Pen, recht en negen kinderen

Familie Jean Henri Guillaume Boissevain, zilveren bruiloft in 1868 Wicher, Jean Henri Guillaume, Jelle, Anna Sara Wichers, Willem, Hugo, François, Eduard, Margot

Jean Henri Guillaume Boissevain (1817 – 1870) en het gezin dat hij naliet

Hij stierf op drieënvijftigjarige leeftijd, na een ongesteldheid van slechts weinige dagen. Zijn gezin telde negen kinderen. Zijn stad verloor een steun en een sieraad. Zijn neef Charles Boissevain, journalist bij het Algemeen Handelsblad, schreef later over hem in zijn familiegeschiedenis Onze Voortrekkers. Wat hij optekende, is een portret van een man die vocht voor vrijheid van drukpers, voor liberale hervorming, voor rechtvaardigheid en die dit alles deed met een pen zo scherp dat zijn tegenstanders hem vreesden.

Een Boissevain met liberaal bloed

Jean Henri Guillaume Boissevain wordt in mei 1817 geboren in Amsterdam, als zoon van mr. Henry Jean Boissevain en Aleida Margaretha Reiners. De Boissevains zijn een hugenoten-familie die zich al generaties lang heeft toegelegd op de handel. Zijn oom Daniël Boissevain en neef Gideon Jeremie Boissevain zijn vooraanstaande kooplieden. De familie behoort tot wat men de ‘tweede coterie’ noemt, na de oude Amsterdamse regentenfamilies. Verwant aan de Van Eeghens en de De Clercqs, is zij stevig geworteld in het protestantse, liberale koopmansmilieu van de hoofdstad.

Jean Henri kiest niet voor de handel, maar voor het recht. Dat hij zijn rechtenstudie pas op latere leeftijd aanvangt, weerhoudt hem er niet van om zich te onderscheiden. Charles schrijft over hem: “Ofschoon hij eerst op meergevorderden leeftijd zijne rechtsgeleerde studiën had aangevangen, had hij zich door zijne rechtskennis, zijn helder gezond verstand en zijn vlug oordeel als rechtsgeleerde grooten roem gemaakt.”

Redacteur, pleitbezorger, vrijheidsstrijder

In 1848 is Jean Henri Guillaume een van de meest gevreesde liberale stemmen van Nederland. Als redacteur van de Arnhemsche Courant schrijft hij politieke artikelen die de conservatieve wereld doen opschrikken. Charles is er helder over: “Zijn puntige, scherpe stijl, zijn onbevreesd aantasten van wat hij verkeerd achtte, maakten hem tot een der door de conservatieven meest gevreesde voorvechters van de liberale zaak in 1848!”

Hij is een vriend van Thorbecke en een warm voorstander van de Grondwetsherziening die in dat jaar eindelijk tot stand komt. Zijn vrouw Anna Sara Wichers is dochter van mr. Wicher Wichers, door De Bosch Kemper aangeduid als de bondgenoot van Thorbecke. Het liberale gedachtegoed zit diep in hun beider afkomst.

Een proces over een Troonrede

De strijd om persvrijheid is in die jaren bloedserieus. Wanneer de Arnhemsche Courant en het blad De Staatkundige Toverlantaarn de Troonrede kritisch bespreken, acht het openbaar ministerie dit ‘oneerbiedig’ genoeg voor vervolging. Uitgever Van Hulst wordt veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens het ‘smaden des Konings’. Jean Henri Guillaume treedt op als advocaat in dit proces en meldt zich bovendien als schrijver van het gewraakte stuk.

De redenering van de rechtbank is opmerkelijk: ook al had de Koning de inhoud van de Troonrede met zijn ministers overlegd, het stuk moest toch als geheel als van de Koning zelf afkomstig worden beschouwd. Jean Henri Guillaume bestrijdt dit met kracht. Charles schrijft dat hij iedereen in de familie graag zou verwijzen naar de pleitrede: “Uit deze pleitrede kan men leeren hoe zestig jaar geleden de toestanden bij ons te lande nog waren. Drukpersvrijheid en volledige ministerieele verantwoordelijkheid hebben ook wij in Nederland niet zonder strijd en moedig streven verkregen!”

Charles besluit zijn beschrijving van dit hoofdstuk met een eerbetoon namens zijn eigen beroepsgroep: “Wij, journalisten, eeren daarom mr. J. H. G. Boissevain’s gedachtenis als die van een moedig en bekwaam kampioen voor drukpersvrijheid!”

Een man van vele podia

Jean Henri Guillaume beperkt zich niet tot de rechtbank en de krant. Hij is lid van de Provinciale Staten, van de gemeenteraad van Arnhem, en voorzitter van de commissie voor het middelbaar onderwijs. Overal, schrijft de Arnhemsche Courant in zijn overlijdensbericht, geeft hij blijk van helder oordeel en juiste waardering van het algemeen belang.

Als jurist schrijft hij meerdere werken ter toelichting van wetten. Zijn stijl is herkenbaar: helder, duidelijk, vloeiend. Hij is de raadsman van velen, niet alleen in juridische kwesties maar ook in maatschappelijke aangelegenheden. De Arnhemsche Courant: “Hij was de raadsman van zeer velen, zoowel in rechtsquaestiën als in maatschappelijke aangelegenheden. Zijn humaniteit, rechtschapenheid en welwillendheid hadden hem talrijke vrienden doen verwerven.”

Een plotseling afscheid

Op 29 april 1870 overlijdt Jean Henri Guillaume Boissevain in Arnhem. Hij is drieënvijftig jaar. De ongesteldheid die hem velt, duurt slechts enkele dagen. Het is een schok voor iedereen die hem kende. De Arnhemsche Courant, het blad waaraan hij ooit zijn reputatie opbouwde, schrijft de volgende ochtend: “Zijn verlies zal blijvend zijn, want Boissevain was in werkelijkheid een steun en een sieraad van de gemeente, waaraan hij zoo vroeg en zoo plotseling werd ontrukt.”

Hij laat negen kinderen achter. Twee zoons zijn al jong gestorven. De overige zeven zoons en twee dochters staan nu voor een toekomst zonder vader.

De dochter die vader verving

Van het grote gezin kent Charles Boissevain er slechts één persoonlijk: zijn nicht Wibbina, de oudste dochter. Zij neemt na de dood van haar vader de verantwoordelijkheid voor het gezin op zich. Charles schrijft over haar met zichtbare bewondering en genegenheid: “Van dat gezin ken ik alleen persoonlijk mijn lieve nicht Wibbina, de oudste van de kinderen, voor welke zij den vader poogde te vervangen, een zware taak die zij vervullen kon door karakter, bekwaamheid en onzelfzuchtigheid.”

Wibbina wordt directrice van de Hogere Burgerschool in Arnhem en later hoofd van de Middelbare School voor Meisjes in Amsterdam, waar zij in 1906, het jaar dat Charles schrijft, al 25 jaar aan verbonden is. Haar broers onderscheiden zich als officier, als leraar en als resident van de Javaanse gewesten Madioen en Preanger. Charles besluit: “Wanneer ik in het leven telkens hoorde hoe haar broeders als officier, als resident van Madioen, als leeraar zich onderscheidden, dan dacht ik steeds met grooten eerbied en hartelijke toegenegenheid aan mijn nicht Wibbine.”

Wat een naam draagt

Jean Henri Guillaume Boissevain leefde drieënvijftig jaar. Wat hij naliet, is meer dan negen kinderen en een handvol juridische geschriften. Hij liet een gezin na dat zich staande hield. Een nicht die een school leidde. Zoons die carrière maakten in leger, bestuur en onderwijs.

En hij liet een principe na: dat persvrijheid en ministeriële verantwoordelijkheid geen vanzelfsprekendheid zijn, maar verworvenheden waarvoor mensen als hij moesten vechten. Zijn neef Charles schreef zijn verhaal op, zodat de familie zou begrijpen waarvoor de naam Boissevain ooit stond. En staat.