Pijnlijke rekenfouten

on_the_rim_of_schiaparelli_crater

Wat hebben marsmissies, gemeente Amsterdam en premier Rutte met elkaar gemeen? Allen vielen ooit ten prooi aan rekenfouten. Knullige fouten die voorkomen hadden moeten worden. Maar helaas werden ze niet tijdig gesignaleerd en gecorrigeerd, met uiteindelijk grote gevolgen.

Parachute of remmotor

Vorige maand werd een rekenfout marslander Schiaparelli fataal. Kort nadat de parachute van de lander was opengegaan gaf de meetapparatuur een negatieve hoogteschatting door. De parachute werd daarna losgekoppeld en de remmotoren geactiveerd. In werkelijkheid was er nog een kleine vier kilometer te gaan. De Europese Mars missie eindigde in een explosie van marslander Schiaparelli op de planeet.

Centimeter of inch

Eind vorige eeuw ging ook al eens een ruimtesonde verloren op Mars. Het was Mars Climate Orbiter. De reis van tien maanden naar Mars was goed verlopen, maar kort nadat de sonde in een baan om de planeet gebracht zou worden ging het mis. De Climate Orbiter kwam te dicht bij de planeet en verbrandde in de atmosfeer of stortte neer. De oorzaak was een communicatiefout tussen de twee constructeurs van de sonde. Het navigatieteam van Jet Propulsion Laboratory had metrische maten gehanteerd (meters, centimeters en kilo’s) bij de berekeningen, maar het constructieteam van Lockheed Martin Astronautics in Denver had de sonde ontworpen en gebouwd op basis van Engelse maten (feet, inches en pounds).

Decimale komma of punt

Drie jaar terug kwam een rekenfout de gemeente Amsterdam duur te staan. Door een kommafout maakte de gemeente 188 miljoen euro over aan mensen in de bijstand, terwijl dit eigenlijk 1,88 miljoen had moeten zijn. Hierdoor kregen ruim 9.000 minima duizenden euro’s meer op hun rekening gestort dan de bedoeling was.  Administratieve problemen en gebrek aan controle bij de gemeente hebben ertoe geleid dat tientallen miljoenen gemeenschapsgeld zoek zijn geraakt. Gemeentelijke diensten zijn maandenlang bezig geweest om het geld op te sporen en terug te vorderen.

Inclusief of exclusief

Vijf jaar geleden verslikte premier Rutte zich in de bedragen die met het tweede steunpakket aan Griekenland zijn gemoeid. Rutte vertelde aan de pers dat de Grieken 109 miljard euro zouden krijgen, waarvan 50 miljard door private partijen bijeen zou worden gebracht. Tijdens de top had Rutte echter ingestemd met een steunbedrag van 159 miljard, waarvan 109 miljard van de Europese Unie. ‘Ik ben er vandaag acht uur mee bezig geweest, dus ik zit goed in de cijfers. Ik kan me voorstellen dat u nog even aan boord moet komen, maar het klopt allemaal.’ meldde Rutte destijds aan toegestroomde journalisten.

Wetenschappers, overheidsdienaren en politici

In de wetenschap zijn onopgemerkte rekenfouten meestal fataal. De overheid wentelt de fouten onvermijdelijk af op de samenleving. Politici bluffen zich een weg in halve en hele onwaarheden.

Multitasken in het verkeer

distracted-driving-01

De verkeersleider bij de treinbotsing op 9 februari 2016 in het Duitse Bad Aibling bekende tijdens de rechtszaak dat hij met zijn mobiele telefoon zat te spelen.  Hij gaf toe daardoor een verkeerd signaal te hebben afgegeven waardoor het fatale ongeluk kon plaatsvinden. Daarbij kwamen twaalf mensen om het leven. Een Poolse vrachtwagenchauffeur die tijdens het rijden met zijn mobieltje zat te spelen reed in de zomer 2016 op een snelweg in Groot-Brittannië vier personen dood, waaronder drie kinderen. Schokkende beelden vanuit de cabine laten zien dat de chauffeur meer aandacht heeft voor zijn mobiel dan voor het verkeer.

Dit soort berichten komen de laatste tijd in toenemende mate in het nieuws. Het gebruik van de mobiele telefoon tijdens het verkeer is levensgevaarlijk. Toch zondigt iedereen zich er wel eens aan. We sturen snel een sms, WhatsApp bericht of checken tijdens het rijden onze mail. Enige tijd heb ik mij er ook schuldig aan gemaakt. Ik stuurde een Twitterberichtje als er weer een file stond, checkte af en toe in met Foursquare en reageerde via Twitter op het nieuws om mijn tijd te doden in de file. ’s Avonds op weg naar huis maakte ik er een sport van via Twitter te reageren op een stelling van Joost Eerdmans in zijn programma Avondspits.

Gelukkig gaan ook veel ICT-projecten goed binnen de overheid, maar faalprojecten krijgen helaas alle publiciteit #Eerdmans #wnl

#oneens een referendum over de bezuinigingen hebben we al eens in de vier jaar #Eerdmans #wnl

Wilhelmus is een mooi historisch lied. Laten we vooral zesde couplet leren: de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt. #Eerdmans

Daarna was het natuurlijk extra leuk als mijn reactie ook werd voorgelezen in het programma. Ook reageerde ik af en toe op de fileberichten tijdens het Radio1 Journaal.

Files door gesloten spitsstroken. Zo dicht is de mist niet. Moeten die camera’s echt haarscherpe beelden hebben? #R1J

Kort daarop werd mijn tweet op de radio voorgelezen. Rijkswaterstaat werd in de uitzending om uitleg gevraagd.

Enkele jaren geleden ben ik gestopt met sociale media in het verkeer. Ik merkte dat het typen tijdens het rijden heel moeizaam gaat en de concentratie op de weg verslapt. Ook het (handsfree) bellen vreet aandacht. Vaak neem ik een verkeerde afslag tijdens het bellen in de auto. Daarom check ik voortaan vooraf de fileberichten en geef daarna mijn verwachte aankomsttijd door aan het thuisfront. Mijn mobiele telefoon toont de routenavigatie en de radio staat voortaan afgestemd op Business News Radio. Een app om het mobieltje te vergrendelen tijdens het rijden heb ik niet nodig.

Een tijdje terug nam ik deel aan een workshop van Mark Tigchelaar om kennis te maken met zijn methode die je sneller en beter laat lezen door je op één taak te richten. Hij vertelde ons dat een mens helemaal niet goed is in multitasken: ‘Als je twee of meer dingen tegelijk doet, ben je gemiddeld vier tot tien keer langer bezig om alle taken uit te voeren en maak je significant meer fouten in elke taak.’ Hij liet ons een zin opschrijven gevolgd door een cijferreeks die gelijk was aan het aantal letters van de zin. Dat ging foutloos in recordtempo. Daarna moesten wij dezelfde oefening doen, maar dan door afwisselend een letter en een cijfer op te schrijven. Dat duurde minstens twee keer zo lang. Het schrift was ook nog eens slordig en de reeksen bleken bij veel mensen niet meer aan te sluiten. Voor mij was daarmee ook definitief het bewijs geleverd dat de mens niet kan mutitasken in het verkeer.

Een feest van de democratie

2016-11-20_17-33-47_000

Het Oekrainereferendum, de Brexit en de verkiezing van Trump tekenen de trend van de huidige westerse democratie. Kiezers lijken massaal op drift. Zij keren zich tegen traditionele en gevestigde partijen en zoeken hun heil bij populistische groeperingen. Inmiddels heeft het populisme ook de meeste traditionele partijen besmet. Kan deze trend nog tot stilstand worden gebracht?

CDA-leider Sybrand Buma doet een goede aanzet in zijn nieuwe boek ‘Tegen het cynisme. Voor een nieuwe moraal in de politiek’. Daarin steekt hij ook de hand in eigen boezem en trekt ten strijde tegen het cynisme. “De politiek is cynisch en biedt de kiezer eerder minder dan meer vertrouwen. Je ziet een ontwikkeling van mensen die zich verdrukt voelen in een tijd van globalisering. De verkiezing van Donald Trump is eigenlijk een uiting van grote onzekerheid en mensen die afhaken bij het politieke systeem”, zegt Buma in een interview. Buma beschrijft de ontwikkeling van de politiek in een historisch perspectief. Daarbij gaat hij terug naar het tijdperk van de oude Grieken. Ook beschrijft hij uitgebreid hoe het kabinet Rutte I voortijdig viel nadat de PVV-onderhandelaars uit het Catshuis waren weggelopen met het akkoord in zicht. Hij moest zijn zoon met spoed een kostuum laten bezorgen om stemmig gekleed aan te kunnen schuiven bij de persconferentie.

Buma verzuimt te vermelden hoe het kabinet tot stand kwam en hoe de kritiek binnen de partij destijds werd weggewuifd. Op 2 oktober 2010 CDA hield het congres over de voorgenomen regeringsdeelname nog vóórdat de Tweede Kamerfractie ermee had ingestemd. Ruim een miljoen kijkers waren destijds getuige van het CDA-formatiecongres dat rechtstreeks werd uitgezonden. Veel CDA-prominenten hebben de partijtop tijdens het congres gewaarschuwd en daarin met terugwerkende kracht hun gelijk gekregen.

“Doe dit de mensen van ons land niet aan, doe dit onze partij niet aan, doe dit het land niet aan” sprak Ernst Hirsch Ballin tot het CDA-congres. Hij was oprecht bezorgd over de toekomst van zijn partij en de inhoud van het gedoogakkoord, waaronder de beperkingen voor migratie en naturalisatie. Hij vreesde dat een grote groep zou worden uitgesloten en bestempeld tot tweederangs burgers. Veel oudgedienden binnen het CDA spraken zich op het congres uit tegen de samenwerking met de PVV. Hannie van Leeuwen: “Ik stem tegen, maar loop niet weg en blijf vechten”. De 95-jarige oud-premier Piet de Jong zei het als volgt: “Dat ik dat op mijn oude dag moet meemaken, dat de hand wordt gelicht met de godsdienstvrijheid. Dat kan niet.” De nieuwe generatie onder aanvoering van Camiel Eurlings en Maxime Verhagen hielden daarentegen een pleidooi om niet weg te lopen voor de verantwoordelijkheden.

Zo tekende zich een diepe verdeeldheid af in het CDA, die voor eenieder zichtbaar was tijdens de uitzending van het partijcongres. De debatten waren fel en emotioneel. De ‘C’ van Christelijk was ver te zoeken. Tot er gestemd moest worden. In de banken werden de collectemandjes doorgegeven waarin de leden een stembiljet konden plaatsen. Hoewel vooraf bekend was dat een ruime meerderheid zich voor kabinetsdeelname zou uitspreken was de exacte uitslag nog lang spannend. Eerst werd met hand opsteken gestemd: “Als je voor bent stem je tegen, duidelijker kan ik het niet zeggen”. Daarna met gekleurde briefjes. Geel voor een voorstem en geel voor een tegenstem. Nadat alle stemmen handmatig waren geteld bleek dat twee derde voor deelname aan het kabinet had gestemd. De voorzitter maakte bekend dat 1274 leden, een derde van alle stemmen, tegen had gestemd. Voor een CDA congres, dat gewend is dergelijke besluiten met unanimiteit aan te nemen, was dat een historisch groot aantal.

Maxime Verhagen besloot het congres met: “Dit is een feest, een feest van de democratie”.

Presteren op Amerikaans water

2016-11-03_10-29-10_000

Een opvallend verschil in de beleving van de roeisport tussen de Amerikanen en de Nederlanders wordt zichtbaar na bezoek van een willekeurig botenhuis. De centrale ruimte van een Amerikaans botenhuis is een fitnessruimte met veel roeiergometers en fitnessapparaten. De centrale plek van een Nederlands botenhuis wordt gevuld door een bar en gezellige zitjes. In het clubhuis van een Amerikaanse roeivereniging is geen koffie of drank verkrijgbaar. Dat is bij wet verboden naar het schijnt.

Vorige maand waren wij met onze ploeg te gast in het prestigieuze Henderson’s Boathouse van Northeastern University om ons voor te bereiden op de Head of the Charles. Dit is de grootste roeiwedstrijd ter wereld die over twee dagen wordt gehouden.  Maar liefst 820 roeiverenigingen uit binnen- en buitenland zijn vertegenwoordigd in deze wedstrijd over 3 mijl op de rivier in Boston. Om deel te nemen aan de wedstrijd moeten de ploegen voldoen aan strenge prestatiecriteria. Uiteindelijk worden  meer dan 10 duizend roei(st)ers in 2.256 ploegen toegelaten voor deelname aan de wedstrijd.

De dagen voor het wedstrijdweekend draait alles rond de rivier om de roeisport. Twee dagen lang rijden botenwagens af en aan om de boten af te leveren. In een strook van een kilometer vanaf de finish worden de boten opgestapeld in stellingen. Via een groot aantal extra vlotten langs de wal kunnen de boten snel het water op. Een groot terrein is gevuld met stands waar bootmerken, materiaal en kleding wordt aangeprezen. Er is ook een verkooppunt voor donuts, hamburgers en koffie. Maar verder draait alles om het sportieve karakter van het evenement. Een biertent en een dweilband tref je er niet aan.

Een dag voor de wedstrijd worden de boten in gereedheid gebracht. De ploegen gaan het water op om de baan te verkennen. In file varen ze onder strakke begeleiding van officials in motorbootjes naar de start en varen aan de overzijde van de rivier weer terug. Op het botenterrein staat ook een groot aantal tenten met roeiergometers. Met hele ploegen tegelijk wordt er warm gedraaid op de zoemende apparaten. In een reusachtige tent van de organisatie staan ploegen in de rij om hun rugnummers en boegnummers op te halen. Dat kan niet eerder dan nadat iedere roei(st)er een verklaring heeft ingevuld en ondertekend. Zij moeten individueel verklaren zelf de verantwoordelijk te zijn voor de gevolgen van eventuele ongelukken.

Op de wedstrijddagen loopt alles op rolletjes. Vanaf half negen in de ochtend passeren de eerste ploegen de finish. Onder de eerste finishers is ook een roeister van onze vereniging. Zij zal het skiffveld in haar leeftijdsklasse winnen. Wij eindigen uiteindelijk in de middenmoot van ons veld van roeiploegen die gemiddeld 10 tot 20 jaar jonger dan wij zijn. Wij zijn tevreden over onze race en onze stuurvrouw heeft strak gestuurd. Die middag bekijken we vanaf het terras bij Harvard naar een spannende strijd tussen de universiteitsteams. Nu zien we ook hoe belangrijk het sturen in de bochten is. Onder de brug zien we de nodige aanvaringen omdat de opgelopen ploegen niet tijdig ruimte geven.

Een blik op de deelnemerslijst leert dat in veel universiteitsploegen buitenlandse roeiers zitten. Toptalenten worden naar Amerika gelokt met een prestigieuze studiebeurs. Recruiters van Amerikaanse universiteiten speuren naar buitenlands talent. De hoofdcoach van Northeastern University vertelde ons dat hij goede zaken had gedaan met het aantrekken van talent tijdens het wereldkampioenschap roeien in Rotterdam deze zomer. Afgelopen jaren trokken roeiers uit onze succesvolle nationale juniorenequipe naar Amerikaanse universiteiten. De roeiers leveren dan misschien wat Hollandse gezelligheid in, maar verhuizen wel naar een prestatiegerichte cultuur waar talent wordt gekoesterd. In Amerika worden de roeiers door universiteiten gestimuleerd zowel in hun studie als op het water te presteren.

2016-11-06_20-58-12_000

 

Niet verleiden maar verplichten

eekhoornbrug

Vlakbij het Koninklijk paleis Huis ten Bosch werd vier jaar geleden een gloednieuwe brug voor eekhoorns in gebruik gesteld. Via de brug kunnen de knaagdiertjes veilig de drukke Benoordenhoutseweg oversteken. Een camera houdt het eenkhoornverkeer nauwlettend in de gaten. Pas na twee jaar werd de eerste eekhoorn op de brug gesignaleerd. Slechts twee eenkhoorntjes schijnen afgelopen jaar de brug te hebben gebruikt. De diertjes laten zich blijkbaar niet verleiden tot een oversteek via de eenkhoornbrug.

Eenzelfde soort verleiding past de overheid ook toe bij de uitrol van de digitale overheid snelweg. Met veel enthousiasme worden digitale bruggen aan burgers en bedrijven gepresenteerd, zoals overheid.nl, rijksoverheid.nl en mijnoverheid.nl. Daarna verwacht de overheid dat de bruggen massaal worden gebruikt. Maar helaas, niemand snapt het verschil tussen overheid.nl, rijksoverheid.nl en mijnoverheid.nl. Burgers en bedrijven gaan ook niet spontaan langs de digitale weg met de overheid communiceren.

Drie jaar geleden verkondigde minister Blok tijdens het iBestuur-congres dat het er vooral op aankomt om meer burgers te verleiden om de digitale overheid te gebruiken. Die burgers moeten vooral het vertrouwen hebben dat hun gegevens veilig zijn bij de overheid: “Als we dat goed doen – en dat kan – kunnen we ervoor zorgen dat mensen in 2017 massaal langs digitale weg met de overheid gaan communiceren. Niet omdat ze gedwongen worden, maar door verleiding.”

Eind vorig jaar maakte verleiding plaats voor dwang na inwerkingtreding van de Wet elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst. Deze wet digitaliseert het elektronische berichtenverkeer met de fiscus. Na een tweejarige gewenningsperiode worden alle burgers de digitale snelweg op gestuurd. De aangifte kan nu al worden gedaan en opgehaald onder MijnBelastingdienst. Boven de aangifte staat de vermelding van de aanslag inkomstenbelasting. Met één klik had je de pdf van de aanslag kunnen ophalen, maar de vermelding bevat geen hyperlink. Wie zijn belastingaanslag digitaal wil zien moet een MijnOverheid account activeren, in dat portaal opnieuw met DigiD inloggen, de meldingen wegklikken, de berichtenbox openen, het bericht van de aanslag openen en tenslotte in de bijlage van het bericht de pdf van de aanslag openen. Makkelijker kunnen ze het blijkbaar niet maken.

Correspondentie

Onderwerp Afzender Datum
definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 Niet met ons eens? Belastingdienst (per post) 06-05-2016
definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 Belastingdienst (digitaal) 04-05-2016
aangifte inkomstenbelasting 2015 Uzelf (digitaal) 15-03-2016

Het verplichte gebruik van de berichtenbox heeft het aantal gebruikers in een jaar tijd verdrievoudigd. Inmiddels hebben vijf miljoen Nederlanders een MijnOverheid account geopend. Minister Plasterk toont zich tevreden: “De overheid sluit aan bij een ontwikkeling die zich in een vlug tempo voltrekt. Zeker als het gaat om de relatie tussen overheid, burgers en bedrijven.” Nu moeten we alleen die Haagse eekhoorntjes nog dwingen hun brug te gaan gebruiken. De gemeente zou kunnen overwegen een paar vossen uit te zetten in het Haagse bos . Daardoor zouden de eekhoorns worden gedwongen over de weg naar het landgoed Clingendael te vluchten met de brug als veilige oversteekroute.

Nieuwe manieren van inloggen

idensys

In Estland zijn alle inwoners digitaal burger. Iedere burger heeft een ID-kaart met een chip die je met behulp van een scanner aan je computer kan koppelen. De kaart is naast persoonsbewijs ook een digitale handtekening, een ov-kaart, een verzekeringspas en identificatie voor internetbankieren en internetstemmen. Burgers in Estland kunnen met behulp van hun ID-kaart via internet inzien welke data over hen wordt opgeslagen, zoals hun elektronisch patiëntendossier, en wie hun gegevens heeft geraadpleegd.

In ons land is de Estse transparantie nog verre toekomstmuziek. Onze overheid is druk met de organisatie van studiereizen naar Estland, plannenmakerij over onze digitale infrastructuur en pilots met een nieuw systeem voor elektronische identificatie. Voorlopig moeten we het doen met een verouderd DigiD voor burgerzaken, eHerkenning voor zaken tussen bedrijven en overheid, bankpassen voor elektronisch bankieren, een rijkspas voor rijksambtenaren, een ov-kaart voor openbaar vervoer, een rijbewijs voor wegverkeer, een paspoort voor identificatie en talrijke onveilige inlogcodes, pincodes en wachtwoorden voor verzekeringen, webshops, sociale media en persoonlijke data in de cloud.

Als burger doe ik persoonlijk zelden zaken met de overheid. Een keer per jaar inloggen bij de Belastingdienst om mijn IB-aangifte te doen. Daar blijft het eigenlijk wel bij. Een overheidsdienst die ik zakelijk vrijwel dagelijks naar volle tevredenheid gebruik is TenderNed, het aanbestedingssysteem van de overheid. De website is gebruikersvriendelijk en overzichtelijk. Je kunt een persoonlijk profiel aanmaken, wordt geattendeerd op passende publicaties en kunt digitaal inschrijven op een aanbesteding. Sinds vorig jaar is inloggen via eHerkenning verplicht gesteld voor bedrijven die willen inschrijven. Voortaan krijg ik daarvoor ook een rekening, die ik braaf betaal.

Vorige week kon ik opeens niet meer inloggen op TenderNed. Ik kwam in een installatieprogramma van Digidentity terecht met de melding: ‘We are currently experiencing an issue’. Ik belde de servicedesk van Digidentity die beaamde dat er een storing was die mogelijk reeds verholpen zou zijn. Ik kreeg het advies om nog een keer het installatieprogramma te proberen. Mijn protest dat ik mij alleen met aanbestedingen bezig wilde houden hielp niet. Digidentity was overgegaan op een nieuw platform en gebruikers moeten zelf migreren. Stap voor stap doorliep ik onder begeleiding de migratie. Ik vulde opnieuw mijn telefoonnummer in. Ook moest ik mijn bankrekeningnummer ingeven. “Waar is dat voor?” ”Daar gaan we later misschien iets mee doen.” was het weinig geruststellende antwoord. Nadat ik de migratie succesvol had voltooid vroeg ik of ik nu weer kon inloggen op TenderNed. “Nee dat kan niet, u moet nog koppelen met TenderNed en ik kan u daarbij niet helpen.”

Het inloggen via eHerkenning lukte inderdaad nog niet, maar de status in TenderNed vermeldde wel ‘gekoppeld’. Ik besloot de servicedesk van TenderNed te bellen. Nu bleek dat ik eerst moest ontkoppelen en daarna opnieuw koppelen. ‘Binnen enkele dagen wordt uw account gekoppeld’ was de boodschap nadat ik volgens instructies van de servicedesk de noodzakelijke stappen had doorlopen. Een vriendelijke dame van de servicedesk beloofde de koppeling direct te activeren. Via twitter vroeg ik mij af waar het probleem lag: bij Digidentity of bij TenderNed? “Er is een technische storing bij Digidentity. Heb zojuist met hun contact gehad hierover.” meldde de TenderNed webcare. “Er is geen storing bij Digidentity. TenderNed moet het account herkoppelen. Migratie toonde dat TenderNed implementatie niet zoals geadviseerd is.” antwoordde de Digidentity webcare.

Mijn ervaring toont aan dat nog altijd de techniek en niet de gebruiker centraal staat in de dienstverlening. Er wordt nu hard gewerkt aan een nieuw Nederlandse systeem voor elektronische identitificatie: Idensys. ‘Op dit moment testen verschillende organisaties of Idensys goed werkt. Medio 2016 worden de uitkomsten van de pilots door het kabinet besproken. De uitkomsten worden gebruikt voor de verdere ontwikkeling van Idensys.’ lees ik op de website van Idensys. We hebben nog een lange weg te gaan en mij bekruipt het bange gevoel dat het nog ingewikkelder wordt en de oude systemen en de verkokerde dienstverlening in tact blijven. Mocht het inderdaad die kant uitgaan, dan kunnen we altijd nog het e-burgerschap in Estland aanvragen.

Wanneer slimme technologie een vlucht neemt

drone-campagne

Niet overheidsbeleid maar technologische vooruitgang zorgt voor maatschappelijke veranderingen. Nieuwe technologieën zijn de drijvende kracht voor de economische groei. Ze kunnen ook bijdragen aan een veilige en gezonde samenleving. De veranderingen voltrekken zich in een razendsnel tempo. Aan de overheid de taak die veranderingen met regelgeving in goede banen te leiden. Dat is geen eenvoudige opgave, want de wetgever loopt per definitie achter bij technologische ontwikkelingen.

We staan nog maar aan het begin van een digitale revolutie. Lang voordat er sprake was van regelgeving veroverden de Amerikaanse deelplatforms de Europese markt. Consumenten waarderen het gemak van de platforms, maar traditionele bedrijven zien inmiddels omzet wegvloeien. Buurtbewoners klagen over overlast van Airbnb huurders. Taxichauffeurs vrezen oneerlijke concurrentie door de Uber app. De overheid staat voor een geweldige opgave om machtsconcentratie van internetbedrijven te beteugelen, sociale bescherming voor werknemers te waarborgen en de veiligheid voor klanten te bewaken. De belastingdienst moet zich nog een plaats veroveren in de nieuwe deeleconomie.

Veranderingen door techniek voltrekken zich in een steeds hoger tempo. Het duurde meer dan zestig jaar voordat meer dan de helft van de bevolking een telefoon bezat. Binnen twintig jaar bezat meer dan 50 procent van alle Nederlanders een PC. De adoptie van het internet duurde 15 jaar. Binnen 10 jaar had meer dan 80 procent van de bevolking een smartphone. Streamingdiensten en deelplatforms veroverden de markt binnen enkele jaren. Pokémon Go deed dat in een maand tijd.

Tegenover de snelheid van technische innovaties staat de traagheid van het openbaar bestuur. De doorlooptijd van een gemiddeld wetsvoorstel in Tweede en Eerste Kamer bedraagt gemiddeld 375 dagen. Dat is dan nog exclusief de beleidsvoorbereiding en de implementatie. Ook binnen bestaande regelgeving draaien de ambtelijke molens traag. Zo kan het wel twee jaar duren voordat alle vergunningen rond zijn om met drones aan de slag te gaan. Nederland dreigt door de traagheid van het openbaar bestuur een achterstand op te lopen ten opzichte van andere Europese landen. Richard van Zwol, secretaris generaal BZK, pleitte daarom vorig jaar voor vergroting van de handelingssnelheid en aanpassingsvermogen van het openbaar bestuur.

Technologische innovaties bieden kansen voor onze samenleving en economie. Dankzij e-health kunnen mensen in de toekomst zelf regie nemen over hun gezondheidszorg. Dit biedt ook mogelijkheden voor meer preventie en kostenbesparing. Drones kunnen worden ingezet voor het monitoren van wegen, hoogspanningsmasten, dijken, windmolens, zonnepanelen, bruggen en agrarische gewassen. Ook valt te denken aan crowd control en in kaart brengen van verkeersongelukken en andere calamiteiten. De mogelijkheden zijn legio, maar de kansen blijven vooralsnog onbenut. De markt wacht op toestemming van overheidswege. Wanneer slimme technologie een vlucht neemt kan de overheid niet achterblijven.

Kies standaard technologie voor betere dienstverlening

maatwerk

Een maatpak staat voor chique, persoonlijk en keuzevrijheid. Maatwerksoftware daarentegen staat voor risicovol, kinderziektes en inflexibel. Software die standaard in de markt verkrijgbaar is ga je niet zelf ontwikkelen. Dan kies je uiteraard voor bewezen technologie. Dat lijkt logisch, maar toch kiest onze overheid veelvuldig doelbewust voor maatwerksoftware.

Zo wees de overheid het aanbod van een operationeel standaard online marktplein voor Europese aanbestedingen resoluut van de hand. Het aangeboden softwarepakket had zich in andere Europese landen bewezen voor ondersteuning van het Europese aanbestedingsproces. Het werd beschouwd als de kwalitatief beste, meest complete en goedkoopste oplossing. Juristen adviseerden echter de aanbieding ongeldig te verklaren, omdat gunning op juridische gronden niet toegestaan zou zijn. Regelgeving schrijft namelijk voor dat een dienstenaanbesteding een vast percentage levering (van standaardsoftware) niet mag overschrijden.  Het systeem werd daarom uiteindelijk van scratch in maatwerk ontwikkeld. De ontwikkeling liep vertraging op. Door geldgebrek konden de ambities niet volledig worden gerealiseerd. Bedrijven die inschrijven op overheidsaanbestedingen worden nu geconfronteerd met meerdere aanbestedingssites die in veel gevallen voor opvraag van stukken naar elkaar doorverwijzen.

Uitkeringsinstantie UWV deed uitgebreid onderzoek naar standaardoplossingen voor de uitvoering van de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. De aanschaf en invoering van een standaardpakket werd echter afgewezen omdat dit een tijdige oplevering van het systeem in de weg zou staan. UWV koos voor maatwerk omdat daardoor een tijdrovende Europese aanbesteding voor de aanschaf van een standaardoplossing kon worden voorkomen, terwijl het maatwerk kon worden ondergebracht in een bestaand raamcontract. De ontwikkeling van het nieuwe systeem verliep uiterst moeizaam. Door een te hoog ambitieniveau werd het project te complex en zowel technisch als financieel onbeheersbaar. De bouw van het nieuwe WIA-systeem werd na een paar jaar stopgezet. Tientallen miljoenen werden afgeschreven op het project. Minister Donner benadrukte dat uitkeringsgerechtigden en werkgevers geen hinder zouden mogen ondervinden van het besluit het project te beëindigen.

Zelfmaakzaamheid heeft geleid tot een wildgroei van legacy-systemen. Het zijn de transactiesystemen die veelal als maatwerk in de jaren tachtig en negentig zijn ontwikkeld, aanvullende maatwerkontwikkelingen en verouderde licenties. De systemen zijn gebouwd rondom bureaucratische processen en moeilijk aanpasbaar aan veranderende regelgeving en specifieke behoeften van klanten. Vervuilde data en beveiligingslekken vormen een steeds groter risico.  Intussen rijzen de kosten voor instandhouding van de legacy de pan uit. Grote bedrijven, financiële instellingen en overheden kampen allemaal met een legacy-probleem. Zo heeft de Amerikaanse federale overheid berekend dat 75 procent van het automatiseringsbudget opgaat aan het operationeel houden van hun legacy-systemen. Door het verdwijnen van de kennis van systemen en programmeertalen vreest de federale overheid voor een grotere crisis dan de millenniumbug.

Modernisering van het verouderde IT-landschap op basis van standaard technologie is noodzakelijk voor de continuïteit van iedere organisatie. Dit kan door een brug te slaan tussen de oude transactiesystemen en de klanten die persoonlijke dienstverlening verwachten via meerdere kanalen. De overheid kan daarbij een voorbeeld nemen aan de banken die hun klanten centraal zetten in de dienstverlening. Op basis van standaard technologie zijn die banken in staat integrale en persoonlijke dienstverlening op maat te bieden.

King of Mont Ventoux

D0818-Vsud-sim_2898

De berg openbaart zich in de zomer van 1987 voor het eerst aan mij. Vanaf het Rhônedal  torent de  ‘Reus van de Provence’ indrukwekkend uit boven het landschap van de Vaucluse met wijngaarden en lavendelvelden. Na fietsbeklimmingen in de Alpen en de Pyreneeën staat de Mont Ventoux nog op mijn verlanglijstje. De wielerverhalen over de loodzware beklimming en Tommy Simpson maken mijn verlangen om naar de top te fietsen nog intenser.

De aanloop vanaf Vaison la Romaine en Malaucène gaat lekker. De eerste kilometers van de klim vanuit Bedoin gaan ook vlot. Na de haarspeldbocht in Saint- Estève begint het echte klimwerk door het bos. De weg blijft kilometerslang stijgen met af en toe een flauwe bocht. Een paar dagen terug werd de tijdrit in de Tour van Carpentras via Bedoin naar de Ventoux verreden. Op het wegdek gekalkte namen van de renners ‘Mottet, Delgado, Fignon, Breukink, Jeff’ zijn daarvan het bewijs. Dan steekt er plots een potdichte mist op. Zelfs de bomen in het bos kan ik niet meer zien. Ik moet mij op de witte streep aan de rechterkant van het wegdek oriënteren om op de weg te blijven fietsen. Bij Chalet Renard rij ik bijna het terras op, maar even later heb ik de wegmarkering weer te pakken van de slingers door het maanlandschap. Na anderhalf uur klimmen arriveer ik verkleumd en uitgeput bij het restaurant op de top van de Ventoux.

De tijdrit in de Tour van 1987 werd gewonnen door de Franse belofte van destijds: Jean-François ‘Jeff’ Bernard. Hij rijdt op een tijdritfiets tot de voet van de klim. Daarna wisselt hij van fiets en rijdt in een straf tempo naar de top. Hij kent geen verzwakking en bereikt de top in een recordtijd van 58:02. Hij rijdt iedereen op grote achterstand en pakt de gele trui. Hij lijkt kansrijk voor de Tourzege, maar verliest de trui daags daarna door pech. In de bergrit naar Villars-de-Lans rijdt hij meerdere keren lek. Hij moet in de achtervolging, maar is alleen en slaagt er niet in het gat met de favorieten te dichten. Stephen Roche wint uiteindelijk de Tour, Bernard wordt derde. Het is het hoogtepunt van zijn wielercarrière. Een jaar later komt hij in de Giro lelijk ten val in een onverlichte tunnel. Hij wordt geplaagd door blessures en eindigt zijn carrière als meesterknecht van Miguel Indurain.

2016-08-28_143057000_C488E_iOS

Vijfentwintig jaar na zijn Ventoux-zege strijdt Bernard samen met vier Ventoux-winnaars om de titel ‘Koning van de Mont Ventoux’. Het is een virtuele wedstrijd tussen vijf ritwinnaars: Eddy Merckx (1970), Jean François Bernard (1987), Marco Pantani (2000), Richard Virenque (2002) en Juan Manuel Garate (2009). In de film zijn we samen met Bernard, Virenque en Garate – die live commentaar geven – getuige van een strijd van wielrenners uit verschillende generaties die gelijktijdig de berg beklimmen, inclusief inzicht in de onderlinge tussentijden. Vooraf weten we al dat het geen eerlijke strijd is. Bernard reed de Ventoux in een tijdrit na een korte aanloop van 15 kilometer. De overige renners beklommen de Ventoux tot slot van een lange etappe. Merckx reed op een racefiets die vier kilo zwaarder is dan de moderne fiets van Garate. Niettemin zien we een strijd die tot de laatste kilometer spannend blijft met een verrassende winnaar.

Tot vijf jaar terug was de strijd om de Ventoux voorbehouden aan wielrenners van de Tour, Dauphiné of Paris-Nice. De laatste jaren kunnen we middels sportieve sociale media applicaties virtueel de strijd tegen onszelf en anderen aangaan. Het gebruik van Strava nam een grote vlucht sinds Laurens ten Dam het gebruik van de app in 2012 in de Avondetappe bij Mart Smeets aanprees. Met een tijd van 58:26, die hij reed in de Tour van 2013, is Ten Dam King of Mountain van de Ventoux. Je kunt jouw tijd met de profs vergelijken, maar ook met die van vrienden, leeftijdsgenoten of met eigen tijden per segment. Zo verbeterde ik dit jaar mijn persoonlijke records op de Ventoux van de afgelopen drie jaar. Dankzij Strava is iedereen een beetje Koning van de Mont Ventoux.