Herinnering aan Gideon Jeremie Boissevain

Herinneringen van Charles Boissevain (1842-1927)

Een man van braafheid, kunde en onwankelbaar karakter

Een familienaam om trots op te zijn

Wanneer ik terugdenk aan mijn overgrootvader Gideon Jeremie Boissevain, dan voel ik een diepe, bijna persoonlijke verbondenheid met deze man die ik nooit heb gekend. Ik heb alles gelezen wat hij achterliet – brieven, aantekeningen in de familiebijbel, notulen van debatavonden – en het is alsof ik hem ken. Met eerbied voor zijn hart, zijn hoofd en zijn edel karakter ben ik vervuld.

Gideon Jeremie stamt af van de Hugenoten, de Franse protestanten die na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 massaal hun vaderland ontvluchtten. Zijn grootvader Lucas Boissevain sloeg de wijk naar Nederland. Amsterdam ontving de vluchtelingen gastvrij, en hier vestigde de familie zich voorgoed. Het is een verhaal van ballingschap, maar ook van doorzettingsvermogen en nieuwe wortels.

Met eerbied voor zijn hart en hoofd en edel karakter ben ik vervuld. Ja, voor dezen Gideon Jeremie gevoel ik een zeer bijzondere sympathie.

Van boekhouder tot zelfstandig koopman

Gideon Jeremie werkte zijn hele jeugd hard om vooruit te komen. In 1784 trad hij in dienst als boekhouder bij de firma Braunsberg Streikeisen & Co., voor een salaris van liefst 5.250 gulden per jaar, een bedrag dat aantoont hoe hoog hij werd aangeslagen. “Boekhouder” had in die tijd een heel andere, veel gewichtigere betekenis dan wij er nu aan geven: hij was de spil van de onderneming.

Na vier jaar nam hij een nieuwe stap. De firma Bogguer Grand & Co. stelde hem aan als procuratiehouder, met een salaris van 6.000 gulden per jaar. Maar de ware ambitie van Gideon Jeremie lag in de zelfstandigheid. In 1794 begon hij voor eigen rekening handel te drijven. Het fundament: zijn vakkennis, zijn spaarzaamheid, en een bescheiden kapitaal dat zijn vrouw Marguérite Quien had meegebracht.

Mijn vader – zijn kleinzoon en naamgenoot – schreef er later bewonderend over: “Mijn grootvader Gideon Jeremie was een zeer braaf en kundig man en in de eerste kantoren werkzaam, waar hem het partnership werd aangeboden, maar hij wilde liever zelfstandig blijven.” Die keuze voor onafhankelijkheid tekent de man.

Een Hugenoots gezin in Amsterdam

Op 28 maart 1769 huwde Gideon Jeremie met Marguerite Quien, dochter van de Amsterdamse koopman Francois Quien, eveneens van Hugenootse komaf. Haar familie was gevlucht uit Metz. De Boissevains en de Quiens waren al van jongs af aan bevriend – Adam Quien, broer van Marguerite, was de hartsvriend van Gideon Jeremie en werd later zijn zwager.

Samen kregen zij twaalf kinderen. Het gezin woonde in een groot huis op de Keizersgracht bij de Spiegelstraat, met een tuin vol perenbomen. Mijn vader herinnerde zich zijn grootvader als een man met een pruik in duivenstaartmodel, die met de kinderen kleine bootjes vouwde van karamelpapier en ze opgewonden nakeek als ze wegdreven in de sloot, die hem toen zo breed voorkwam als de Amazone.

Altijd bleef hij vreugde vinden in zijn werk. Er was niets kleins of zwaks in hem. Als hij iemand helpen kon, dan deed hij het, altijd vriendelijk en met een glimlach.

Zijn zoon Daniel Boissevain

Een geest van formaat en een warm hart

Gideon Jeremie was niet alleen een succesvol koopman; hij was ook een man van uitzonderlijke geest. Samen met Adam Quien en andere vrienden richtte hij de “Societe du Mercredi” op, een letterkundig debatgezelschap dat elke woensdag bijeenkwam in zijn huis aan de Keizersgracht. De leden, allemaal Amsterdamse kooplieden met Hugenootse wortels, bespraken filosofische, morele en maatschappelijke vraagstukken.

Wanneer ik de notulen lees die mijn overgrootvader bijhield, denk ik onwillekeurig: wat een uitstekend journalist zou hij zijn geweest! Hij dacht diep na, hij had de gave van het woord, en ik vlei mij met de gedachte dat het schrijftalent dat sommigen in onze familie gelukkig maakt, door ons van hem is geerfd.

In een van zijn redevoeringen voor de Societe sprak hij over het gevaar van lichtvaardig oordelen. Hij betoogde dat men nooit over een ander mag oordelen zonder hem werkelijk te kennen en vanuit verschillende omstandigheden te hebben meegemaakt. Zijn conclusie was tijdloos: men mag alleen oordelen “met kennis, met voorzichtigheid, met naastenliefde”.

Nooit een onvriendelijk woord over iemand! En in den familiekring was hij geestig en vrolijk, en met zachte stem zeide hij vaak iets, waarover wij een minuut later soms plotseling gingen lachen.

Zijn zoon Daniel Boissevain

Werken, sparen en vooruitkomen

Het credo van Gideon Jeremie was eenvoudig: wie spaarzaam en vlijtig is, bouwt iets op. Hij zei het zelf: “Die weinig heeft en minder behoeft, is rijker dan hij die veel heeft doch nog meer nodig heeft.” En hij leefde ernaar. Dankzij zijn onverdroten arbeid kon hij op het einde van zijn leven zijn moeder bij zich in huis opnemen en haar een rustig levenseinde bieden.

Zijn zoon Daniel getuigde dat hij werkte tot zijn laatste dag. Zijn bescheiden maar solide vermogen werd het fundament waarop zowel hijzelf als zijn zoon Daniel hun handelshuizen bouwden. Zelfs zijn ongehuwde zoon Francois Jeremie, die nooit meer dan 5.000 gulden per jaar verdiende, liet uiteindelijk een vermogen na van zo’n 760.000 gulden, puur door geduldig sparen en werken.

Een leven vol deugd – een waardig einde

Gideon Jeremie Boissevain overleed op 21 juni 1802, op 61-jarige leeftijd. Bij zijn graf sprak zijn zoon Daniel de woorden die zijn leven samenvatten: “Hij was een man van algemeen bekende braafheid, uitgestrekte kundigheden; de striktste eerlijkheid en zuiverste godsdienst kenschetsten zijn edelmoedig karakter. Zijn sterfbed was dat van een waar Christen en zijn voorbeeldig leven was geheel de zorg en de opvoeding van zijn talrijk gezin toegewijd.”

Hij was schutter in de compagnie van kapitein Jan Bernd Bicker, lid van de commissie voor de Waalse Kerk en poorter van Amsterdam. Een burger in de edelste zin van het woord. Alle Boissevains die na hem kwamen, stammen van hem af. En als ik zijn woorden lees, zijn redevoeringen, zijn aantekeningen in de familiebijbel, dan voel ik dat niet alleen zijn bloed, maar ook zijn geest in ons voortleeft.

Voorwaar, wij stammen af van mannen die men met eerbied liefhebben kan.

Charles Boissevain, achterkleinzoon van Gideon Jeremie Boissevain

Uit: De Geschiedenis van Eenige Leden der Familie Boissevain – Charles Boissevain (1842-1927)

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.