Digitale Overheid: Leer van Erasmus

De beroemde humanist Erasmus (1466-1536) had tijdloze inzichten over verstandig handelen en flexibiliteit. Zijn lessen over strategisch denken zijn verrassend toepasbaar op de uitdagingen waar de moderne digitale overheid voor staat. In een tijd waarin overheden steeds afhankelijker zijn van grote techbedrijven, biedt Erasmus een waardevol perspectief.

Vertrouw niet op één hol

Erasmus gebruikte het spreekwoord “Mus non uni fidit antro”: een muis vertrouwt niet op één hol. Een muis met maar één uitgang is kwetsbaar; als dat hol wordt afgesloten, is er geen ontsnappen aan. Zijn boodschap? Zet nooit alles op één kaart en wees voorbereid op tegenslag.

Die wijsheid is vandaag urgenter dan ooit. Veel overheden hangen voor cruciale diensten, zoals e-mail en cloudopslag, volledig af van één techbedrijf zoals Microsoft. Maar wat als dat systeem wordt getroffen door een cyberaanval? De uitval van TU Eindhoven na een hack is daar een recent voorbeeld van. Bovendien kan een leverancier plots de prijzen verhogen of voorwaarden wijzigen, zoals gebeurde na de overname van VMWare door Broadcom. Zelfs geopolitieke spanningen kunnen invloed hebben. Amerikaanse bedrijven vallen immers onder Amerikaanse wetgeving, wat buitenlandse toegang tot gevoelige data mogelijk maakt.

Lessen van Erasmus voor de digitale overheid

De overheid kan veel leren van Erasmus’ nadruk op spreiding, prudentie en flexibiliteit. Neem bijvoorbeeld de Duitse universiteiten die overstappen op Nextcloud, een privacyvriendelijk alternatief voor Amerikaanse diensten. Dit soort keuzes biedt controle en voorkomt kwetsbaarheid. Ook Europese samenwerking speelt een sleutelrol. Projecten zoals GAIA-X laten zien dat gezamenlijke investeringen in publieke digitale infrastructuur essentieel zijn.

Daarnaast moet de overheid wettelijke kaders ontwikkelen om de macht van grote techbedrijven te reguleren. Dit voorkomt monopolievorming en maakt het makkelijker om open standaarden te gebruiken, die innovatie stimuleren en lock-in voorkomen.

Praktische stappen naar digitale veerkracht

Het is tijd voor gerichte actie. Overheden zouden hun data moeten spreiden over meerdere cloudproviders, bijvoorbeeld Microsoft Azure, AWS én Europese alternatieven. Ook is het verstandig om ambtenaren te trainen in het gebruik van open-source tools zoals LibreOffice. Dit biedt niet alleen meer keuzevrijheid, maar versterkt ook de digitale soevereiniteit.

Bovendien moeten strenge contractvoorwaarden worden opgesteld. Leveranciers moeten data toegankelijk houden en exit-strategieën mogelijk maken. Zonder deze garanties blijven overheden kwetsbaar voor machtsmisbruik en prijsverhogingen. Denk aan de prijsstijgingen waar overheden mee werden geconfronteerd na de VMWare-overname.

Erasmus’ boodschap in het digitale tijdperk

De metafoor van de muis is een krachtige waarschuwing tegen naïef vertrouwen in één oplossing. Voor de digitale overheid betekent dit: diversifieer, investeer in eigen infrastructuur en werk samen binnen Europa. Zoals Erasmus al wist: vooruitziendheid en flexibiliteit zijn de sleutels tot weerbaarheid. Die lessen zijn vandaag net zo belangrijk als vijfhonderd jaar geleden.

Breek hekken af, bouw digitale tafels

De uitspraak “When you have more than you need, build a longer table, not a higher fence” roept op tot openheid en inclusie. In plaats van mensen buiten te sluiten, zouden we moeten streven naar verbinding en samenwerking. Dit ideaal is niet alleen relevant in sociale en politieke discussies, maar ook in de digitale wereld. Toch lijkt de oorspronkelijke belofte van het internet – een open ruimte voor iedereen – steeds vaker te wijken voor economische machtsconcentratie en gesloten ecosystemen.

Van openheid naar controle

Het internet begon als een plek waar kennis vrij gedeeld kon worden en waar iedereen toegang had tot informatie en netwerken. Sociale media boden een platform voor activisme en maatschappelijke veranderingen, zoals te zien was tijdens de Arabische Lente, Black Lives Matter en #MeToo. Ook economische kansen groeiden: kleine bedrijven, freelancers en contentmakers konden wereldwijd publiek bereiken via platforms als YouTube, Instagram en TikTok.

Toch is deze openheid steeds meer onder druk komen te staan. Een handvol grote technologiebedrijven – Apple, Amazon, Google, Meta, X en TikTok – beheersen het digitale landschap. Zij verdienen miljarden door gebruikersdata te verzamelen en verhandelen, vaak zonder transparantie. Sociale media en online diensten lijken gratis, maar in werkelijkheid betalen gebruikers met hun data, aandacht en gedragingen. Algoritmes manipuleren gedrag, versterken polarisatie en verspreiden desinformatie, met negatieve gevolgen voor de samenleving en mentale gezondheid.

De digitale wereld als zero-sum game

Het ideaal van een open en verbonden internet is in veel opzichten vervangen door een zero-sum game: een paar grote bedrijven concentreren de macht, terwijl miljarden gebruikers product én consument tegelijk zijn geworden. Big Tech bepaalt de regels, en de rest van de wereld moet zich eraan aanpassen. Dit leidt tot afhankelijkheid en een verlies van digitale autonomie.

Maar het kan ook anders. In plaats van hogere hekken te bouwen, kunnen we juist langere tafels maken door het digitale speelveld eerlijker en toegankelijker te maken. Dit vraagt om bewuste keuzes op het gebied van regelgeving, technologie en gebruikersgedrag.

Regulering en digitale soevereiniteit

Om de balans te herstellen, moeten overheden Big Tech reguleren. Europa kan hierin een voortrekkersrol spelen door digitale soevereiniteit te versterken en afhankelijkheid van enkele grote Amerikaanse bedrijven te verminderen. Belangrijke maatregelen zijn:

  • Interoperabiliteit verplicht stellen bij sociale media, zodat gebruikers vrij kunnen overstappen zonder hun netwerk kwijt te raken.
  • Striktere privacywetten en transparantie-eisen, zodat gebruikers meer controle krijgen over hun data.
  • Beperking van gepersonaliseerde advertenties die gebaseerd zijn op extreme dataverzameling.
  • Ondersteuning van open-source AI en gedecentraliseerde platforms, zodat innovatie niet alleen in handen van Big Tech blijft.

Zelf bijdragen aan langere tafels

Gebruikers kunnen nu al kiezen voor alternatieven die meer openheid en controle bieden. Denk aan open-source AI-modellen in plaats van gesloten systemen zoals GPT-4 van OpenAI. Of aan gedecentraliseerde sociale netwerken zoals Mastodon en Bluesky, die transparanter en democratischer zijn dan commerciële platforms. Ook open cloud-initiatieven en federatieve netwerken bieden meer controle over data en opslag dan de gesloten ecosystemen van AWS, Google Cloud en Microsoft Azure.

De vraag blijft: gebruiken we technologie om meer mensen te betrekken en te verbinden (langere tafels), of om exclusiviteit en controle te vergroten (hogere hekken)? Veel Big Tech-bedrijven roepen op tot samenwerking en inclusie, maar hun beleid vertelt een ander verhaal. Daarom blijft de discussie over openheid en controle cruciaal in de digitale wereld. We staan op een kruispunt: kiezen we voor gesloten systemen met steeds hogere muren, of bouwen we samen aan een internet waarin iedereen een plek aan tafel heeft?

Van Plannen naar Aanpak

Eind vorig jaar kondigde het kabinet een nieuwe Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) aan. Deze strategie, die naar verwachting in het voorjaar van 2025 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, heeft als doel digitale technologie op verantwoorde wijze in te zetten en de samenwerking binnen de overheid te versterken. De ambitie? Opereren als één overheid en de burger écht centraal stellen. Maar hoe vaak hebben we die ambitie al gehoord?

De geschiedenis van de digitaliseringsstrategieën

Sinds de jaren negentig heeft Nederland al zeven digitaliseringsstrategieën geïnitieerd, elk met dezelfde belofte: een betere overheid voor burgers en bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan het Overheidsloket 2000, dat stelde: “Denken vanuit de burger.” Of het Programma Andere Overheid uit 2003, waarin een slagvaardige overheid met een focus op publieke dienstverlening centraal stond.

Andere initiatieven, zoals het Nationale Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid (NUP) uit 2008, probeerden orde te scheppen in een wildgroei aan digitale projecten. En in 2013 beloofde het programma Digitaal 2017 dat burgers al hun overheidszaken digitaal konden regelen. Hoewel elk programma ambitieus startte, bleef de realiteit achter: de digitale overheid werd een weerspiegeling van de complexe organisatiestructuur, waardoor burgers en bedrijven vastlopen in een wirwar van portalen, formulieren en websites.

Een nieuwe poging: de achtste strategie

Met de aankomende NDS wordt wederom ingezet op een koerswijziging. De focus ligt opnieuw op de samenwerking tussen overheidsorganisaties en het centraliseren van dienstverlening. Maar hoe garandeert deze strategie dat er nu wél concrete resultaten worden geboekt? Immers, de ambitie om burgers en bedrijven centraal te stellen is niet nieuw.

De noodzaak van verandering is evident. Nederland kan leren van landen zoals Denemarken, waar burgers via één centraal portaal toegang hebben tot alle overheidsdiensten. Daar toont de overheid aan dat digitalisering niet alleen draait om technologie, maar vooral om eenvoud en gebruiksgemak.

Opereren als één overheid: van ambitie naar realisatie

Als Nederland daadwerkelijk wil opereren als één overheid, moet het de burger als uitgangspunt nemen bij het ontwerpen van digitale diensten. Dit vraagt om:

  • Eenvoudige toegang tot overheidsdiensten: Een centraal portaal waar burgers en bedrijven terechtkunnen, ongeacht welke instantie verantwoordelijk is.
  • Heldere governance: Vermijd overlappende initiatieven door betere samenwerking en regie over digitale projecten.
  • Focus op uitvoering: Stop met het herhaaldelijk maken van plannen en richt middelen op daadwerkelijke implementatie.

Een les uit de praktijk: aanpak van plannen

Mijn ervaring als beginnend consultant is hier treffend. Met trots presenteerde ik ooit een zorgvuldig uitgewerkt plan van aanpak. Ik verwachtte lof, maar mijn opdrachtgever reageerde anders. Met een glimlach zei hij: “Wij willen hier geen plannen van aanpak, maar aanpak van plannen.”

Deze opmerking blijft hangen. Het is precies wat de overheid nodig heeft: minder woorden, meer actie. De nieuwe digitaliseringsstrategie kan pas succesvol zijn als de uitvoering centraal staat. Alleen dan kunnen we de ambitie om te opereren als één overheid en de burger centraal te stellen, daadwerkelijk waarmaken.

Kun je AI inzetten voor bestaanszekerheid?

De nieuwe driedelige dramaserie De Toeslagenaffaire legt de pijnlijke realiteit bloot van een schandaal dat tienduizenden gezinnen in chaos stortte. Het verhaal toont een schrijnende kloof tussen de technocratische systeemwereld van de Belastingdienst en de levens van gewone mensen, die steeds verder verstrikt raakten in ongrijpbare regels. Dit drama is niet alleen een herinnering aan wat er misging, maar ook een oproep tot verandering: technologie moet worden ingezet om mensen te helpen, niet om hen te beschadigen.

Wat ging er mis?

De toeslagenaffaire illustreert hoe technologie verkeerd kan worden ingezet. Een risicomodel, bedoeld om fraude te bestrijden, werd een instrument van discriminatie. Mensen met een migratieachtergrond en lage inkomens werden doelwit van een systeem dat bevooroordeeld was door foutieve aannames en selectiebias. Het resultaat? Gezinnen werden onterecht bestempeld als fraudeurs, met financiële wanhoop en diep persoonlijk leed tot gevolg.

Technologie zoals kunstmatige intelligentie (AI) en algoritmes kunnen krachtige tools zijn, maar ze zijn geen neutrale instrumenten. Ze dragen de waarden, aannames en beperkingen van hun makers met zich mee. En als die waarden niet expliciet gericht zijn op rechtvaardigheid en inclusiviteit, kunnen technologieën bestaande ongelijkheden versterken in plaats van verkleinen.

AI: een kracht voor rechtvaardigheid

AI kan echter meer zijn dan een controlemiddel. Het kan een bondgenoot worden in de strijd voor bestaanszekerheid en rechtvaardigheid, mits het op de juiste manier wordt ingezet. Hier zijn een paar manieren waarop AI een positieve rol kan spelen:

  1. Bias voorkomen
    Gevoelige gegevens zoals nationaliteit en inkomen kunnen geanonimiseerd worden om te voorkomen dat ze discriminatie veroorzaken. Bias-detectietools kunnen worden ingezet om ongelijkheden in modellen tijdig te signaleren en te corrigeren.
  2. Proactieve ondersteuning
    In plaats van wantrouwen te zaaien, kan AI worden gebruikt om kwetsbare gezinnen vroegtijdig te signaleren. Gemeenten zoals Nijmegen en Amsterdam gebruiken AI voor vroegsignalering van schulden. Ze signaleren betalingsachterstanden vroegtijdig en bieden hulp aan voordat problemen escaleren.
  3. Betrokkenheid en transparantie
    Burgers, experts en maatschappelijke organisaties kunnen worden betrokken bij het ontwerp van AI-systemen. Hierdoor worden technologieën ontwikkeld die beter aansluiten bij de behoeften van mensen. Bovendien moeten AI-systemen altijd uitlegbaar zijn, zodat elke beslissing begrijpelijk en herleidbaar is.
  4. Ruimte voor maatwerk
    Technologie mag nooit een vervanging zijn van de menselijke maat. Bij complexe situaties moet er altijd ruimte blijven voor maatwerk en empathie.

Een toekomst met compassievolle technologie

De overheid staat voor een belangrijke keuze: blijft technologie een middel om te controleren, of wordt het een hulpmiddel om te ondersteunen? De toeslagenaffaire laat zien hoe fout het kan gaan, maar biedt ook lessen voor een betere toekomst. Door AI te gebruiken met aandacht voor menselijke waarden, kan technologie een krachtig instrument worden voor rechtvaardigheid en bestaanszekerheid.

De menselijke maat: dat is de sleutel tot technologie die werkt voor iedereen.

Het herstel van vertrouwen in de overheid begint hier. Laten we technologie opnieuw vormgeven – niet om mensen achtervolgen, maar om hen vooruit te helpen. Want echte vooruitgang meet je niet in cijfers, maar in levens die erop vooruitgaan.

Bezuinigen op ICT is een Illusie

De nieuwe coalitie in Nederland heeft ambitieuze plannen om de overheidsuitgaven te verlagen. Een van de speerpunten is het structureel bezuinigen van 1 miljard euro op het ambtelijk apparaat en het beperken van de uitgaven aan externe inhuur tot maximaal 10 procent van de personeelskosten (vorig jaar 15,4 procent ). Dit klinkt misschien als een logische stap om de begroting op orde te krijgen, maar in werkelijkheid zou deze aanpak een illusie kunnen zijn als de investeringen in ICT niet drastisch worden verhoogd.

Technologie is tegenwoordig de ruggengraat van vrijwel elke organisatie, en dit geldt in toenemende mate ook voor de overheid. Door te investeren in technologie en digitalisering kan de overheid niet alleen efficiënter werken, maar ook beter inspelen op de behoeften van de samenleving. De afgelopen jaren hebben laten zien dat technologie een cruciale rol speelt in het verbeteren van overheidsdiensten en het verhogen van de productiviteit.

Uit het hoofdlijnenakkoord valt niet op te maken dat de nieuwe coalitie inzet op investering in technologie en digitalisering binnen de overheid om beter invulling te geven aan de maatschappelijke opgave. Niet iedereen is er dan ook gerust op dat de ICT van de rijksoverheid ontsnapt aan de bezuinigingen. Ambtenaren van het ministerie van BZK waarschuwden voor gevaren voor de nationale veiligheid als de ICT van de rijksoverheid niet op volle sterkte blijft. Ook de brancheorganisatie NLdigital uitte haar zorgen over het akkoord. Door de snoeien op het aantal ambtenaren en daarbovenop externe inhuur terug te brengen, kunnen grote ICT-projecten in gevaar komen. Een groot ICT-project dat zich op korte termijn aandient vloeit voort uit het besluit van de coalitie om drie nieuwe ministeries in het leven te roepen. De departementale herschikking is een forse operatie die geen enkele maatschappelijke waarde oplevert. Echter, dankzij de digitale infrastructuur van de rijksoverheid kan dit nog redelijk efficiënt worden doorgevoerd.

Het streven naar bezuinigingen zonder rekening te houden met de noodzaak van ICT-investeringen is een kortzichtige benadering. Terwijl de directe kosten van ICT-projecten hoog kunnen lijken, zijn de lange termijnbesparingen en de verhoogde efficiëntie vaak aanzienlijk. Zonder deze investeringen loopt de overheid het risico vast te blijven zitten in verouderde systemen en inefficiënte processen, wat uiteindelijk duurder zal blijken. Het beperken van externe inhuur kan op het eerste gezicht aantrekkelijk lijken, maar de realiteit is dat externe specialisten vaak de expertise en flexibiliteit bieden die nodig zijn om complexe ICT-projecten succesvol te implementeren. Het verminderen van deze uitgaven zonder een strategische visie op ICT en digitalisering kan leiden tot vertragingen en hogere kosten op de lange termijn. De boodschap aan de nieuwe Staatssecretaris voor Digitalisering en Koninkrijksrelaties is duidelijk: zet in op innovatie binnen ethische grenzen. Om de ambitieuze bezuinigingsdoelen te bereiken zonder de kwaliteit van de dienstverlening aan te tasten, is het cruciaal om te investeren in technologie en digitalisering.

Verbieden technologische vooruitgang is geen optie

Staatssecretaris Alexandra van Huffelen wil rijksambtenaren voorlopig verbieden om AI-software zoals ChatGPT te gebruiken. Zij vindt de risico’s op het vlak van privacy en auteursrechten te hoog. Dat schrijft de Volkskrant op basis van een conceptvoorstel, dat de krant heeft ingezien. Het voorstel wordt binnenkort in de ministerraad besproken. Als die met het voorstel instemt, dan zal het verbod behalve voor overheidsdiensten ook voor hun leveranciers gaan gelden.

Het voornemen van de staatssecretaris van Digitale Zaken roept bij mij herinneringen op aan de ‘Donnerbrief’ uit 2011 over de toepassing van cloudcomputing binnen het Rijk.  In die Kamerbrief ontvouwt minister Donner zijn Cloud strategie voor de Nederlandse overheid. De Public Cloud wordt in de ban gedaan. ‘Ik moet vaststellen dat de argumenten tegen het toepassen van open cloud computing op dit moment globaal zwaarder wegen dan de voordelen. Deze argumenten hebben te maken met de onvolwassenheid van de markt en de eisen die worden gesteld aan de informatiebeveiliging.’ schrijft minister Donner. De brief vermeldt nog wel dat er ruimte ligt voor experimenten met cloud computing, zij het beperkt.

Terwijl organisaties wereldwijd de transitie maakten naar de publieke cloud, koos de Nederlandse overheid destijds voor een gesloten Rijkscloud in eigen beheer. Daarmee werden lagere beheerkosten en een groter gebruikersgemak beoogd. Het tegenovergestelde was het resultaat. De kosten liepen door investering in eigen infrastructuur en mensen fors op. De technologische achterstand ten opzichte van andere organisaties nam verder toe. In de praktijk bleek het verbod op gebruik van de publieke cloud ook moeilijk te handhaven. De voordeur was weliswaar gesloten, maar de achterdeur stond nog open voor ingebruikname van nieuwe SaaS-applicaties (waarvan een aantal onveilig). Vorig jaar is het Rijksbrede cloudbeleid uiteindelijk herzien en mogen overheidsorganisaties onder voorwaarden gebruik maken van publieke clouddiensten. Dit opent de weg voor versnelling van innovatie, die overheidsorganisaties kan ondersteunen bij het behalen van hun doelstellingen.

Het voorgenomen verbod op gebruik van AI-software betreft de gratis diensten. De staatssecretaris erkent dat generatieve AI ook kansen en mogelijkheden biedt. Voordat ze AI-toepassingen breed wil integreren binnen de Rijksoverheid, laat ze verschillende experimenten uitvoeren. Dat lijkt het standaard overheidsantwoord op technologische ontwikkelingen. Het klinkt weinig voortvarend. De mogelijkheden binnen de overheid liggen nu al voor het oprapen, bijvoorbeeld ondersteuning bij: het vertalen van overheidsjargon in gewone mensentaal (bijvoorbeeld voor publiekscommunicatie), het maken van een managementsamenvatting van lange teksten, of het opstellen en vertalen van brieven, e-mails etc.

Simpelweg verbieden van een razend populaire chatbot remt de innovatie en kan mogelijk averechts uitpakken. AI-tools zijn niet meer weg te denken uit de samenleving. De ontwikkeling van generatieve AI gaat razendsnel. Het gebruik van AI-tools laat zich niet afremmen en zal blijven toenemen. Oogluikend toestaan, zoals nu regelmatig het geval bij ingebruikname van SaaS-applicaties, vormt een bedrijfsrisico op het vlak van data, privacy en informatiebeveiliging. Dit stelt iedere overheidsorganisatie voor het dilemma: kiezen voor verbieden of verantwoord gebruik? Mijn advies is: benut de efficiencyvoordelen die AI-tools bieden, maar investeer in training en het opstellen (en handhaven) van spelregels.

Rijnland wint verenigingsbokaal Amstel Drecht

Via Strava en LinkedIn werd ik gevraagd deel te nemen aan  de Amstel Drecht Regatta: “Als jullie nog zin hebben met de 8+ naar de Amstel Drecht te komen, zou leuk zijn – we hebben al vijf 8-en bij elkaar nu.” Binnen mijn acht was er niet veel animo om de wedstrijd te starten, maar deelname van acht roei(st)ers lukte nog wel. We schreven onze afvaardiging maximaal in voor tijdraces in skiff en tweetjes verdeeld over twee blokken.

Zaterdagochtend werden de boten met de kleine botenwagen naar Michiel de Ruyter in Uithoorn gebracht. Het botenhuis is prachtig gelegen in Natuurgebied Uithoorn, tegenover het Fort aan de Drecht dat deel uitmaakt van de oorspronkelijke verdedigingslinie rond Amsterdam. Het watergebied tussen Uithoorn en Amstel-Drecht vormt een prachtig landschap van breed en kalm water met uitdagende rivierbochten omzoomd door groene oevers. Zaterdagmiddag werd de baan van de kronkelende Amstel verkend.

Zondagmiddag werden de wedstrijden over een afstand van 4 km in twee blokken verroeid. Met een straf windje in de rug werd er snel geroeid. Nu bleek ook dat veel boten moeite hadden met een scherpe bocht in het traject. Een aantal boten moest zelfs houden en strijken om uit het riet los te komen. Wij kregen de tip om de bocht zoals Verstappen van buiten naar binnen te nemen. Zo bleven wij op snelheid en zagen achter ons een naderende dubbeltwee bijna haaks op de kant aansturen. Daarna hadden wij zelf grote moeite een dubbelvier  buitenom in te halen.

Na afloop van de wedstrijden werden de prijzen uitgereikt. Een blikje koud bier voor ploegen met één deelnemer in hun veld en echte roeiblikken voor winnaars van de velden met meerdere deelnemers. Voor de best presterende verenging was er een wisselbokaal aanwezig. Het verhaal gaat dat de verenigingsbokaal Amstel Drecht de eigenschap heeft dat de bokaal ieder jaar zoek is en het ingraveren van de winnende vereniging meestal vertraging oploopt. De bokaal kwam nu gelukkig vlak voor de wedstrijd weer boven water en wij mochten de bokaal als winnende vereniging even vasthouden.

Uitslagen Amstel Drecht Regatta

Rijnland collectief zegeviert in München

Roeivereniging Rijnland uit Voorschoten was vorig jaar de best presterende vereniging  tijdens World Rowing Masters Regatta op de roeibaan van Libourne bij Bordeaux. Dit jaar heeft Rijnland opnieuw met succes om overwinningen gestreden tegen de beste veteranenroeiers (wedstrijdroeiers in leeftijdscategorieën vanaf 27 jaar) ter wereld tijdens de Euro Masters Regatta. Met meer dan 3.000 inschrijvingen en 2.200 roeiers van 547 clubs en zes continenten had de regatta een sterk deelnemersveld. De wedstrijden vonden van 27 tot 30 juli plaats in het Olympic Regatta Centre in München, een van de meest gerenommeerde roeibanen.

Een hoogtepunt voor de Rijnland-equipe was de finalerace van Bernard Luttikhuizen in de skiff. In 1972 nam Bernard op dezelfde roeibaan deel aan de Olympische Spelen in de twee met stuurman. Meer dan vijftig jaar later behoort hij nog steeds tot de wereldtop in zijn leeftijdscategorie. Na een rustige start roeide hij met lange krachtige halen al zijn tegenstanders voorbij. Even lag hij aan de leiding, maar daarna kon hij de eindsprint van de Oostenrijker Willy Koska niet meer pareren. Met een prachtige zilveren medaille werd hij gehuldigd als vice-kampioen.

Succes was er ook voor de heren dubbeltwee (Michiel Pluim en Fred Ruoff) die twee overwinningen behaalde in verschillende leeftijdscategorieën. Een afgetekende winst was er ook voor Hans Link en Johan IJff in de dubbeltwee. Ook de heren vier-zonder-stuurman (Eric ter Mors, Jan van Vliet, Jaap Stumphius, Jan Willem Boissevain) roeide onbedreigd naar de finish. Tenslotte was er winst voor de twee-zonder-stuurman (Henk Stefels, Henk Helle). Het aantal overwinningen had veel hoger kunnen uitvallen als alle races verroeid hadden kunnen worden. Op de laatste dag gooide onweer roet in het eten. Een aantal kansrijke races kon daardoor helaas geen doorgang meer vinden.

Het succes van het wedstrijdroeien binnen Rijnland wordt gedreven door de kernwaardes over de kracht van samenwerking en eenheid binnen het roeiteam. In een roeiboot moeten alle roeiers en stuurlieden harmonieus samenwerken. Elke roeier vertrouwt op zijn teamgenoten en leert te luisteren naar het ritmische geluid van de riemen. Er is geen ruimte voor ego’s of zelfzucht. Elke slag en elke beweging heeft invloed op het hele schip. Dit bevordert de discipline, communicatie en wederzijds respect. De collectiviteit gaat verder dan het roeien in de boot. Het betreft ook de zorg voor het materiaal, de coaching van het team, de organisatie van de trainingen en de wedstrijden en het steunen en aanmoedigen van clubgenoten.

Binnen Rijnland speelt de coach een cruciale rol bij het smeden van een hecht team en het bevorderen van een goede en uniforme roeitechniek. Ervaren coaches hebben het wedstrijdroeien binnen Rijnland naar een hoog niveau getild. Een van die coaches is Koos Bazuin. Hij begeleidde in zijn jonge jaren ploegen op weg naar de Olympische Spelen van Mexico en München. Afgelopen dertig jaar heeft hij zijn stempel gedrukt op het wedstrijdroeien binnen Rijnland. De behaalde successen in Libourne en München zijn een kroon op zijn werk.

Donderdag 27 juli 2023: MM 8+ G
Vrijdag 28 juli 2023: MM 4- H

Zaterdag 29 juli 2023: MM 4+ G

Uitslagen Roeivereniging Rijnland

Sfeerimpressie Willem Handels

Groot Voorschoten – 11 augustus 2023
Telstar – 16 augustus 2023

Poëzie van brandend bos. Nu te zien!

Kunstenaar is Oscar Santillán maakt gebruik van data die satellieten verzamelen van bosbranden op aarde. Met een groep experts ontwikkelde hij een kunstwerk dat een brug slaat tussen wereldwijde klimaatproblemen en de exploderende potentie van nieuwe technologieën, met de blockchain als artistiek medium.

Satellieten registreren bosbranden op aarde. Op basis van real-time satellietdata schrijft een AI-systeem een gedicht over het brandende bos, dat in een digitale animatie wordt getoond op schermen in de binnentuin van een Haags overheidsgebouw. Elke animatie van een gedicht is uniek en onvervangbaar en fungeert als een overlijdensbericht opgeslagen als een NFT. De locatie en de datum van de brand zijn voor iedereen toegankelijk in de NFT-metadata via Ethereum blockchain.

In de afgelopen decennia zijn bosbranden wereldwijd aanzienlijk in omvang en intensiteit toegenomen. Ze vormen een ernstige bedreiging voor ecosystemen, biodiversiteit en menselijke gemeenschappen. Ze leiden ook tot bodemerosie, verslechtering van de waterkwaliteit, verhoging van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, en dragen bij aan klimaatverandering. Herstel van ecosystemen na bosbranden kan jaren of zelfs decennia duren, en sommige schade is mogelijk onomkeerbaar.

Klimaatverandering speelt een cruciale rol bij het versterken van de omstandigheden die leiden tot grotere bosbranden. De opwarming van de aarde leidt tot langere en intensere hittegolven, waardoor de droogte in veel bosgebieden toeneemt. Bosbranden in Canada hebben dit jaar al meer dan tien miljoen hectare bos verwoest. Dat komt neer op een gebied dat 2,5 keer zo groot is als de oppervlakte van Nederland.  De website van weerradar-live toont de bosbranden en brandhaarden op een wereldkaart.

Data en technologie kunnen worden gebruikt om maatschappelijke problemen zoals klimaat en bosbranden te visualiseren en aan de orde te stellen. Dit kan helpen om mensen bewuster te maken van de klimaatproblemen en te motiveren tot actie. Cryptokunst is een nieuwe vorm van digitale kunst die kan worden gebruikt om maatschappelijke problemen te visualiseren en aan de orde te stellen door middel van NFT’s (non-fungible tokens). NFT’s zijn unieke digitale tokens die kunnen worden gebruikt om cryptokunst te verifiëren en te verhandelen. Dit maakt het mogelijk om cryptokunst te gebruiken om geld in te zamelen voor goede doelen. Bekende voorbeelden van cryptokunst voor goede doelen zijn Climate Pledge Collective en Save the Amazon die met een reeks NFT’s aandacht vragen voor klimaatverandering en ontbossing van het Amazonegebied en geld inzamelen voor organisaties die zich inzetten om die problemen op te lossen.

De tentoonstelling van Oscar Santillán duurt tot eind van dit jaar. Met dagelijks 1 tot 3 grote bosbranden verwacht hij ongeveer 500 NFT’s te produceren. Van de opbrengst wordt 15 procent gedoneerd aan goede doelen tegen klimaatverandering.

Wegwijs in het digitale doolhof

De digitale overheid is als een doolhof: je weet waar de zoektocht begint maar nooit waar en wanneer deze zal eindigen. Regelmatig raken burgers verstrikt in de onoverzichtelijke wirwar van instanties, portalen, regels en registraties. De overheid is zich hiervan bewust en maakt er werk van om iedereen mee te laten doen in de digitale samenleving. In plaats van het afbreken van scheidingsmuren of vereenvoudigen van regels wordt begeleiding aangeboden bij het betreden van het digitale doolhof.

Voor vragen over DigiD, toeslagen, gemeentelijke regelingen of andere overheidszaken kunnen mensen voortaan terecht bij het Informatiepunt Digitale Overheid in de Bibliotheek. Een voorlichtingsfilmpje laat zien hoe het Informatiepunt een vrouw kan helpen die iets moet regelen met de gemeente maar geen raad weet met de website. Een buurman vertelde haar over het Informatiepunt Digitale Overheid. De medewerkster bij het Informatiepunt wist precies wat ze nodig had en samen maakten ze een afspraak met de desbetreffende persoon bij de gemeente. Dan vraag ik mij toch af waarom die vrouw niet gewoon telefonisch een afspraak met de gemeente had kunnen maken. Dat lijkt mij minder omslachtig dan via een buurman, een Informatiepunt en een digitaal portaal.

In navolging op banken, verzekeraars en het bedrijfsleven kan de overheid niet om digitale dienstverlening heen. Het is een goede zaak dat daarbij op laagdrempelig niveau via bibliotheken ondersteuning wordt geboden bij de toegang tot publieke dienstverlening. Iedereen moet mee kunnen doen in de digitale samenleving, maar een groot deel van de bevolking beschikt niet over de noodzakelijke digitale basisvaardigheden. De overheid schat dat ongeveer 11 procent van de Nederlanders problemen heeft met het werken met digitale hulpmiddelen. Onder Nederlanders van 55 jaar en ouder is dit zelfs 20 procent. Gebrek aan digivaardigheden  kan mensen belemmeren in het onderwijs, op de werkvloer en bij het regelen van zaken met banken, verzekeraars, bedrijven, de overheid en andere instanties.

Digitale vaardigheden zijn cruciaal om te kunnen functioneren in de huidige samenleving. Gemeenten worden daarom terecht gefinancierd om de achterstanden in digitale vaardigheden bij hun inwoners aan te pakken door scholing, ondersteuning en voorlichting. Het kabinet heeft daarnaast het voornemen om digitale geletterdheid toe te voegen aan het curriculum voor basis- en voortgezet onderwijs, zodat leerlingen al vroeg beschikken over voldoende vaardigheden om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die digitalisering biedt. Na jarenlange inzet vanuit diverse organisaties wordt nu gewerkt aan digitale vaardigheden voor álle kinderen,  maar de politiek is daarover nog verdeeld. NLdigital stuurde samen met 12 andere organisaties een brandbrief naar de Tweede Kamer met de oproep om digitale geletterdheid niet weg te bezuinigen. Een Kamermotie om de middelen voor basisvaardigheden alleen in te zetten voor taal en rekenen is inmiddels verworpen. Een motie om digitale geletterdheid niet onder de basisvaardigheden te laten vallen is (nog) niet in stemming gebracht.

NLdigital nodigt organisaties uit hun oproep, digitale geletterdheid vast onderdeel te maken van het curriculum, te ondersteunen.  Daarmee wordt een belangrijke stap gezet naar digitale inclusie, waarbij iedereen kan meedoen in de digitale samenleving. Laten we het kabinet eveneens steunen in het voornemen om digitale diensten beter te laten aansluiten op de gebruiker, waarbij online overheidsdiensten begrijpelijk, toegankelijk en makkelijk vindbaar zijn. Burgers hebben geen keuze en mogen niet verdwaald raken in een digitaal doolhof waarin zij van het kastje naar de muur worden gestuurd, zelfs als zij het slachtoffer zijn van uitvoeringsfouten van dezelfde overheid.