Omzien in wrok of met vertrouwen vooruitkijken

government-ict

Volgens professor Hans Mulder gaat jaarlijks 4 tot 5 miljard euro verloren aan mislukte ict-projecten binnen de overheid. Hij deed deze uitspraak tijdens de openbare hoorzitting van de Tijdelijke Commissie ICT. Mulder baseert zijn bewering op statistieken over de faalfactoren van ict-projecten van Amerikaanse en Europese overheden, aangevuld met literatuuronderzoek. Dan komt hij uit op dezelfde schatting die de Algemene Rekenkamer in haar onderzoek heeft vermeld: 4 tot 5 miljard aan jaarlijkse overheidsverspilling.

Deskundigen praten elkaar na
In 2007 deed de Algemene Rekenkamer gedegen onderzoek naar ict-projecten van de overheid. De Rekenkamer constateert dat ict-projecten bij de overheid veel duurder blijken te worden dan gedacht, meer tijd vragen dan gepland of niet het gewenste resultaat opleveren. De Rekenkamer refereert in haar rapport ‘Lessen uit ICT-projecten bij de overheid’ aan berichten in de pers: ‘Volgens recente berichten in de media (Vincent Dekker in Trouw, 2007a en 2007b) zou de Nederlandse overheid volgens ict-deskundigen jaarlijks € 4 tot € 5 miljard uitgeven aan geheel of gedeeltelijk mislukte ict-projecten.’ In het bewuste Trouw-artikel in juni 2007 worden hoogleraren Jan Friso Groote en Chris Verhoef geciteerd: ‘Een betrouwbare studie naar de verspilling bij overheid en bedrijfsleven is er niet. Uit onderzoek in het buitenland blijkt dat dertig tot vijftig procent van de automatiseringsprojecten mislukt, te laat wordt opgeleverd of niet goed werkt. Als je die getallen naar de Nederlandse situatie vertaalt kom je op vier tot zes miljard euro per jaar.’

Baseren op beeldvorming of op feiten
Het staat wel vast dat de bedragen maar een slag in de lucht zijn. Een echte onderbouwing ontbreekt. De deskundigen praten elkaar na. Zij hebben zich ook onvoldoende verdiept in het werkelijk verloop van de ict-projecten bij de overheid. Zij baseren zich vaak op overdreven berichtgeving in de media. En niemand die verifieert of die berichten ook daadwerkelijk kloppen. Het eerder aangehaalde artikel in Trouw citeert hoogleraar Chris Verhoef: “P-direkt, het personeelsadministratiesysteem voor de hele overheid, het Centraal Informatiesysteem voor de politie, allemaal projecten die honderden miljoenen kostten en nooit hebben gewerkt.” De feiten zijn echter anders. Voor P-direkt had het Rijk indertijd 20,8 miljoen betaald. Daarvoor heeft de rijksoverheid de softwarelicenties ter waarde 14,3 miljoen, het ontwerp en alle opgeleverde tussenproducten verworven. Na de doorstart van het project zijn de licenties volledig ingezet en is het ontwerp hergebruikt. Van verspilling is dus geen sprake.

Faalkosten moeilijk te bepalen
Om de faalkosten van de ict-projecten van de overheid in te schatten moeten we weten wat de overheid besteedt aan ict. Dat inzicht is niet beschikbaar. In de administraties is het niet te achterhalen. Als er al bedragen worden genoemd, dan worden vaak alleen de externe out of pocket uitgaven vermeld. De interne kosten, van eigen ict-personeel, huisvesting etc., worden dan niet meegerekend. Zelf schat ik de jaarlijkse ict-kosten van de overheid in op 10 miljard. 75% daarvan zijn beheerkosten (van infrastructuur, hardware en software) voor instandhouding van de ict. Van nieuwe ontwikkeling bestaat 2/3 uit aanschaf van hardware en software. Hooguit 1 miljard wordt besteed aan nieuwe projecten. Als 30% van de projecten volledig zou falen, dan bedragen de faalkosten 300 miljoen. Afgelopen jaren zijn overigens weinig nieuwe grote projecten gestart. Dit blijkt ook uit het ict-dashboard van het Rijk met een meerjarenraming van 1,2 miljard aan grote ict-projecten. Dan is het nog maar de vraag wat een faalproject is. Een project dat deadline of budget overschrijdt? Projecten binnen de overheid hebben meestal een niet realistische deadline ingegeven door een politieke doelstelling. Ook de budgetten zijn niet onderbouwd op basis van reële schattingen, maar meestal ingegeven door een budgettair kader.

Leren van succesvolle projecten
De beste wijze om het succes van ict-projecten van de overheid te meten is het beoordelen van de toegevoegde (maatschappelijke) waarde. Een ict-project is nog niet geslaagd als de aanbesteding tot gunning heeft geleid (en geen rechtszaken zijn aangespannen). En een ict-project is ook nog niet geslaagd als het systeem is opgeleverd en geaccepteerd. De toegevoegde waarde wordt aangetoond door succesvol gebruik. Als we het succes van ict-projecten van de overheid willen vergroten, laten we ons dan bij voorkeur niet blind staren op mislukte projecten. Beter is het een voorbeeld te nemen aan succesvolle overheidsprojecten, die hun toegevoegde waarde hebben bewezen. Burgernet is daarvan een mooi voorbeeld. Via Burgernet helpen 1,5 miljoen mensen de gemeente en de politie om de veiligheid in hun buurt te verbeteren. Een ander voorbeeld van een succesvol project is de vorming van het eerder genoemde P-Direkt. De kwaliteit van de HR-dienstverlening binnen het Rijk is verhoogd en de investeringen die zijn gedaan bij de totstandkoming van P-Direkt verdienen zichzelf terug. Zo is de doelgroep van HR-functionarissen, door bundeling van HR-taken en zelfbediening, teruggebracht van 1.500 naar 740 fte. Dit betekent een besparing van minstens 40 miljoen op jaarbasis. Diverse Europese overheden hebben belangstelling getoond voor deze ontwikkeling binnen de Nederlandse Rijksoverheid en een referentiebezoek afgelegd. Op de mooie en succesvolle ict-ontwikkelingen binnen de overheid mogen we best wel een beetje trots zijn. Laten we dus vooral niet omzien in wrok, maar met vertrouwen vooruitkijken.

ICT-projecten bestaan niet

Chevet_cathédrale_Reims

ICT-debacles worden altijd ergens ondergeschoven. Bij het bedrijfsleven verdwijnen ze onder het tapijt. Maar bij de overheid worden ze onder het vergrootglas gelegd. Het gaat immers om besteding van gemeenschapsgeld. En dus duikt de pers er bovenop. Regelmatig lezen we weer een nieuwe episode over verkwisting van onze belastingcenten. Niet gehinderd door enige kennis van zaken worden de ICT-missers breed uitgemeten.

Middeleeuwse scheppingskracht
Wij leven nu in een tijdperk van onbegrensde mogelijkheden. Maar toch slagen we er niet in projecten succesvol uit te voeren. De Amsterdamse Noord-zuidlijn en de HSL zijn daarvan voorbeelden. De overschrijdingen op de ICT-projecten vallen daarbij in het niet. “Ga kathedralen bouwen!” houdt 
Daan Quakernaat ons voor in zijn gelijknamige boek. Want in de middeleeuwen hadden we niks maar konden we alles. In die tijd werden prachtige kathedralen gebouwd voor de eeuwigheid. De kathedraal van Reims had oorspronkelijk zeven torens moeten krijgen. Maar na driehonderd jaar bouwen werd de bouw afgesloten zonder één enkele toren. Toch wordt het bouwwerk zevenhonderd jaar bewonderd voor haar sublieme scheppingskracht. De kathedraal staat voor levenslust, creativiteit en vakmanschap. Deze eigenschappen zijn tegenwoordig naar de achtergrond verdrongen. Niet het resultaat, maar het proces domineert. Een project is nu pas geslaagd wanneer deze conform het oorspronkelijke ontwerp en binnen budget en planning is uitgevoerd.

Fouten maken is essentieel
In de Middeleeuwen verliep de bouw van een kathedraal met vallen en opstaan. Leren van gemaakte fouten was verbonden met het werkproces. Dat leerproces leidde ook tot de meest geniale creaties. Maar in ons huidig tijdsgewricht is het maken van fouten juist een teken van zwakte. Kosten noch moeite worden gespaard om fouten te voorkomen. We maken daarom vooraf risicoanalyses en leggen alles minutieus vast in specificaties en contracten. En als het dan toch niet helemaal gaat zoals we vooraf hadden voorgenomen dan heeft het project gefaald en gaan we op zoek naar de schuldigen.

Leren van onze fouten
Geheel in lijn met het Zwarte Pietenspel voert de Tweede Kamer onderzoek uit naar de ICT-problemen bij de overheid. Ik zou niet weten wat een dergelijk onderzoek zou moeten toevoegen aan het rapport van de Rekenkamer en alle andere rapporten. Alle onderzoeken wijzen eensluidend op de fouten die keer op keer worden gemaakt: slechte besturing, gebrek aan doorzettingsmacht, overspannen ambities en een sterk gejuridiseerd proces. Laten we dus vooral leren van onze fouten en voorkomen dat we steeds in dezelfde valkuil trappen.

ICT als enabler
De grootste valkuil is een eenzijdige focus op techniek. ICT is nooit een doel op zich, maar een middel om veranderingen mogelijk te maken. Om nieuwe wet- en regelgeving uitvoerbaar en handhaafbaar te maken, bijvoorbeeld. In de keten tussen organisaties en met de afnemer moeten processen worden geoptimaliseerd. ICT maakt dit mogelijk. Maar het gaat uiteindelijk om de verandering die een organisatie efficiënter en slagvaardiger moet maken. De omvang en de complexiteit van projecten worden niet langer bepaald door het aantal te ontwikkelen functiepunten. De zwaarte van een project is tegenwoordig recht evenredig met het aantal betrokken mensen. Het zijn immers integrale verandertrajecten en die raken iedereen. Zonder organisatorische veranderingen worden de doelstellingen niet gehaald. Zuivere ICT-projecten bestaan niet meer.

De kunst van het loslaten

flower-wallpapers-blowing-dandelion-wallpaper-30963

Overheid en ICT-bedrijfsleven hebben minimaal één ding met elkaar gemeen. Beide houden zij nog angstvallig vast aan hun vertrouwde zekerheden. De overheid wil bij voorkeur controleren en bepalen wat goed is voor haar burgers. Het ICT-bedrijfsleven beschermt de eigen markt en wil het liefst risicoloos licenties of uurtje factuurtje leveren. Maar de vertrouwde zekerheden worden in rap tempo afgebouwd. Overheid en ICT-bedrijfsleven moeten leren loslaten.

Hiërarchie maakt plaats voor samenwerking
De overheid is niet langer de hiërarchische machthebber en doet noodgedwongen een stap terug. Dat betekent dat er in eerste instantie vooral op lokaal niveau ruimte komt voor andere partijen om een actievere rol te krijgen en taken over te nemen. In de fysieke wereld heeft de overheid traditioneel nog een sterke, ordenende rol. Infrastructurele voorzieningen zoals waterwegen, haven, spoor en wegen zijn traditioneel een taak van de overheid. Maar de zorg voor de ICT-infrastructuur is een samenspel geworden van publieke en private organisaties. De macht van de overheid en de private sector zijn in de virtuele wereld flink aan het veranderen.

ICT-bedrijven vullen het gat op in de virtuele wereld
Het ICT-bedrijfsleven moet durven opschuiven in de richting van de maatschappelijke vraagstukken. In de moderne samenleving kunnen private partijen een belangrijke rol spelen als ze zich mengen in de discussies over de inrichting van een generieke infrastructuur die werkt als smeerolie voor de communicatieknooppunten van de samenleving. ICT-bedrijven moeten de dialoog aangaan en elkaar opzoeken om de potentie te vergroten om oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken aan te reiken. Bijvoorbeeld om meer grip op de zorgkosten. Denk aan oplossingen waardoor ouderen langer zelfstandig kunnen wonen met hulp van ICT en aan ziekenhuizen die op afstand kunnen opereren en kennis kunnen uitwisselen, onafhankelijk van het tijdstip.

Loslaten en beschermen 
Samenwerken betekent altijd een deel van de macht uit handen geven en dossiers teruggeven aan de samenleving. Soms moet de overheid helemaal loslaten en in andere gevallen heldere grenzen en kaders stellen. Maar voor de groepen in de samenleving die buiten de boot vallen moet er een vangnet zijn. En net zoals in de fysieke wereld kent ook de virtuele wereld bedreigingen, zoals het schenden van privacy en diefstal van persoonlijke gegevens. ICT-bedrijven kunnen een rol spelen bij het beschermen van burgers op de elektronische snelweg. ICT-bedrijven moeten hun kennispotentieel aanwenden en hun maatschappelijke rol pakken om de effecten van deze bedreigingen te minimaliseren. Want een burger in de virtuele wereld heeft net als in de fysieke wereld bescherming nodig. Met de juiste bescherming van de burger en tegelijkertijd durven loslaten, kan de overheid samen met ICT-bedrijven de samenleving beter bedienen dan ooit.

Uitzonderingen aan de lopende band

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vroeger konden we niets zelf, maar werd het allemaal voor ons geregeld. Nu kunnen we alles zelf, maar krijgen we het niet geregeld. Wij worden in toenemende mate onderworpen aan een complex stelsel van regels die onze samenleving in goede banen moeten leiden. Maar meer nog dan de complexiteit van de regelgeving, is het gebrek aan overzicht en inzicht in de relevante regels, informatie en diensten van de overheid een probleem voor burgers, bedrijven en ambtenaren.

In beton gegoten bureaucratie
De overheid moet de regels uitvoeren en handhaven voor miljoenen burgers. Om dit mogelijk te maken zijn de regels ingebakken in maatwerk ICT-systemen. En die maatwerk ICT is als beton. In het begin is het vloeibaar en kun je het naar behoefte vormen. Maar eenmaal uitgehard kun je het niet meer wijzigen. Je kunt het alleen nog slopen. Het valt in stukken uiteen en is dan waardeloos. De overheid heeft met ICT haar bureaucratie in beton gegoten. De kaartenbakken, de postbakjes, de formulieren zijn één op één geautomatiseerd. Verhoging van de efficiency staat centraal bij de ICT van de overheid. De belangen van de burger komen dan op het tweede plan.

Systemen gaan voor mensen
Dat de systemen leidend zijn heb ik zelf mogen ervaren bij het aantekenen van bezwaar tegen mijn registratie bij de SVB. Als minderjarige woonde ik bij mijn ouders in Brussel. Na mijn middelbare schooltijd verhuisde ik naar Delft voor mijn studie. Een jaar later verhuisden ook mijn ouders naar Nederland. De SVB gaat nu uit van de verhuisdatum van mijn ouders, waardoor ik ten onrechte kan worden gekort op mijn AOW. Maar de registratie van mijn buitenlands verblijf wordt niet aangepast op basis van systeemcontrole. Dat wordt duidelijk gemaakt in een interne notitie over mijn gevalsbehandeling die de SVB mij per abuis stuurde. De interne notitie vermeldt dat de behandelaar “zich niet meer goed kan herinneren of betr aan de telefoon heeft gezegd dat hij met zijn ouders naar Ned is teruggekeerd. Ik kan dit ook in ons systeem niet nazien. Of de ouders zijn overleden of wonen toch nog in België en zijn nooit verz geweest voor de AOW. Het gaat mij in deze te ver om dit nader te onderzoeken.”

Burgers digitaal afhankelijk
Het Rathenau Instituut publiceerde een hand-out waarin de zorg wordt geuit dat het huidig gebruik van ICT-systemen leidt tot aantasting van de autonomie van de burger.“Deze zorg hangt samen met een onvoldoende besef van de risico’s van dit gebruik in combinatie met tekortschietende mogelijkheden van de burger zich te verweren tegen de negatieve consequenties daarvan. Deze situatie leidt tot een disbalans tussen de vermogens van de overheid en die van de burger.” Het Instituut waarschuwt voor een groeiende afhankelijkheid van burgers voor gedigitaliseerde overheidsbureaucratie. Door foutieve invoer, verouderde data of een verkeerde match van gegevens kunnen mensen ten onrechte worden aangemerkt als ‘probleemkind’, ‘wanbetaler’ of drugscrimineel’ en overeenkomstig worden behandeld.

Individueel maatwerk
Het centraal stellen van de burger vraagt om een andere informatiehuishouding van de overheid. Burgers willen toegang en zeggenschap krijgen over de hen betreffende informatie. Maar zij willen ook inzicht krijgen in de regels voor hun individuele situatie. Mensen vragen om individueel maatwerk. De overheid kan daar op inspelen en de administratieve processen beter afstemmen op individuele omstandigheden van mensen. Gestolde bureaucratie zal plaats maken voor massa individualisering, ofwel uitzonderingen aan de lopende band.

De mens is als een kanovaarder

Surf_Kayaker_at_Morro_Rock,_Morro_Bay,_CA

De klassieke verzorgingsstaat verandert langzaam in een participatiesamenleving. Nooit eerder lokte een woord in de Troonrede zoveel verontwaardigde reacties uit. De deur van het partijbureau van de PvdA werd beklad met de tekst: “Hier is je participatie”. Mensen begrijpen de oproep om meer verantwoordelijkheid te nemen voor eigen leven en omgeving niet. Het lijkt een slecht getimede boodschap van een kabinet met onvoldoende inlevingsvermogen.

Van verzorgingsstaat naar verzorgingsstad
De participatiemaatschappij uit de Troonrede gaat over zorg en welzijn. Het beleid wordt overgeheveld naar lokale overheden. Gemeenten krijgen daardoor zeggenschap over vrijwel het gehele sociale domein. Daardoor kunnen gemeenten dwarsverbanden te leggen tussen de WMO, de jeugdzorg en het domein van werk en inkomen. Door de concentratie van uitvoeringstaken kunnen gemeenten het aanbod van voorzieningen gerichter laten aansluiten bij de vraag. Dicht bij de mensen kunnen zij maatwerk bieden, inzetten op preventie en efficiënt aanbieden. De decentralisaties zijn noodzakelijk met het oog op de vergrijzing en om de stijgende zorgkosten op te vangen. De plannen zijn vanaf 2004 ontwikkeld. Maar mensen hebben toch het gevoel dat zij door de maatregelen de prijs voor de crisis moeten en betalen.

Psychologie van het keuzegedrag
Politici moeten zich realiseren dat mensen niet economisch kiezen vanuit het perspectief van een overheidsbegroting. Politici doen er goed aan zich te verdiepen in de psychologie van het menselijk keuzegedrag. Will Tiemeijer introduceert in het WRR-rapport ‘Hoe mensen keuzes maken: de psychologie van het beslissen’ de metafoor van de kanovaarder:

‘Vanouds zien we de mens graag als de autonome auteur van zijn eigen leven. Bij elke keuze waarvoor hij zich gesteld ziet bepaalt hij kalm en weloverwogen welke richting hij zal inslaan. Dat is een mooi en geruststellend beeld. Helaas klopt het maar ten dele. Vaak blijken we juist heteronoom, dat wil zeggen, is ons gedrag de resultante van factoren in onze omgeving. De mens is als een kanovaarder. Hij wordt meegevoerd op een continue stroom van stimuli in zijn fysieke en sociale omgeving, die vaak onbewust zijn gedrag beïnvloeden. Natuurlijk is het wel mogelijk om de koers enigermate bij te sturen, zeker voor de geoefender kanovaarder, maar de mogelijkheden daartoe zijn begrensd. Hoe groter de vermoeidheid, hoe meer de loop van het water bepaalt waar hij uitkomt.’

Participatie is vrijwillig
Mensen zijn niet ontvankelijk voor adviezen om huizen en auto’s te kopen als hun baan op de tocht staat of als zij gekort worden op het pensioen. Net als de kanovaarder peddelt hij nooit tegen de stroom in. De kanovaarder wil na een goede instructie ongestoord kunnen varen. Hij wil vooral ook niet continu uit de kano moeten stappen vanwege omgevallen bomen. De politiek kan in haar plannen daarom beter de nadruk leggen op goede opleiding en voorlichting, belemmeringen wegnemen en sturen op randvoorwaarden. Participatie laat zich niet van bovenaf afdwingen, maar komt vrijwillig op gang.

Investeren in een digitale overheid

weekendje-den-haag (1)

Vraag aan Google: “Wat kost onze overheid?” en de antwoorden zijn: ‘Falende ict kost overheid miljarden’ en ‘Mislukte projecten van de overheid kost ons miljarden per jaar’. Mijn wedervraag is dan: “Wat zou onze overheid kosten zonder ict?”. Ik vermoed het vijfvoudige van de huidige overheidskosten.

ict kosten zijn onbekend
De openbare verhoren naar de mislukte en veel te dure ict-systemen bij de overheid zijn begonnen. En het ging meteen over miljarden. Per jaar zou de overheid 4 tot 5 miljard kwijtraken door het mislukken van ict-projecten, vertelde één van de onderzoekers. Ik vroeg Nextcheckt die bewering te checken. Nextcheckt constateerde terecht dat die uitspraak niet is te checken. De cijfers en de aannames, waarop de bewering is gebaseerd, zijn boterzacht. ‘Falende ict-projecten worden niet bijgehouden en daarom kun je ook niet precies weten hoeveel er aan wordt uitgegeven’ constateerde nrc next. Je kunt die uitspraak nog iets breder trekken: de overheid houdt niet bij hoeveel het aan ict uitgeeft. De totale ict-kosten van de overheid zijn dus ook niet bekend.

ict baten zijn wel zichtbaar
Computers en de overheid: het mag dan geen gelukkige combinatie zijn, onze overheid kan niet zonder ict. De automatisering is onmisbaar om de 17 miljoen inwoners op gelijke wijze te behandelen. Zonder ict kan de overheid geen belastingen innen, geen toeslagen, subsidies en uitkeringen verstrekken en geen verkeersboetes opleggen. Zonder ict kan de overheid regels onvoldoende handhaven, onze veiligheid niet waarborgen en niet goed communiceren. De overheid is een informatie verwerkend systeem dat volledig afhankelijk is van ict. Daarbij komt dat de samenleving en de regels in de loop der jaren zo complex zijn geworden dat de rechtmatigheid alleen nog door de inzet van computers gewaarborgd kan worden. De ervaring heeft geleerd dat 80 procent van nieuwe wet- en regelgeving neerslaat in ict-systemen.

ict bespaart
Door de inzet van ict is onze overheid, ondanks de toegenomen complexiteit, in omvang nauwelijks toegenomen. De omvang van onze overheid is wel te kwantificeren. De belangrijkste kosten van het overheidsapparaat zijn de personeelskosten voor ambtenaren. In totaal zijn er in Nederland bijna 1 miljoen ambtenaren. Deze kosten onze overheid jaarlijks 50 miljard, uitgaande van een ambtenarensalaris van gemiddeld 50.000 euro per arbeidsjaar. Door meer inzet van ict kan de overheid verkokering doorbreken, processen automatiseren en zelfbediening aanbieden aan burgers en bedrijven. Tegelijkertijd kan dan fors worden bespaard op het ambtenarenapparaat. Banken en verzekeraars hebben laten zien dat dit kan. Sinds de crisis hebben zij bijna een kwart minder personeel in dienst. De verwachting is dat deze trend doorzet: financiële instellingen verwachten een efficiencyverbetering van meer van 40 procent door inzet van ict.

ict voor betere dienstverlening
Door betere samenwerking binnen en met de overheid en inzet van ict moet een efficiencywinst van 30 procent haalbaar zijn. Als de overheid structureel 5 miljard meer moet uitgeven aan ict om jaarlijks 15 miljard te kunnen besparen, dan is de keuze snel gemaakt. Minstens zo belangrijk is dat burgers en bedrijven door digitalisering makkelijker online zaken kunnen doen met de overheid en de gegevens van burgers goed worden beschermd. Een digitale overheid vermindert regeldruk en verhoogt efficiency.

Terug naar Neverland

firstlookneverland

Op een avond vliegt Peter Pan mijn slaapkamer binnen. Hij voert mij mee naar Neverland, een prachtig afgelegen eiland vol avontuur. Neverland staat symbool voor eeuwige jeugd en kinderlijke fantasie. Het gaat van absurde gebeurtenissen en fantastische elementen over gevoelens van jaloezie tot schrijnende taferelen. Zo droom ik weg uit de werkelijke wereld en beleef de gruwelen van een bloederige strijd tegen de piraten.

Door het trillen van mijn mobiel schrik ik wakker. Waar ben ik? Mensen rond de tafel kijken mij aan. Ik zit midden in een vergadering en lees het Whatsapp-bericht: “Faillissement wordt morgen aangevraagd”. Ik loop de vergadering uit en bel een collega. Is dit een boze droom? Helaas. Het bedrijf kan niet langer aan de verplichtingen voldoen. Salarissen kunnen niet meer worden betaald. En investeerders zijn niet bereid het benodigde overbruggingskrediet te verstrekken. Het faillissement is onvermijdelijk. Ik ben plots klaarwakker, maar kan de consequenties nog niet overzien.

Een paar dagen later worden 150 personeelsleden in de kantine toegesproken door de curator: “Het is de bedoeling voor mij als curator om op enig moment (en hoe sneller hoe beter) de aanwezige activa te verkopen en de opbrengsten ervan te verdelen onder de schuldeisers op de wijze dat de wet dit voorschrijft. Dat kan gebeuren door middel van een veiling, maar dat kan ook gebeuren door middel van een doorstart. Dat laatste, daar gaan we voor. Om verschillende redenen: de klanten kunnen worden bediend, de kans dat jullie als werknemers je baan kunnen blijven behouden is het grootst en ook de opbrengst is normaal gesproken hoger. Vrijdag zal ik jullie allen mondeling ontslag aanzeggen. De opzegperiode duurt maximaal zes weken. In die periode moeten jullie de werkzaamheden voortzetten. Schrijf je nog niet in als werkzoekende bij het UWV en ga ook nog niet op zoek naar een andere baan. Het gaat niet alleen om jouw belang, maar om een groter belang: namelijk dat van de onderneming. De kans op een doorstart moet zo groot mogelijk zijn. Normaal gesproken wordt een doorstart binnen twee weken afgerond. Duurt het langer, dan wordt de kans op een doorstart steeds kleiner.”

De curator benadrukt dat hij enkel en alleen het belang van de boedel behartigt en dus niet het belang van een individuele werknemer. In belang van een doorstart geeft hij aan de ontslagen werknemers aan het relatie- en concurrentiebeding te zullen houden. In groepen van 50 worden alle medewerkers mondeling ontslag aangezegd door de curator. Daarna worden ze toegesproken door een buitenmedewerker van het UWV tijdens een invulinstructie van het loongarantieformulier: “Ik ga vraag 1 tot en met 10 met u doornemen. Uiteraard zeg ik altijd: propjes uit de oren en mondjes dicht. Heb u wat te vragen, doe het alsjeblieft. Als ik harde antwoorden geef, dan is het omdat dit vanuit de wet zo is. Als je bij de UWV wat verkeerd doet word je daarvoor gestraft. Als je op de weg door een rood verkeerslicht rijdt, dan kun je nog met de agent praten. En dan zegt hij misschien doe het de volgende keer niet. Bij het UWV is dit niet zo. Dus wees gewaarschuwd.”

Daarna breekt voor de medewerkers een lange periode van onzekerheid aan. Zij proberen de werkzaamheden zo goed als zo kwaad als het kan voort te zetten. De onderhandelingen met de investeerder, die de werkzaamheden wil overnemen, lopen uit. Medewerkers moeten gissen naar de status van de doorstart. Zij verenigen zich in een LinkedIn groep waar zij elkaar informeren. Af en toe verschijnt er in de pers een bericht waarin het lonkend perspectief van een doorstart wordt gemeld. Na vijf weken van onderhandelen trekt de investeerder zich terug. Even later meldt de curator dat er toch nog een doorstart is bereikt. Op het allerlaatste moment hebben zich andere investeerders gemeld. “Dit betekent dat vanaf vandaag de exploitatie voor rekening en risico van de doorstarter plaats vindt. Dat betekent ook dat werknemers die niet mee doorgaan in de doorstart wat ons betreft niet meer nodig zijn.” meldt de curator aan de medewerkers.

De media berichten dat veertig tot tachtig oud-medewerkers bij implementatiepartners aan de slag kunnen. “Op die manier lijkt het merendeel van het personeel (relatief) goed te zijn terecht gekomen.” schrijft de curator in zijn verslag. Uit een enquête onder de 120 oud-medewerkers, die niet meegaan in de doorstart, blijkt een ander beeld. Slechts 6 procent van de medewerkers heeft een nieuwe baan gevonden bij een implementatiepartner. 43 procent heeft binnen een maand op eigen kracht ander werk gevonden. En 51 procent is nog beschikbaar voor ander werk. Die laatste groep moet onder het regime van UWV op zoek naar werk. Uit de gegevens over hun arbeidsverleden op MijnUWV blijkt – tot hun verrassing – dat zij hebben gewerkt voor Neverland. Het is een afscheidscadeau van de curator. Want hij heeft de oude failliete B.V. met werkloze medewerkers omgetoverd in Neverland: het prachtige afgelegen eiland van Peter Pan vol avontuur, dat symbool staat voor eeuwige jeugd en kinderlijke fantasie.

Werken aan perspectief

UWV

De Werkloosheid stijgt met 700 personen per dag. 956.328 personen zijn op dit moment werkloos. Dat is 5,8 procent werkloosheid van de totale bevolking, ofwel 11,5 procent werkloosheid van de beroepsbevolking. Daar bovenop hebben we nog de verborgen werkloosheid. We hebben bijna een miljoen zzp’ers, waarvan er velen kampen met een tekort aan opdrachten. Minstens 50.000 zzp’ers zoeken een vaste baan. Dat aantal moet je nog bijtellen voor het volledige beeld van de werkloosheid. Het UWV probeert werkzoekenden te bemiddelen. Ruim 1,7 miljard geeft het UWV uit aan uitvoeringskosten voor het sociale vangnet en het helpen van werkelozen aan banen (die er niet zijn).

Afdanken van ouderen
Voor werkzoekende ouderen wordt het steeds moeilijker om een baan te vinden. De kans dat 50-plussers een baan vinden neemt af naarmate zij ouder worden. Na het faillissement van mijn werkgever moest ik dit jaar op zoek naar een nieuwe baan. “Vijf jaar geleden hadden wij u een aanbod gedaan” was de uitkomst van één van mijn sollicitatiegesprekken: “maar vanaf 57 jaar nemen wij afscheid van onze mensen en vanaf die leeftijd mogen wij niet meer aannemen.” Dat eerlijke antwoord kan ik waarderen. Als werkzoekende wil je niet met een kluitje in het riet worden gestuurd. Je bent gebaat bij duidelijkheid.

Helpen van de regen in de drup
“Je had een baan, maar nu niet meer.” wrijft Hans Böhm er bij ons in op de radioreclame voor het UWV: “Je bent 55-plus en je krijgt je ontslag. Potverdikke! Terwijl je nog wel 10 – wat zeg ik 12 jaar – had willen doorwerken.” Maar gelukkig hebben we dan nog de website van het UWV. Want daar krijg je, volgens de schaakmeester, duidelijke antwoorden waarmee je verder kan. Ik heb die antwoorden niet kunnen vinden waarmee ik verder kon. Nadat ik mij had ingeschreven als werkzoekende ontving ik daags daarop de volgende uitdagende vacatures in mijn mailbox van noreply@uwv.nl: Junior consultant Network Service en Functioneel IT consultant in traineeship. Beide met een 100% match volgens het UWV. Daar sta je dan met je 30 jaar ervaring in de IT-sector.

Pesten met dwangbeleid
Bij mijn kortstondige ervaringen met het UWV heb ik niet de indruk overgehouden dat het UWV werkt aan het perspectief van werkzoekenden. De nadruk ligt op de plichten die de WW’er heeft om zijn of haar uitkering te kunnen behouden. ‘UWV WERKbedrijf controleert of u zich aan de sollicitatieplicht houdt en daarmee ook uw recht op de WW-uitkering.’ krijg je bij herhaling te horen. Uiteindelijk draait het dan maar om één ding: mensen uit de uitkering te krijgen. Mensen moeten met dwang worden begeleid. Maar waarheen? Naar plaatsen waar geen banen zijn?

Beheersen van kosten of toevoegen van waarde?
De balans lijkt de laatste tijd te veel te zijn doorgeslagen naar het beheersen van de kosten van de sociale zekerheid. Het is daarom – zeker nu – zinvol om meer aandacht te schenken aan de waarde kant. Wat is de toegevoegde waarde die mensen zonder (betaalde) baan kunnen leveren voor de samenleving? Denk hierbij aan de zorg voor familieleden en hulpbehoevenden of vrijwilligerswerk. Het is goed dat de regels daarvoor nu worden versoepeld. In de huidige netwerksamenleving staat waarde toevoegen aan de samenleving gelijk aan werken aan perspectief.

De theorie van het dode paard

dood-paard

De eeuwenoude stammenwijsheid van de Dakota Indianen, overgeleverd van generatie op generatie, zegt dat als je ontdekt dat je op een dood paard rijdt, dat het dan de beste strategie is om af te stappen. In de huidige samenleving wordt die wijsheid meestal in de wind geslagen, want afstappen betekent gezichtsverlies. En dus kiezen we meestal voor een andere strategie, zoals het kopen van een sterkere zweep of het vervangen van de berijder. En als dat dan nog niet werkt, dan wijzen we het liefst een commissie aan die het paard gaat bestuderen.

Starten makkelijker dan stoppen
Zo onderzocht de tijdelijke parlementaire commissie onder leiding van Ton Elias enkele ict-projecten van de overheid. De meeste onderzochte projecten waren al lang ter ziele, de overige projecten op sterven na dood. En niemand die het lef heeft om die projecten te stoppen of desnoods tijdelijk stil te leggen. Want de overheid wil geen gezichtsverlies lijden en leveranciers willen geen inkomsten mislopen. Iedereen kan zien dat het fout gaat, maar toch gaan we onverdroten door om op zijn minst een succesje te kunnen melden. En als zelfs dat er dan niet in zit, dan valt het stoppen zwaar. Zo trok de Belastingdienst pas na negen jaar en 200 miljoen de stekker uit het ETPM-project, dat al bij aanvang zwaar was bekritiseerd.

Nooit eerder vertoond
“Ik heb nog één vraag.” verzuchtte de commissievoorzitter: “Misschien vindt u het lachwekkend, maar het is serieus bedoeld. Omdat ik het echt niet snap: waarom moet het vijf jaar duren om een site werkend te krijgen waarin werklozen een baan kunnen vinden die werkgevers aanbieden?” ”Werk.nl is geen vacaturesite, maar een vacatureportaal.” was het antwoord: “UWV ondersteunt het hele proces van rechten en plichten voor de burger. Dat betekent ook dat er allerlei databases achter zitten.” “Maar waarom moet dat dan vijf jaar duren?” probeerde Elias nog een keer. “Wij doen dingen die nog nergens zijn vertoond.” gaf de bestuurder tijdens de hoorzitting toe.

Dat soort vragen
De ontwikkeling van Werk.nl roept bij mij een paar vragen op. Waarom ontwikkelt de overheid een vacatureportaal? Is het een wettelijke taak van de overheid om vacatures te matchen? Zijn uitzendbureaus en vacaturesites daarvoor niet veel beter toegerust? Waarom verplicht UWV werkzoekenden op omslachtige wijze het cv in te vullen op een besloten site, terwijl deze via LinkedIn al beschikbaar en toegankelijk is voor onder meer recruiters? Waarom hanteert het UWV nog steeds twee aparte websites: UWV.nl en Werk.nl? Kunnen de taken die samenhangen met de sollicitatieplicht niet beter in de website van UWV worden ondergebracht? Dat soort vragen, daar houdt het UWV zich niet bezig: “In 2015 staat het basisniveau en ook daarna gaan we gewoon verder.” besloot de UWV bestuurder tijdens de hoorzitting.

Commissaris Dakota
De Tijdelijke commissie ICT publiceert in het najaar haar bevindingen en aanbevelingen. Meestal is dan het vervolg dat er een functionaris wordt aangesteld die orde op zaken moet stellen en gaat coördineren. Na het rapport van de Algemene Rekenkamer kwamen er een cio op Rijksniveau en departementale cio’s om lijn te brengen in de versnipperde ict van het Rijk. Daarna volgden nog een Digital Champion, een Nationaal Commissaris Digitale Overheid en een beoogd Boegbeeld ICT. Misschien kunnen we volgend jaar een Commissaris Dakota toevoegen aan het lijstje coördinatoren: een functionaris die de theorie van het dode paard in praktijk moet brengen.