Hoe AI de overheid kan transformeren

Digitalisering binnen de overheid gaat al jaren gestaag vooruit, maar de inzet van kunstmatige intelligentie (AI) legt een fundamentele spanning bloot. MIT-onderzoek laat zien dat AI alleen waarde oplevert als organisaties zichzelf opnieuw uitvinden. Zonder die transformatie is AI bouwen op drijfzand: een reeks pilots, mooie demo’s en losse tools die uiteindelijk in de praktijk vastlopen. Volgens het onderzoek State of AI in Business 2025 levert 95 procent van de GenAI-pilots geen blijvend resultaat op, terwijl miljarden worden geïnvesteerd. Slechts 5 procent slaagt erin om AI daadwerkelijk in hun werkprocessen te verankeren.

Botsende werelden: stabiliteit versus wendbaarheid

Waarom zijn de MIT-bevindingen juist voor de overheid relevant? Dat heeft te maken met de organisatie en manier van werken van de overheid. Overheidsorganisaties zijn traditioneel ingericht op stabiliteit, risicobeheersing en hiërarchische verantwoording. Dat botst met wat implementatie van AI vereist, namelijk: korte leercycli, ruimte om te experimenteren en samenwerking over organisatiegrenzen heen. AI-toepassingen werken pas goed als systemen kunnen leren, geheugen opbouwen en context meenemen. Waar de klassieke projectaanpak uitgaat van vooraf vastgestelde specificaties, vraagt AI juist om iteratie, bijsturen en experimenteren.

Wat de overheid kan leren van Spotify en ING

Dat het anders kan bewijzen koplopers buiten de overheid. Spotify veranderde zijn hele werkstructuur om technologiegedreven innovatie mogelijk te maken. Hun organisatiemodel met squads, tribes en chapters zorgt ervoor dat kleine multidisciplinaire teams end-to-end verantwoordelijkheid hebben. Het resultaat: wekelijkse updates, snelle experimenten met AI-functies en directe feedback van gebruikers. Niet de technologie, maar de organisatievorm maakt dit tempo mogelijk. ING kopieerde dit model en transformeerde van traditionele bank naar digitale dienstverlener. Dankzij agile principes en multidisciplinaire teams werd ING wendbaarder, klantgerichter en innovatiever. Als een bank met een diep verankerd risicomodel deze stap kan maken, kan de overheid dat ook.

AI als katalysator voor een nieuwe manier van werken

Voor de overheid betekent dit concreet dat AI niet langer moet worden gezien als een ICT-project, maar als katalysator voor een nieuwe manier van werken. Dat begint bij cross-functionele teams waarin beleidsmakers, uitvoerders, ICT-specialisten en juristen samenwerken. Het vraagt om experimenteerruimte met budget en mandaat, en om nieuwe rollen zoals productowners dienstverlening en ethische AI-experts. Ook de verantwoording moet veranderen: niet alleen sturen op efficiency, maar ook op leervermogen en gebruikerstevredenheid.

Lessen uit het MIT-onderzoek

Het MIT-onderzoek biedt waardevolle lessen voor de overheid. Een belangrijke waarschuwing is om niet te blijven hangen in mooie pilots met generieke chatbots. Die werken prima in een demo, maar lopen vast in complexe werkprocessen zoals bij vergunningverlening of in de sociale zekerheid, waar context cruciaal is. Succesvolle organisaties investeren juist in opbouw van geheugen en lerend vermogen. Ook blijkt dat externe partnerships tweemaal zo succesvol zijn dan alles zelf ontwikkelen. Voor de overheid betekent dit dat samenwerking met gespecialiseerde leveranciers, mét kennis van publieke processen, essentieel is.

Daarnaast moet de overheid oog hebben voor onvermijdelijke ‘shadow AI’: ambtenaren die al persoonlijke AI-tools gebruiken. In plaats van dit te verbieden, kan de overheid beter veilige alternatieven aanbieden die aansluiten bij AVG- en beveiligingsrichtlijnen. Op die manier benut je de energie van onderop, zonder de risico’s uit het oog te verliezen.

Naar een mensgerichte overheid

Voor burgers opent deze transformatie de deur naar een overheid die niet langer procesgericht, maar mensgericht werkt. Een overheid die dienstverlening personaliseert, proactief meedenkt bij levensgebeurtenissen en transparant is over hoe beslissingen tot stand komen. Vertrouwen ontstaat pas als mensen ervaren dat AI hen ondersteunt, niet vervreemdt.

AI kan de overheid helpen sneller, persoonlijker en betrouwbaarder te worden. Maar dat lukt alleen als de organisatie zelf mee verandert. Zonder die transformatie blijft AI een marginaal experiment. Met die transformatie kan AI uitgroeien tot motor van een moderne, lerende en wendbare overheid.

Onverwachte bondgenoten

Op papier lijken SGP en DENK elkaars politieke tegenpolen. De SGP wortelt in Bijbelse waarden en hamert op moreel houvast. DENK strijdt tegen discriminatie en spreekt voor groepen die zich structureel uitgesloten voelen. Toch is hun digitaliseringsagenda minder verschillend dan je zou denken. Wie dieper kijkt, ontdekt dat hun zorgen opvallend parallel lopen.

Gedeelde zorgen over kwetsbaren en big tech

Beide partijen zien hoe digitalisering mensen kan achterlaten. SGP waarschuwt dat niet iedereen meekomt in een digitale samenleving en wil kwetsbare groepen beschermen tegen cybercriminaliteit. DENK legt de nadruk op kleine organisaties die moeite hebben hun digitale veiligheid op orde te krijgen en wil dat zij extra ondersteuning krijgen.

Ook in hun houding tegenover big tech raken ze elkaar. SGP wil de macht van grote platforms beperken om eerlijke concurrentie te behouden. DENK bekritiseert de ‘data-slurpende bedrijven’ die geld verdienen aan realtime advertentieveilingen met persoonlijke gegevens en wil dat verdienmodel verbieden.

Cyberveiligheid vormt een derde gemeenschappelijke noemer. Beide partijen nemen digitale dreigingen serieus en vinden dat Nederland moet investeren in weerbaarheid en het beschermen van vitale infrastructuur.

Fundamenteel andere brillen

Toch komt hier al snel de scheidslijn. Voor de SGP geldt dat waarden en normen ook online leidend moeten zijn. Daarom willen ze filters mogelijk maken die burgers beschermen tegen porno en geweld. Hun digitaliseringsagenda staat in het teken van moreel behoud.

DENK bekijkt digitalisering door de lens van gelijkheid en anti-discriminatie. Hun focus ligt bij algoritmes en data. Na de toeslagenaffaire willen ze afkomst-gerelateerde gegevens in overheidssystemen verbieden, een verplicht algoritmeregister instellen en streng toezicht houden op discriminerende systemen.

De blinde vlekken

Juist hier worden hun beperkingen zichtbaar. De SGP richt zich sterk op morele filtering, maar heeft nauwelijks oog voor het risico van algoritmische discriminatie, terwijl hun eigen achterban net zo goed slachtoffer kan worden van oneerlijke systemen.

DENK beperkt zich vooral tot de strijd tegen digitale discriminatie. Daarmee missen ze kansen om digitalisering breder in te zetten, bijvoorbeeld voor betere zorg, slimmer onderwijs of een sterkere economie.

Een ironische overeenkomst

Dat juist deze twee partijen elkaar vinden in hun kritiek op big tech is veelzeggend. Waar de SGP digitale verleidingen vreest, ziet DENK vooral structurele uitsluiting. Twee totaal verschillende drijfveren, maar éénzelfde conclusie: de macht van platforms moet worden beteugeld en kwetsbaren verdienen bescherming.

Politiek boven techniek

Wat dit voorbeeld laat zien: digitalisering is nooit alleen een technisch vraagstuk. Het is een spiegel van waarden, macht en maatschappelijke keuzes. De overeenkomsten tussen SGP en DENK zijn daarom geen toeval, maar illustreren hoe digitale vraagstukken politieke dwarsverbanden creëren. De vraag is niet óf we big tech reguleren, maar hoe en vanuit welk perspectief.

SGP en DENK tonen dat onverwachte bondgenootschappen mogelijk zijn, zelfs als de uitgangspunten mijlenver uit elkaar liggen.

GroenLinks-PvdA’s Digitale Droomstaat

GroenLinks-PvdA’s Digitale Droomstaat

GroenLinks-PvdA kiest in haar conceptverkiezingsprogramma nadrukkelijk voor een grotere overheid. Niet om uitgaven te verlagen of regels te schrappen – zoals CDA, D66 en VVD met een kleinere overheid beloven – maar om een doorgeschoten marktwerking te corrigeren. Dat moet een overheid worden met een menselijk gezicht, transparante algoritmes en één loket voor alle diensten. Het klinkt sympathiek en hoopgevend. Maar achter dit ideaalbeeld schuilt hetzelfde probleem als bij andere partijen: een maakbaarheidsillusie die botst met technische realiteit.

Papieren loketten in een digitale tijd

Het voorstel voor een volwaardig niet-digitaal alternatief bij iedere digitale overheidsdienst klinkt democratisch en inclusief. In de praktijk betekent het dubbele systeemontwikkeling, parallelle datastromen en hoge kosten. De efficiencywinst van twintig jaar digitalisering zou grotendeels teniet worden gedaan. Denk aan de complexiteit van het belastingsysteem, waar miljarden transacties jaarlijks via algoritmes verwerkt worden. Hoe vertaal je die naar papieren formulieren zonder fouten, vertragingen en enorme administratieve lasten?

Eén loket voor alles: een megalomaan project

Het idee van één loket voor alle overheidszaken heeft dezelfde valkuil. Dat vraagt om integratie van honderden systemen, harmonisatie van wetgeving en standaardisatie van processen over gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties heen. De uitrol van DigiD kostte al jaren en miljarden, en dat was nog maar een fractie van de integratie die hier wordt beloofd. Het gevaar is dat burgers straks nog langer wachten omdat er weer een groots ICT-project strandt in onhaalbaarheid.

Transparante algoritmes: mooi maar beperkt haalbaar

De eis van volledige transparantie bij elke vorm van geautomatiseerde beoordeling klinkt logisch, maar miskent de stand van de techniek. Machine learning-modellen zijn per definitie complex. Transparantie gaat vaak ten koste van effectiviteit: een uitlegbaar algoritme is meestal een minder krachtig algoritme. En dat heeft directe gevolgen voor de kwaliteit van dienstverlening – bijvoorbeeld bij fraudedetectie of risicobeoordelingen.

Wat wél werkt: stap voor stap verbeteren

Net als bij de VVD, SP en NSC zit de valkuil niet in de intentie, maar in het overschatten van wat technisch en organisatorisch haalbaar is. Toch zijn er wél realistische stappen te zetten:

  • Gefaseerde digitalisering: bied alleen een niet-digitaal alternatief waar dit écht waarde toevoegt, bijvoorbeeld bij complexe uitkeringszaken met persoonlijke omstandigheden
  • Modulaire integratie: laat burgers via DigiD in één dashboard hun zaken zien, zonder volledige back-end integratie
  • Gerichte transparantie: begin met uitlegbare AI bij risicovolle toepassingen zoals fraudedetectie, leer daarvan en breid daarna uit
  • Digitale vaardigheden versterken: investeer in ambtenaren die begrijpen hoe technologie werkt, zodat keuzes beter en realistischer worden

Van belofte naar werkelijkheid

GroenLinks-PvdA presenteert een visie op een menselijke en toegankelijke overheid. Dat is een idealistisch streven. Maar net als bij andere partijen dreigt de kloof tussen politieke belofte en realiteit te groot te worden. De digitale overheid van de toekomst wordt niet gebouwd op ideaalbeelden of grootse projecten. Ze ontstaat door kleine en doordachte stappen die stuk voor stuk waarde toevoegen voor mensen.

In Search of the Origins of the Boissevain Family

This time, we are not traveling to Provence, but setting out to trace the roots of our family. We head south, taking a scenic country route with countless roundabouts toward the Dordogne, the region where the Boissevain family began. Along the way, we stop for lunch in a small village café in Verteillac. The three-course meal is excellent and reasonably priced, though we are surprised to see that twice the amount is charged to our card. When we arrive in Bergerac, we find a spot for the car in the hotel garage. At night, the windows and doors must stay closed: after ten o’clock the city is sprayed with insecticide to fight the tiger mosquito.

Bergerac

The old town of Bergerac is a beautiful jewel: restored, clean, and lively. We join a local wine tasting of Merlot and Cabernet Sauvignon. The first wine tastes a bit sour, the second is full of tannins. We stroll along the river, past the Tourist Office, the Protestant church, the Église Saint-Jacques, and the statue of Cyrano de Bergerac.

Although there is no official Huguenot walking route, many plaques and street names recall the time of Protestant persecution. We decide to return to the hotel early so we’ll still have things to discover the next day. On the way we reserve a table at a restaurant and later enjoy the local specialty: confit de canard.

The next morning we dive into the history of Bergerac. In 1681, sixty percent of the population here were Huguenots. This wealthy Protestant community could afford an impressive temple and three pastors. But in 1682, the French crown sent soldiers to force them to convert to Catholicism, a campaign known as the dragonnades. That same year, the great temple was destroyed, gatherings had to be held in secret, and with the Edict of Fontainebleau in 1685, Protestantism was completely banned. Pastors were expelled, children were forced to be baptized as Catholics, and hundreds of Huguenots fled to the Netherlands, England, Germany, and Switzerland. Among them was our ancestor Lucas Bouyssavy, who fled to Bordeaux at the age of 25 and arrived in Amsterdam around 1691. He died there in 1705.

We return to his homeland but find no direct traces of the family in Bergerac. The Bellegarde mill, once leased by Lucas’s cousin Isaac, has disappeared and is now a parking garage. Nearby, the Moulin de Piles still stands as an archaeological site, with foundations and canals that recall the many watermills powered by a branch of the Caudeau river since the Middle Ages. These mills once ground grain and later even generated electricity, but industrialization eventually made them obsolete.

After lunch at the charming Place de la Mirpe, we visit the Protestant temple, housed in a former monastery and opened in 1792. The Edict of Tolerance and the French Revolution finally made it possible to establish an official Protestant church again, over a century after the Edict of Nantes was revoked. We cross the Dordogne to the neighborhood near Place de la Madeleine, where ancestor Lucas and Lucas’ brother Jean once lived. We end the day with a visit to the Tobacco Museum, a reminder that Huguenots were pioneers in the local tobacco trade. Their flight spread this expertise across Europe.

Couze

We leave Bergerac and follow the river to Couze and Lalinde, which also hold pieces of our family’s story. Lucas once lived in Couze, where he owned a house and a vineyard. Today, there are no vineyards to be seen, only dry cornfields. Couze is a long village with a hill full of neglected houses. From the top we have a fine view of an old watermill, part of a series of paper mills that operated here since the late Middle Ages. In the 18th and 19th centuries, the Couze river powered thirteen paper mills, making the village an important center for handmade paper.

At the local bakery we enjoy coffee on the terrace, where every passerby greets us warmly. We then visit the restored Moulin à Papier de la Rouzique, in operation since 1530 and now a museum showing how paper was once made using water power.

Lalinde

Next we drive to Lalinde, on the opposite bank of the Dordogne. It is a pleasant village with a church, a market, and a large square. In the cemetery we search for possible family graves. Our ancestors once carried the name Bouyssavy, which was later changed in the Netherlands to Boissevain. We find no old gravestones but do see the name Bossavit. Its sound and local connection suggest a family link, though no proof exists. Bouyssavy is recorded as early as the 15th century, including in Périgueux in 1445. When Lucas left for the Netherlands in 1691, his name was phonetically written as Boissevain. The name Bossavit appeared only in the late 18th century, while Bouyssavy remained in use until the 20th century. Everything points to a shared origin.

Sarlat-la-Canéda

From Lalinde we continue to Sarlat, where a protest against government budget cuts forces us to park outside the center. We walk part of the way with the peaceful crowd before checking into our apartment in the historic heart of the town and lose our housekeys shortly afterwards. Thanks to a helpful gallery owner, we receive a spare.

Sarlat is one of the best-preserved medieval towns in France. It grew into a prosperous trading and administrative center in the Middle Ages, later declined, and was beautifully restored in the 20th century. Today it is a culinary paradise, with restaurants and shops selling foie gras, truffles, and walnuts.

Château de Beynac

The next day we visit the impressive Château de Beynac, perched on a limestone cliff nearly 150 meters above the river. Built and expanded from the 11th century onward, it played a key role in controlling the Dordogne Valley and recalls the times of Richard the Lionheart, the Hundred Years’ War, and the powerful Lords of Beynac. From the keep we enjoy a breathtaking view over the river, once the lifeline of the region.

The Cuisine of Périgord

That evening, on the gallery owner’s recommendation, we dine across from our apartment and taste all the local specialties: foie gras, duck, truffles, and walnut delicacy, fine dining at its best. The next morning, market stalls fill the medieval streets with the colours and aromas of local produce.

The Dordogne River

Finally, we leave the Dordogne and head toward the Auvergne, where the river rises in the Puy de Sancy. Our journey through Bergerac, Couze, and Beynac makes it clear how vital the Dordogne has always been to the landscape, economy, and history of the region. For centuries it served not only as a trade route for wood, wine, and grain, but also as a source of power for mills and a strategic waterway during wars and religious persecution. For the Huguenots, the Dordogne was also a path to freedom. It was along this river that our ancestor Lucas Bouyssavy ultimately made his way to a new life in the Netherlands, beginning the story of the Boissevain family.

Overheid zoekt menselijke maat, maar vindt vooral regels

Na de VVD en SP schuift nu ook D66 een concreet thema naar voren: hoe breng je de menselijke maat terug in een overheid die draait op geautomatiseerde processen, strakke regels en complexe wetgeving? Nummer zes op de kandidatenlijst is een bestuurder van het UWV, die uit de praktijk weet hoe lastig dat is. Haar boodschap is simpel maar krachtig: minder beloven, meer doen.

En ze heeft een punt. Jarenlang is het overheidsbeleid gebouwd op gelijke behandeling en strikte rechtmatigheid. Dat begon na de Tweede Wereldoorlog bij de opbouw van de verzorgingsstaat en werd vanaf de jaren tachtig door automatisering nog verder aangescherpt. Efficiëntie en standaardisatie waren het doel. Maatwerk en menselijk oordeel verdwenen naar de achtergrond.

Van gelijkheid naar onbedoelde hardheid

Het idee achter gelijke behandeling is nobel: iedereen dezelfde regels, dezelfde rechten en plichten. Maar in de praktijk leidt dat meer dan eens tot onrecht. Burgers kunnen verstrikt raken in onbegrijpelijke wetgeving, slachtoffer worden van fouten in de uitvoering of vastlopen in verschillende overheidsinstanties die langs elkaar heen werken.

Automatisering versterkte dat effect: menselijke afwegingen maakten plaats voor gestandaardiseerde processen. Wie buiten de “happy flow” valt heeft pech.

Maatwerkplaats: uitzonderingen met verstand

Bij het UWV leidde dit besef tot de oprichting van de Maatwerkplaats: een plek waar medewerkers schrijnende gevallen kunnen aanmelden voor heroverweging. Daar kijken juristen, economen en maatschappelijk deskundigen samen naar de situatie en zoeken naar oplossingen die wél recht doen aan de bedoeling van de wet én aan de positie van de burger.

Neem het voorbeeld van Henk van Loon. Na het verlies van zijn baan belandde hij eerst in de WW en kort daarna in de Ziektewet. Tijdens zijn revalidatie kreeg hij een nieuwe baan aangeboden, waarbij zijn werkgever recht zou hebben op loonkostenvoordeel. Door een administratieve fout verviel dat recht. Formeel gezien was de wet duidelijk: geen recht op voordeel. Maar de Maatwerkplaats keek verder: Henk was 58, moeilijk opnieuw aan het werk te krijgen, en zou bij verlies van zijn nieuwe baan terugvallen in de WW. De uitkomst: het loonkostenvoordeel werd alsnog toegekend.

Sinds de oprichting twee jaar geleden zijn zo’n 400 complexe cases behandeld. Elk verhaal laat zien hoe strakke regels en standaardprocessen burgers in de knel kunnen brengen en hoe maatwerk verschil kan maken.

Maatwerk is geen excuus voor slecht beleid

De Maatwerkplaats laat zien dat er binnen de bestaande wet soms wél ruimte is om tot redelijke oplossingen te komen. Maar ze illustreert ook een harde waarheid: maatwerk kan nooit de structurele problemen oplossen die ontstaan door slechte of te complexe regelgeving.

Bij grote uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst, SVB en UWV draait alles om rechtmatigheid en efficiëntie. Zolang die logica leidend blijft, blijft de menselijke maat afhankelijk van uitzonderingen en is incidenteel maatwerk niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat.

Durf te vereenvoudigen

Echte verbetering vraagt politieke moed om wetgeving simpeler te maken, ook als dat betekent dat sommige groepen er op achteruitgaan. Dat debat wordt al decennia vermeden, omdat het politieke risico te groot lijkt. Maar zolang die keuze niet wordt gemaakt, blijft de belofte van “de menselijke maat” vooral een mooie zin in een beleidsstuk.

De les van de Maatwerkplaats is duidelijk: geef professionals meer beslisruimte, vereenvoudig de regels en durf te accepteren dat maatwerk structureel onderdeel wordt van de uitvoering. Alleen dan verandert de menselijke maat van een verkiezingsleus in dagelijkse praktijk.

Het Online Veiligheidstheater van de VVD

De VVD profileert zich als de partij die daadkracht toont tegen digitale dreigingen. In hun verkiezingsprogramma beloven ze snelle en harde maatregelen: van het binnen een uur offline halen van deepfakes tot het verbieden van “verslavende algoritmes”. De intenties zijn begrijpelijk, maar de voorstellen geven blijk van een fundamenteel misverstand over hoe het internet en de technologie daarachter functioneren.

De deepfake-belofte

Neem de belofte dat “seksuele deepfakes altijd binnen een uur offline worden gehaald”. Het klinkt als krachtig optreden tegen digitaal misbruik, maar de technische realiteit maakt dit onhaalbaar. Platforms als YouTube en Facebook verwerken per minuut honderdduizenden uploads. Automatische detectie van deepfakes staat nog in de kinderschoenen en is verre van foutloos. Handmatige beoordeling binnen een uur op deze schaal is praktisch onmogelijk. Ondertussen verspreidt schadelijke content zich razendsnel via vele platforms wereldwijd, vaak buiten het bereik van Nederlandse wetgeving.

Het algoritme-verbod

Nog problematischer is de roep om “verslavende algoritmes” te verbieden. Het suggereert dat de overheid kan aanwijzen welke algoritmes wél en niet mogen, alsof het gaat om een lijst van ingrediënten op een voedseletiket. In werkelijkheid zijn algoritmes complexe, bedrijfsgeheime systemen. Het verschil tussen “verslavend” en “gewoon boeiend” is bovendien subjectief. Nieuws dat de één informeert, kan de ander polariseren. Een juridisch verbod is een papieren maatregel zonder uitvoeringskracht.

Leeftijdsgrenzen en burgemeestersbevoegdheden

Hetzelfde geldt voor een social media-verbod voor jongeren. Effectieve leeftijdsverificatie zonder ernstige privacy-inbreuken is technisch onmogelijk. Internationale platforms hoeven Nederlandse regels niet te volgen, en jongeren kunnen met VPN’s en proxy’s eenvoudig beperkingen omzeilen.

De extra bevoegdheid voor burgemeesters om online oproepen tot rellen te verwijderen klinkt daadkrachtig, maar ook hier haalt de praktijk de belofte in. Tegen de tijd dat een burgemeester een juridische procedure doorloopt, zijn berichten vaak al duizenden keren gedeeld. Bovendien is het onderscheid tussen een oproep tot geweld en een oproep tot protest juridisch en contextueel uiterst complex.

Veiligheidstheater in plaats van realisme

De rode draad: deze voorstellen zijn vooral veiligheidstheater. Ze suggereren controle en daadkracht, terwijl ze technisch, juridisch en praktisch grotendeels onuitvoerbaar zijn. Het gevaar is dat de VVD verwachtingen wekt die nooit waargemaakt kunnen worden, en zo juist het vertrouwen in de overheid verder ondermijnt.

Wat wél kan werken

Realistischer en effectiever beleid begint bij kleinere, concrete stappen:

  • Digitale geletterdheid vergroten zodat burgers beter bestand zijn tegen online manipulatie
  • Publiek-private samenwerking versterken bij het bestrijden van online fraude en cybercrime
  • Slachtofferhulp verbeteren voor mensen die slachtoffer worden van online misbruik of cybercrime
  • Specialistische capaciteit uitbreiden bij politie en justitie, met structurele investeringen in digitale forensisch onderzoek en cybersecurity
  • Europese samenwerking verdiepen, want via de Digital Services Act is grensoverschrijdende regulering vele malen effectiever dan nationale soloprojecten

De digitale wereld brengt nieuwe risico’s met zich mee, maar die zijn niet te beheersen met krachtige beloften en ouderwetse bestuurlijke reflexen. Effectieve online veiligheid vraagt om internationale samenwerking, technische expertise en realisme. Dat ontbreekt nog in de huidige VVD-plannen.

Op zoek naar de oorsprong van de familie Boissevain

Deze keer reizen we niet naar de Provence, maar gaan we op zoek naar de oorsprong van onze familie. We vertrekken richting het zonnige zuiden. Via een landelijke route met talloze rotondes rijden we naar de Dordogne, de streek waar onze familie Boissevain haar oorsprong vindt. Onderweg lunchen we in een dorpscafé in Verteillac. Het driegangendiner is uitstekend en vriendelijk geprijsd, al blijkt bij het pinnen tot onze verrassing het dubbele bedrag te zijn afgeschreven. In Bergerac aangekomen vinden we in ons hotel een plek in de garage voor de auto. De ramen en deuren moeten ’s avonds gesloten blijven: na tien uur wordt de stad met gif besproeid om de tijgermug te bestrijden.

Bergerac

Het oude centrum van Bergerac blijkt een juweel: prachtig gerestaureerd, schoon en levendig. We laten ons verleiden tot een wijnproeverij van Merlot en Cabernet Sauvignon. De eerste wijn smaakt zuur, de volgende is rijk aan tannine. We wandelen langs de rivier, de Office du Tourisme, de protestantse kerk, de Église Saint-Jacques en het standbeeld van Cyrano de Bergerac. Hoewel een specifieke Hugenotenroute ontbreekt, verwijzen talrijke plaquettes en straatnamen naar de periode van protestantse vervolging. We besluiten vroeg terug te keren naar het hotel, zodat er voor de volgende dag nog iets te ontdekken overblijft. Onderweg reserveren we een restaurant en genieten ’s avonds van de plaatselijke specialiteit: confit de canard.

De volgende ochtend verdiepen we ons in de geschiedenis van Bergerac. In 1681 bestond hier nog zestig procent van de bevolking uit Hugenoten. De welvarende protestantse gemeenschap kon zich een fraaie tempel en drie predikanten veroorloven. Maar vanaf 1682 stuurde de Franse kroon soldaten om de protestanten met geweld tot bekering te dwingen: de beruchte dragonnades. De grote tempel werd datzelfde jaar verwoest, samenkomsten moesten clandestien plaatsvinden en met het Edict van Fontainebleau in 1685 werd het protestantisme volledig verboden. Predikanten werden verjaagd, kinderen verplicht katholiek gedoopt en honderden Hugenoten vluchtten naar Nederland, Engeland, Duitsland en Zwitserland. Onder hen onze stamvader Lucas Bouyssavy, die als 25-jarige naar Bordeaux vluchtte en rond 1691 in Amsterdam aankwam, waar hij in 1705 stierf.

Wij keren terug naar zijn oorsprong, maar vinden in Bergerac zelf geen tastbare sporen van de familie. De molen Bellegarde, ooit gepacht door Lucas’ neef Isaac, is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een parkeergarage. Iets verderop is Moulin de Piles nog zichtbaar als archeologische site, met fundamenten en kanalen die herinneren aan de vele watermolens die hier vanaf de middeleeuwen door een aftakking van de Caudeau werden aangedreven. Ooit maalden zij graan en leverden later zelfs elektriciteit, maar de industrialisering maakte hen uiteindelijk overbodig.

Na een lunch op het fraaie Place de la Mirpe bezoeken we de protestantse tempel, gevestigd in een voormalig klooster en ingewijd in 1792. Het Edict van Tolerantie en de Franse Revolutie maakten het toen eindelijk weer mogelijk om een officiële protestantse kerk te stichten, ruim een eeuw na de herroeping van het Edict van Nantes. We steken de Dordogne over naar de wijk waar voorvader Lucas en Lucas’ broer Jean ooit woonden, nabij Place de la Madeleine. We besluiten de dag met een bezoek aan het Musée du Tabac. De Hugenoten waren hier ooit pioniers in de tabaksindustrie. Hun vertrek verspreidde deze kennis door heel Europa.

Couze

We verlaten Bergerac en volgen de rivier naar Couze en Lalinde, waar eveneens familiegeschiedenis ligt. Stamvader Lucas woonde in Couze, bezat er een huis en een wijngaard. Vandaag zien we geen wijngaarden meer, alleen verdorde maïsvelden. Couze is een langgerekt dorp met een heuvel vol verwaarloosde woningen. Vanaf de top hebben we mooi zicht op een oude watermolen, onderdeel van een reeks papiermolens die hier sinds de late middeleeuwen actief waren. Op het hoogtepunt, in de 18e en 19e eeuw, telde de rivier de Couze dertien papiermolens en was het dorp een belangrijk centrum voor handgemaakt papier. Bij de plaatselijke bakker drinken we koffie op het terras, waar iedere voorbijganger ons vriendelijk groet. Daarna bezoeken we de gerestaureerde Moulin à Papier de la Rouzique, die sinds 1530 in gebruik is en nu als museum een beeld geeft van de waterkrachtgedreven papierproductie.

Lalinde

Daarna rijden we naar Lalinde aan de overkant van de Dordogne, een gezellig dorp met kerk, markt en groot terras. Op het kerkhof speuren we naar mogelijke familiegraven. Onze voorvaderen droegen hier de naam Bouyssavy, die in Nederland werd verbasterd tot Boissevain. We vinden geen oude grafstenen, maar wel de naam Bossavit. De klank en geografische nabijheid suggereren een verwantschap, al ontbreekt sluitend bewijs. Bouyssavy is al in de vijftiende eeuw gedocumenteerd, onder meer in Périgueux in 1445. Toen Lucas in 1691 naar Nederland vertrok, werd zijn naam fonetisch vastgelegd als Boissevain. De naam Bossavit duikt pas in de late achttiende eeuw op, maar Bouyssavy bleef tot in de twintigste eeuw in gebruik. Alles wijst op een gemeenschappelijke oorsprong.

Sarlat-la-Canéda

Vanuit Lalinde rijden we door naar Sarlat, waar een demonstratie tegen overheidsbezuinigingen ons dwingt de auto aan de rand van het centrum te parkeren. We lopen een stukje mee met de vreedzame stoet en betrekken daarna ons appartement in het historische hart van de stad en raken daarna de sleutel kwijt. Dankzij een behulpzame galeriehouder krijgen we een reservesleutel.

Sarlat-la-Canéda, waar we de nacht doorbrengen, is een van de best bewaarde middeleeuwse steden van Frankrijk. De stad groeide in de middeleeuwen uit tot een welvarend handels- en bestuurscentrum en verviel later, maar werd in de 20e eeuw schitterend gerestaureerd. Tegenwoordig is het een gastronomisch paradijs, met restaurants en winkels vol delicatessen als ganzenlever, truffels en walnoten.

Château de Beynac

De volgende dag bezoeken we het imposante Château de Beynac, hoog op een kalkstenen rots bijna 150 meter boven de rivier. Vanaf de 11e eeuw werd dit kasteel voortdurend uitgebreid en speelde het een sleutelrol in de controle over de Dordognevallei. Het herinnert aan Richard Leeuwenhart, de Honderdjarige Oorlog en de machtige heren van Beynac. Vanuit de donjon hebben we een adembenemend uitzicht over de rivier, die eeuwenlang de levensader van de regio vormde.

Gastronomie van de Périgord

‘s Avonds genieten we nog één keer van de gastronomie van de Périgord. Op aanraden van de galeriehouder proeven we in het restaurant tegenover ons appartement alle lokale specialiteiten: foie gras, eend, truffels en notenproducten. Het is haute cuisine van het hoogste niveau. De volgende ochtend vullen marktkramen de middeleeuwse straatjes met geuren en kleuren van lokale producten.

Rivier de Dordogne

Daarna verlaten we de Dordogne en zetten koers naar de Auvergne, waar de rivier ontspringt in de Puy de Sancy. Tijdens onze reis langs Bergerac, Couze, Lalinde en Beynac wordt duidelijk hoe bepalend de Dordogne was voor het landschap, de economie en de geschiedenis van de streek. Eeuwenlang was de rivier niet alleen een handelsroute voor hout, wijn en graan, maar ook een bron van energie voor molens en een strategische waterweg in tijden van oorlog en geloofsvervolging. Voor vervolgde Hugenoten was de Dordogne bovendien een vluchtroute. Zo vond ook Lucas Bouyssavy, onze stamvader, via deze rivier uiteindelijk zijn weg naar een nieuw bestaan in Nederland en begon daarmee het verhaal van de familie Boissevain.

Tussen Noaberschap en Europese Samenwerking

Tussen Noaberschap en Europese Samenwerking

Met het motto ‘technologie altijd in dienst van mensen, niet andersom’ presenteert BBB een verkiezingsprogramma waarin digitale soevereiniteit centraal staat. Waar Volt Nederland vooral droomt van een Europees ‘Silicon Europa’, kiest BBB bewust voor een Nederland-first benadering. Die insteek sluit aan bij hun bredere filosofie: verandering waar nodig, behoud waar mogelijk. De vraag is echter: hoe haalbaar zijn de ambities om Nederland digitaal onafhankelijk te maken?

Wat BBB onderscheidt

BBB legt de nadruk op drie pijlers: vitale infrastructuur in eigen beheer, cybersecurity vanuit Nederlandse bodem en digitalisering van de overheid mét oog voor menselijke maat. Daarbij valt vooral het pleidooi op om digitale rechten in de Grondwet vast te leggen en strengere regulering in te voeren voor technologieën als deepfakes en gezichtsherkenning. Dit laat zien dat de partij digitalisering niet als onvermijdelijke vooruitgang beschouwt, maar als een proces dat actief en democratisch gestuurd moet worden.

Deze aanpak staat in scherp contrast met Volt, dat de digitale toekomst vooral Europees wil vormgeven. Volt ziet in samenwerking de sleutel tot kracht, BBB zoekt die juist in nationale zelfredzaamheid. Het verschil laat zien dat beide partijen vanuit een ander vertrekpunt naar dezelfde uitdaging kijken: hoe houden we grip op onze digitale toekomst?

Waar is BBB realistisch in

Een aantal voorstellen van BBB is direct uitvoerbaar en bovendien verstandig. De inzet op open source software voor overheidsprojecten kan, mits zorgvuldig ingevoerd, leiden tot minder afhankelijkheid en lagere kosten. Cybersecurity-educatie vanaf de basisschool is niet alleen haalbaar, maar ook broodnodig: Nederland loopt achter op landen als Estland.

Ook het idee van de overheid als ‘launching customer’ voor Nederlandse technologische innovaties heeft potentie. Op defensieterrein gebeurt dit al, bijvoorbeeld met bedrijven als Thales Nederland. Tot slot is BBB’s nadruk op digitale toegankelijkheid praktisch en noodzakelijk. 100% naleving van de WCAG-normen is technisch haalbaar en bovendien wettelijk verplicht onder de Europese Accessibility Act.

Waar valkuilen ontstaan

Toch heeft BBB’s digitale visie ook de nodige uitdagingen. Het volledig in Nederlandse handen brengen van vitale infrastructuur klinkt aantrekkelijk, maar onderschat de verwevenheid van digitale netwerken. Grote cloudleveranciers als Microsoft en Amazon zijn diep verankerd in overheidsprocessen. Een abrupte afbouw is onrealistisch en extreem kostbaar.

Het idee van een nationaal AI-ecosysteem rondom de geplande AI-fabriek in Groningen is ambitieus, want Nederland mist de schaal en het talent om op te boksen tegen Silicon Valley of Shenzhen. Hier dreigt wensdenken de realiteit te overschaduwen.

Ook de strijd voor EU-brede leeftijdsverificatie op sociale media botst met de nationale soevereiniteit van andere lidstaten en de commerciële belangen van Big Tech. Hier zal Nederland alleen weinig kunnen afdwingen.

Wat wél haalbaar is

De kracht van BBB ligt in een mensgerichte benadering en het benadrukken van democratische controle. Die kan worden versterkt door een pragmatische koers te varen:

  • Gefaseerde soevereiniteit: beginnen met gevoelige domeinen zoals defensie en justitie
  • Europese coalitie: aansluiten bij Europese initiatieven in plaats van te vertrouwen op louter nationale alternatieven
  • Concrete tijdlijnen: vage formuleringen vervangen door meetbare doelen, zoals een percentage overheidsdata dat in 2028 op Nederlandse infrastructuur draait
  • Investeren in talent: investeren in onderwijs en het aantrekken van internationale expertise om een AI-netwerk mogelijk te maken

Noaberschap en digitale samenwerking

BBB benadert digitale soevereiniteit niet enkel technisch of economisch, maar ook sociaal. Dit doet de partij op basis van het begrip Noaberschap (nabuurschap): de zorg voor elkaar en solidariteit in de gemeenschap staan centraal. Voor BBB betekent digitale onafhankelijkheid daarom niet alleen bescherming tegen buitenlandse afhankelijkheid, maar ook het waarborgen dat technologie mensen verbindt in plaats van vervreemdt.

In dit licht krijgt de aandacht voor digitale toegankelijkheid en onderwijs extra betekenis: technologie moet niet een selecte groep bevoordelen, maar iedereen ten goede komen. Daarmee kan BBB’s visie worden gezien als een digitale vertaling van Noaberschap: wederkerigheid, zorg en nabijheid, maar dan in de context van onze digitale infrastructuur.

Menselijke maat

BBB’s digitale agenda brengt een waardevolle nadruk op menselijke maat en democratische sturing in een vaak technocratisch debat. Volledige digitale onafhankelijkheid is misschien niet realistisch, maar een combinatie van nationale waakzaamheid en Europese samenwerking kan wel degelijk leiden tot een meer weerbare en mensgerichte digitale samenleving. Als BBB haar ambities weet te vertalen naar concrete, haalbare stappen, dan kan Noaberschap een krachtig uitgangspunt worden voor de digitale toekomst van Nederland.

NSC’s digitale droombeelden

Nieuw Sociaal Contract presenteert zich als de nuchtere, pragmatische partij die vooral wil leren van het buitenland. In hun verkiezingsprogramma verwijzen ze naar Denemarken en Estland als voorbeelden van digitale overheden die goed werken. Dat klinkt verstandig. Maar achter deze realistische toon schuilen dezelfde maakbaarheidsillusies die we ook zagen bij de VVD en SP. Alleen wordt het hier verpakt in technocratische taal.

Het Deense portaal: mooi in theorie, onmogelijk in Nederland

NSC wil één centraal online overheidsportaal “naar Deens model”. Maar Denemarken is Nederland niet. Waar Denemarken 98 gemeenten en een sterke centrale overheid heeft, telt Nederland 342 gemeenten, 21 waterschappen, 12 provincies en meer dan 200 uitvoeringsorganisaties. Die hebben allemaal hun eigen systemen, regels en procedures.

Een simpel kopieer- en plakwerk van de Deense aanpak is daardoor technisch onhaalbaar. Ons staatsbestel is daarvoor veel te gefragmenteerd.

Het Estse voorbeeld: elegant daar, nachtmerrie hier

Ook het zogeheten once only-principe, burgers hoeven gegevens maar één keer aan te leveren, lijkt aantrekkelijk. Estland kan dit omdat het een digitale infrastructuur vanaf nul opbouwde na 1991, zonder oude systemen en met een kleine, homogene bevolking.

Nederland werkt met ICT-systemen die soms teruggaan tot de jaren zestig, verschillende definities van dezelfde data én strenge privacyregels die juist voorschrijven dat gegevens alleen per doel mogen worden gebruikt. Wat in Estland elegant is, wordt hier een technische nachtmerrie.

De belofte van leeftijdsverificatie zonder ID

Nog ingewikkelder wordt het met NSC’s idee van privacyvriendelijke leeftijdsverificatie zonder digitale identiteitskaart. Dat klinkt sympathiek, maar is technisch tegenstrijdig. Betrouwbare leeftijdsverificatie vereist altijd identiteitsgegevens. Zonder opslag geen zekerheid en dus geen werkend systeem. Dit is dezelfde wensdroom die we eerder al zagen bij de SP.

Een patroon van onderschatting

De parallellen met andere partijen zijn opvallend:

  • De VVD belooft dat burgers eenvoudig kunnen uitrekenen wat meer werken oplevert
  • NSC belooft een persoonlijke digitale kluis die burgers zelf beheren

Beide onderschatten hoe ingewikkeld het is om gebruiksvriendelijke ICT te bouwen bovenop complexe overheidsprocessen.

Waar de SP het internet wilde heruitvinden door gepersonaliseerde advertenties te verbieden, wil NSC de afhankelijkheid van Amerikaanse cloudproviders terugdringen. Beide ambities botsen met internationale technische en economische realiteit.

Wat wél kan: kleine stappen, geen grote sprongen

In plaats van grootse digitale revoluties zijn er wél realistische opties, die reeds succesvol in praktijk zijn gebracht:

  • Verbeter de digitale vaardigheden van burgers via bibliotheken
  • Moderniseer bestaande systemen stap voor stap in plaats van alles tegelijk te vervangen
  • Zoek de oplossing in Europese samenwerking bij AI en cybersecurity in plaats van nationale soloprojecten
  • Leer van Denemarken en Estland, maar besef dat hun successen voortkomen uit jarenlange incrementele verbeteringen en heel andere uitgangssituaties

Leren zonder blind kopiëren

De grootste illusie van NSC is dat je complexe digitale uitdagingen oplost door simpelweg te verwijzen naar successen elders, zonder te begrijpen waarom die daar wél werkten. Net als bij VVD en SP dreigt ook hier het gevaar van kostbare, jaren durende ICT-projecten die veel beloven maar weinig opleveren.

Echte vooruitgang komt niet van droombeelden, maar van kleine, haalbare stappen die passen bij de Nederlandse realiteit.

Groot Denken, Slim Doen

Groot Denken, Slim Doen

Met de belofte ‘Doe iets nieuws’ presenteert Volt haar verkiezingsprogramma. Het programma valt op door lef en visie: Europese samenwerking en een digitale overheid die burgers centraal stelt. Waar gevestigde partijen vaak kiezen voor kleine stappen, kiest Volt voor radicale vernieuwing. Daarmee schetst de partij een ambitieus vergezicht, maar roept ook de vraag op: hoe vertalen we groot denken naar slim en haalbaar doen?

Europese blik vooruit

Volt onderscheidt zich door consequent in Europees perspectief te denken. Hun voorstel voor een ‘Silicon Europa’ onderstreept het geloof in de kracht van samenwerking waar anderen nationaal blijven redeneren. In een wereld die gedomineerd wordt door China en de VS, is een brede blik op het eerste gezicht logisch. Ook op sociaal terrein zet Volt in op grootschalige vernieuwing, zoals het voorstel voor een basisinkomen dat armoede structureel moet terugdringen.

Op digitaal vlak durft de partij de lat hoog te leggen. Een minister van Digitale Zaken, een overheid naar Estlands model en volledige overstap naar Europese alternatieven voor digitale infrastructuur tegen 2030. Het zijn ideeën die kunnen bijdragen aan het inlopen van de digitale achterstand.

Waar de uitdagingen liggen

Juist in de vertaling van visie naar uitvoering doemen de grootste uitdagingen op. Een basisinkomen vraagt om een fundamentele hervorming van belasting- en uitkeringsstelsel, een proces dat jaren vergt. Ook de droom van een ‘Silicon Europa’vereist meer dan een fonds: langdurige samenwerking tussen universiteiten, bedrijven en overheden is cruciaal.

Hetzelfde geldt voor de energietransitie. Het sluiten van Tata Steel klinkt daadkrachtig, maar heeft ook ingrijpende gevolgen voor werkgelegenheid en regionale economie. De uitdaging is niet alleen CO₂ reduceren, maar ook toekomstperspectief bieden aan werknemers en regio’s.

Daarnaast zijn er bij de Europese koers kanttekeningen te maken. Door sterk te focussen op ethiek, mensenrechten en uitgebreide regulering, bestaat het risico dat de uitvoering vertraagt en Europa achteropraakt ten opzichte van snellere innovatielanden.

De waardevolle kern

De waarde van Volt’s programma zit in het combineren van ambitie met tastbare verbeteringen. Zo zijn stapsgewijze digitalisering naar Estlands voorbeeld, sterkere waarborgen rond algoritmes en meer transparantie in AI-gebruik door de overheid maatregelen die relatief snel uitvoerbaar zijn en direct voordelen opleveren voor burgers.

Ook hun Europese focus kan meerwaarde bieden, mits deze wordt ingevuld via bestaande structuren zoals de Europese digitale markt en gezamenlijke AI-initiatieven. Europese samenwerking is dan niet alleen een ideaal, maar ook een praktische route naar economische groei en bescherming van burgerrechten.

Groot denken verbinden aan slim doen

Volt brengt een digitale droom die inspireert: een Europa dat technologisch meedoet op wereldniveau, een Nederland dat rechtvaardiger en groener wordt, en een overheid die vertrouwen herstelt. Maar de urgentie van de uitdagingen vraagt om meer dan dromen.

De kunst is om groot denken te verbinden aan slim doen: met realistische tijdlijnen, haalbare stappen en oog voor de uitvoeringspraktijk. Alleen dan kan een idealistisch vergezicht uitgroeien tot een routekaart voor een volwassen digitale samenleving waarin burgers daadwerkelijk centraal staan.