Investeren in een digitale overheid

weekendje-den-haag (1)

Vraag aan Google: “Wat kost onze overheid?” en de antwoorden zijn: ‘Falende ict kost overheid miljarden’ en ‘Mislukte projecten van de overheid kost ons miljarden per jaar’. Mijn wedervraag is dan: “Wat zou onze overheid kosten zonder ict?”. Ik vermoed het vijfvoudige van de huidige overheidskosten.

ict kosten zijn onbekend
De openbare verhoren naar de mislukte en veel te dure ict-systemen bij de overheid zijn begonnen. En het ging meteen over miljarden. Per jaar zou de overheid 4 tot 5 miljard kwijtraken door het mislukken van ict-projecten, vertelde één van de onderzoekers. Ik vroeg Nextcheckt die bewering te checken. Nextcheckt constateerde terecht dat die uitspraak niet is te checken. De cijfers en de aannames, waarop de bewering is gebaseerd, zijn boterzacht. ‘Falende ict-projecten worden niet bijgehouden en daarom kun je ook niet precies weten hoeveel er aan wordt uitgegeven’ constateerde nrc next. Je kunt die uitspraak nog iets breder trekken: de overheid houdt niet bij hoeveel het aan ict uitgeeft. De totale ict-kosten van de overheid zijn dus ook niet bekend.

ict baten zijn wel zichtbaar
Computers en de overheid: het mag dan geen gelukkige combinatie zijn, onze overheid kan niet zonder ict. De automatisering is onmisbaar om de 17 miljoen inwoners op gelijke wijze te behandelen. Zonder ict kan de overheid geen belastingen innen, geen toeslagen, subsidies en uitkeringen verstrekken en geen verkeersboetes opleggen. Zonder ict kan de overheid regels onvoldoende handhaven, onze veiligheid niet waarborgen en niet goed communiceren. De overheid is een informatie verwerkend systeem dat volledig afhankelijk is van ict. Daarbij komt dat de samenleving en de regels in de loop der jaren zo complex zijn geworden dat de rechtmatigheid alleen nog door de inzet van computers gewaarborgd kan worden. De ervaring heeft geleerd dat 80 procent van nieuwe wet- en regelgeving neerslaat in ict-systemen.

ict bespaart
Door de inzet van ict is onze overheid, ondanks de toegenomen complexiteit, in omvang nauwelijks toegenomen. De omvang van onze overheid is wel te kwantificeren. De belangrijkste kosten van het overheidsapparaat zijn de personeelskosten voor ambtenaren. In totaal zijn er in Nederland bijna 1 miljoen ambtenaren. Deze kosten onze overheid jaarlijks 50 miljard, uitgaande van een ambtenarensalaris van gemiddeld 50.000 euro per arbeidsjaar. Door meer inzet van ict kan de overheid verkokering doorbreken, processen automatiseren en zelfbediening aanbieden aan burgers en bedrijven. Tegelijkertijd kan dan fors worden bespaard op het ambtenarenapparaat. Banken en verzekeraars hebben laten zien dat dit kan. Sinds de crisis hebben zij bijna een kwart minder personeel in dienst. De verwachting is dat deze trend doorzet: financiële instellingen verwachten een efficiencyverbetering van meer van 40 procent door inzet van ict.

ict voor betere dienstverlening
Door betere samenwerking binnen en met de overheid en inzet van ict moet een efficiencywinst van 30 procent haalbaar zijn. Als de overheid structureel 5 miljard meer moet uitgeven aan ict om jaarlijks 15 miljard te kunnen besparen, dan is de keuze snel gemaakt. Minstens zo belangrijk is dat burgers en bedrijven door digitalisering makkelijker online zaken kunnen doen met de overheid en de gegevens van burgers goed worden beschermd. Een digitale overheid vermindert regeldruk en verhoogt efficiency.

Een vaderlijke les

rowing2

Mijn vader had in Leiden gestudeerd. Hij was lid van Minerva en hij had geroeid. Hij wilde maar al te graag dat ik zijn voorbeeld zou volgen. Maar ik wilde niet zijn zoals mijn vader was: de grote afwezige. Altijd in het buitenland voor zijn werk. Ik koos mijn eigen weg. Ik ging niet naar Leiden, maar in Delft studeren (mijn vader waarschuwde mij nog dat studenten daar worden opgeleid tot fietsenmaker). Ik werd geen lid van het corps en ging ook niet roeien.

Het knutselen aan mijn fiets en wielrennen werden mijn grote passie. Ik verbouwde mijn fiets tot racefiets en fietste elke vroege ochtend een ronde voor aanvang van de colleges. In mijn derde studiejaar kreeg ik het aanbod om vier weken gratis te roeien bij een studentenroeivereniging. Dat leek me wel wat. Dan kon ik meteen verifiëren wat er waar was van de stoere verhalen van mijn vader. Het roeien leek mij een makkelijke sport: insteken, doorhalen en weer opnieuw beginnen. Maar dat viel tegen. Na vier weken had ik de roeibeweging bij lange na nog niet onder de knie. Ik wilde er mee stoppen, maar een boomlange kerel vertelde mij dat ik moest gaan wedstrijdroeien. Die uitdaging ben ik aangegaan.

Vijf jaar heb ik op nationaal en internationaal niveau wedstrijden geroeid. Mijn vader kwam regelmatig kijken. Vol trots zag hij zijn zoon winnen. Nu bleek dat hij zelf voornamelijk wedstrijden had gestuurd en nooit een blik had weten te trekken. Met roeien had ik mijn vader overtroffen. Na mijn studie stopte ik met roeien en ging mij weer op het fietsen en ook het hardlopen toeleggen. Jaren later werd ik gevraagd om samen met collega’s in een bedrijfsacht te stappen. Het roeien had ik nog niet verleerd. De winnende strategie van ons bedrijf wisten we ook op het water te brengen door in rechtstreekse confrontatie de concurrentie te verslaan. Jaren achtereen wonnen we het nationale kampioenschap voor bedrijfsachten. Acht jaar geleden werd ik weer lid van een roeivereniging. Ik roei nu wedstrijden in mijn leeftijdsklasse met en tegen roeiers uit mijn studietijd. Roeien als sport is niet voorbehouden aan studenten, maar kun je een leven lang blijven beoefenen.

Mijn kinderen probeer ik nu over te halen om ook te gaan roeien. Mijn pogingen zijn vooralsnog niet succesvol. Tot hun twaalfde jaar kun je kinderen nog naar het hockey- of voetbalveld dirigeren. Daarna laten zij zich niet meer sturen. Bij pubers werken ouderlijke instructies vaak averechts. Zij leren eerder van elkaar dan dat ze de wijze lessen van hun ouders aannemen. Van mijn kinderen kan ik natuurlijk niet verwachten dat zij in navolging van mij in Delft gaan studeren en gaan roeien bij Proteus-Eretes. Mijn dochter koos er voor Rechten te gaan studeren in Leiden. Zij werd ook lid van Minerva. Mijn vader was trots op haar geweest. Het doet mij denken aan de uitspraak van Carolyn Coates in Things Your Dad Always Told You But You Didn’t Want to Hear: “Een vader is iemand die verwacht dat zijn kinderen zo goed worden als hij had willen zijn.”

Terug naar Neverland

firstlookneverland

Op een avond vliegt Peter Pan mijn slaapkamer binnen. Hij voert mij mee naar Neverland, een prachtig afgelegen eiland vol avontuur. Neverland staat symbool voor eeuwige jeugd en kinderlijke fantasie. Het gaat van absurde gebeurtenissen en fantastische elementen over gevoelens van jaloezie tot schrijnende taferelen. Zo droom ik weg uit de werkelijke wereld en beleef de gruwelen van een bloederige strijd tegen de piraten.

Door het trillen van mijn mobiel schrik ik wakker. Waar ben ik? Mensen rond de tafel kijken mij aan. Ik zit midden in een vergadering en lees het Whatsapp-bericht: “Faillissement wordt morgen aangevraagd”. Ik loop de vergadering uit en bel een collega. Is dit een boze droom? Helaas. Het bedrijf kan niet langer aan de verplichtingen voldoen. Salarissen kunnen niet meer worden betaald. En investeerders zijn niet bereid het benodigde overbruggingskrediet te verstrekken. Het faillissement is onvermijdelijk. Ik ben plots klaarwakker, maar kan de consequenties nog niet overzien.

Een paar dagen later worden 150 personeelsleden in de kantine toegesproken door de curator: “Het is de bedoeling voor mij als curator om op enig moment (en hoe sneller hoe beter) de aanwezige activa te verkopen en de opbrengsten ervan te verdelen onder de schuldeisers op de wijze dat de wet dit voorschrijft. Dat kan gebeuren door middel van een veiling, maar dat kan ook gebeuren door middel van een doorstart. Dat laatste, daar gaan we voor. Om verschillende redenen: de klanten kunnen worden bediend, de kans dat jullie als werknemers je baan kunnen blijven behouden is het grootst en ook de opbrengst is normaal gesproken hoger. Vrijdag zal ik jullie allen mondeling ontslag aanzeggen. De opzegperiode duurt maximaal zes weken. In die periode moeten jullie de werkzaamheden voortzetten. Schrijf je nog niet in als werkzoekende bij het UWV en ga ook nog niet op zoek naar een andere baan. Het gaat niet alleen om jouw belang, maar om een groter belang: namelijk dat van de onderneming. De kans op een doorstart moet zo groot mogelijk zijn. Normaal gesproken wordt een doorstart binnen twee weken afgerond. Duurt het langer, dan wordt de kans op een doorstart steeds kleiner.”

De curator benadrukt dat hij enkel en alleen het belang van de boedel behartigt en dus niet het belang van een individuele werknemer. In belang van een doorstart geeft hij aan de ontslagen werknemers aan het relatie- en concurrentiebeding te zullen houden. In groepen van 50 worden alle medewerkers mondeling ontslag aangezegd door de curator. Daarna worden ze toegesproken door een buitenmedewerker van het UWV tijdens een invulinstructie van het loongarantieformulier: “Ik ga vraag 1 tot en met 10 met u doornemen. Uiteraard zeg ik altijd: propjes uit de oren en mondjes dicht. Heb u wat te vragen, doe het alsjeblieft. Als ik harde antwoorden geef, dan is het omdat dit vanuit de wet zo is. Als je bij de UWV wat verkeerd doet word je daarvoor gestraft. Als je op de weg door een rood verkeerslicht rijdt, dan kun je nog met de agent praten. En dan zegt hij misschien doe het de volgende keer niet. Bij het UWV is dit niet zo. Dus wees gewaarschuwd.”

Daarna breekt voor de medewerkers een lange periode van onzekerheid aan. Zij proberen de werkzaamheden zo goed als zo kwaad als het kan voort te zetten. De onderhandelingen met de investeerder, die de werkzaamheden wil overnemen, lopen uit. Medewerkers moeten gissen naar de status van de doorstart. Zij verenigen zich in een LinkedIn groep waar zij elkaar informeren. Af en toe verschijnt er in de pers een bericht waarin het lonkend perspectief van een doorstart wordt gemeld. Na vijf weken van onderhandelen trekt de investeerder zich terug. Even later meldt de curator dat er toch nog een doorstart is bereikt. Op het allerlaatste moment hebben zich andere investeerders gemeld. “Dit betekent dat vanaf vandaag de exploitatie voor rekening en risico van de doorstarter plaats vindt. Dat betekent ook dat werknemers die niet mee doorgaan in de doorstart wat ons betreft niet meer nodig zijn.” meldt de curator aan de medewerkers.

De media berichten dat veertig tot tachtig oud-medewerkers bij implementatiepartners aan de slag kunnen. “Op die manier lijkt het merendeel van het personeel (relatief) goed te zijn terecht gekomen.” schrijft de curator in zijn verslag. Uit een enquête onder de 120 oud-medewerkers, die niet meegaan in de doorstart, blijkt een ander beeld. Slechts 6 procent van de medewerkers heeft een nieuwe baan gevonden bij een implementatiepartner. 43 procent heeft binnen een maand op eigen kracht ander werk gevonden. En 51 procent is nog beschikbaar voor ander werk. Die laatste groep moet onder het regime van UWV op zoek naar werk. Uit de gegevens over hun arbeidsverleden op MijnUWV blijkt – tot hun verrassing – dat zij hebben gewerkt voor Neverland. Het is een afscheidscadeau van de curator. Want hij heeft de oude failliete B.V. met werkloze medewerkers omgetoverd in Neverland: het prachtige afgelegen eiland van Peter Pan vol avontuur, dat symbool staat voor eeuwige jeugd en kinderlijke fantasie.

Het leven is als fietsen

1wtx3b-AQ9T

Voor alles heb je tegenwoordig een opleiding, zoals voor de beroepen van dokter, advocaat, kok of stratenmaker. En vervolgens kun je overal voor doorleren: Nederlands voor allochtonen, trainen van voetballers en zelfs twitteren voor ambtenaren. Maar voor het allerbelangrijkste in het leven bestaat geen opleiding of training. De opvoeding van onze kinderen mogen we onszelf aanleren. De eerste dag worden we nog op weg geholpen met het verschonen van een luier. Maar daarna mogen we zelf doormodderen, al dan niet ondersteund door goedbedoelde adviezen zoals uit “Oei, ik groei!”.

De opvoeding beoogt kinderen zelfstandigheid bij te brengen. Je leert het kind dingen zelf te doen. Als opvoeder baseer je dit leerproces op de normen en waarden van jezelf en de samenleving. Je kunt dit op een instruerende wijze doen, door het kind als het ware te programmeren. Maar je kunt kinderen ook vrij laten en veel zelf uit laten vinden. Door schade en schande worden zij dan wijzer. De kunst is de goede balans te vinden tussen een te strenge en een te vrije opvoeding. Maar hoe je dat moet doen, mag je als opvoeders zelf uitvinden. Zo leerde ik onze kinderen al op vroege leeftijd fietsen. Ik haalde de zijwieltjes van de kinderfiets. In het park oefenden we het balanceren. Ik liep mee en zorgde voor het evenwicht. Na een paar keer oefenen liet ik los. Dat eindigde dan eerst in een zachte landing in het gras. Maar na een tijdje oefenen konden ze zelf los fietsen zonder te vallen. Daarna mochten ze op de stoep heen en weer fietsen. Op een dag werd onze dochter huilend en beschramd door onze buurvrouw thuisbezorgd. Zij was over de kop geslagen en op haar hoofd beland. Mijn vrouw smeerde een klodder arnifloor op de grote bult op haar voorhoofd. Daarna kochten wij helmen voor de kinderen, die zij natuurlijk niet wilden dragen.

Mijn zoon toonde dit jaar belangstelling voor de racefiets. Wij kochten een mooie Bianchi-fiets via Marktplaats en oefenden het wielrennen tijdens tochten door de duinen. Al snel had hij de slag te pakken. Hij viel een paar keer omdat hij zijn schoen niet tijdig uit de klip kon krijgen, maar stuurde behendig en kon goed mijn wiel houden. Tijdens fietstochten in Frankrijk liet hij zien makkelijk bergop te kunnen rijden. Nu wilde mijn dochter ook wel een keer fietsen. Zij kocht een wieleroutfit en reserveerde een fiets bij de verhuur. Maar eerst nog even oefenen op de fiets van haar broer. Ik legde haar de basisprincipes van de racefiets uit en wij vertrokken met een lichte afdaling. Ik zei nog dat zij moest afremmen en uitwijken voor een auto die ons tegemoet kwam. Daarna zag ik haar slingeren. Zij raakte de controle over de fiets kwijt, viel en gleed door in de kiezels in de berm. Daarna probeerde mijn vrouw de diepe schaafwonden met water en Sterilon te ontsmetten. Mijn dochter schreeuwde het uit van de pijn. Wij besloten vervolgens naar de Urgence van het plaatselijke ziekenhuis te rijden, waar zij snel en vakkundig werd verpleegd. In de wachtkamer van de Urgence keek ik terug op het ongeval. Had ik niet moeten voorkomen dat zij onvoorbereid de helling af zou rijden? En waarom zaten wij zo te knoeien met het verplegen van de wonden. Hadden wij niet een EHBO-cursus moeten volgen? Zouden alle ouders deze niet verplicht moeten volgen? Aan de andere kant kun je de kinderen niet tegen alle gevaren beschermen. En zij moeten ook nieuwe dingen leren, risico’s ervaren en grenzen verleggen.

Samen met mijn zoon fietste ik in één ruk naar de top van de Mont Ventoux. Met die prestatie verbaasde hij zichzelf en zijn trotse ouders. Want opgeven is geen optie. Het leven is als fietsen: om je evenwicht te kunnen houden, moet je in beweging durven blijven.

A contact centre agent’s new role

dreamstime

We all know the feeling. You call an agent but are put on hold and don’t get the answers you need. Service centres might be good at dealing with formalities such as applications, subscriptions and monitoring, but we want more. We need help and an answer now. The reason we don’t get it yet is that back office processes are still stuck in silos and the agent is not trained in offering full, all-in service. The agent can provide better service if information is shared across organisations and services are de-compartmentalised.

Social media allow us more influence

We share knowledge. Crowd surfing provides answers and we ask for help or re-tweet on twitter. The use of smart phones and tablets has further increased the use of social media. It also provides us with new mobile services. Athlon Car Lease offers an app showing you the cheapest petrol station in your area. They deploy the information drivers generate with every refuel. Shared Service Centres could profit most from the new possibilities. Sharing knowledge and information are key elements. We will share knowledge, data and services across organisational boundaries. New services are born from sharing and enriching data and knowledge.

A contact centre agent´s new role 

The agent has access to a broad spectrum of non-compartmentalised information that gives him or her a full view on the customer. Sharing and services will gain new meaning in the next generation Shared Service Centres. And where will that centre be?  The formal Centres will finally disappear. Shared Service Centres will turn into Shared Service Communities.

Werken aan perspectief

UWV

De Werkloosheid stijgt met 700 personen per dag. 956.328 personen zijn op dit moment werkloos. Dat is 5,8 procent werkloosheid van de totale bevolking, ofwel 11,5 procent werkloosheid van de beroepsbevolking. Daar bovenop hebben we nog de verborgen werkloosheid. We hebben bijna een miljoen zzp’ers, waarvan er velen kampen met een tekort aan opdrachten. Minstens 50.000 zzp’ers zoeken een vaste baan. Dat aantal moet je nog bijtellen voor het volledige beeld van de werkloosheid. Het UWV probeert werkzoekenden te bemiddelen. Ruim 1,7 miljard geeft het UWV uit aan uitvoeringskosten voor het sociale vangnet en het helpen van werkelozen aan banen (die er niet zijn).

Afdanken van ouderen
Voor werkzoekende ouderen wordt het steeds moeilijker om een baan te vinden. De kans dat 50-plussers een baan vinden neemt af naarmate zij ouder worden. Na het faillissement van mijn werkgever moest ik dit jaar op zoek naar een nieuwe baan. “Vijf jaar geleden hadden wij u een aanbod gedaan” was de uitkomst van één van mijn sollicitatiegesprekken: “maar vanaf 57 jaar nemen wij afscheid van onze mensen en vanaf die leeftijd mogen wij niet meer aannemen.” Dat eerlijke antwoord kan ik waarderen. Als werkzoekende wil je niet met een kluitje in het riet worden gestuurd. Je bent gebaat bij duidelijkheid.

Helpen van de regen in de drup
“Je had een baan, maar nu niet meer.” wrijft Hans Böhm er bij ons in op de radioreclame voor het UWV: “Je bent 55-plus en je krijgt je ontslag. Potverdikke! Terwijl je nog wel 10 – wat zeg ik 12 jaar – had willen doorwerken.” Maar gelukkig hebben we dan nog de website van het UWV. Want daar krijg je, volgens de schaakmeester, duidelijke antwoorden waarmee je verder kan. Ik heb die antwoorden niet kunnen vinden waarmee ik verder kon. Nadat ik mij had ingeschreven als werkzoekende ontving ik daags daarop de volgende uitdagende vacatures in mijn mailbox van noreply@uwv.nl: Junior consultant Network Service en Functioneel IT consultant in traineeship. Beide met een 100% match volgens het UWV. Daar sta je dan met je 30 jaar ervaring in de IT-sector.

Pesten met dwangbeleid
Bij mijn kortstondige ervaringen met het UWV heb ik niet de indruk overgehouden dat het UWV werkt aan het perspectief van werkzoekenden. De nadruk ligt op de plichten die de WW’er heeft om zijn of haar uitkering te kunnen behouden. ‘UWV WERKbedrijf controleert of u zich aan de sollicitatieplicht houdt en daarmee ook uw recht op de WW-uitkering.’ krijg je bij herhaling te horen. Uiteindelijk draait het dan maar om één ding: mensen uit de uitkering te krijgen. Mensen moeten met dwang worden begeleid. Maar waarheen? Naar plaatsen waar geen banen zijn?

Beheersen van kosten of toevoegen van waarde?
De balans lijkt de laatste tijd te veel te zijn doorgeslagen naar het beheersen van de kosten van de sociale zekerheid. Het is daarom – zeker nu – zinvol om meer aandacht te schenken aan de waarde kant. Wat is de toegevoegde waarde die mensen zonder (betaalde) baan kunnen leveren voor de samenleving? Denk hierbij aan de zorg voor familieleden en hulpbehoevenden of vrijwilligerswerk. Het is goed dat de regels daarvoor nu worden versoepeld. In de huidige netwerksamenleving staat waarde toevoegen aan de samenleving gelijk aan werken aan perspectief.

De theorie van het dode paard

dood-paard

De eeuwenoude stammenwijsheid van de Dakota Indianen, overgeleverd van generatie op generatie, zegt dat als je ontdekt dat je op een dood paard rijdt, dat het dan de beste strategie is om af te stappen. In de huidige samenleving wordt die wijsheid meestal in de wind geslagen, want afstappen betekent gezichtsverlies. En dus kiezen we meestal voor een andere strategie, zoals het kopen van een sterkere zweep of het vervangen van de berijder. En als dat dan nog niet werkt, dan wijzen we het liefst een commissie aan die het paard gaat bestuderen.

Starten makkelijker dan stoppen
Zo onderzocht de tijdelijke parlementaire commissie onder leiding van Ton Elias enkele ict-projecten van de overheid. De meeste onderzochte projecten waren al lang ter ziele, de overige projecten op sterven na dood. En niemand die het lef heeft om die projecten te stoppen of desnoods tijdelijk stil te leggen. Want de overheid wil geen gezichtsverlies lijden en leveranciers willen geen inkomsten mislopen. Iedereen kan zien dat het fout gaat, maar toch gaan we onverdroten door om op zijn minst een succesje te kunnen melden. En als zelfs dat er dan niet in zit, dan valt het stoppen zwaar. Zo trok de Belastingdienst pas na negen jaar en 200 miljoen de stekker uit het ETPM-project, dat al bij aanvang zwaar was bekritiseerd.

Nooit eerder vertoond
“Ik heb nog één vraag.” verzuchtte de commissievoorzitter: “Misschien vindt u het lachwekkend, maar het is serieus bedoeld. Omdat ik het echt niet snap: waarom moet het vijf jaar duren om een site werkend te krijgen waarin werklozen een baan kunnen vinden die werkgevers aanbieden?” ”Werk.nl is geen vacaturesite, maar een vacatureportaal.” was het antwoord: “UWV ondersteunt het hele proces van rechten en plichten voor de burger. Dat betekent ook dat er allerlei databases achter zitten.” “Maar waarom moet dat dan vijf jaar duren?” probeerde Elias nog een keer. “Wij doen dingen die nog nergens zijn vertoond.” gaf de bestuurder tijdens de hoorzitting toe.

Dat soort vragen
De ontwikkeling van Werk.nl roept bij mij een paar vragen op. Waarom ontwikkelt de overheid een vacatureportaal? Is het een wettelijke taak van de overheid om vacatures te matchen? Zijn uitzendbureaus en vacaturesites daarvoor niet veel beter toegerust? Waarom verplicht UWV werkzoekenden op omslachtige wijze het cv in te vullen op een besloten site, terwijl deze via LinkedIn al beschikbaar en toegankelijk is voor onder meer recruiters? Waarom hanteert het UWV nog steeds twee aparte websites: UWV.nl en Werk.nl? Kunnen de taken die samenhangen met de sollicitatieplicht niet beter in de website van UWV worden ondergebracht? Dat soort vragen, daar houdt het UWV zich niet bezig: “In 2015 staat het basisniveau en ook daarna gaan we gewoon verder.” besloot de UWV bestuurder tijdens de hoorzitting.

Commissaris Dakota
De Tijdelijke commissie ICT publiceert in het najaar haar bevindingen en aanbevelingen. Meestal is dan het vervolg dat er een functionaris wordt aangesteld die orde op zaken moet stellen en gaat coördineren. Na het rapport van de Algemene Rekenkamer kwamen er een cio op Rijksniveau en departementale cio’s om lijn te brengen in de versnipperde ict van het Rijk. Daarna volgden nog een Digital Champion, een Nationaal Commissaris Digitale Overheid en een beoogd Boegbeeld ICT. Misschien kunnen we volgend jaar een Commissaris Dakota toevoegen aan het lijstje coördinatoren: een functionaris die de theorie van het dode paard in praktijk moet brengen.