Overheid kan leren van ING

Ceo Ralph Hamers van ING wil niet alleen van banken leren zegt hij in het fd van 8 juli. Hij is gefascineerd door het optimaliseren van klant-ervaringen in Silicon Valley. Bijna jaarlijks gaat hij hier kijken bij grote spelers en starters, ook buiten de fintech om. Onze overheid op haar beurt zou veel kunnen leren van ontwikkelingen die ING heeft doorgemaakt bij digitalisering van hun klantprocessen. Zo was de Postbank amper twintig jaar geleden nog de giro-blauwe bank van het postkantoor, de girobetaalkaarten en de portvrije enveloppen. Tien jaar geleden maakte giro-blauw plaats voor ING-oranje. De ING-bank is inmiddels een digitaal bedrijf. Klanten van de bank kunnen online in één oogopslag al hun rekeningen, creditcard- en hypotheekgegevens zien, zonder zich voor elk product opnieuw te hoeven aanmelden. Bij een bank als ING staan voortdurend verbeteren en tevredenheid van klanten centraal. Bij de overheid draait alles om de overheid. De eigen processen worden gedigitaliseerd en overheidsklanten moeten zich daarnaar voegen.

Jan Willem Boissevain, Account Executive bij Pegasystems

Bron: Financieele Dagblad, opinie 1 augustus 2017

Klantbelang

Zestien jaar geleden werd het startsein gegeven voor de modernisering van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens op basis van het advies van de commissie Snellen. De modernisering beoogde de toegankelijkheid van persoonsgegevens te verbeteren door gebruik van moderne ICT-toepassingen. Een versnelling van de uitwisseling van gegevens tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en geautoriseerde afnemers was het doel. Deze week kwam een voorlopig einde aan die langgekoesterde ambitie. Het project voor de vernieuwing van het voormalige bevolkingsregister werd stopgezet.

De overheid zou veel kunnen leren van ontwikkelingen die banken hebben doorgemaakt bij digitalisering van hun klantprocessen. Zo was de Postbank amper twintig jaar geleden nog de giro-blauwe bank van het postkantoor, de girobetaalkaarten en de portvrije enveloppen. Tien jaar geleden maakte giro-blauw plaats voor ING-oranje. De ING-bank is inmiddels een digitaal bedrijf. Klanten van de bank kunnen online in één oogopslag al hun rekeningen, creditcard- en hypotheekgegevens zien, zonder zich voor elk product opnieuw te hoeven aanmelden.

Bij digitale transformatie draait het volledig om de klant. Die verlangt in het huidige digitale tijdperk altijd online toegang via meerdere kanalen, gebruikersgemak en gepersonaliseerde dienstverlening. Gebruikerservaring is vandaag de dag cruciaal voor iedere organisatie en bepalend voor succes of falen. Dat proces is nooit af. Continu wordt gewerkt aan verbetering van gebruikerservaring. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met technologische ontwikkelingen en verschuivende kanaalvoorkeur bij klanten. Opkomende kanalen zijn bijvoorbeeld communities en chatbots, terwijl het belang van traditionele kanalen, zoals telefonie, afneemt.

ING digitaliseert de klantprocessen via een zogenaamd wasstratenprogramma. Het wassen van de klantprocessen moet het voor klanten nog simpeler en begrijpelijker maken, met als doel de dienstverlening te verbeteren. Zo wordt nooit tweemaal om dezelfde gegevens gevraagd, is de beleving via alle kanalen identiek en wordt in ieder proces de klanttevredenheid gemeten. De focus ligt op de tevredenheid van klanten. Het proces voor het openen van een jongerenrekening is bijvoorbeeld teruggebracht tot vier clicks. Een nieuw rekeningnummer kan direct worden geopend. Daardoor is de klanttevredenheid aanzienlijk toegenomen en de uitval gereduceerd van 10 tot 1 procent.

De overheid slaagt er in meer dan tien jaar niet in om persoonsgegevens van de bevolking te digitaliseren. Een commercieel bedrijf was al na een jaar failliet gegaan. Zo niet onze overheid. De minister laat nu een drietal onafhankelijke deskundigen, ondersteund door een klein secretariaat en een klankbordgroep, een bezinning uitvoeren. Bij een bedrijf staan voortdurend verbeteren en tevredenheid van klanten centraal. Bij de overheid vergt elke vorm van modernisering heel veel tijd en draait alles om de overheid. De eigen processen worden gedigitaliseerd en overheidsklanten moeten zich daarnaar voegen.

Digitale Overheid Waarmaken

De overheid moet een fundamentele andere omgang met digitalisering ontwikkelen. De Digitale Generieke Infrastructuur is een vitale infrastructuur van ons land, waarvan de financiering structureel moet worden geborgd. De aansturing van een doorlopende digitalisering moet op topniveau worden verankerd binnen de (rijks)overheid en politieke aansturing. Overheidsorganisaties moeten zelf de regie voeren bij digitalisering van hun primaire processen en daarvoor gezamenlijk hun kennisniveau verhogen. Dat stellen de topambtenaren van de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid in het rapport ‘Maak Waar!’.

Burgers en bedrijven zijn inmiddels vertrouwd met digitale dienstverlening van de overheid. Meer dan 600 organisaties bieden digitale diensten aan via DigiD. Het inlogmiddel heeft meer dan 13 miljoen gebruikers die, volgens beheerder Logius, in 2016 250 miljoen keer inlogden. Dat bereik is met name hoog door dienstverlening van uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst. De vooringevulde belastingaangifte  verhoogt de kwaliteit van de aangifte en bespaart belastingbetalers veel tijd. De dienst wordt elk jaar beter en completer. Dit jaar kostte het mij amper een kwartier om de aangifte van mijzelf en van mijn vrouw te controleren en op te sturen.

Minder bekend is het digitaal loket van het Centraal Justitieel Incassobureau. Deze organisatie staat bekend vanwege de efficiënte afhandeling van verkeersboetes via acceptgiro’s. Door de overgang naar een Europees betaalsysteem komt de acceptgiro binnenkort te vervallen. De overschakeling naar online incasso via iDeal was de trigger voor de lancering van een digitaal loket voor onze boetes voor de lichte verkeersovertredingen. Het loket geeft een overzicht van onze openstaande en afgehandelde boetes. Je kunt de foto’s opvragen, online betalen en digitaal in beroep gaan. De website is in begrijpelijke taal opgesteld en werkt prima op een tablet of mobiel.

Tot op heden heeft de overheid met name de eigen processen en diensten geautomatiseerd. Een volgende grote stap kan worden gezet door overheidsklanten en beleidsdoelen centraal te stellen bij digitalisering. In de ‘dienstverlening’ van het CJIB zijn de verkeersboetes geen doel op zich, maar bedoeld als sanctie om de overtreder te prikkelen om niet meer in herhaling te vallen. Naleving van toegestane snelheid en verkeersregels draagt bij aan betere veiligheid, milieu en doorstroming. Die doelen kunnen ook worden bereikt door op locatie de maximum toelaatbare snelheid aan de auto door te geven. Automobilisten hoeven dan niet langer te speuren in het analoge oerwoud van bordjes met steeds wisselende snelheden en tijdsaanduidingen langs de snelweg. Als de toegelaten snelheid wordt gekoppeld aan een snelheidsbegrenzer worden boetes, uitvoeringsorganisatie en digitaal loket in één klap overbodig. Het incasseren van geld kunnen we dan voortaan volledig aan de Belastingdienst overlaten.

Door digitalisering en samenwerking tussen overheid, private partijen en mensen in de samenleving kunnen we zaken anders organiseren en nieuwe waardediensten in het leven roepen. Daardoor kan economische groei worden versneld en onze samenleving gezonder, slimmer, socialer, veiliger en duurzamer worden gemaakt. De mogelijkheden zijn legio, bijvoorbeeld voor bevordering van gezondheidszorg, mobiliteit en participatie. De overheid kan het goede voorbeeld geven door te streven naar volledige transparantie, vrijgeven van betrouwbare open data, organiseren van internetconsultaties bij beleidsvorming en stemmen via internet te faciliteren. Een digitale overheid moet ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen. De informatiesamenleving laat zich niet top down aansturen. Nieuwe leiders binnen politiek en overheid moeten een digitale overheid door innovatie en samenwerking waarmaken.

Nieuwe impuls aan e-Overheid

c0selrquaaayg7x

In de tachtiger jaren deed het kwaliteitsdenken haar intrede. Als management consultant draaide ik mee in kwaliteitsprojecten binnen de overheid. Centraal stond de dienst die werd geleverd, de afnemer daarvan en de verwachtingen van de klant. In mijn eerste interview werd ik meteen terecht gewezen: “de overheid heeft geen klanten, de overheid heeft burgers. En die burger heeft rechten en plichten.” De toon was gezet, de overheid had een duidelijk beeld van haar verhouding met de burger.

Hoe anders is dit bij een commercieel bedrijf. Een bedrijf ontleent haar bestaansrecht aan haar omgeving. Deze bestaat uit klanten en uit stakeholders. Die laatste groep ziet toe op een verantwoord gedrag van het bedrijf. Een bedrijf heeft alleen bestaansrecht als het zich bezig houdt met zaken die de omgeving aantoonbaar waardeert. Het bewijs daarvoor is afname van producten en diensten door klanten. Een tevreden klant is belangrijk voor een bedrijf. Het bedrijfsresultaat en de continuïteit zijn afhankelijk van tevreden klanten die ook weer bereid zijn terug te komen. Klanttevredenheid leidt niet alleen tot klantenbinding maar ook tot positieve aanbevelingen en toename van het aantal klanten.

In de jaren negentig zette de overheid dienstverlening aan burgers en bedrijven op de agenda. In 1996 ging het programma Overheidsloket 2000 van start. Dit programma moest voorzien in een landelijk netwerk van loketten waar burgers en bedrijven terecht kunnen voor publieke dienstverlening met maximaal één doorverwijzing. De diensten moesten zonder menselijke tussenkomst 24 uur per dag beschikbaar zijn. In 1998 bracht minister Roger van Boxtel vervolgens het Actieplan Elektronische Overheid uit. Hierin staan voorstellen over goede elektronische toegankelijkheid van de overheid, betere publieke dienstverlening en verbeterde interne bedrijfsvoering bij de overheid. Vanaf die tijd wordt hard gewerkt aan de e-Overheid.

Twintig jaar na de start Overheidsloket 2000 wordt nog steeds gewerkt aan een betere dienstverlenende overheid. De overheid heeft daarbij nu last van remmende voorsprong. De meeste voorzieningen werden gebouwd vanuit het perspectief van de overheidsorganisatie zelf. Daardoor viel de afname van de diensten aanvankelijk tegen. Die afnemers – burgers en bedrijven – worden ook geconfronteerd met een verkokerd aanbod. Iedere overheidsorganisatie  heeft een eigen persoonlijk ‘mijnportaal’. Tenslotte werden veel voorzieningen met behulp van externe inhuur specifiek voor de overheid als maatwerk ontwikkeld. Zo werden bijvoorbeeld een zoekmachine, een berichtenbox, inlogmiddelen en overheidsloketten gebouwd. Deze maatwerkontwikkelingen zijn allang ingehaald door technologische- en marktontwikkelingen. De overheid kampt nu met een versnipperde, verouderde, onveilige en geldverslindende digitale infrastructuur.

Om een nieuwe impuls te geven aan de e-Overheid kunnen overheid en ICT-industrie de handen ineen slaan. De overheid kan zich daarbij primair richten op Open Standaarden en Open en toegankelijke Data. Hierdoor wordt de ICT-industrie gestimuleerd om innovatieve diensten en producten te ontwikkelen en daarvoor gebruikers te verleiden en te binden. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen worden daardoor vraaggericht aan elkaar gekoppeld. ICT-bedrijven zijn inmiddels het stadium van uurtje-factuurtje ontgroeit en kunnen in de huidige netwerksamenleving partner worden van maatschappelijke oplossingen.

Wanneer slimme technologie een vlucht neemt

drone-campagne

Niet overheidsbeleid maar technologische vooruitgang zorgt voor maatschappelijke veranderingen. Nieuwe technologieën zijn de drijvende kracht voor de economische groei. Ze kunnen ook bijdragen aan een veilige en gezonde samenleving. De veranderingen voltrekken zich in een razendsnel tempo. Aan de overheid de taak die veranderingen met regelgeving in goede banen te leiden. Dat is geen eenvoudige opgave, want de wetgever loopt per definitie achter bij technologische ontwikkelingen.

We staan nog maar aan het begin van een digitale revolutie. Lang voordat er sprake was van regelgeving veroverden de Amerikaanse deelplatforms de Europese markt. Consumenten waarderen het gemak van de platforms, maar traditionele bedrijven zien inmiddels omzet wegvloeien. Buurtbewoners klagen over overlast van Airbnb huurders. Taxichauffeurs vrezen oneerlijke concurrentie door de Uber app. De overheid staat voor een geweldige opgave om machtsconcentratie van internetbedrijven te beteugelen, sociale bescherming voor werknemers te waarborgen en de veiligheid voor klanten te bewaken. De belastingdienst moet zich nog een plaats veroveren in de nieuwe deeleconomie.

Veranderingen door techniek voltrekken zich in een steeds hoger tempo. Het duurde meer dan zestig jaar voordat meer dan de helft van de bevolking een telefoon bezat. Binnen twintig jaar bezat meer dan 50 procent van alle Nederlanders een PC. De adoptie van het internet duurde 15 jaar. Binnen 10 jaar had meer dan 80 procent van de bevolking een smartphone. Streamingdiensten en deelplatforms veroverden de markt binnen enkele jaren. Pokémon Go deed dat in een maand tijd.

Tegenover de snelheid van technische innovaties staat de traagheid van het openbaar bestuur. De doorlooptijd van een gemiddeld wetsvoorstel in Tweede en Eerste Kamer bedraagt gemiddeld 375 dagen. Dat is dan nog exclusief de beleidsvoorbereiding en de implementatie. Ook binnen bestaande regelgeving draaien de ambtelijke molens traag. Zo kan het wel twee jaar duren voordat alle vergunningen rond zijn om met drones aan de slag te gaan. Nederland dreigt door de traagheid van het openbaar bestuur een achterstand op te lopen ten opzichte van andere Europese landen. Richard van Zwol, secretaris generaal BZK, pleitte daarom vorig jaar voor vergroting van de handelingssnelheid en aanpassingsvermogen van het openbaar bestuur.

Technologische innovaties bieden kansen voor onze samenleving en economie. Dankzij e-health kunnen mensen in de toekomst zelf regie nemen over hun gezondheidszorg. Dit biedt ook mogelijkheden voor meer preventie en kostenbesparing. Drones kunnen worden ingezet voor het monitoren van wegen, hoogspanningsmasten, dijken, windmolens, zonnepanelen, bruggen en agrarische gewassen. Ook valt te denken aan crowd control en in kaart brengen van verkeersongelukken en andere calamiteiten. De mogelijkheden zijn legio, maar de kansen blijven vooralsnog onbenut. De markt wacht op toestemming van overheidswege. Wanneer slimme technologie een vlucht neemt kan de overheid niet achterblijven.

Oplossing zoekt een probleem

oculusface_1

De opkomst van de stofzuiger en de wasmachine beloofden in de vijftiger jaren het walhalla voor de moderne huisvrouw. Voortaan zou zij haar zorgzame taken in huis nog beter kunnen uitvoeren. Dat pakte anders uit. De wasmachine en stofzuiger maakten de weg vrij voor emancipatie en een vrouwelijke bestorming van de arbeidsmarkt.

De maatschappelijke impact van technologische ontwikkelingen blijkt moeilijk te voorspellen. Toen eind vorige eeuw de mobiele telefoon zijn intrede maakte was het gebruik ervan aanvankelijk nog niet populair. Het mobiel leek vooral handig voor zakenmensen en binnenschippers. “Ik heb een gewone telefoon, waarom moet ik een mobiel hebben?” Vindt u het belangrijk om altijd bereikbaar te zijn? “Ook niet, ik ben niet zo belangrijk.” zegt een man in onderstaand straatinterview.

Minder dan twintig jaar later tellen we in Nederland meer dan 20 miljoen mobiele telefoons. Dat is 1,3 mobieltjes per persoon. Tachtig procent van de Nederlanders bezit een smartphone en is 24 uur per dag online.

Niet alle vernieuwende technologische introducties zijn succesvol. Zo lanceerde KPN in 1997 een dienst “Het Net” waarin bezoekers in een besloten omgeving een beperkt aantal websites kon bezoeken. Die dienst werd al snel ingehaald door de groei van het wereld wijde internet. Om de mislukking te maskeren werd de naam “Het Net” snel verbonden aan een normale internetdienst. Met het mobiele dataverkeer probeerde KPN het in 2002 opnieuw met een variant van de Japanse succesformule i-Mode. Ook die dienst flopte, omdat consumenten onbeperkt toegang tot internetdiensten verlangen zonder bemoeienis van een provider. Door de komst van nieuwe internetdiensten, sociale media en smartphones verschuift het telefoon- en berichtenverkeer naar het internet.

Nieuwe technologieën die op doorbreken staan zijn Virtual Reality (VR) en  Internet of Things (IoT). Tien jaar geleden konden we nog als ‘avatar’ rondlopen in virtuele wereld Second Life. Zoetermeer opende zelfs een virtueel gemeenteloket. Vrij snel raakte Second Life in de vergetelheid. De virtual reality brillen Oculus Rift en Microsoft’s HoloLens domineren nu de virtual reality wereld. Op beurzen zien we nerds van technologiebedrijven met reusachtige skibrillen rondlopen. Dezelfde bedrijven schetsen een toekomstbeeld voor slimme steden waar alle mensen en apparaten op elkaar aangesloten zijn. De gemeente Amsterdam heeft zelfs slimme lantaarnpalen die je met een smartphone aan en uit kunt zetten.

Technologische innovaties zijn veelbelovend. De mogelijkheden lijken onbegrensd. Maar wat is de maatschappelijke relevantie? Welke oplossingen bieden technische ontwikkelingen voor zorg, milieu, mobiliteit en veiligheid? Wat is de populariteit onder consumenten? En wat gaat er voor ons veranderen als technologie onze samenleving nog meer gaat domineren? Het zijn vragen die vooralsnog onbeantwoord blijven. Nieuwe technologische oplossingen zijn naarstig op zoek naar maatschappelijke problemen.

Succesvolle mislukkingen

Kort geleden zag ik de film over de Apollo 13-maanmissie in het vliegtuig op weg naar Amerika. ‘Houston, we’ve got a problem’ meldde piloot John Swigert nadat een zuurstoftank was ontploft. Kort daarop hielden ook de andere tanks er mee op. We kennen de afloop van de missie. Maar het blijft spannend om te zien hoe de bemanning weer veilig op aarde kon terugkeren. Uiteindelijk overheerste blijdschap en trots. Het gaat de Amerikaanse geschiedenis in als ‘most succesful failure’.

Die kwalificatie bracht mij er toe te bedenken welke succesvolle mislukkingen wij in Nederland hebben beleefd. Als ik Google mag geloven dan gaan alle mislukkingen in ons land over ICT-projecten. ‘Overheid verspilt jaarlijks 1 tot 5 miljard door ICT-projecten’ en ‘Kans op mislukken IT-projecten bij overheid nog steeds groot’ staan bovenaan in de lijst. Het is veel moeilijker terug te vinden welke problematische projecten uiteindelijk wel succes hebben gebracht. In welke projecten hebben we een cisissituatie weten om te buigen in een positieve afloop? Daarbij denk ik in eerste instantie aan de DigiNotar hack.

DigiNotar was een internetbeveiligingsbedrijf dat het exclusieve recht van de overheid had gekregen als Trust leverancier. In juni 2011 braken Iraanse hackers in bij het bedrijf, dat de hack pas in juli ontdekte en verzweeg. Pas nadat in een blog melding was gemaakt van de inbraak volgde op 30 augustus een bevestiging van DigiNotar over de hack. Overheidsbeheerder Logius verstuurde daarna, afgaand op een verklaring van DigiNotar, het geruststellend bericht dat de certificaten van de overheid wel veilig waren. Extern onderzoek wees kort daarop uit dat dit niet het geval was. In de vroege ochtend van 2 september zegde de overheid het vertrouwen in DigiNotar op. Door adequaat op te treden heeft de overheid de crisis snel bezworen en werd de infrastructuur binnen twee weken hersteld.

Een mislukking was ook de aanbesteding van het shared service center voor personeelsdiensten P-direkt. Anderhalf jaar na de gunning constateerden zowel IBM als het ministerie van BZK dat de aanbesteding onvoldoende basis vormde voor een succesvolle totstandkoming van P-direkt. In oktober 2005 werd het contract ontbonden. Na de doorstart van het project werd afgestapt van een Big Bang-benadering en meer tijd genomen voor de implementatie. De afnemers van P-direkt werden intensief betrokken bij de voorbereiding, processen werden gestandaardiseerd en de opbouw van P-direkt werd stapsgewijs gerealiseerd. Dit was mogelijk dankzij overtuigend leiderschap en een heldere en integrale besturing van het veranderproces. De investeringen die zijn gedaan met de totstandkoming van P-direkt zijn inmiddels ruimschoots terugverdiend.

In de nacht van 17 op 18 juli 2012 ramden twee personenauto’s de ingangen van het gemeentehuis in Waalre. Het pand ging daarna in vlammen op. De gemeente stond voor de taak de dienstverlening te herstellen. De gemeentelijke ICT moest vanaf de grond opnieuw worden opgebouwd. Internet en telefonie moesten snel worden hersteld. Binnen 48 uur werd een noodloket Burgerzaken ingericht en konden medewerkers van de gemeente met nieuwe laptops aan de slag op een nieuwe tijdelijke locatie. In opdracht van de VIAG schreef journaliste Marieke Vos het verhaal van ICT-coördinator Sylvia Mollen en haar team in de dagen en maanden na de brand in de vorm van een ICT-thriller. De bijlage bevat checklists die gemeenten kunnen gebruiken om te zien of zij voldoende zijn voorbereid op een verwoestende calamiteit zoals in Waalre.

In Amerika kon het publiek de problemen met Apollo 13 via de televisie op de voet volgen. De succesvolle terugkeer van de bemanning werd collectief gevierd. In ons land proberen we de problemen zo lang mogelijk toe te dekken. En als de problemen achter de rug zijn, dan herinneren wij ons alleen nog de mislukking zelf. Zo werd P-direkt tot voor kort in de pers nog afgeschilderd als een groot debacle. Onze overheid beschikt over een krachtig herstelvermogen. Met iets meer openheid en transparantie bij de overheid kan ook de buitenwacht daarvan getuige zijn.

De overheid altijd binnen handbereik

large_clout_illustration_2-01De alomtegenwoordige smartphone is niet zomaar een extra communicatiekanaal voor lokale overheden. Het apparaat kan een contextgevoelig mobiel loket zijn, maar het kan ook de rolverdeling tussen gemeenten en burgers helpen veranderen. Hét gereedschap voor het in de praktijk brengen van die visie zit al in onze broekzak: de smartphone, met al zijn apps, camera en locatiebepaling. Het slimme mobiel, dat tegenwoordig vaker dan de PC wordt gebruikt voor internettoegang, kan de traditionele dienstverlening van de overheid makkelijker en persoonlijker maken. Maar het is ook een prima middel om de participatie van burgers mee te bevorderen.

Het mobiele overheidsloket
Het voordeel van smartpones en tablets is dat je meteen de context mee kunt nemen en dus kunt laten zien wat er gaande is in de omgeving van de burger. Hierbij kan worden gedacht aan simpele zaken als een kaart waarop alle actuele vergunningen staan weergegeven, alle meldingen over de openbare ruimte inclusief gladheidswaarschuwingen, een alert als waarschuwing op wegen waar wel of niet gestrooid is. Meldingen over geplande wegwerkzaamheden en reisadvies zijn mogelijk, evenals het maken van een afspraak bij de gemeente of de aanvraag van een vergunning.

Stimuleren van innovatieve diensten
Het mobiele device is ook het vehikel voor nieuwe diensten, die je desgewenst kunt laten ontwikkelen door burgers en het MKB. De overheid hoeft dus bij de overgang naar mobiel niet meer zelf te ontwikkelen. Het enige wat ze moeten doen is de gegevens die ze al verzameld hebben op zodanige wijze vrijgeven dat ze te hergebruiken zijn in de dienstverlening. De samenleving kan immers alleen zijn nieuwe taak vervullen als mensen beschikken over de juiste informatie.

De burger als prosument
Nog een stapje verder in die ontwikkeling is dat de burger ook zelf gegevens gaat leveren waarmee de overheid weer verder kan, bijvoorbeeld door integratie met social media. Op die manier hoeft de overheid bijvoorbeeld minder inspecties te doen dus je bevordert de participatie binnen de samenleving. In de VS gaat het al een stapje verder. Daar plannen particuliere bedrijven het wegonderhoud in, op basis van actuele informatie die is verzameld door burgers. Die burger is tóch al onderweg. Zo kun je langzamerhand toe naar een compactere overheid die efficiënter werkt.

Samenleven met sociale media
De ingangen naar Twitter- en Facebook-‘knoppen’ zijn doorgaans prominent aanwezig op een smartphone, dus het is zaak daar rekening mee te houden. Niet alleen door de smartphone-applicatie handig te integreren met die sociale media, maar ook door ‘aan de achterkant’ wat te doen met de informatie die daaruit voortkomt. Burgers praten online over de overheid, zowel positief als negatief. Dus de afdeling communicatie zal moeten peilen en interpreteren en vervolgens moeten beslissen of en hoe te reageren.

Grenzeloze overheid
Burgers willen één mobiele ingang voor de overheid die in het hele land gebruikt kan worden, zonder telkens per gemeente of regio te hoeven wisselen van app. Als je onderweg bent, dan verandert de applicatie dus mee met je locatie. Zo wordt het voor burgers geen wirwar van applicaties. En de overheid profiteert door middel van hergebruik van diensten en ontwikkelingen die elders al zijn gedaan. Het is onontkoombaar dat de dienstverlening van gemeenten op die manier gaat veranderen. De nieuwe generatie communiceert op een andere manier en vooral via mobiele devices. En de organisatie binnen de lokale overheid moet mee veranderen met de komst van die technologie. Zo komt de overheid altijd binnen handbereik.

Apocalyps of ondergang van internet

Aplocalyps 61

Hackers, die het netwerk van de Amerikaanse overheidsdiensten wisten te kraken, blijken de gegevens van minstens 21,5 miljoen mensen te hebben gestolen. In Duitsland moeten mogelijk 20.000 computers worden vervangen na een cyberaanval op het Duitse parlement. Afgelopen maanden werden ook Sony en het Franse tv-station TV5 geteisterd door cyberaanvallen. Deze maand werd Hacking Team, een Italiaans bedrijf dat hack-software ontwikkelt voor onder meer overheden, zelf gehackt. Het hacken van complete bedrijfsnetwerken is kinderspel en de pakkans is minder dan 0,001 procent. Dit brengt bij mij een visioen naar boven van het doemscenario, waarvan ik hoop dat het nooit werkelijkheid zal worden.

Triomfantelijk macht
Wij genieten van onze vrijheid, de grootst mogelijke vrijheid. Er zijn geen grenzen meer. Het internet maakt het mogelijk dat wij op ieder moment, vanaf iedere plek, met ieder communicatiemiddel direct kunnen communiceren. Wij kunnen videoverbindingen leggen met mensen over de hele wereld en met elkaar spreken alsof we bij elkaar in de huiskamer zitten. Bedrijven en overheden verplaatsen hun rekencentra naar de Cloud. Daardoor kunnen zij flexibel inspelen op een veranderende behoefte en kosten verlagen. Dingen en installaties worden automatisch herkend en aangestuurd via het web. Technologie zorgt voor innovatie.

Aardse kracht
Met de groei van het internet neemt ook de kwetsbaarheid van het web toe. Er ontstaan spanningen over het beheer van de Cloud. Bedrijven leiden schade door storingen en onrechtmatig gebruik van data. Overheden maken onderling afspraken en proberen de gaten te dichten in hun regelgeving. Criminelen hebben vrij spel op het internet. Zij leggen vitale netwerken plat en verschaffen zich toegang tot vitale bedrijfsgegevens. Bedrijven en overheden worden daarmee onder druk gezet. Bankrekeningen van particulieren worden geplunderd. Opsporingsdiensten speuren op het web naar de daders. Deze slaan terug met aanvallen op banken en overheid. Het is oorlog op het internet. De daders zijn moeilijk te traceren. Iedere poging tot opsporing en verdediging lokt weer een nieuwe onverwachte aanval uit.

Armoede
Overheid en bedrijven verscherpen de verdedigingslinies tegen de cyberaanvallen. Het aantal aanvallen op het web stijgt dramatisch. Banken kunnen gedupeerde rekeninghouders niet meer vergoeden. Bedrijven die zich niet kunnen wapenen gaan failliet. De pakkans voor criminele groeperingen daalt. De sterkste bedrijven profiteren van het omvallen van hun concurrenten en gaan een verbond aan met criminele groeperingen. De werkeloosheid stijgt sterk. En de beurzen kelderen.

Slachtoffers
De overheid staat machteloos. Het bevolkingsregister wordt gestolen. De identiteit van burgers ligt op straat. Criminelen voeren hun aanvallen uit in naam van onschuldige burgers. Energiecentrales worden aangevallen. Er wordt ingebroken in besturingssystemen van de waterkeringen. De infrastructuur raakt ontwricht. Een deel van het land loopt onder water. Mensen komen om van de kou en verdrinken.

Gerechtigheid
De samenleving keert zich af van de technologische vooruitgang. In ogen van velen heeft deze alleen maar tegenspoed, dood en verderf gebracht. Het verzet groeit tegen het alsmaar groter en almachtiger internet. Sommige bedrijven en burgers keren zich helemaal af van internet. Actiegroepen roepen op het web te ontmantelen en de mensen te beschermen tegen de gevaren ervan.

Aardbeving
Het internet is lange tijd met veel inspanning in de lucht gehouden. Met het opraken van de IPv4 adressen is het web met technische lapmiddelen overeind gehouden. Door een aardbeving in de Middellandse Zee breekt een vitale internetkabel. De één na de andere internetvoorziening valt uit. Als een kaartenhuis stort het wereldwijde web in elkaar. Voor de tweede keer spat de internetzeepbel uiteen. Deze keer is het definitief.

Stilte
Het alomvattende internet wordt niet opnieuw opgebouwd. De budgetten daarvoor zijn niet beschikbaar en het draagvlak ontbreekt. Bedrijven zien het internet ook niet langer als een volwaardig bedrijfsnetwerk. Er worden nog wel specifieke private netwerken opgebouwd. Maar de vrijheid van een wereldwijd omvattend netwerk is definitief voorbij.

Verslingerd aan de iPad

Vandaag vijf jaar geleden ging in Nederland de eerste iPad in de verkoop. Een maand later werd mijn eerste iPad thuisbezorgd. Dit waren mijn bevindingen en hooggespannen verwachtingen – die volledig zijn uitgekomen – destijds.

Augustus 2010 – Deze week bezorgde de postbode mijn nieuwe iPad. Een grote doos, een zak voor de beschermhoes en een enveloppe voor de SIM kaart. In de doos alleen de iPad en een netsnoer. Niet de gebruikelijke folders en handboeken. De iPad wordt aangesloten op iTunes en alle programma’s en bestanden van mijn iPhone worden overgezet. Na een urenlange synchronisatie test ik de iPad en alles werkt direct. De gebruikersinterface is prachtig, hoog resolutie scherm en het apparaat is super snel. De oude iPhone apps vallen nu heel erg tegen door het korrelige beeld. Sommige apps werken ook goed op de iPad, maar de meeste apps verwijder ik. Daarna installeer ik enkele aanbevolen iPad apps. De Telegraaf app gaat meteen weer naar de prullenbak vanwege de bedroevende content. In een mum van tijd is mijn iPad klaar voor gebruik.

Ik ben nu in het bezit van een alleskunner met 64 Gb. Waarom heb ik die vroeger nooit gemist? Nog niet eens zo lang geleden plofte er elke zaterdagochtend een grote enveloppe van mijn werk op de deurmat. Daarin zaten memo’s, offertes en rapporten. Het weekend werd voor een belangrijk deel gevuld met het doorlezen van de stukken en het lezen van de dikke weekendkranten. Halverwege de negentiger jaren kocht ik een mobiele telefoon. Nu kon ik vanuit de auto, tijdens de vakantie en op ieder willekeurig tijdstip en plaats met de familie en mijn collega’s communiceren. Enkele jaren later volgde het internet en de e-mail. De wekelijkse enveloppe verdween, maar het mailverkeer neemt ieder jaar toe. Met een uurtje per dag vanaf de werkplek de mail afhandelen kom je niet meer uit en sommige berichten vragen om een snelle afhandeling. De BlackBerry was de oplossing. Nu kon ik op ieder moment van de dag en vanuit iedere plaats mijn mail lezen en beantwoorden. Omdat de internet prestaties van de BlackBerry tegenvallen kocht ik ook een iPhone. Nu kon ik bovendien ook beter mobiel Twitteren en Facebooken. Op een gegeven moment liep ik met een rugzak met een schrijfmap, laptop, BlackBerry, iPhone en mobiele telefoon. De vraag dient zich nu aan welke plek de iPad daartussen gaat innemen en of dit tablet het papierloze tijdperk inluidt.

Wat betreft het gebruikersgemak bij mail, contacten en agenda laat de iPad de PC ver achter zich. Het bekijken van foto’s en films in hoge resolutie is ook verbluffend mooi. Het ingebouwde toetsenbord werkt goed en snel. Bovendien kun je nog een klein extern toetsenbord koppelen aan de iPad. De hoeveelheid Nederlandstalige content is echter teleurstellend. Boeken zijn nauwelijks voorhanden, op de Max Havelaar en Nederlandsche Nationale Klederdrachten na dan. De kranten zijn ook nog niet “into the iPad”. De NRC heeft een mooie app die op de iPhone en de iPad werkt. Deze maakt jammer genoeg nog geen gebruik van de multimediamogelijkheden. De Volkskrant heeft een lage resolutie iPhone versie, maar heeft aangekondigd in september met een volwaardige app te komen. De digitale versie van het fd moeten we vooralsnog via de browser bekijken. Nu.nl en Veronica bieden mooie apps die wel gebruik maken van de multimedia mogelijkheden van de iPad.

De papieren kranten en boeken zijn dus voorlopig nog geen verleden tijd. We moeten vooralsnog dus nog met een grote tas boeken op vakantie en maandelijks met een doos oude kranten naar de papierbak. De iPad kan ook de PC nog niet volledig vervangen. Het uitwisselen en bewerken van documenten, spreadsheets en tekenprogramma’s levert beperkingen op en met de iPad kan ik de netwerkprinters niet aansturen. De schrijfmap kan gelukkig wel weg. Ik hoef dus ook geen grotere rugzak aan te schaffen. Het beschikbaar komen van digitale content in multimedia formaat is een kwestie van tijd. Apple zou ook de ontsluiting via de Cloud moeten faciliteren. Nu moeten we ons behelpen met Dropbox. Ook de primitieve synchronisatie met behulp van iTunes zou via de Cloud moeten lopen. Dan zijn we eindelijk verlost van de ergernis van vastlopende computers en ligt het papierloze tijdperk in het verschiet.