Timo Huges werd gedwongen af te treden.

Gesjoemel met geld

Deze maand ging de beurskoers van Arcadis onderuit nadat de Braziliaanse politie de kantoren van het Nederlandse ingenieursbureau was binnengevallen. Volgens analisten zou hierbij sprake zijn van een fraude van 50 miljoen euro bij een watermanagementproject in het noorden van Brazilië. Eerder dit jaar kwamen fraudegevallen bij Imtech en SBM Offshore aan het licht. Bij SBM Offshore gaat het om omkoping. De olieplatformbouwer betaalde een recordschikking naar aanleiding van de smeergeldaffaire. Het installatiebedrijf Imtech met 22.000 werknemers kwam in de problemen nadat grootschalige boekhoudfraude aan het licht kwam bij de bouw van een pretpark in Polen. Daarna doken in de Duitse tak van Imtech nog diverse fraudegevallen op. Financiers trokken daarna hun handen van het bedrijf af. In augustus ging Imtech failliet.

Kat in het donker

De verleiding om te frauderen neemt toe naar mate het financieel belang groter wordt en de pakkans kleiner. Het is opvallend dat de meeste fraude diep in de organisatie of ver weg van het moederbedrijf wordt gepleegd. In vrijwel alle gevallen zegt de top onwetend te zijn en overvallen door het nieuws dat naar buiten komt. Soms is de fraude begonnen voor hun aantreden bij het bedrijf. Dat ontslaat topmensen niet van hun verantwoordelijkheid. Als zij niet van het gesjoemel binnen hun bedrijf wisten, dan had de top dat moeten weten en optreden. Topmensen worden in toenemende mate vervolgd en gestraft voor het sjoemelen met miljoenen.

Christ is King

2015-12-23_215408000_329FE_iOS

Zondagmiddag 12 juli 1998 rijden we de wat blubberige campground van de plaats Boissevain (provincie Manitoba) in Canada op. Ons verlangen om het plaatsje te zien, doet de 756 kilometer die we hebben afgelegd vanaf Cloguet (Minnesota) in de VS geheel vergeten. En blubber zijn we wel gewend in de Peace Garden en de Turtle Mountains, die ten zuiden van Boissevain liggen en waar we net de grens met de VS zijn overgestoken. De combinatie van warm weer en vochtig gras geeft ons de verklaring voor de vele insecten die we van ons lijf moeten houden. Later begrijpen we dat er altijd veel muggen en black flies in het plaatsje zitten. Niet voor niks staat in het dorpscentrum een gigantische paal met allemaal vogelhuisjes, waarvan de bewoners worden geacht de Boissevainers tegen de insectenoverlast te beschermen.

tommy

De drukte van flanerende bewoners op onze dag van aankomst blijkt niet normaal te zijn. Het markeert het einde van een driedaags festival dat onder de naam ‘27th Annual Canadian Turtle Derby’ Boissevain in de vaart der volkeren omhoog stoot. Vanuit het middelpunt van een grote cirkel wordt een aantal schildpadden losgelaten. De eerste die de rand van de cirkel aanraakt heeft gewonnen. In hoeverre de padden zich bewust zijn van het doel van hun missie, dan wel getraind zijn voor deze bezigheid, is mij niet bekend. Een wandeling die zondagavond en de volgende ochtend geven ons echter een beter beeld van de normale gang van zaken daar. Centraal staat een aantal graansilo’s aan de spoorlijn, die in 1882 mede door toedoen van Athanase Adolphe Henri Boissevain (1843-1921) kon worden gerealiseerd. Het verbouwen van diverse soorten graan, de opslag en het transport ervan vormt de economische basis voor de welvaart van de circa 2.500 inwoners. Hun huizen, winkels en de vele kerken voor de overige levensbehoeften bepalen voorts het beeld langs de twee elkaar kruisende hoofdstraten.

Naast de jaarlijkse Turtle Derby bieden de circa 20 zeer grote muurschilderingen op even zovele dode muren een permanente confrontatie met de historie van de omgeving. Degene met de beeltenis van A.A.H. Boissevain herdenkt de eerste (in 1885) en de laatste (in 1958) passagierstrein die Boissevain aandeed. De straten en huizen zien er proper uit, het straatbeeld is rustig doch gevuld met bewoners die aan het werk zijn. Mijn gesprekken met een aantal van hen in het VVV-kantoor, een kledingzaak en een servieswinkel bevestigen eveneens mijn indruk dat men hier volledig profiteert van de welvaart en harmonieus samenleeft. Wat meer kunnen we eigenlijk nog wensen voor dit dorpje, waarmee wij door een gemeenschappelijke naam ons verbonden voelen?

Charles F.C.G. Boissevain (1998)

De vrijheid bewijst zichzelf naarmate zij verwezenlijkt wordt

Parijs aanslagen

Begin dit jaar werd de wereld opgeschikt door de schokkende beelden van de aanslag op Charlie Hebdo. Het was een aanval op de vrijheid van meningsuiting. De 13 november aanslagen in Parijs waren een aanval op onze vrije manier van leven. Zij herinneren ons aan de terroristische aanslagen op 11 september 2001. Een datum die onze geschiedenis markeert. De beelden van de vliegtuigen die zich in de Twin Towers boorden vergeten wij nooit. Waar waren wij tijdens de aanslagen en welke invloed hadden de gebeurtenissen op ons?

Op het moment van de aanslagen was ik op het ministerie van Defensie. Samen met collega’s gaf ik daar een presentatie. Maandenlang hadden wij ons op daarop voorbereid. Het was een belangrijk moment om onze visie te presenteren en te toetsen. Tijdens de presentatie werd de hoogste militair in rang weggeroepen. We konden ons verhaal nog wel afmaken. Na een open discussie verlieten we tevreden het Defensiegebouw aan het Plein in Den Haag. Eenmaal buiten werden wij aangeklampt door een jongeman die ons vroeg of wij aan de kant van de Amerikanen stonden. Wij negeerden die vraag en zochten een plaats op een van de terrassen aan het Plein om ons bezoek aan het ministerie te evalueren. Naast onze tafel werd een groot scherm gemonteerd. Even later zagen wij daarop de beelden van de vliegtuigen die zich door de Twin Towers boorden. Het publiek stroomde van alle kanten toe om de beelden te zien. Opeens zaten wij midden in een arena van rampkijkers. 

In de auto op weg naar huis belde ik mijn vrouw. Zij had het nieuws nog niet gehoord. Wij besloten dat wij onze jonge kinderen niet wilden blootstellen aan de gruwelijke beelden. De televisie in de woonkamer ging niet aan, maar lang konden we het nieuws niet verborgen houden. Een week na de aanslagen maakte onze zoon tekeningen over de beelden die hij had gezien op het jeugdjournaal. Je ziet torens in brand staan. Er hangt een vliegtuigtuig in de lucht. Mensen springen naar beneden, met een parachute. Ambulances zijn onderweg.

9-11(02)

Op een volgende tekening zie je een toren instorten. Lachende mensen kijken uit de ramen.

9-11(01)

Hoe beleeft een jongen van vier de beelden van de aanslagen? Voor hem was het een gebeurtenis met veel actie. Hij associeerde de beelden nog niet met een grote ramp en veel slachtoffers.

“De vijanden van de vrijheid hebben een oorlogsdaad tegen ons land gesteld.” sprak George W. Bush na de terroristische aanslagen. Die uitspraak vormde de start van de ‘War on Terror’. In de jacht op het meesterbrein achter de aanslagen werd Afghanistan ingevallen. Daarna volgde de zinloze invasie in Irak op zoek naar niet aanwezige massavernietingswapens. Die inval leidde tot een destabilisering in het Midden Oosten. Het machtsvacuüm dat ontstond na het vertrek van de Amerikaanse troepen legde de voedingsbodem voor rebellenlegers en terroristische groeperingen.

“De vrijheid bewijst zichzelf naarmate zij verwezenlijkt wordt” zei de Franse filosoof Jean-Paul Sartre: “De vrijheid wordt niet cadeau gedaan; men moet zichzelf veroveren op zijn hartstochten, op zijn geslacht, op zijn klasse en zijn volk en met zichzelf de andere mensen veroveren.”

Uitwerking decentralisaties behoeft nog aandacht

blueladies_000

Auteur: Peter Lievense

Het jaar van de decentralisaties zit er bijna op. De overdracht van taken heet geslaagd; de uitwerking behoeft nog aandacht.

De decentralisatie in de praktijk aan de keukentafel: de medewerker constateert namens de gemeente dat mijn moeder van 85 recht houdt op een aantal uren huishoudelijke hulp. Die huishoudelijke hulp, al jaren dezelfde kracht en in loondienst bij een thuiszorgorganisatie, zit ook aan de keukentafel. Zij krijgt te horen dat ze dan wel ontslag moet nemen en zich als alfahulp moet laten inschrijven. De thuiszorgorganisatie heeft een bemiddel-bv’tje opgericht waar haar ontslagen werknemers zich kunnen aanmelden als alfahulp.

De gemeente bespaart zo 5 euro per uur. Een alfahulp krijgt 11 euro per uur en is een soort zelfstandige zonder personeel. Ik ken een alfahulp die een paar weken na een hartaanval weer aan het werk ging. De cardioloog vroeg of ze gek geworden was. Nee, ze was alfahulp en kreeg geen ziektegeld. Twaalfduizend medewerkers van TSN Thuiszorg wacht hetzelfde lot. Hoe pijnlijk schrijnt opnieuw de Haagse werkelijkheid: een minister van Sociale Zaken die zich hard maakt voor vaste banen en tegen misbruik van zzp’ers, en de gemeenten die afgeknepen door Den Haag de laagstbetaalden de slavernij injagen.

Ook als het gaat om de persoonsgebonden budgetten behoeft de uitwerking nog aandacht. Ondanks vijf Kamerdebatten en een hoop ophef gaat het de helft van de gemeenten wellicht weer niet lukken om de uitbetaling van de persoonsgebonden budgetten mogelijk te maken via SVB. Het pgb-alarm loeit weer op Twitter: eerder dit jaar zaten tienduizenden mensen maanden zonder inkomen. Het probleem wordt deels veroorzaakt door ‘niet-matchende IT-systemen’. De IT-sector wil zich maatschappelijk profileren, hier ligt een kans: sla de handen ineen en zorg dat het matcht!

Overheidsproject is als een mammoettanker

Knock Nevis - World's Biggest Super Tanker (7)

NRC Handelsblad schreef (28/11) over de problemen met UWV-website werk.nl. Uit onderzoek van de krant blijkt dat de website voor uitkeringen nog steeds heel kwetsbaar is. Als een onwillige hostingleverancier de veroorzaker is van de problemen dan is de oplossing simpel: vervang die leverancier. De situatie is helaas veel complexer. De problemen zijn, zoals bij vrijwel alle ICT-ontwikkelingen die vast lopen, terug te voeren op een ondeugdelijke voorbereiding.

Het kabinet voerde in 2011 een forse bezuinig door op de uitvoering van de sociale zekerheid. Het uitvoeringsbudget van UWV werd met 450 miljoen euro verminderd voor de periode 2012-2015. Daardoor moest de organisatie van UWV grondig op de schop en de dienstverlening aan werkzoekenden worden herzien. Het aantal vestigingen van UWV Werkbedrijf werd fors teruggebracht. Duizenden arbeidsplaatsen bij UWV kwamen te vervallen. Werkzoekenden zouden voortaan te maken krijgen met een digitaal portaal in plaats van persoonlijk contact. UWV moest onder tijdsdruk reorganiseren, de dienstverlening aanpassen en nieuwe ICT-systemen ontwikkelen. De organisatie werd geconfronteerd met een onmogelijke opdracht en een onrealistische deadlines.

Het was de bedoeling om met toepassing van ICT de overheidsadministratie te moderniseren en zo betere dienstverlening te kunnen bieden. Daar kwam uiteindelijk weinig van terecht. De dienstverlening werd niet ontwikkeld vanuit het perspectief van werkzoekenden, maar dat van UWV zelf in relatie tot de plichten die een WW ’er heeft om de uitkering te kunnen behouden. De ontwikkeling van een website waarin werkzoekenden vacatures moeten zoeken, solliciteren en een uitkering aanvragen bleek complexer dan verwacht. Onder hoge tijdsdruk werd de website door een groot aantal externe consultants ontwikkeld. In het systeemontwikkelingsproject werd noodgedwongen op tijd gestuurd. Daardoor was er onvoldoende sturing op kwaliteit. Terwijl nog volop werd doorontwikkeld moest de hostingleverancier de website met dagelijks 180.000 gebruikers in de lucht houden.

Werkzoekenden wordt nu een slecht werkende website opgedrongen. Zij zijn verplicht op een omslachtige wijze hun CV in te vullen om vervolgens onbruikbare vacatures voorgeschoteld te krijgen. Sinds 2013 wordt de website geplaagd door storingen. Minister Asscher beloofde deze in 2015 te hebben opgelost, maar het einde van de problemen is nog niet in zicht. Als werkzoekenden blijven klagen en de problemen aanhouden dan wordt het tijd voor een herbezinning op dienstverlening en techniek. Op basis daarvan kun je besluiten bij te sturen of desnoods te stoppen en opnieuw te beginnen. Als de voorbereiding ondeugdelijk is geweest dan is stoppen meestal onvermijdelijk. Maar stoppen betekent gezichtsverlies en dat moet koste wat kost worden voorkomen.

Bij overheidsprojecten gaat het vaak mis bij de overdracht van beleid naar uitvoering en van uitvoering naar het publiek. Deze problemen kunnen worden voorkomen door de disciplines in een vroegtijdig stadium bij elkaar te brengen. Maar bovenal zal de wendbaarheid van de overheid vergroot moet worden. Een overheidsproject is als een mammoettanker op de automatische piloot. Als de veilige haven niet bestaat, dan eindigt de reis als de wal het schip keert.

Openbare aanbesteding is perverse prikkel

vendor lockin

Als consument willen we keuzevrijheid. We blijven product en leverancier trouw zolang we tevreden zijn. Die loyaliteit stopt als onze verwachtingen niet meer worden waargemaakt of als er betere alternatieven op de markt komen. Dan hebben we er weinig moeite mee over te stappen naar een andere leverancier. Dat zou de overheid bij falende ICT ook kunnen doen. Het tegenovergestelde lijkt nu het geval.

Het begint al bij de aanschaf van ICT door de overheid. Dat verloopt via een onnatuurlijk bureaucratisch proces. Persoonlijk contact tussen leveranciers en overheid is uitgesloten. Voorwaarden en een programma van eisen worden via internet gepubliceerd. De klantvraag is vaak onduidelijk en sluit onvoldoende aan bij het standaard aanbod in de markt. Inschrijvers moeten dan zelf de vraag achter de vraag proberen te interpreteren en deze vertalen in een aanbod. In de aanbieding moeten inschrijvers vervolgens alle voorwaarden accepteren om niet te worden uitgesloten. Een rekenkundig model bepaalt de score van iedere geldige aanbieding. Daarna valt de keuze niet primair op het beste product, maar op de leverancier met de hoogst scorende offerte.

In de competitieve ICT-markt moeten aanbieders op het randje lopen om de hoogste score te halen. De lacunes in het bestek worden dan benut in het voordeel van de aanbieder. Aan de hand van een rekenkundig model en analyse van de concurrentie wordt slim geschoven met kosten, scope en risico’s om de score te maximaliseren. De interpretatie van de vraag wordt vervolgens vervat in randvoorwaarden in de aanbieding. De kunst is dit op zodanige wijze te verpakken dat de aanbieding niet wordt uitgesloten. Is de opdracht eenmaal gegund, dan kan de relatie niet makkelijk worden verbroken als de verwachtingen niet kunnen worden waargemaakt. De leverancier kan ook wijzen op de lacunes in de uitvraag en de randvoorwaarden in de offerte. ‘U wilde een auto met een stuur, maar waar staat dat de auto inclusief motor geleverd moet worden?’ Voor het oplossen van dergelijke problemen moet de overheid dan meestal met extra budget bij dezelfde leverancier aankloppen. Het resultaat is dan uiteindelijk een lagere kwaliteit en een hogere prijs.

Aanbieders moeten bij openbare aanbestedingen op het randje lopen, inkopers doen dat ook. Vaak staat de keuze vooraf al vast. Die moet alleen nog op een slimme wijze in de uitvraag worden vervat. Meer dan eens wordt de technologie in de uitvraag voorgeschreven. Een grote uitvoeringsorganisatie vermeldde recentelijk in een marktconsultatie: onze organisatie hanteert een ‘Microsoft tenzij’ beleid. ‘Betekent dit dat u Java gebaseerde oplossingen uitsluit?’ probeerde ik nog in de schriftelijke vragenronde. Java staat niet in lijn met het beleid van onze organisatie, was het antwoord. In plaats van een opgelegde leverancierskeuze zou deze organisatie, in lijn met het overheidsbeleid, natuurlijk beter de aandacht kunnen richten op een goede integratie op basis van open standaarden. Daardoor wordt ook de leveranciersafhankelijkheid verkleind. In een aanbesteding worden andere leveranciers dan ook niet bij voorbaat uitgesloten.

Een nieuwe aanbesteding volgt automatisch als de contractduur is afgelopen. Leveranciers die naar tevredenheid hebben geleverd worden niet beloond met een mogelijkheid tot verlenging, zoals wij met ons telecomabonnement kunnen doen. Leveranciers die hebben gefaald worden ook niet uitgesloten. Zij worden opnieuw toegelaten bij een nieuwe aanbesteding en maken daarin zelfs een goede kans omdat zij de klant goed hebben leren kennen en geen transitiekosten hebben. Niet de commerciële aanbieding, maar de geleverde prestaties zou de doorslag moeten geven bij de keuze of  het afscheid van een leverancier. Het Deense model ‘fast to failure’, dat voorziet in sturing op kwaliteit en snel kunnen stoppen, laat zien hoe dit kan.

Gemeentesoftwaremarkt werkt niet

Fotolia_65168363_©-Rawpixel-Fotolia.com_-595x560

Elke gemeente heeft dezelfde basisdiensten en -producten. Die worden in toenemende mate digitaal geleverd. Het ligt voor de hand daarvoor gezamenlijk aan één basisvoorziening te werken. Maar in plaats daarvan vragen 393 gemeenten individueel om maatwerk en klagen zij  over hun softwareleverancier. Gemeenschappelijke voorzieningen zijn noodzakelijk om de digitale dienstverlening op orde te brengen en kosten te beheersen.

NRC Handelsblad publiceerde 17 oktober j.l. het artikel ‘Gegijzeld door de softwareboer’ over het onderzoek dat de krant samen met Reporter Radio uitgevoerde naar de markt van Nederlandse gemeentesoftware. Uit het onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de gemeenten ontevreden is over hun leverancier. Veel gemeenten vinden dat de twee bedrijven die de gemeentemarkt domineren hun monopoliepositie misbruiken door hoge prijzen te vragen en andere bedrijven uit te sluiten. Gemeenten maken daarbij de denkfout Nederlandse gemeentesoftware te beschouwen als een markt van standaardsoftware. In de praktijk wordt gemeentespecifiek maatwerk gevraagd en geleverd. Landelijke wijzigingen, versies van gemeentestandaarden, afzonderlijke wensen en oplopende beheerkosten worden daardoor rechtstreeks aan gemeenten doorberekend.

Doordat gemeenten zichzelf allemaal uniek vinden en onvoldoende bereid zijn gemeenschappelijke oplossingen te delen, zitten ze nu opgezadeld met verouderde maatwerksoftware tegen veel te hoge kosten. Maar ze stappen ook niet over naar een andere leverancier, omdat ze daar geen verbeteringen van verwachten. Gemeenten ervaren een beperkte keuzevrijheid. Nieuwe leveranciers maken, mede door de complexe en op gemeenten geënte gedistribueerde referentiearchitectuur, weinig kans de gemeentemarkt te betreden. Een direct gevolg van het gebrek aan marktwerking is de huidige staat van de gemeentelijke IT. Die  is gebrekkig, verouderd, onsamenhangend en inflexibel. Burgers worden daardoor geconfronteerd met gefragmenteerde digitale dienstverlening. Niet de burger, maar de gemeente staat nog steeds centraal in de dienstverlening.

Hoe regel je dat alle dienstverlening daadwerkelijk via het digitale kanaal is af te handelen en dat er meteen efficiënter wordt gewerkt? De Nederlandse overheid wil dat nog voor 2017 geregeld hebben en heeft daarvoor nog veel werk te verzetten. Daarbij kan de overheid lering trekken uit ervaringen die banken hebben opgedaan bij digitalisering van hun dienstverlening. Evenals de overheid, leunen banken zwaar op hun verouderde systemen die tientallen jaren geleden zijn gebouwd om een specifieke administratie bij te houden. Net zoals bij de banken hoeft dit voor de overheid geen belemmering te zijn om digitaal te gaan. Banken spelen in op de trend om via meerdere kanalen op consistente wijze te communiceren en stellen de klantbeleving centraal. In één oogopslag krijgt de klant al zijn rekeningen, creditcard- en hypotheekgegevens te zien. In dezelfde applicatie kunnen klanten alle bankzaken doen zonder zich voor elk product afzonderlijk te hoeven aanmelden. Banken hebben daarvoor digitale klantprocessen ontworpen onafhankelijk van hun organisatiesilo’s. De klantprocessen zijn geïmplementeerd in een basisvoorziening die tevens de onderliggende transactiesystemen aan elkaar knoopt.

Een vergelijking met de doelstelling van het Digiprogramma ‘acteren als één Overheid’ dringt zich op. Een basisvoorziening voor digitale dienstverlening hoort daarom thuis in de generieke digitale infrastructuur van de overheid. Die voorziening borgt de aansluitingen met generieke bouwstenen, zoals identificatie en basisregistraties. Een gemeentelijke basisvoorziening moet hergebruik van generieke processen bevorderen en ruimte bieden voor verbijzondering op gemeenteniveau. De realisatie van deze basisvoorziening vereist een radicaal andere benadering. De blik, die bij traditionele IT-ontwikkeling naar binnen is gericht, moet worden verlegd naar de buitenwereld: zoals die door inwoners van een gemeente wordt beleefd. Achter de schermen worden de gegevens, die uit verschillende systemen in één keer in een proces moeten samenkomen, slim met elkaar verbonden. Stukken maatwerk kunnen vervolgens successievelijk worden vervangen door standaard softwarecomponenten. Marktwerking en  softwarekwaliteit worden daardoor verbeterd.

Gemeenten kunnen, als zij op één basisvoorziening aansluiten en hun inkoopkracht bundelen, gelijktijdig dienstverlening verbeteren, meegroeien met technologische ontwikkelingen en kosten verlagen.

Solidarité

FullSizeRender

Mijn hart bloedt voor Parijs, voor de doden en hun geliefden, hun familie, hun vrienden, hun collega’s. Mijn hart bloedt voor dit moment in de geschiedenis waarop mensen zo kunnen ontsporen.

Zo verwoordde David van Reybrouck zijn gevoelens daags na de  terroristische aanslagen in Parijs. Langzaam dringen de gevolgen van het bloedbad tot ons door. De slachtoffers hebben onze volle aandacht. Op sociale media circuleren berichten van mensen op zoek vaan hun geliefden. “Je cherche des nouvelles de ma fille Lola qui était au Bataclan pendant la fusillade.” Zestien uur later volgt het trieste bericht waarin de vader de dood van zijn dochter op twitter meldt: “Je viens d’avoir confirmation du décès de Lola. Merci à tous ceux qui nous ont aidé aujourd’hui.” De slachtoffers krijgen een gezicht als de dodenlijst bekend wordt gemaakt met veel jonge slachtoffers uit de hele wereld. Onze gedachten gaan uit naar de familie en naasten van de slachtoffers, met hen die door deze aanval zijn getroffen en met de Fransen.

Over de hele wereld wordt geschokt gereageerd en leven mensen met de Fransen mee. Wereldwijd kleuren gebouwen in de Franse driekleur als toonbeeld van solidariteit. Maar er klinkt ook oorlogstaal. President Hollande spreekt over een ‘oorlogsdaad’ uitgevoerd door een ‘terroristisch leger’. Premier Rutte benadrukt dat wij in oorlog zijn met IS. David van Reybrouck bekritiseert het oorlogszuchtige taalgebruik. Het doet denken aan de oorlogstaal van George Bush, gevolgd door de invasie in Irak die de voedingsbodem voor IS legde. De aanslagen blijken voor sommigen ook aanleiding om op te roepen de vluchtelingenstroom een halt toe te roepen. Dat is opmerkelijk, want de vluchtelingen zijn juist het slachtoffer van vergelijkbaar barbaars geweld dat zij dagelijks hebben ervaren en nu ontvluchten.

De terroristen hebben in Parijs een gerichte aanval gedaan op onze vrije manier van leven. Juist in deze tijd is het belangrijk ons niet te laten uitspelen en de eenheid te bewaren. Ons land heeft een lange traditie van opvang en integratie van migranten en vluchtelingen. Door de eeuwen heen zijn mensen met diverse culturele achtergronden in onze samenleving geïntegreerd. In die samenleving is geen ruimte voor sociale uitsluiting. Radicale elementen worden niet getolereerd.

In 2006 namen Hans Dijkstal en Mohamed Rabbae het initiatief voor oprichting van de beweging ‘één land één samenleving’ als antwoord op de toenemende intolerantie in de samenleving. Die beweging richt zich op een ‘samenleving, die kracht put uit de aanwezigheid van mensen met diverse culturele en etnische achtergronden’. Onze landsgrenzen zijn nu verschoven naar Europese buitengrenzen. Het wordt hoogtijd voor een Europese beweging om de toegevoegde waarde van nieuwkomers tot zijn recht te laten komen op basis van respect, solidariteit en tolerantie.