Spookburgers

vrijheid-aanbidding

 

De overheid kan sturen met geld, regels en communicatie. Het eerste sturingsinstrument wordt schaars. Het tweede instrument vraagt van politiek en bestuur om zelfbeperking. De nadruk moet nu komen te liggen op het derde instrument. Dat concludeerde de Raad voor het openbaar bestuur in haar advies ‘Loslaten in vertrouwen’ dat zij december 2012 uitbracht. De Rob roept de overheid op tot nieuwe verhoudingen te komen met de samenleving.

Nodeloos geld rondpompen
Iedere Nederlander betaalt belasting, maar kan een deel daarvan weer terugkrijgen in de vorm van een bijzondere toeslag. De belastingdienst keert vier soorten toeslagen uit: een zorgtoeslag, een kindgebonden budget, een huurtoeslag en een kinderopvangtoeslag. Jaarlijks worden negen miljoen toeslagen uitgekeerd aan acht miljoen mensen. De helft van het toeslagenbudget keert de belastingdienst uit als bijdrage van de zorgverzekering. De politiek vond dat het geld snel uitgekeerd moest worden omdat mensen de zorgverzekering moesten kunnen betalen. “U vraagt en het systeem spuugt geld” schrijft een belastingambtenaar op het intranet van de belastingdienst. De toeslagen worden ongezien verstrekt aan mensen die er geen recht op hebben. Het hele systeem is fraudegevoelig, maar ook omslachtig. Na toekenning van de toeslag ontvangt de aanvrager een voorbeschikking, gevolgd door een definitieve berekening en als er te veel is betaald een beschikking voor terugvordering. Het herverdelen van geld in de vorm van belastingen en toeslagen is kostbaar, fraudegevoelig en inefficiënt. Volgens Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën, verliest elke euro 20 eurocent aan effectiviteit door het rondpompen van ons geld door de overheid.

Maakbare samenleving
Met wet- en regelgeving wil de overheid grip krijgen en houden op de samenleving. Gewenst gedrag wordt gestimuleerd en ongewenst gedrag bijgestuurd of gestraft. Wij mogen doen wat wij willen, mits wij ons maar aan het Nederlands recht houden. “Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen” houdt de overheid ons voor. Maar dat is een onmogelijke opgave, want ons land kent meer dan 140.000 wetsartikelen. En de regels voor het toepassen van de wetten zijn complex, onduidelijk en vaak ook nog onderling tegenstrijdig en achterhaald. Dit roept verzet op bij burgers en bedrijven, die bovendien worden opgezadeld met onnodige kosten voor het interpreteren en toepassen van de regels. In 2002 waren ondernemers 16,3 miljard euro kwijt aan administratieve lasten. Vanaf dat jaar is de overheid bezig om de administratieve lastendruk voor burgers en bedrijven te verminderen. Maar het aantal regels neemt niet af maar stijgt, blijkt uit een analyse van P.J. Cokema op blogsite Sargasso. Politici en bestuurders geven daarmee het signaal dat nieuwe regels voor hen belangrijk zijn voor een samenleving die door de overheid wordt gestuurd.

Loslaten in vertrouwen
Veel maatschappelijke vraagstukken zijn te ingewikkeld voor de overheid om ze te kunnen oplossen. Politiek en bestuurders moet zich inspannen het werk van de overheid zo in te richten dat ruimte wordt gemaakt voor de betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid van burgers. De Rob roept op tot een overheid die ruimte laat aan maatschappelijk initiatief. Dat vraagt om een verschuiving van de verzorgingsstaat naar de voorwaardenscheppende staat en vertrouwen in de vitale samenleving. En die vitale samenleving is er al schrijft de Rob:
“Politici en bestuurders die om nieuwe burgers vragen, beseffen niet dat de Nederlandse samenleving bestaat uit gedroomde burgers: mensen die actief willen zijn voor buurt, wijk of vereniging. Nieuwe en sociale media bieden mogelijkheden om het mobiliserende en organiserende vermogen van burgers en maatschappelijke organisaties in de netwerksamenleving nog verder te vergroten.”

Politici met lef gevraagd
Politici en bestuurders zullen ruimte moeten geven aan particulier initiatief in plaats van te veel te hechten aan formele macht en het politieke primaat. Zij moeten leren loslaten en durven zeggen dat de overheid niet overal over gaat. Zij kunnen niet elk probleem oplossen of elk gevaar uitsluiten en moeten het lef hebben om regelingen en regels af te schaffen. Het kabinet kan een start maken met het afschaffen van de toeslagen. De inkomens kunnen worden gecompenseerd door een verlaging van de laagste belastingschijf of verhoging van de uitkering. Het aanscherpen van de controles om fraude te bestrijden is geen duurzame oplossing. Daarvoor is het toeslagensysteem te fraudegevoelig. Door extra controles worden burgers de dupe door verlate betalingen en fraudeurs zullen nieuwe ingangen vinden. Zo krijgt de politiek geen participerende burgers, maar nog meer spookburgers.

ICT faalt niet

Dome-at-Duomo-di-Siena

De Kamer is met reces en Prinsjesdag is nog ver weg. De vaderlandse pers vult de kranten daarom maar met oud nieuws. Falende ICT-projecten van de overheid is dan een dankbaar onderwerp. Het digitaliseren van papieren strafdossiers zou een debacle zijn. Ook C2000, het nieuwe communicatiesysteem voor politie, zou continu falen. En het Elektronisch Patiënten Dossier is weer eens afgeblazen. Gelukkig is het allemaal achterhaalde en grotendeels onjuiste berichtgeving.

Klokkenluiders die niet weten waar de klepel hangt
Waar halen die journalisten hun ‘nieuws’ vandaan? Tot voor kort werden in de primeurs over ICT-debacles van de overheid voornamelijk anonieme bronnen geciteerd. Deze zomer werden de bronnen met naam en functie genoemd. De ‘experts’ kwamen openlijk voor hun mening uit. Dan wordt ook het direct duidelijk dat de meeste klokkenluiders de klok hebben horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. De Volkskrant citeerde Kieke Okma, hoogleraar internationale gezondheidszorg: “Ik moet denken aan een neef van mij die jarenlang namens IBM aan tafel zat met directeuren-generaal van ministeries. Die beroepsmanagers, tussen de 52 en 64, zeiden tegen hem: we willen automatiseren. Wat wilt u automatiseren, vroeg mijn neef. Nou, zeiden die topambtenaren, we willen automatiseren.” Je bent tegenwoordig blijkbaar een ICT-expert als je een neef hebt die bij IBM werkt.

Vasthouden aan oorspronkelijke plan
Om de berichtgeving in perspectief te plaatsen is het goed te weten wat algemeen wordt verstaan onder een ‘ICT-debacle’. Het antwoord is simpel. Een ICT-project is een debacle wanneer het project niet conform de vooraf gestelde specificaties heeft opgeleverd binnen vastgesteld budget en deadline. Iedere projectleider weet dat kwaliteit, geld en tijd een duivels driehoek vormen. Als je de drie variabelen vooraf vastspijkert dan is er geen mogelijkheid om het project bij te sturen. Ieder project is dan gedoemd om te falen. Daarbij ga je dan ook voorbij aan de voortdurend noodzakelijke aanpassingen aan een wijzigende omgeving van het project. Fouten maken wordt tegenwoordig gezien als een teken van zwakte. Terwijl dit juist de basis zou kunnen vormen voor het stimuleren van het lerend vermogen en innovatie.

Middeleeuwse scheppingskracht
Vorige zomer bezocht ik de kathedraal van Siena. De bouw van de Duomo di Siena werd in1229 gestart. De stad Siena kreeg steeds grotere politieke invloed. Dit leidde tot de ambitie om de grootste kathedraal uit de kerkelijke historie te bouwen. Door de uitbraak van de pest in de regio, waaraan tachtig procent van de bevolking overleed, moest de bouw in 1348 worden gestaakt. In 1376 werden de werkzaamheden hervat. Zes jaar later was de dom gereed, maar dan zonder de geplande uitbreidingsplannen. Langs de losse buitenmuur aan de zuidkant van de Duomo loop ik de trap op naar de ingang. De rijkversierde façade is oogverblindend, het interieur subliem. De vloeren van ingelegd marmer bevatten mozaïeken die allegorieën en scenes uit de bijbel afbeelden. Het pronkstuk is de twaalfhoekige koepel met gouden sterren: de ‘poort van de hemel’.

Lerend vermogen volgens Deens recept
De kathedraal is niet volgens het oorspronkelijke plan gerealiseerd. In de Middeleeuwen verliep de bouw met vallen en opstaan. Leren van gemaakte fouten was verbonden met het werkproces. Dat leerproces leidde ook tot de meest geniale creaties. ICT-projecten zijn er bij gebaat een dergelijk leerproces onderdeel te laten uitmaken van de aanpak. In Denemarken hebben ze daar ervaring mee opgedaan. Projecten worden daar zodanig ingericht dat het op elk moment bijgesteld of gestaakt kan worden, zonder juridische consequenties. “Wij gaan uit van de idee ‘fast to failure’ of als je gaat mislukken, doe het dan maar snel.” zegt Tom Holsøe, adviseur van de Deense regering. Het is niet de ICT die faalt. Het zijn de mensen die vasthouden aan onuitvoerbare plannen die falen.

Van wie is mijn hond?

banner regelhulp def

De Tweede Kamer kan zijn greep versterken op de rol die ICT speelt bij dienstverlening aan de burgers door de behoefte van burgers centraal stellen. Dat betoogt de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) in zijn advies ‘Van wie is deze hond?’ De Rob stelt daarbij de volgende vragen: Wie bekommert zich om dienstverlening van de overheid? En van wie zijn eigenlijk al die persoonsgegevens van burgers die liggen opgeslagen in de systemen van de overheid?

Bezuinigen op uitvoeringskosten
Aanvankelijk was het de bedoeling om met toepassing van ICT de overheidsadministratie te moderniseren en zo betere dienstverlening te kunnen bieden constateert de Rob. Gaandeweg is steeds meer de nadruk komen te liggen op de efficiency van de overheid. De dienstverlening door de overheid is dus meer intern gericht op de overheid dan op de burger. Een goed voorbeeld is uitkeringsinstantie UWV die inzet op versobering en digitalisering. De overheid moet bezuinigen en vraagt steeds grotere inspanningen van haar klanten. Werkzoekenden moeten op werk.nl vacatures zoeken, solliciteren en een uitkering aanvragen. Ondertussen wordt de website geplaagd door storingen, die pas in 2015 zijn opgelost volgens minister Asscher.

Wij willen goede zorg, wij krijgen bureaucratie
Het probleem bij overheidsdienstverlening is dat levensgebeurtenissen van burgers en de processen van de overheid heel verschillend zijn. Mensen willen goede zorg. Zij krijgen van de overheid bureaucratie in de vorm van indicatiestellingen, verwijzingen, toeslagen, uitkeringen etc. De wereld van de overheid is opgebouwd uit regels. Die regels worden uitgevoerd door diverse instanties. Burgers raken verstrikt in het oerwoud aan regels en uitvoeringsorganisaties. Hoe groter de behoefte aan collectieve voorzieningen, des te omvangrijker is de bureaucratie waarmee een burger wordt geconfronteerd.

Regelhulp helpt
De overheid kan een grote stap maken door haar dienstverlening te baseren op de situatie van mensen. Regelhulp is een goed voorbeeld waarin de situatie van mensen als uitgangspunt wordt genomen. Regelhulp.nl is een digitale wegwijzer van de overheid voor iedereen die zoekt naar zorg en ondersteuning. Het webportaal schept helderheid en bevat actuele informatie over zorg, welzijn en sociale zekerheid. Mensen die tegen problemen aanlopen kunnen advies inwinnen en zelf de hulp regelen in hun omgeving. Daarvoor hoeven zij de regels en de weg naar diverse instanties niet te kennen. Regelhulp maakt de vertaling van regels en lokketten vanuit het klantperspectief. Bovendien wordt regelhulp veelvuldig geïntegreerd in dienstverlening van gemeentelijke organisaties en zorgverzekeraars, waardoor klanten integraal kunnen worden geholpen.

Zelfredzaamheid en maatwerk
Als we de samenleving bekijken vanuit het perspectief van de overheid dan moeten we constateren dat de overheid met verschillende soorten klantgroepen te maken heeft. Die klantgroepen kunnen niet allemaal op dezelfde wijze worden geholpen. Het goede nieuws is dat 85 procent van de bevolking op eigen kracht de weg naar overheidsvoorzieningen weet te vinden. Via een dienst zoals regelhulp vinden zij zelfstandig hun weg. 12 procent van de bevolking heeft aanvullende ondersteuning nodig in de vorm van persoonlijk contact. 3 procent van de bevolking heeft multi-problemen (bijv. psychisch, verslaving, schulden en opvoeding). Het helpen van deze groep vergt maatwerk over diverse instanties heen. Het budgetbeslag is omgekeerd evenredig: 50 procent van het budget gaat op aan het helpen van de 3 procent mensen met multi-problemen. Een integrale benadering is daarom ook noodzakelijk om te bezuinigen, omdat diverse overheidsinstanties nu langs elkaar heen werken.

Klant centraal is een illusie
Wij zullen ons erbij neer moeten leggen dat het centraal stellen van de klant voor de overheid een illusie is. Geen ministerie kan de burger centraal stellen. Of het zou voor mij het ministerie van @jwboissevain moeten zijn. Wel kan de overheid regels beter vertalen naar de situatie van burgers en beter samenwerken. Maar wie bekommert zich dan om de dienstverlening en van wie zijn onze persoonsgegevens? Die laten zich gemakkelijk raden door het beantwoorden van de vraag: ‘Van wie is mijn hond?’

Als regels mensen niet veranderen, laten mensen dan regels veranderen

Kennedy

De overheid voert onafgebroken nieuwe regels door om grip te houden op de steeds complexer wordende samenleving. De regels moeten gewenst gedrag stimuleren en ongewenst gedrag bijsturen. Bedrijven en burgers hebben een haat-liefde verhouding met de regelgeving. Zij vragen om regels om hun positie te beschermen. Maar zij ervaren de regels ook als belastend. Veel tijd gaat verloren aan het begrijpen en het naleven of het ontwijken van de regels.

Kiezen tussen vrijheid of betutteling
De overheid zoekt de balans tussen een nachtwakersstaat en een verzorgingsstaat. Aanhangers van een nachtwakersstaat vinden dat mensen zichzelf moeten ontplooien. De overheid bemoeit zich zo weinig mogelijk met haar burgers. De bemoeienis blijft beperkt tot de zorg voor de veiligheid: leger, justitie en politie. In de 19e eeuw was ons land een nachtwakersstaat. Deze is in de 20e eeuw is omgevormd tot een verzorgingsstaat, met een toegenomen inmenging op cultureel, economisch, sociaal en fiscaal vlak. De bemoeienis van de overheid is in de vorige eeuw doorgeschoten en nu onbetaalbaar. Bedrijven en burgers ervaren de overheid als betuttelend, waardoor de ruimte voor eigen initiatief wordt ingeperkt.

Opgelegde regels belemmeren innovatie
Het toppunt van overheidsbetutteling is de cookie wetgeving die vorig jaar in werking is getreden. De overheid probeert adverteerders aan te pakken via informatieplicht en toestemmingsvereiste. Websitebouwers worden verplicht gebruikerstoestemming te vragen. De gebruiker wordt geconfronteerd met hinderlijke pop ups die hij moet wegklikken om de site te bezoeken. Maar de wetgeving heeft alleen betrekking op Nederlandse spelers. Buitenlandse netwerken, zoals Google en Facebook, kunnen nog steeds op grote schaal data van gebruikers verzamelen. De wetgeving benadeelt dus Nederlandse spelers ten gunste van internationale partijen. Maar ook de keuzevrijheid van consumenten wordt beperkt. De overheid probeert wettelijk te regelen wat een gebruiker zelf kan regelen via de cookiesinstellingen op zijn PC. Regelgeving belemmert technische vooruitgang. Zo willen politieke partijen nu ook het gebruik van Google Glass in het verkeer regelen.

Initiatief terug bij de samenleving
‘De overheid betuttelt en de burger laat zich betuttelen’ zegt ondernemer Michiel Muller in het fd. ‘In de Franse Alpen staan geen hekken op de wandelwegen die langs een afgrond gaan. In Nederland zou dit beslist wel zo zijn. Versperring en bordjes “Pas op!”. De Fransman is niet dom. Die beseft zelf dat hij stevige schoenen moet aantrekken en voorzichtig moet zijn als hij gaat wandelen waar het gevaarlijk zou kunnen zijn. Dit hoef je hem niet te zeggen. Maar wat doet de Nederlander? Die vaart blind op de codes oranje. Hij rekent erop dat de overheid alles voor hem regelt en zijn problemen oplost. Als de burger niet meer klakkeloos accepteert wat de overheid hem voorschotelt, zelf nadenkt, eigen initiatief toont en zich verantwoordelijk voelt voor het eigen handelen, kan Nederland wakker worden, uit de diepe slaap waarin het gesukkeld is door succes van de jaren negentig.’

Geen afhankelijke houding, maar actie!
Op 20 januari 1961 hield John F. Kennedy zijn beroemde inaugurele rede. Hij sprak daarin deze historische woorden: ‘And so, my fellow Americans: ask not what your country can do for you – ask what you can do for your country.’ Vijftig jaar na dato is deze uitspraak nog steeds actueel. Het is ook een klassiek gebruik van de antimetabool: de woorden worden herhaald in een omgekeerde volgorde. Laten we dezelfde omkering toepassen op onze betuttelende regelgeving.

Papieren overheidsafslanking

RONALD-REAGAN

“No government ever voluntarily reduces itself in size. Government programs, once launched, never disappear. Actually, a government bureau is the nearest thing to eternal life we’ll ever see on this earth!” Deze uitspraak van voormalig Amerikaans president Ronald Reagan blijft actueel. Om het begrotingstekort te beperken moet de overheid noodgedwongen in eigen vlees snijden. De plannen voor een kleinere overheid zijn gemaakt. De efficiencybesparingen zijn ingeboekt. Maar het is de vraag of we de bezuinigingen ook daadwerkelijk gaan waarmaken.

Groeiende overheid
Onze overheid heeft geen sterke reputatie met het afslanken van het overheidsapparaat. Verder dan de alom beproefde kaasschaafmethode zijn we nooit gekomen. Door de afsplitsing van taken naar zelfstandige uitvoeringstaken zijn er juist veel ambtenaren bijgekomen. Per saldo is de overheid in de loop der jaren gegroeid naar zo’n miljoen ambtenaren, waarvan de helft werkzaam in het onderwijs. Tel daarbij op een miljoen mensen die in de zorg werken en we hebben een beeld van de totale overhead van ons land. De overheid moet afslanken, maar is aan de andere kant weer aan het vervetten. Dat komt doordat facilitaire diensten, zoals beveiliging, catering, opleidingen en koeriersdiensten, weer door ambtenaren wordt uitgevoerd.

Herbezinning op kernwaarden
Een overheid die wil afslanken moet zich primair bezinnen op haar kernwaarden. Dit impliceert een andere rolopvatting ten opzichte van burgers en bedrijfsleven. In de loop der jaren heeft de overheid steeds nieuwe taken naar zich toe getrokken. Daardoor wordt de overheid vaak bestempeld als betuttelend. Bovendien hebben maatregelen van de overheid veelal een ongewenst effect en zijn de kosten disproportioneel hoog. Door te streven naar maximale individuele vrijheid krijgen mensen de ruimte hun eigen leven in te richten. Het ingrijpen van de overheid moet zich dan beperken tot het bestrijden van gedrag dat anderen schade toebrengt. Voor het waarborgen van individuele vrijheid is een slank en slagvaardig overheidsapparaat nodig. Rechtspraak, onderwijs, zorg en infrastructuur zijn de belangrijkste overheidstaken. Het overheidsapparaat moet snel en adequaat kunnen inspelen op veranderingen in de samenleving. De aanbodgerichte benadering wordt vervangen door vraagsturing. De modernisering van de overheid zal dan gericht zijn op verdergaande samenwerking, transparantie en participatie.

Taken met efficiencykorting verleggen
De veranderstrategie van onze overheid tot nu toe is echter een geheel andere. De overheid voegt taken samen tot één organisatie en legt gelijktijdig een efficiencykorting op. De nieuwe organisatie moet dan zelf de invulling van deze taakstelling organiseren. Veelal wordt de besparing gerealiseerd in de bedrijfsvoering, door het betrekken van een gezamenlijk gebouw of door natuurlijk verloop van personeel. Bij decentralisatie van taken geldt hetzelfde principe, maar dan omgekeerd. Zoals bij de decentralisaties in het sociale domein worden taken overgedragen aan gemeenten. Die krijgen daarvoor gezamenlijk minder geld dan het Rijk er aan uitgaf. Het zijn besparingen op papier, die in de praktijk – zonder herbezinning op kernwaarden – onhaalbaar zijn.

Hollandse eenheidsworst

eenheidsworst

Water uit de kraan en de waterhuishouding zijn voorzieningen die het algemene nut dienen. Zij maken onderdeel uit van de publieke dienstverlening. De overheid garandeert ons zuiver en schoon drinkwater. In de loop der jaren zijn steeds meer publieke diensten geprivatiseerd. De energievoorziening, de telecom, de post, het openbaar vervoer en de zorg zijn nu onderworpen aan marktwerking. Het is een schijnmarkt. In de praktijk zijn de geprivatiseerde organisaties monopolisten. Alleen de aandeelhouders profiteren van een privatisering. Consumenten krijgen geen grotere keuzevrijheid en worden geconfronteerd met afnemende kwaliteit en hogere kosten.

Onderscheiden met een basisproduct
In de zorg is sprake van een gereguleerde marktwerking. Iedereen heeft recht op een basisverzekering. De overheid bepaalt de inhoud van het basispakket die kosten van de huisarts, ziekenhuis en medicijnen afdekken. Het maakt niet uit of je jong, oud, ziek of gezond bent. Zorgverzekeraars zijn verplicht iedereen te accepteren tegen dezelfde vaste prijs. De consument heeft wel keuzevrijheid. Die kan uit maar liefst 40 zorgverzekeraars kiezen. In de praktijk blijken dit veelal submerken van de vier grote verzekeraars: Achmea, VGZ, CZ en Menzis. De verzekeraars beconcurreren elkaar in theorie op prijs en worden zo geprikkeld scherp in te kopen en efficiënt te werken. In de praktijk blijken zij markt te veroveren met marketing, overstapkortingen, aanvullende verzekeringen en exclusieve collectiviteitskortingen.

Wie verdient aan de korting?
Jarenlang hoefde ik mij niet te bekommeren om mijn zorgverzekering. Mijn werkgever regelde alles voor mij en mijn gezin. Met een achterban van meer dan 6.000 werknemers kon er scherp worden onderhandeld met verzekeraars. Vol trots werd er dan gemeld dat er weer een lucratief contract was afgesloten. Wij waren achtereenvolgens verzekerd bij Nationale Nederlanden, Aegon, Nuts en Agis. Mijn verzekering bij Agis kon ik als ex-werknemer continueren na mijn vertrek. Voor het eerst moet ik mij nu verdiepen in de voorwaarden en premies van zorgverzekeringen. Tot mijn verbazing zie ik dat mijn basispremie van € 108,75 bij Agis (zelfs na aftrek van de collectiviteitskorting) tot de absolute top behoort. Heeft het bedrijf zo slecht ingekocht of profiteert de werkgever van de inkoopvoordelen?

Collectiviteitskorting asociaal
DSW-directeur Chris Oomen noemt de collectieve verzekering in de nrc pure oplichting: “Korting via de werkgever is asociaal. Het benadeelt iedereen die geen werk heeft. Een schande. Het past niet in de solidariteitsgedachte. Waarom wordt die korting dan gegeven? Wie gaat er nu meer of minder naar de dokter als hij collectief verzekerd is? Het betekent gewoon dat mensen korting krijgen op rekening van de ander.” De collectiviteitskorting staat haaks op de gedachte achter de verplichte basispolis waarbij zorgverzekeraars een acceptatieplicht hebben, betoogt Oomen.

Korting voor iedereen
Een standaardproduct kun je scherp prijzen als je het efficiënt (online) aanbiedt en ontdoet van alle overbodige marketingfratsen. De Hema heeft dat goed begrepen. Na de standaard testamenten en samenlevingscontracten voegt het winkelbedrijf nu ook de basisverzekering toe aan haar assortiment. Consumenten kunnen tegen een basispremie van € 89 overstappen. Het bedrijf dat ooit is begonnen als stuntwinkel met eenheidsprijzen maakt slim gebruik van bestaande verkoopkanalen: de winkels en de website. De Hema koopt de verzekeringen weer in bij één van de grote verzekeraars. De marktwerking wordt er dus niet veel beter op. Maar we profiteren wel van 10 procent korting op ondergoed, worsten en appeltaart. Die kans kunnen wij niet aan ons voorbij laten gaan. Nederlanders zijn dol op kortingen en eenheidsworst.

Risico mijden of risico nemen?

Bruggen bouwen (3)

Het Engelse coalitieakkoord tussen de Conservatieven en de Liberaal Democraten telt 36 pagina’s en is binnen enkele dagen gesloten. Het Nederlandse regeerakkoord tussen VVD en PvdA ‘Bruggen Bouwen’ telt 80 pagina’s en vergde maanden werk. Daarna volgden nog vele akkoorden, waaronder het vorige week met de oppositie gesloten Mannenbroedersakkoord. In ons land worden kortlopende overheidsopdrachten dichtgeregeld in gedetailleerde bestekken en contracten. In Engeland worden complete overheidsdiensten kostenbesparend met een looptijd van 20 jaar uitbesteed op basis van een simpele outputspecificatie. Waarom doen wij dat niet?

Nederland is risicomijdend
Het verschil in benadering tussen Nederland en Engeland kan worden verklaard aan de hand van het cultuurmodel van organisatiepsycholoog Geert Hofstede. In zijn model kenmerkt hij de cultuurverschillen aan de hand van vijf dimensies: machtsafstand, individualisme, masculiniteit, onzekerheidsmijding en lange termijnoriëntatie. Het cultuurmodel van Hofstede wordt veelvuldig gebruikt bij internationaal zakendoen om inzicht te krijgen in cultuurverschillen en die beter overbrugbaar te maken. Engeland scoort ten opzichte van Nederland lager ten aanzien van onzekerheidsmijding. Wij hebben de neiging alles onder de controle te willen houden, daar waar de Engelsen kalm blijven en de zaken op zich af laten komen. De mate van onzekerheid vertaalt zich in ons land in een toename van formele regels en procedures.

Regelzucht uit angst
Een bron van ergernis in de relatie tussen onze overheid en het bedrijfsleven zijn de openbare aanbestedingen. Bedrijven beoordelen de aanbestedingen als bureaucratisch, discriminerend en onnodig duur. Angst voor juridische procedures leidt bij de overheid tot een toename van het aantal eisen en regels. Maar door het opleggen van vergaande voorwaarden sluit de overheid bij aanbestedingen juist geschikte aanbieders uit. Toch houdt de overheid vast aan haar eenzijdig opgelegde voorwaarden. “Er is nog nooit een project mislukt vanwege de voorwaarden.” is een veelgehoorde stelling van onze overheid. Met het noemen van één enkel voorbeeld kan de stelling eenvoudig onderuit worden gehaald.

Voorwaarden oorzaak projectfalen
Ik noem twee voorbeelden van projecten die faalden vanwege de voorwaarden.
1. De aanbesteding door de NS van hogesnelheidstreinen werd gekenmerkt door extreme en gedetailleerde eisen. Gerenommeerde leveranciers van hogesnelheidstreinen, zoals Alston, Siemens en Bombardier, wilden daar niet aan voldoen een haakten af. Twee treinenbouwers met een mindere reputatie bleven over. AnsaldoBreda had de laagste prijs en won de aanbesteding. De Fyra werd een flop en de treinen staan nu te verroesten op spooremplacement Watergraafsmeer.
2. Twaalf jaar geleden startte de overheid een aanbesteding voor rijksbrede dienstverlening van personele- en salarisdiensten. Tientallen bedrijven toonden belangstelling voor de prestigieuze opdracht. Maar bij het vorderen van de aanbesteding haakten bedrijven vanwege de extreme eisen van de zijde van de overheid één voor één af. Uiteindelijk bleef er slechts één aanbieder over. De overheid stond met de rug tegen de muur en besloot de order te gunnen onder strakke aansturing op basis van een prestatiecontract. Een jaar later werd, vanwege gebrek aan vertrouwen wederzijds, besloten het project te beëindigen.
Het falen van projecten is in 80 procent van de gevallen te herleiden tot onvolkomenheden bij de voorbereiding, waaronder de aanbesteding.

Regels zijn goed, vertrouwen is beter
Het risicomijdend gedrag in ons land leidt juist tot meer risico’s. Onnodige procedures en regels werken verlammend en doen innovatie en creativiteit de das om. Het leidt ook tot hogere uitvoeringskosten voor de overheid en administratieve lastenverzwaring bij bedrijven. En als de projecten dan uiteindelijk ook nog falen, vanwege een overmaat van regelzucht, dan is de kostenverspilling al helemaal niet meer te overzien. Laten we dus een voorbeeld nemen aan de Engelsen. Vooraf moeten we alleen de essentiële zaken regelen in het vertrouwen dat we gaande de rit altijd nog kunnen bijsturen.

Overheid moet barrières slechten

Resident_TN_001

Over een aantal maanden zullen gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Jeugdzorg, grote delen van de AWBZ/WMO en de Participatiewet. Het uitgangspunt is dat gemeenten beter de taken op het gebied van zorg en welzijn kunnen uitvoeren, omdat ze dichter bij de burgers staan dan de overheid. Mooi in theorie, maar het kabinet zal zijn doelen niet bereiken als het vasthoudt aan de huidige plannen voor decentralisatie van het sociale domein. De meeste gemeenten zijn zich namelijk nog niet bewust van de consequenties en risico’s van de transitie. De beoogde besparingen en zelfs de continuïteit van de zorg staan daardoor onder druk. Waarschuwingen vanuit de gemeenten, de markt en het buitenland worden genegeerd.

Helaas heeft onze overheid geen sterke reputatie in het doorvoeren van veranderingen. Een ministerie bedenkt de plannen. De politiek drukt de plannen door. En de uitvoeringsorganisatie wordt vervolgens geconfronteerd met een onmogelijke opdracht en onrealistische deadlines. Burgers kijken lijdzaam toe. Zo ging het in de jaren tachtig al mis met de studiefinanciering. Studenten zaten maandenlang zonder geld. Toenmalig minister Deetman stuurde zijn topman Roel in ’t Veld om orde te scheppen in de chaos. In ’t Veld concludeerde dat het schortte aan de aansluiting tussen beleid en uitvoering en een stroomlijning van de formulierenstroom. Er werd een uitvoeringstoets ingesteld die de problemen met de invoering van nieuw beleid in de toekomst zou moeten voorkomen. Toch ging het daarna nog herhaaldelijk mis.

Zo verslikte de Belastingdienst zich zeven jaar geleden in operatie Walvis. Het bedrijfsleven was administratieve lastenverlichtingen beloofd op basis van eenmalige aanlevering van salarisgegevens. Het werd een bureaucratische nachtmerrie. De gegevens voor het bepalen van de inkomensafhankelijke toeslagen raakten zoek. Werkgevers moesten de loongegevens opnieuw aanleveren. “Het komt goed, ik kan u alleen niet zeggen wanneer” meldde Donner destijds in de Kamer. Hij bood excuses aan en moest toegeven dat de invoering van Walvis achteraf gezien niet verantwoord was ondanks talloze waarschuwingen. En nu staat dus de decentralisatie van het sociale domein op ons te wachten.

De overheid zou structuur moeten aanbrengen in haar administratieve processen tussen de juridische wereld, de uitvoering en de werkelijke wereld. In de praktijk blijken dat drie gescheiden werelden. Zij spreken ieder een eigen taal, communiceren nauwelijks met elkaar en hebben gescheiden uitvoeringstoetsen. Het gaat dan mis bij de overdracht van beleid naar uitvoering en van uitvoering naar het publiek. Deze problemen kunnen worden voorkomen door de disciplines in een vroegtijdig stadium bij elkaar te brengen voor het uitvoeren van een integrale impactanalyse van voorgenomen wetgeving. Dit bevordert ook de kwaliteit van besluitvorming. Kamerleden beoordelen dan tevens de uitvoeringsplannen en -consequenties en burgers krijgen beter inzicht in persoonlijke consequenties. De overheid heeft in het verleden aangetoond met succes interdisciplinair te kunnen werken. Tijdens de Diginotar-crisis in 2011 was het lek binnen 12 uur boven water. Wat de overheid onder grote druk kan realiseren, zou in het reguliere proces ook moeten lukken.

Nogal Wiebes

belastingdienst

“De staatssecretaris is een deerniswekkende figuur” vond oud-premier Dries van Agt. Zonder blikken of blozen besloot hij zijn staatssecretaris Glastra van Loon te ontslaan. Deerniswekkend was ook het optreden van oud-staatssecretaris Weekers in de Tweede Kamer. Niet geïnformeerd door zijn ambtenaren en ook niet gesteund door zijn minister hakkelde hij zich door het debat over het functioneren van de Belastingdienst. Uiteindelijk hield hij de eer aan zichzelf. Had hij wel een eerlijke kans en wat had hij beter moeten doen?

Werken aan draagvlak
De staatssecretarissen zijn de loopjongens in het kabinet. Zij zitten niet in de ministerraad en beheren toch de lastigste portefeuilles. Vaak worden zij ingezet als politiek wisselgeld in de formatie of om een minister van een andere partij op een ministerie te compenseren. De staatssecretaris erft het beleid van zijn voorganger. Gaat het met de uitvoering van dat beleid mis, dan moet de staatssecretaris het veld ruimen en blijft de minister buiten schot. Het lijkt een ondankbare en kansloze taak. Een staatssecretaris heeft weinig macht en moet dus continu werken aan draagvlak bij zijn ambtenaren, in de politiek en in de samenleving.

Luisteren naar ambtenaren
Een bewindspersoon moet de stemming in zijn ministerie of overheidsdienst goed aanvoelen en daar rekening mee houden. De belastingdienst wordt al lange tijd geplaagd door een grote werkdruk. Er zijn te weinig mensen om aanslagen te controleren, toeslagen uit te keren, fraude aan te pakken en mensen te woord te staan. De dienst krijgt er steeds meer taken bij en moet die dan, door bezuinigingen op het apparaat, met steeds minder mensen uitvoeren. Daarbij komt dat ieder nieuw kabinet de Belastingdienst opzadelt met vrijwel onuitvoerbaar beleid. De staatssecretarissen worden door de ambtenaren altijd tijdig gewaarschuwd voor de problemen die de plannen veroorzaken. Bij de Bos-belasting kon het tij nog worden gekeerd. Bij de Wet Walvis en Toeslagen werden de maatregelen doorgedrukt en kwamen vervolgens alle rampvoorspellingen uit.

Structurele maatregelen voorstellen
Een bewindspersoon die tegen beter weten falende beleidsuitvoering moet verdedigen komt onherroepelijk in de problemen. Excuses en beterschapsbeloften helpen nog na de eerste incidenten. Daarna moeten dan toch echt structurele maatregelen worden voorgesteld. Vereenvoudiging van het belastingstelsel ligt dan voor de hand. Ons stelsel hanteert nu twee instrumenten, uitkeringen en belastingen, waarmee de politiek in principe iedere gewenste macro-economische inkomensverdeling kan afdwingen. Door het rondpompen van ons geld door de overheid verliest elke euro 50 eurocent aan effectiviteit, volgens Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën. Dat is de prijs die wij betalen voor de nagestreefde gelijkheid. Herverdelen van geld is één van de kernprocessen van de overheid. Dat kan veel efficiënter: bijvoorbeeld door de zorgtoeslagen rechtstreeks uit te keren aan de zorgverzekeraar of inkomensafhankelijke toeslagen te vervangen door een belastingverlaging.

Transparant communiceren
Een bewindspersoon moet zich goed kunnen presenteren in de media. Via de traditionele en sociale media worden de publieke optredens onder een vergrootglas gelegd en door jan en alleman van commentaar voorzien. De publieke opinie werkt ook door in de politieke oordeelsvorming. Misstappen in publieke optredens worden hard afgestraft in de politiek. Eenzelfde transparantie zou er ook moeten komen voor de bestedingen van onze belastingen. Ons belastingsysteem is namelijk niet transparant en fraudegevoelig. Door het openbaar maken van de belastingen en bestedingen kunnen we het draagvlak en controle van ons belastingsysteem verbeteren.

Goede staatssecretaris
Het spreekt voor zich dat je de eigen ambtenaren niet publiekelijk afvalt. De Tweede Kamer informeer je altijd goed. Dat doe je niet door het sturen van flutbriefjes. En burgers geef je nooit de schuld voor fouten die zijn gemaakt door de Belastingdienst. Een goede staatssecretaris maakt die fouten niet. Dat is nogal Wiebes.

De vos zorgt voor de kippen

vos-kip-blog

De hoorzittingen van de tijdelijke commissie ICT zitten er op. Veel nieuwe inzichten hebben de verhoren niet opgeleverd. Of het moeten de gepeperde uitspraken zijn dat ‘de overheid jaarlijks 5 miljard kwijtraakt door het mislukken van ict-projecten’ of dat ‘ambtenaren gebaat zijn bij het mislukken van ict-projecten’. Als we de verhoren ontdoen van de flauwekul uitspraken, dan blijft er weinig nieuwswaarde over. Het blijft bij opinies en verdachtmakingen waaruit je makkelijk de conclusie zou kunnen trekken dat de overheid incompetent is en ict-bedrijven zakkenvullers zijn.

Informatiseringstrategie van het Rijk
Ten opzichte van 2007 zijn we dan weer terug bij af. Toen reageerde de Tweede Kamer geschrokken door berichten in Trouw dat de overheid miljarden zou verspillen aan slecht uitgevoerde automatiseringsprojecten. Uiteindelijke legde de Kamer zich neer bij de aanbevelingen in het rapport ‘Lessen uit ict-projecten’ van de Algemene Rekenkamer. Daarna kwam er een rijksbreed CIO-stelsel, strakkere sturing op ict-projecten, rijksbrede ict-voorzieningen en consolidatie van infrastructuur en een samenwerkingsprogramma tussen overheid en markt. Er kwam precompetetief overleg met de markt om de haalbaarheid van projecten te toetsen, gateway reviews om de projecten te bewaken, een pool met projectleiders om het opdrachtgeverschap te versterken en een ict-dashboard om meer inzicht te bieden in ict-projecten.

Samenwerking tussen overheid en bedrijven
Het kameronderzoek moet daarom vooral als een aanmoediging worden gezien voor een overheid die de juiste weg heeft ingeslagen, zij het dat wellicht meer voortvarendheid is geboden. Dat geldt voor de overheid zelf, maar in het bijzonder ook voor de samenwerking tussen de overheid en de ict-markt. Het blijken nu nog voornamelijk twee verschillende werelden, die zich maar moeilijk in de ander kunnen verplaatsen. Dat werd in ieder geval pijnlijk duidelijk tijdens de verhoren, waarin voor het eerst ook vertegenwoordigers van ict-bedrijven werden gehoord. Het bedrijfsleven begrijpt vaak niet dat de overheid altijd een balans moet vinden tussen regelgeving, ict en uitvoering en hiërarchisch geen besluiten kan afdwingen. Daar tegenover staan ambtenaren die denken dat bedrijven profiteren van slechtlopende ict-projecten. Het onderlinge wantrouwen is niet bevorderlijk voor een goede samenwerking.

Openheid en transparantie
Tijdens trainingen van de Rijksacademie leg ik uit hoe ict-bedrijven werken. Waar worden zij op afgerekend en wat zijn de persoonlijke drijfveren? Die elementen zijn bepalend voor het gedrag van ict-bedrijven. Ik laat het dashboard van ict-projecten van de Rijksoverheid zien: alle projecten staan op groen. Daarna toon ik het dashboard van dezelfde projecten van een ict-bedrijf … en bijna alle projecten staan op rood. Waar sturen ict-bedrijven op, welke onderdelen staan op rood en waarom? De cursisten zijn ambtenaren die al jaren opdrachten geven aan ict-bedrijven, maar zij hebben geen idee. Ik pleit daarom voor meer openheid en transparantie tussen overheid en ict-bedrijven. Door een beter wederzijds begrip kunnen cultuurverschillen makkelijker worden overbrugd. Tijdens één van de hoorzittingen werd opgemerkt dat je de vos niet op de kippen moet laten passen. Waarom niet een zorgplicht verlangen van de vos?